zondag 2 februari 2014

Tacit knowledge

Tacit knowledge is the knowledge in our heads. It is much less concrete and more difficult to document and measure. However it is more valuable because it provides context.

Tacit knowledge is the unwritten, unspoken, and hidden vast storehouse of knowledge held by practically every normal human being, based on his or her emotions, experiences, insights, intuition, observations and internalized information. 

Tacit knowledge is integral to the entirety of a person's consciousness, is acquired largely through association with other people, and requires joint or shared activities to be imparted from on to another. 




Like the submerged part of an iceberg it constitutes the bulk of what one knows, and forms the underlying framework that makes explicit knowledge possible. Concept of tacit knowledge was introduced by Michael Polanyi in his 1966 book 'The Tacit Dimension'.

Tacit knowledge
Explicit knowledge
Personal and context-specific
Formal
Difficult to document and communicate. Unwritten and unspoken.
Easy to document, transfer and reproduce.
Drawn from experience and the most powerful form of knowledge.
Can become obsolete quickly.
Difficult to communicate and share.
Easy to communicate and share.
Shared only when individuals are willing to engage in social interaction.
Can be copied and imitated easily.
Lives in people and their practices.
Lives in books and heads.
Learning to be.
Learning about.
Examples:
-decision-making models
-body language
 Examples:
-routines
-procedures







zaterdag 1 februari 2014

Interculturele communicatie

Intercultureel leren communiceren bestaat uit drie fasen:

  • Bewustwording,
  • Kennis en 
  • Vaardigheden


Fase een is bewustwording. Bewustwording is het herkennen dat je door het milieu en de omgeving waarin je bent opgegroeid een bepaalde mentale software in je draagt en dat anderen, die in een andere omgeving zijn grootgebracht, met even goed recht één andere mentale programma’s kunnen bezitten.

Fase twee is kennis. Als we om moeten gaan met bepaalde culturen, zullen we daar zaken over te weten moeten komen. We moeten leren over hun symbolen, helden en rituelen. Hoewel we waarschijnlijk hun waarden nooit zullen delen, moeten we proberen te begrijpen op welke thema's hun waarden verschillen van de onze.

Fase drie bestaat uit vaardigheden. Deze vaardigheden berusten op bewustwording en kennis, inclusief ervaring. We moeten de symbolen van de andere cultuur leren herkennen en gebruiken, de helden uit de andere cultuur kennen, hun rituelen beoefenen en de voldoening voelen dat men begint te functioneren in een nieuwe omgeving. 


Opleidingen interculturele communicatie

Er zijn twee soorten opleidingen interculturele communicatie. 

Type een zijn de traditionele opleidingen. Deze conventionele opleidingen zijn gericht op de overdracht van specifieke kennis over een andere cultuur. Deze opleidingen informeren de deelnemers over het andere land, de geografie, de geschiedenis en gebruiken. Deze opleidingen mikken niet op inzicht in de eigen cultuur. 

Type twee, deze opleidingen die gericht zijn op bewustwording. Dit type opleidingen in interculturele communicatie is gericht op de bewustwording en algemene kennis van culturele verschillen. Deze bewustwordingstraining is gericht op de eigen mentale software en de manieren waarop die kan verschillen van de andere. Deze training zijn niet specifiek gericht op een bepaald land. De kennis en vaardigheden die hierbij geleerd worden, zijn van toepassing op elke vreemde culturele omgeving.

[bron: Allemaal andersdenkenden, omgaan met cultuurverschillen, Geert Hofstede, Gert jan Hofstede en Michael Minkov, 2012, blz. 411-413]

maandag 27 januari 2014

Motivatie

Wat is motivatie? 

Synoniemen van het woord „gemotiveerd‟ zijn “enthousiast en gedreven.” 
Leerlingen die gemotiveerd zijn, zijn dus enthousiast over de opdracht en ze zijn 
gedreven om een opdracht goed te kunnen maken. 

Welke beweegredenen hebben leerlingen waarom ze gemotiveerd of juist ongemotiveerd zijn. 
Wat zijn de huidige beweegredenen van de leerlingen? Wanneer hieruit blijkt dat deze leerlingen op het moment negatieve motieven hebben voor het gedrag dat ze nu in de praktijk laten zien, zal er gezorgd moeten worden dat deze leerlingen een beweegreden krijgen om gemotiveerd gedrag te kunnen laten zien. 

Motivatie bestaat uit twee soorten: intrinsieke en extrinsieke motivatie. Voor intrinsiek gemotiveerde leerlingen is de activiteit op zichzelf lonend. De beweegredenen zijn dan de behoefte om kennis op te doen, zich efficiënt te voelen bij het oplossen van problemen, zelf te kunnen bepalen wat men doet en welke resultaten men wil behalen en zoveel mogelijk succeservaringen na te streven en falen te vermijden. 

