Bruce Lipton is bekend om het idee te promoten dat genexpressie kan worden beïnvloed door omgevingsfactoren. Mensen hebben volgens Bruce Lipton een grotere impact op hun gezondheid dan eerder door onderzoek is vastgesteld. Bruce Lipton komt tot deze bevinding na uitgebreid onderzoek naar de moleculaire processen waarmee cellen informatie verwerken. Daaruit bleek dat het niet de genen zijn die ons gedrag bepalen, maar dat de genen worden aan- en uitgezet door externe factoren. Ze worden getriggerd door onze waarnemingen en onze gedachten en overtuigingen. Professor Lipton toont aan dat overtuigingen, of ze nu waar zijn of niet, positief of negatief, de activiteit op genetisch niveau beïnvloeden en zelfs onze genetische code kunnen veranderen. Het lijkt erop dat we ons bewustzijn zodanig kunnen trainen dat we gezonde overtuigingen kunnen scheppen. Daarmee hebben we de sleutel in handen tot een gezonder en gelukkiger leven.
dinsdag 23 juli 2019
De biologie van de overtuiging - hoe je gedachten je leven bepalen - Bruce Lipton
Professor Bruce Lipton, celbioloog en oud-docent aan de medische faculteit van de Universiteit van Wisconsin en onderzoeker aan de Stanford University School of Medicine, is inmiddels een prominent en wereldwijd vermaard vertegenwoordiger van de ‘nieuwe biologie’.
Bruce Lipton is bekend om het idee te promoten dat genexpressie kan worden beïnvloed door omgevingsfactoren. Mensen hebben volgens Bruce Lipton een grotere impact op hun gezondheid dan eerder door onderzoek is vastgesteld. Bruce Lipton komt tot deze bevinding na uitgebreid onderzoek naar de moleculaire processen waarmee cellen informatie verwerken. Daaruit bleek dat het niet de genen zijn die ons gedrag bepalen, maar dat de genen worden aan- en uitgezet door externe factoren. Ze worden getriggerd door onze waarnemingen en onze gedachten en overtuigingen. Professor Lipton toont aan dat overtuigingen, of ze nu waar zijn of niet, positief of negatief, de activiteit op genetisch niveau beïnvloeden en zelfs onze genetische code kunnen veranderen. Het lijkt erop dat we ons bewustzijn zodanig kunnen trainen dat we gezonde overtuigingen kunnen scheppen. Daarmee hebben we de sleutel in handen tot een gezonder en gelukkiger leven.
Bruce Lipton is bekend om het idee te promoten dat genexpressie kan worden beïnvloed door omgevingsfactoren. Mensen hebben volgens Bruce Lipton een grotere impact op hun gezondheid dan eerder door onderzoek is vastgesteld. Bruce Lipton komt tot deze bevinding na uitgebreid onderzoek naar de moleculaire processen waarmee cellen informatie verwerken. Daaruit bleek dat het niet de genen zijn die ons gedrag bepalen, maar dat de genen worden aan- en uitgezet door externe factoren. Ze worden getriggerd door onze waarnemingen en onze gedachten en overtuigingen. Professor Lipton toont aan dat overtuigingen, of ze nu waar zijn of niet, positief of negatief, de activiteit op genetisch niveau beïnvloeden en zelfs onze genetische code kunnen veranderen. Het lijkt erop dat we ons bewustzijn zodanig kunnen trainen dat we gezonde overtuigingen kunnen scheppen. Daarmee hebben we de sleutel in handen tot een gezonder en gelukkiger leven.
maandag 22 juli 2019
De lerende mens - Harold Bekkering en Jurjen van der Helden
Het onderwijs is niet zo effectief als je zou hopen. Harold
Bekkering en Jurjen van der Helden van de Radboud Universiteit schreven er een
boek over: De lerende mens.
