dinsdag 6 mei 2014

Mindset bij leerlingen - vragenlijst en complimentenlijst

Vragenlijst om de mindset bij leerlingen te onderzoeken d.m.v. een aantal stellingen: 

Stellingen

1. Als ik voor een proefwerk van een nieuw vak een dikke onvoldoende heb gehaald, ga ik voor het volgende proefwerk niet zo veel meer doen.


1
2
3
4
5

Past helemaal niet bij mij
O
O
O
O
O
Past helemaal bij mij


2. Ik ben geboren met een bepaalde hoeveelheid intelligentie en kan er weinig aan doen om die te veranderen.


1
2
3
4
5

Past helemaal niet bij mij
O
O
O
O
O
Past helemaal bij mij


3. Ik vind het fijn als ik iets voor elkaar krijg wat me eerder niet lukte.


1
2
3
4
5

Past helemaal niet bij mij
O
O
O
O
O
Past helemaal bij mij


4. Als mensen meer weten of kunnen dan ik, denk ik dat ze er harder voor gewerkt hebben.


1
2
3
4
5

Past helemaal niet bij mij
O
O
O
O
O
Past helemaal bij mij


5. Ik kan wel nieuwe dingen leren, maar mijn basisintelligentie kan ik niet echt veranderen.


1
2
3
4
5

Past helemaal niet bij mij
O
O
O
O
O
Past helemaal bij mij


6. Ik vind het fijn (niet erg) om kritiek te krijgen. Van fouten maken kan ik veel leren.


1
2
3
4
5

Past helemaal niet bij mij
O
O
O
O
O
Past helemaal bij mij


7. Ik vind het fijn als ik iets snel af heb en het is goed.


1
2
3
4
5

Past helemaal niet bij mij
O
O
O
O
O
Past helemaal bij mij


8. Er zijn vakken die ik gewoon niet kan.


1
2
3
4
5

Past helemaal niet bij mij
O
O
O
O
O
Past helemaal bij mij


9. Als leerlingen een hoger cijfer halen dan ik, kan ik wat van ze leren, omdat ze het waarschijnlijk beter hebben aangepakt dan ik.  


1
2
3
4
5

Past helemaal niet bij mij
O
O
O
O
O
Past helemaal bij mij


10. Ik denk dat je als je talent hebt minder hard hoeft te werken.


1
2
3
4
5

Past helemaal niet bij mij
O
O
O
O
O
Past helemaal bij mij


11. Ik vind het fijn als ik lang met een lastig onderwerp bezig ben en het uiteindelijk begin te begrijpen.


1
2
3
4
5

Past helemaal niet bij mij
O
O
O
O
O
Past helemaal bij mij


12. Ik vind fouten maken helemaal niet leuk.  

1
2
3
4
5

Past helemaal niet bij mij
O
O
O
O
O
Past helemaal bij mij


13. Ik ga graag een uitdaging aan.


1
2
3
4
5

Past helemaal niet bij mij
O
O
O
O
O
Past helemaal bij mij


14. Ik stel vragen als ik iets niet begrijp.


1
2
3
4
5

Past helemaal niet bij mij
O
O
O
O
O
Past helemaal bij mij


15. Ik vind het fijn om ergens beter in te zijn dan anderen.


1
2
3
4
5

Past helemaal niet bij mij
O
O
O
O
O
Past helemaal bij mij


16. Ik denk dat je het talent voor bepaalde vakken meekrijgt van je vader en/of moeder.


1
2
3
4
5

Past helemaal niet bij mij
O
O
O
O
O
Past helemaal bij mij


17. Ik denk regelmatig: “Dat kan ik niet. Dat is te moeilijk.”


1
2
3
4
5

Past helemaal niet bij mij
O
O
O
O
O
Past helemaal bij mij


18. Ik denk dat je je persoonlijkheid (hoe je bent) kunt veranderen.  

1
2
3
4
5

Past helemaal niet bij mij
O
O
O
O
O
Past helemaal bij mij


19. Als ik mag kiezen, kies ik het liefste de gemakkelijkste opdracht.  

1
2
3
4
5

Past helemaal niet bij mij
O
O
O
O
O
Past helemaal bij mij


20. Er zijn vakken/ is een vak waarin ik de beste ben.


1
2
3
4
5

Past helemaal niet bij mij
O
O
O
O
O
Past helemaal bij mij





Complimentenlijst

Onderstaande aandachtspuntenlijst kunnen docenten gebruiken om leerlingen heel gericht
complimenten te geven op gedragsaspecten die belangrijk zijn in de motivatie.