Motivatievariabelen
Categorie
Factor
Intrinsieke motivatievariabelen
- persoonlijke interesse
- persoonlijke kwaliteiten
- opvattingen over relevantie
- capaciteiten van leerling in relatie tot schoolvak
- algemeen zelfbeeld van de leerling
- ideeën over moeilijkheidsgraad van het vak
- tijdsdruk
Extrinsieke motivatievariabelen
- invloed van de docent
- invloed van medescholieren
- eisen vervolgstudie
- behaalde resultaten
- schoolsysteem
Keuzegerichte variabelen
- keuzemogelijkheid


Naast intrinsieke motivatie hebben leerlingen vaak ook een extrinsieke motivatie nodig hebben, omdat de taak op zich niet voldoende motivatie opwekt. Extrinsieke motivatie is een beweegreden die buiten de taak zelf ligt, een materiële of sociale beloning die door ouders of 
leerkrachten beloofd wordt. 

Wanneer dus blijkt dat de leerlingen de taak zelf niet lonend genoeg vinden, dus over te weinig intrinsieke motivatie beschikken, zal de leerkracht moeten zorgen voor een extrinsieke beweegreden. 

Hieronder staan een aantal voorbeelden van hoe motivatieproblemen zich kunnen uiten: 
  • Protestopmerkingen tijdens het geven van instructie en het verwerken van de leerstof. 
  • Lichaamstaal, zoals het onderuitgezakt zitten van een leerling, maar ook de gelaatsuitdrukking tijdens het werken. 
  • Treuzelen en niet onmiddellijk aan het werk gaan na de instructie 
  • Vluchtgedrag zoals het langdurig zoeken naar spullen, vaak door de klas lopen of veelvuldig naar de wc gaan. 
  • Eenzijdige keuze bij vrije activiteiten en gebrek aan eigen initiatieven 
  • Vroegtijdig stoppen met werken door op te geven 
  • Een zeer traag werktempo en dromerigheid 
  • Negatieve reacties bij het evalueren van het gemaakte werk.
[bron: Motivatie, je hebt het zelf in de hand. Over het motiveren van leerlingen door je eigen handelen te veranderen - Anne Lommen]


Tips om de motivatie te vergroten
Wat kunnen docent doen om de motivatie van de leerlingen te vergroten. Hier volgen een aantal tips.

Aansluiten bij persoonlijke interesse

Docenten moeten hun leerlingen constant stimuleren om voor hun persoonlijke interesses te durven uitkomen.
Relevantie

Naast interessante weblinks en videomateriaal, zorgt ook aansluiting op de actualiteit voor een toenemend besef van “het nut” van een vak.
Docent

Wanneer docenten hun eigen enthousiasme als inspiratiebron inzetten, nemen hun leerlingen dit enthousiasme over.
Keuzeaspect

‘Kiezen’ geeft de leerling het gevoel van eigenaarschap. In ieder vak kunnen keuzemogelijkheden ingebouwd worden, zodat er het gevoel van eigenaarschap ontstaat.


Tips voor docenten om de motivatie bij leerlingen te vergroten:

- Toon empathie naar leerlingen toe.
- Laat de leerling reflecteren op hun eigen kunnen.
- Geef goede en duidelijke uitleg.
- Bied leerlingen de mogelijkheid om zelf onderwerpen binnen het vak aan te dragen.
- Bied verrijkingsstof aan voor differentiatie.
- Positieve en duidelijke feedback, hierdoor zal de intrinsieke motivatie stijgen.
Tips voor docenten m.b.t. lesmateriaal en werkvormen:

- Werk met concrete voorbeelden dichtbij de eigen belevingswereld.
- Gebruik verschillende werkvormen en test die uit.
- Gebruik praktijkvoorbeelden om verbanden te leggen tussen het leren nu en het gebruik later.

[Bron: Hoe vergroot je de motivatie van de leerling? IVLOS, 2010]

Hoe haal je het beste uit jezelf

Hoe haal je het beste uit jezelf uit de uitzending van Netwerk (5 februari 2006)




zondag 26 januari 2014

Checkliste Lerntipps

Richtig lernen will gelernt sein. Die folgenden Lerntipps zu Organisation, Arbeitsumfeld und
Methoden lassen Dich einfacher und erfolgreicher lernen.


Lerntipps zur richtigen Organisation

- Verschaffe Dir einen Überblick über den Lernstoff. Erstelle eine Liste mit Themen, die Du bearbeiten musst. Erstelle Zusammenfassungen aller Themen, beispielsweise auf Karteikarten oder großen Plakaten.

- Fertige einen Lernplan an: Teile den Lernstoff in viele kleinere Portionen ein und halte zeitlich fest, wann Du Dich mit welchen Themen beschäftigst.

- Pausen einplanen: Nach maximal 90 Minuten solltest Du etwa 15 bis 20 Minuten Pause machen. Zwischendurch sind auch längere Pausen wichtig.