Harold Bekkering, hoogleraar cognitieve psychologie aan
de Radboud Universiteit en Jurjen van der Helden deden veel onderzoek naar
leermechanismen. Samen schreven een overzicht over de stand van de wetenschap
op het gebied van leren.
De vier belangrijkste lessen uit het boek:
1 - Leren is het vormen van een individueel model van de
wereld
2 - Mensen leren het meest van mensen
3 - Context telt net zo hard als het lesje zelf
4 - Belonen en straffen afschaffen
Les 1:
Leren is het vormen van een individueel model
van de wereld
|
‘Leren gaat in feite over het ontwikkelen van een model
van de wereld’, zegt Bekkering. ‘Ieder mens heeft een ander model van de
wereld op grond van eerdere ervaringen. Daar moet het onderwijs op aansluiten.
En doordat iedereen andere associaties kan hebben bij een woord of een beeld
zijn er dus ook verschillende waarheden.’
‘Zo blijkt kennis over het onderwerp de beste
voorspeller voor tekstbegrip, meer dan algemene intelligentie of
leesvaardigheid’, zegt Van der Helden. ‘Feitenkennis blijft dus belangrijk
voor een rijk model van de wereld. Zonder feitenkennis blijf je zoeken en kun
je bijvoorbeeld niet goed begrijpend lezen.’
|
Les 2:
Mensen leren het meest van mensen
|
Mensen zijn door en door sociale wezens. Ons
individuele model van de wereld ontstaat dan ook vooral in interactie met
anderen. ‘Voor goed onderwijs heb je dus voorbeeldfiguren nodig. iPadscholen
zullen alleen werken als een mens je intrinsiek motiveert om te leren en de
techniek de goede leerkracht bijstaat en niet de leerkracht vervangt. Ouders,
docenten en later in de ontwikkeling leeftijdsgenoten, zijn nodig om je
denken naar een hoger niveau te tillen, dit zei Vygotsky al aan het begin van
de vorige eeuw.’
Digitalisering kan het onderwijs wel beter maken,
vinden de auteurs, omdat het de docent kan helpen een goed beeld te krijgen
van het niveau en de individuele problemen van een kind. En op maat kan
ondersteunen. Kennis staat nooit los van de wereld en je leert veel van fysieke
ervaringen’. Dus ook rekenen tijdens de gymles bijvoorbeeld, en je lijf
gebruiken in de taalles.
|
Les 3:
Context telt net zo hard als het lesje zelf
|
Belangrijk is dat alles er toe doet in onderwijs. De
houding van de docent, de inrichting van de klas, de plaatjes in het
rekenboek, alles wat er gezegd wordt. Alles roept associaties op. Taal
activeert beelden. En die veelheid aan context werkt vaak tegen het leren,
vinden de auteurs. Het lesboek mag veel kaler worden vormgegeven: al die
plaatjes leiden maar af, tenzij ze echt de stof ondersteunen. En de tijd dat
de docent aan het woord is, moet veel korter.
|
Les 4:
Belonen en straffen afschaffen
|
Belonen en straffen moeten eigenlijk beide worden
afgeschaft. Onze intuïtie dat het goed is om een kind te prijzen, klopt niet.
Het maakt de intrinsieke motivatie kapot, concluderen Van der Helden en
Bekkering, het onderzoek overziend. Zo blijkt dat kinderen die na het maken
van een tekening veel geprezen worden, de dagen daarop nog nauwelijks tekenen,
in ieder geval veel minder dan kinderen die geen specifieke feedback krijgen.
Veel leertheorieën zijn gebaseerd op belonen, maar die
kunnen volgens Bekkering beter genegeerd worden. ‘Geef complimenten op inzet
en gedrag en niet over resultaat, want dan houdt het leren op.’
Hetzelfde geldt voor straffen. ‘niet met dat dure
apparaat spelen of dan zwaait er wat’, zal eerder geneigd zijn om er tóch mee
te spelen, het klinkt als een interessant apparaat. Hoort het kind waarvoor
dat apparaat dient dan zal het niet bedenken dat het is om mee te spelen.