Verantwoordelijk (responsible)
Beginner
Gevorderde
Expert
Zelfstandig werken



Goede werkhouding en concentratie



Heeft de taak af



Helpt anderen bij het leren



Leidt anderen niet af



Doorzettingsvermogen (determined)



Doet dappere poging



Blijft positief



Gaat uitdaging aan



Zelf de oplossing gevonden



Geeft niet op, blijft betrokken



Vindingrijk (resourceful)



Toont eigen initiatief



Ziet creatieve/ alternatieve oplossingen



Heeft goede vragen gesteld



Gebruikt hulp van klasgenoten



Doordenkend (deeper thinker)



Geeft weldoordacht antwoord



Heeft goed plan van aanpak/ planning



Heeft feiten/ bewijs verzameld



Kan denkstappen goed verwoorden



Kan nieuw probleem oplossen



Zelfinzicht (reflective)



Gaat gemotiveerd aan de slag



Stelt vragen



Leert van fouten/ feedback



Reflecteert op eigen werk(houding)



Controleert gemaakt werk (volledigheid en kwaliteit)





[ Bron: http://www.schoolaanzet.nl/fileadmin/contentelementen/school_aan_zet/Leerlingen_materiaal_groei-mindset_kleiner.pdf ]

Onderpresteren

Onderpresteren 
Onderpresteren wil zeggen dat de prestaties (veel) lager liggen dan op grond van de capaciteiten van de leerling verwacht wordt. Er is dus sprake van een discrepantie tussen aanleg en prestatie. Onderpresteren komt voor op alle niveaus. Een gemiddelde leerling die erg zwak presteert is dus ook een onderpresteerder. 



    Hulpvragen 
    Welke hulpvragen kun je stellen om onderpresteerders te herkennen? 

    • Waar herken je ze aan? 
    • Wat zeggen ze? 
    • Hoe ga je nu met ze om? 
    • Welke verwachtingen heb je van ze? Waar blijkt dat uit?
    • Welke gedrag vertonen ze? In de les/ daarbuiten? 
    • Hoe reageren ze op feedback? 
    • Welke emoties neem je waar? 
    • Hoe reageert de omgeving op het leergedrag?
    • Hoe motiveer je ze? 
    • Wat doe je wel, wat beslist niet?
    • Welke oordelen kom je bij jezelf tegen over deze leerlingen?
    • Wanneer neig je tot afhaken of opgeven?


    Positieve kenmerken
    Vaak gaat het alleen over de negatieve kenmerken van onderpresteerders. Maar zij hebben zeker ook positieve kenmerken. Zoals:

    • Ze hebben ongewone interesses en een levendige verbeelding.
    • Ze lezen vaak veel in hun vrije tijd en hebben een grote feitenkennis.
    • Ze komen in een één-op-één-gesprek welbespraakt en intelligent naar voren.
    • Ze begrijpen en onthouden informatie goed als ze geïnteresseerd zijn.
    • Ze zijn gevoelig.
    • Ze hebben een grote ontdekkingsdrang en creativiteit.


    Negatieve kenmerken
    In het algemeen zijn de volgende zaken kenmerkend:

    • Ze leveren weinig inspanning en zijn niet gewend moeite te doen om succes te behalen.
    • Zij hebben geen of weinig doorzettingsvermogen en zelfdiscipline. Ze zijn moeilijk aan het werk te krijgen en vinden het lastig om een taak vol te houden.
    • Ze maken onnodige fouten. Er zit een neerwaartse lijn in hun prestaties.
    • Ze bereiden hun huiswerk niet of nauwelijks voor.
    • Ze hebben slechte leer/werkstrategieën en een hekel aan automatiseren.
    • Ze verzetten zich tegen autoriteit.
    • Ze zijn snel afgeleid en hebben een slechte concentratie. Ze hebben hun aandacht niet bij de les of zijn met andere dingen bezig.
    • Ze wijzen verantwoordelijkheid af en nemen geen verantwoordelijkheid voor hun eigen gedrag.
    • Ze hebben een sterke externe locus of control: ze zoeken de oorzaak van slechte resultaten buiten zichzelf.
    • Ze hebben een negatief zelfbeeld en zelfvertrouwen. Ze zijn zelf ook ontevreden over hun prestaties.



