donderdag 21 mei 2020

Basisbehoeften en voldoening

Een tijdje geleden kwam ik het artikel “What Is Satisfying About Satisfying Events?” tegen van Kennon M. Sheldon (University of Missouri—Columbia), Andrew J. Elliot and Youngmee Kim (University of Rochester) en Tim Kasser (Knox College). Het artikel behandeld de fundamentele behoefte van mensen. Met daarin de vraag welke basisbehoeften mensen de meeste voldoening geven.

What's satisfying about satisfying events? In other words, what experiential contents and characteristics make people happiest, and thus qualify as psychological needs? According to the current research, the answer is

1 - autonomy,
2 - competence,
3 - relatedness, and
4 - self-esteem.

Security may also be a need, which becomes salient in times of privation. Pleasure-stimulation, self-actualizationmeaning, popularity-influence, and physical thriving are less important, and we would tend to deny them "need" status. Least deserving of need status is money-luxury. Although further work is required, we suggest that these findings may have strong relevance for society's goal of providing optimal social and developmental environments for its citizens (Kahneman, Diener & Schwarz, 1999). In other words, it appears that authorities and social planners should try to help their charges obtain regular experiences of autonomy, competence, relatedness, and selfesteem in order to ensure that they thrive.



De onderstaande basisbehoeften geven mensen dus de meeste voldoening:

1 – Zelfsturing / autonomie
2 - Competenties
3 – Verbondenheid / relatie
4 - Zelfrespect

In het onderstaande schema hebben we de basisbehoeften verder uitgewerkt:

Zelfsturing / autonomie
Je moet jezelf kunnen zijn. Ten slotte zijn er zelf gestuurde taken en doelen, de handelingen die je voor jezelf kunt kiezen, de taken die je gewoon graag doet en die je ook zou kunnen doen als je het niet nodig hebt of als je die opgelegd. We doen deze dingen omdat we het willen en omdat we zo graag doe. Meestal zijn ze gebaseerd op intrinsieke motivatie, we zijn zelf gestuurd en autonoom in deze gevallen. Je hebt veel meer kans dat je de doelen in deze categorie bereikt, omdat ze meestal op intrinsieke motivatie gebaseerd zijn en niet afhankelijk zijn van een externe prikkel.

Competenties / beheersen van je omgeving
Je moet in staat zijn om te functioneren in je omgeving. Je moet de vaardigheden en het vermogen hebben om te bereiken wat je wilt , je hebt competentie nodig. Je competenties omvattende al je lichamelijke en cognitieve vaardigheden; je doelen worden bepaald door zowel je vermogen om problemen op te lossen als de vaardigheden die je hebt of krijgt.

Verbondenheid / relatie
Je voelt je verbonden met anderen , je hebt een positieve relatie met anderen. Mensen willen aanvaard worden en hebben daar behoefte aan.
Doelen die te maken hebben met je verbondenheid met anderen zijn
- de doelen je dichter bij andere mensen brengen,
- die je de voldoening geven dat je je geliefd voelt door anderen en
- dat je het gevoel hebt dat andere mensen om je geven.

Zelfrespect / eigenliefde
Zelfrespect gaat over van jezelf houden en tevreden zijn met wie je bent is wat je kunt doen.
Doelen die je zelfrespect en eigenliefde versterken, schenken je het meeste voldoening.



Verdere uitwerking voor leerlingen
De onderzoeker Deci en Ryan hebben in hun Self-determination theory het bovengenoemde concept in combinatie met motivatie bij leerlingen verder uitgewerkt.

In toenemende mate hebben scholen te maken met een afname van de motivatie van leerlingen om te leren naarmate leerlingen ouder worden. Een van de oorzaken voor de dalende motivatie is dat er onvoldoende aansluiting is tussen de onderwijsbehoeften van leerlingen en het leeraanbod op school.

Vanuit onderzoek naar de self-determination theory (SDT) (Deci & Ryan, 2000) blijkt dat de motivatie toeneemt wanneer er een leeromgeving wordt gecreëerd die recht doet aan de drie psychologische basisbehoeften:

Autonomie
Autonomie (vaak opgevat als keuzevrijheid / zelf doen / vraag: waarin werd het kind belemmerd?)

Leren verloopt makkelijker als veel autonomie / psychologische vrijheid wordt aangeboden. (Zelf in handen hebben, geen hulpeloosheid, mezelf mogen zijn, niet faken).

Competentie
Competentie (vaak opgevat als structuur waarbij er heldere doelen en verwachtingen worden gesteld aan leerlingen waardoor zij beter in staat zijn een leeractiviteit uit te voeren / competent voelen / vraag: waar was dit kind goed in?).

Leren verloopt makkelijker als de leerling voelt dat hij/zij vooruitgaat en competenter wordt. (Ik kan iets, ik heb succeservaringen, ik kan zelf het verschil maken).

Relatie
Relatie (vaak opgevat als het uiten van waardering voor de leerling / samen met anderen / vraag: wat had dit kind nodig?).

Leren verloopt makkelijker als de leerling gesteund door anderen = ervaren van warmte en een hechte band (Ik kan rekenen op anderen, ik ben niet alleen, ik krijg erkenning).



Geen opmerkingen:

Een reactie posten