Net zo min als opvoeders zouden (digitale) methodes
prestaties moeten belonen. Bekkering ziet het misgaan met zijn eigen zoon die
nu online blind leert typen. ‘Na elke nieuwe prestatie geeft het programma
hem een spelletje. Hij doet zijn oefeningen nu niet meer om te leren typen,
maar om die spelletjes te mogen spelen. Als spieken daarbij helpt dan zal hij
dit niet laten. Zijn motivatie voor snel en goed typen dreigt te verdwijnen.’
|
[ Bron: https://www.ru.nl/nieuws-agenda/nieuws/vm/donders/cognitive-neuroscience/2015-0/vier-lessen-lerende-mens/ ]
dinsdag 18 juni 2019
Meer talentontwikkeling en autonomie
In de laatste jaren staat talentontwikkeling op de agenda
van een toenemend aantal VO scholen. Bijvoorbeeld begaafdheidsprofielscholen,
scholen met specifieke mogelijkheden voor topsport, musici en
dansers, scholen met tweetalig onderwijs, technasia, en scholen met
vwo-plusklassen cq. Da Vinci klassen. Op deze scholen kunnen getalenteerde leerlingen extra
uitdagingen aangaan.
Talentontwikkeling komt vanuit het streven leerlingen te
laten uitstromen naar een plek in het vervolgonderwijs of de arbeidsmarkt waar
zij in staat zijn om maximale prestaties te leveren. Scholen moeten daarvoor een
ambitieuze leercultuur realiseren.
Om de motivatie van leerlingen voor school verder te
bevorderen krijgen leerlingen op de school een programma aangeboden gericht op talentontwikkeling.
Het motiveren van leerlingen begint bij het construeren van een goed
pedagogisch-didactisch klimaat in de klas.
Het motiveren van leerlingen begint bij het opbouwen van
een goede relatie met docent en mentor. Leerlingen moeten zich veilig voelen,
weten dat ze niet bang hoeven te zijn om vragen te stellen en dat het niet erg
is om fouten te maken. De motivatie wordt versterkt door leerlingen hun eigen
leerproces in handen te geven, door differentiatie, door opdrachten te laten
aansluiten bij de leefwereld van de leerlingen en door leerlingen te laten
samenwerken. Kijk niet alleen naar het resultaat, maar juist naar het proces.
Het uitgangspunt van zelfdeterminatietheorie van Deci en
Ryan is dat leerlingen drie basisbehoeften hebben en dat de intrinsieke
motivatie kan worden verhoogd als de docent bij het vorm geven van de
leeromgeving aan die drie basisbehoeften tegemoet kan komen.
De drie basisbehoeften zijn:
Autonomie
|
De vrijheid om een
activiteit naar eigen inzicht uit te voeren.
|
Gevoel van competentie
|
Het vertrouwen in eigen
kunnen.
|
Sociale verbondenheid
|
De behoefte om ergens
bij te horen en zich gewaardeerd, gerespecteerd en verbonden te voelen, zowel
met klasgenoten als met de docent/mentor.
|
Overigens benadrukken we dat die autonomie alleen werkt
als een leerling die ook aankan. Het is belangrijk goed in de gaten te houden
hoeveel vrijheid een leerling aankan en zo nodig aanvullende sturing te bieden.
zondag 16 juni 2019
Evidence-based practice
In het onderwijs is Evidence-based practice sterk in opkomst nadat er methoden en didactieken waren ingevoerd die achteraf niet bleken te werken. Evidence-based werken is het uitvoeren van een handeling op zo'n wijze dat de uitvoering is gebaseerd op de best beschikbare informatie m.b.t. doelmatigheid en doeltreffendheid.