    Soorten onderpresteerders
    Er zijn twee soorten onderpresteerders: relatieve en absolute onderpresteerders. Bij relatief onderpresteren behaalt de leerling lagere scores dan op grond van zijn capaciteiten verwacht mag worden, maar ze liggen nog wel op het klassenniveau. Dit is vaak het geval bij kinderen die niet erg willen opvallen. Het komt vooral voor bij meisjes. Bij absoluut onderpresteren behaalt de leerling resultaten die zelfs onder het klassenniveau liggen. Dit komt vooral voor bij jongens.


    Beeld van leren
    Onderpresteerders hebben een verwrongen idee van wat leren inhoudt. Het beeld van leren hoort te zijn: Iets wat ik nog niet weet of kan, dat ga ik oefenen, zodat ik het daarna (beter) beheers. In de gedachten van onderpresteerders is dit verandert in: Iets wat ik al weet en kan, nog vele malen herhalen, zonder dat het iets toevoegt aan mijn beheersing.
    Oorzaken

    Er kunnen verschillende oorzaken zijn waarom kinderen gaan onderpresteren. Bijvoorbeeld:

    • Een gebrek aan uitdaging, bijvoorbeeld als een leerling lange tijd onder zijn niveau werkt en geen faalervaringen heeft. Dit zorgt voor verveling.
    • Een gebrek aan motivatie. Dit kan het gevolg zijn van te weinig uitdaging in de taken, maar het kan ook aan de leerling zelf of aan de thuisomgeving liggen. Vaak is er sprake van een combinatie.
    • Aanpassingsgedrag. Als een leerling niet wil opvallen tussen zijn leeftijdsgenoten, dan kan onderpresteren als verdedigingsmechanisme ingezet worden, om geen uitzondering te zijn en geaccepteerd te worden door de groep. Ze willen geen jaloezie en proberen daarom onzichtbaar te zijn.
    • Een slechte leer/werkstrategie.
    • Emotionele problemen.



    Gevolgen
    Vaak krijgen onderpresteerders een verkeerd of negatief zelfbeeld. Het kind ervaart dat het niet aan de verwachtingen voldoet. Hij voelt zich een "loser", omdat hij anderen teleurstelt. Ouders, kind en school moeten een actieve rol spelen om dit zelfbeeld te verbeteren. Onderpresteerders kunnen depressief, perfectionistisch of faalangstig worden. Sommigen ontwikkelen angsten en krijgen buikklachten. Ze kunnen in een sociaal isolement terechtkomen.
    Begeleiding op school

    De basis voor de oplossing is een goede relatie met de leerling. Onderpresteerders hebben begeleiding nodig om te leren leren. Verder moet de leerkracht ervoor zorgen dat de leerling merkt:

    • Dat hij/zij er net zo goed mag zijn.
    • Dat het de leerkracht veel kan schelen wat hij/zij doet en hoe.
    • Dat er andere kinderen zijn met wie hij/zij de competentie kan delen en meten.
    • Dat de eigen activiteit aansluit bij wat het kind nog wil en moet leren.


    Als een onderpresteerder helemaal vastgelopen is, kan het zinvol zijn om dit te doorbreken door de leerling tijdelijk uit de klas te halen. Geef de leerling een coach, iemand uit het team. Laat de leerling twee weken kiezen welke vakken hij wil volgen in welke klas, zodat hij weer leerplezier krijgt. Laat de leerling dan langzamerhand teruggaan naar de klas met meer verrijking en ruimte voor eigen onderwerpen.