- Achte auf eine gesunde Ernährung. Greife zu leichter und gesunder Kost und trinke ausreichend.

- Beschäftige Dich nicht den ganzen Tag mit demselben Themengebiet: Wechsle jeweils nach einer Lernpause das Thema.

- Führe Dir Deine persönliche Motivation und Deine Ziele vor Augen.

- Überlege Dir, wie Du Dich belohnen kannst. Belohnungen sollten in Deinen Lernplan fest eingebaut sein.


Lerntipps für das richtige Umfeld

- Achte auf einen sauberen Arbeitsplatz. Du solltest alle Deine Unterlagen und benötigte Hilfsmittel griffbereit haben.

- Ruhe ist sehr wichtig, wenn Du Dich konzentrieren musst. Stelle Fernseher, Radio, Klingel und Telefon aus. Auch Ohrstöpsel können hilfreich sein.

- Licht spielt eine bedeutende Rolle beim Lernen. Tageslicht ist angenehm für die Augen und lässt Dich länger konzentriert arbeiten. Wenn es dunkler ist, sind Tageslichtlampen empfehlenswert.

- Sorge für gute Luft: Fenster öffnen oder im Winter regelmäßig durchlüften. Die Temperatur sollte für Dich angenehm und die Luft nicht stickig sein. 

- Du kannst auch in einer Bibliothek lernen. Dort herrscht ein besonders gutes Lernumfeld und Du wirst seltener abgelenkt.

- Trenne den Arbeitsplatz von Deinen Entspannungs- und Freizeit-Plätzen. Alternativ kannst Du Lernrituale wie ein „Lern-T-Shirt“ einführen.


Lerntipps für die richtigen Methoden

- Finde heraus, welcher Lerntyp Du bist. Folgende Lerntypen gibt es:

1. Der auditive Lerntyp
2. Der visuelle Lerntyp
3. Der kommunikative Lerntyp
4. Der motorische Lerntyp

- Finde Deine persönliche Lernzeit und passe Deinen Lernplan daran an. Versuche, zu dieser Zeit die schwierigen Themen zu behandeln.

- Verbinde unterschiedliche Methoden: Lies Texte laut vor, schreib Dir Wichtiges heraus oder markiere Informationen farbig. Mach Dir Stichpunkte oder fertige Zeichnungen oder Mindmaps an.

- Fertige sorgfältig Karteikarten an. Dadurch lernst Du bereits, während Du die Karten erstellst.

- Versuche, den Stoff zu visualisieren und finde Eselsbrücken.

- Wiederhole das Gelernte. Versuche zunehmend, die Inhalte frei aus dem Kopf zu ergänzen.

- Lass Dich abfragen. So kannst Du prüfen, ob Du die Inhalte verstanden hast und sie spontan verständlich erklären kannst.

- Lerne mit Kommilitonen. Ihr könnt gemeinsam Probleme diskutieren, Lösungen finden und erntipps austauschen. Dies ergänzt Dein eigenständiges Lernen.

- Lies Dir vor dem Schlafengehen den Stoff, den Du tagsüber gelernt hast, noch einmal durch.

- Am Tag vor der Prüfung solltest Du nichts Neues mehr lernen, sondern die Inhalte nur noch wiederholen.



Lerntipps für Kinder


Lerntipps für Kinder: Hausaufgabenkonflikte reduzieren



Lerntipps: Kinder beim Lernen motivieren



Lernen mit Kindern: Konzentration

http://www.youtube.com/watch?v=OK6Q1WXqzAQ


Lerntipps für Kinder: Selbständigkeit fördern

http://www.youtube.com/watch?v=mB2BsFaHjos


Selbstvertrauen: Mit Misserfolgen umgehen

http://www.youtube.com/watch?v=3mrHBAyAhr0

CASSA



CASSA is een letterwoord, bedoeld om de principes van efficiënt geheugengebruik samen te vatten. Het is dus een ezelsbruggetje om te helpen onthouden hoe men beter kan onthouden.


Onthouden gaat beter als er wordt gelet op:

Concentreren: aandachtig waarnemen is voorwaarde om achteraf iets te herinneren. Forceer de aandacht: "dit moet ik mij inprenten"

Associëren: om iets (moeilijks) te onthouden, zoek dan naar associaties (verbanden). Een tekening bij een woord. Een moeilijke datum? Het is misschien de optelling van twee gemakkelijke getallen. Een telefonische mededeling: verbind ze met de spreker, het uur, de plaats, of met iets anders (wat dan ook) wat aanspreekt.

Structureren: breng orde in de veelheid van te onthouden gegevens. Sorteer naar grootte, herkomst, taal, kleur, vorm, of andere kenmerken die opvallen.

Selecteren: probeer niet alles te onthouden. Kies wat er echt moet worden onthouden; zoek naar hoofdzaken en selecteer die.

Aanvaarden: weet dat "alles onthouden" onmogelijk is. Aanvaard die beperking.