De volgende drie bronnen van informatie zijn derhalve belangrijk binnen de Evidence-based practice:
Er is ook veel kritiek op de Evidence-based practice. De kritiek richting Evidence-based practice houdt in dat binnen Evidence-based werken alleen die interventies genoemd worden die wetenschappelijk bewijs hebben geleverd, waardoor nieuwe, mogelijk beter of tevens werkzame methoden niet toegepast worden.
De volgende drie bronnen van informatie zijn derhalve belangrijk binnen de Evidence-based practice:
1 - Wetenschappelijke 'evidence' (bewijsmateriaal)
|
Informatie uit wetenschappelijke onderzoek en domein, veelal in de vorm van wetenschappelijk getoetste
artikelen in vakbladen of academische databanken.
|
2 - Ervaring, inzicht en
kennis
|
Ervaring en inzicht van
de beroepsbeoefenaar zelf en de kennis van experts binnen het vakgebied.
|
3 - Voorkeuren
|
Informatie en de keuzes van
de gebruiker(s).
|
Er is ook veel kritiek op de Evidence-based practice. De kritiek richting Evidence-based practice houdt in dat binnen Evidence-based werken alleen die interventies genoemd worden die wetenschappelijk bewijs hebben geleverd, waardoor nieuwe, mogelijk beter of tevens werkzame methoden niet toegepast worden.
vrijdag 14 juni 2019
Motivatie is een proces waarbij doelgerichte activiteit wordt gestart en volgehouden
De onderwijspsychologen Dale Schunk, Paul Pintrich en Judith
Meese vatten het begrip motivatie als volgt samen:
People will be motivated to achieve the task they value and that they believe they can achieve - Dale Schunk (2004).
Motivatie is een proces waarbij doelgerichte activiteit wordt gestart en volgehouden.
Het gaat bij motivatie dus op de volgende woorden:
1 - ‘proces’,
2 - ‘doelgericht’,
3 - ‘activiteit’ en
4 - ‘gestart en volgehouden’.
Proces
|
Het gaat om het woord proces omdat motivatie
niet direct geobserveerd kan worden, maar wordt afgeleid uit activiteiten
zoals keuze voor een taak, inspanning en volharding.
|
Doelgericht
|
Het gaat om het woord doelgericht omdat een doel
de aanleiding is voor activiteit en de richting ervan bepaalt.
|
Activiteit
|
Het gaat om het woord activiteit omdat
realiseren van doelen fysieke of mentale activiteit vraagt.
|
Gestart en
volgehouden
|
Het gaat om de woorden gestart en volgehouden
omdat een eerste stap zetten weliswaar moeilijk kan zijn. Echter het
volhouden van een activiteit bepaald of doelen (bijvoorbeeld het slagen voor
een schoolvak of het afronden van een studie) worden gerealiseerd.
|
People will be motivated to achieve the task they value and that they believe they can achieve - Dale Schunk (2004).
Is er sprake van een motivatiegebrek bij de leerling, stel
dan de volgende vragen:
VRAAG 1 - Is de
taak van waarde voor de leerling?
Is deze taak belangrijk voor de leerling? Heeft de docent
vooraf uitgelegd wat het doel is van deze taak? Geef een duidelijke
instructie/uitleg, check wat leerlingen zelf al weten.
Leerlingen krijgen taken die zinvol zijn, gemeten aan hun ontwikkelingsniveau om de angst voor falen te verminderen.
Leerlingen krijgen taken die zinvol zijn, gemeten aan hun ontwikkelingsniveau om de angst voor falen te verminderen.
VRAAG 2 - Mogen leerlingen
zelf keuzes maken?
Heeft de leerling de mogelijkheid gehad om taken te
kiezen die hem ook iets opleveren? Geef leerlingen de ruimte om opdrachten op
hun eigen manier te maken. Waar mogelijk aan te sluiten bij eigen interesses
van leerlingen en een actieve leerhouding te stimuleren. Leerlingen aan te
moedigen in groepen naar eigen keuze te werken en de leerlingen uit te nodigen om
kritisch en creatief na te denken over opdrachten. Zelfwerkzaamheid en keuzevrijheid verhoogt de kans dat de leerling gaat kiezen om over te gaan tot meer moeilijke taken.