    Verrijkingstof
    Verrijking voor onderpresteerders kan op de volgende manieren:

    • Leren leren. Dit kan door een studievaardighedentraining en door vreemde talen, zoals Spaans.
    • Leren denken. Dit kan door het aanbieden van denksport en programmeren.
    • Leren leven. Dit kan een sociale vaardighedentraining zijn, maar hier valt ook expressie, muzikale vorming en filosofie onder.
    • Spelletjes, zoals Set, Rush hour, Rubik’s snake en Transposer. Hierbij kunnen de kinderen een strategie ontwikkeling.


    Do’s
    Een aantal tips voor de docent:

    • Leg uit waarom ze iets moeten leren.
    • Probeer hun denkstrategie te koppelen aan een gangbare strategie.
    • Wissel procesfeedback af met productfeedback.
    • Bemoedig de poging en het proces meer dan het resultaat. Als de leerling leert om zich ergens voor in te spannen en door te zetten, dan is er een basis gelegd.
    • Beschrijf bij positieve feedback wat je goed vindt.
    • Leer de leerling fouten durven maken.
    • Wissel veiligheid en ondersteuning af met terughoudendheid en aanmoediging om fouten te maken.
    • Beloon inspanning.
    • Train metacognitieve vaardigheden. Dit verschaft inzicht en werkt indirect.
    • Geef hen aangepaste activiteiten, waarbij ze ook contact hebben met ontwikkelingsgelijken.

    Maar het belangrijkste is preventie. Voorkomen is altijd beter dan genezen.


    Don’ts
    Er zijn ook een aantal dingen die de docent beter niet kan doen.

    • Kijk niet alleen naar het resultaat kijken, maar juist naar het proces.
    • Zeg niet: ‘Wat ben je slim!’. Op het moment dat een poging of taak mislukt, denkt de leerling dan dat hij niet meer slim genoeg is. Het gaat om de inzet.
    • Straffen heeft weinig zin. Onderpresteerders zoeken de oorzaak van de slechte prestaties buiten zichzelf, dus dan heeft straffen niet het gewenste effect.
    • Omkopen. Onderpresteerders hebben de neiging om de beloning te verkleinen en ze vinden vaak wel een goede reden om toch niet aan de slag te gaan. Omkopen doet bovendien geen beroep op de intrinsieke motivatie.

    [ bron: http://wij-leren.nl/artikel-onderpresteren.php ]
    [ bron: http://www.schoolaanzet.nl/fileadmin/contentelementen/school_aan_zet/Training_Groei-mindset_docenten_kleiner.pdf ]

    maandag 5 mei 2014

    Open en nieuwsgierige houding


    Het gaat om een open en nieuwsgierige houding en een bereidheid om ‘opzij te stappen’. Immers, ‘we kunnen niet naar de ander luisteren zonder tijdelijk achter onze eigen overtuiging een vraagteken te zetten. Dit betekent niet twijfel aan eigen ideeën, maar een aanzet tot een gemeenschappelijke ruimte, een tijdelijke ruimte om te kunnen luisteren en de ander te kunnen naderen’.

    [Bron : Nederlanderschap op de schop, Kennislink.nl ]

    Meer impact van de leraar op het leren


    Het onderstaande artikel is een samenvatting van de "leerlinggerichte" leraar volgens Hattie.

    Het artikel wil u prikkelen om samen met uw team na te denken over wat een  "leerlinggerichte" leraar is.











    zondag 4 mei 2014

    Marshmallow test



    Je hebt misschien al eens gehoord van de marshmallow test van wetenschapper Walter Mischel, waarmee al bij jonge kinderen kan worden aangetoond of een kind later succesvol wordt of niet.


    De test stamt uit 1972. Hoe ging die test ook alweer? Een 4 jarig kind krijgt een marshmallow aangeboden, maar mag er ook voor kiezen om het snoepgoed niet aan te nemen. Dan krijgt het kind er een kwartier later namelijk twee marshmallows

    Er bleek een correlatie te bestaan tussen de keuze die het kind maakte en het succes op latere leeftijd. Kinderen die slechts aan de korte termijn dachten, waren in hun latere leven minder succesvol dan kinderen die de marshmallow konden weerstaan.