VRAAG 3 - Geven we
de leerling een competent gevoel?
Is het niveau van de taken afgestemd op de mogelijkheden en
competenties van de leerling? Laat leerlingen reflecteren op wat ze hebben geleerd
en stel vragen aan de leerlingen. Aan te geven wat er van leerlingen wordt
verwacht en hoe ze dat kunnen bereiken. De taken moeten echter niet te gemakkelijk zijn, omdat dit de tevredenheid of de waarde van de taak vermindert. Herhaald succes bouwt aan de perceptie van competentie van de leerling.
woensdag 12 juni 2019
Systeem 1 en 2 – onbewust en bewust - Daniel Kahneman
Aan de hand van een aantal voorbeelden laat de
Israëlisch-Amerikaanse psycholoog en Nobelprijswinnaar Daniel Kahneman in zijn boek 'Thinking, Fast
and Slow' (Nederlandse vertaling 'Ons feilbare denken') zien hoe ons verstand
ons in de maling kan nemen.
Samenwerkend leren
Als systeem 1 en systeem 2 samenwerken, zijn het krachtige bondgenoten. Dan werkt ons brein het meest efficiënt en is het tot de krachtigste vondsten in staat. In het onderwijs zouden leerlingen veel complexe taken moeten uitvoeren, waarbij ze zowel hun systeem 1 (intuïtie, ervaringsgebaseerd handelen) en hun rationele systeem 2 moeten gebruiken. En dan liefst samen met andere leerlingen en de leerkracht. Samenwerkend leren heeft wellicht zo’n sterke impact op leren omdat het ons helpt om uit onze eigen stereotiepe beelden en denkcirkeltjes te breken.
Leerlingen zouden moeten weten hoe hun brein werkt. Het kan hen helpen om snelle, emotionele beslissingen te ontmaskeren, snelle vooroordelen te doorprikken, problemen op een rationele manier te benaderen, en vooral minder snel harde (en onomkeerbare) oordelen over anderen te vellen. Of over zichzelf.
Klik voor meer informatie op de volgende link :
https://robsegers.blogspot.com/2014/05/hoe-mensen-in-situaties-van-onzekerheid.html
Kahnemans boodschap is ga nooit af op je gevoel, zeker
niet als je belangrijke beslissingen hebt te nemen. Gevoelens zijn namelijk notoir
onbetrouwbaar. Maar wantrouw ook wat je als je gezonde verstand beschouwt. Wij
zijn namelijk veel minder redelijke wezens dan we in onze hoogmoed geneigd zijn
te geloven. Ook onze rationaliteit verdient permanente scepsis.
De psycholoog Daniel Kahneman komt met een heel eigen benadering
van ‘bewust’ en ‘onbewust’. Kahneman verdeelt ons geestelijke leven in twee
systemen.
Systeem 1 = intuïtie
= onbewust
|
Systeem 2 = analyse =
bewust
|
Het eerste systeem is
snel, reflexmatig, halfbewust, ‘intuïtief’ en evolutionair oud. Het is dit
systeem dat je in staat stelt om te lopen, te kauwen en weg te springen van
een aanstormende auto.
Het eerste systeem reageert op
indrukken, legt razendsnel causale verbanden, ook als ze er niet zijn. Dit eerste
systeem heeft de neiging om van alles wat er gebeurt meteen een coherent
verhaal te maken, met een kop en een staart.
|
Het tweede systeem is
evolutionair jonger, het is traag, het gaat niet langs gebaande paden, het
doet z’n werk met moeite, het voert een uitdrukkelijke bezigheid uit en het
onderscheidt ons waarschijnlijk van dieren.
Systeem 2 is in staat tot reflectie,
argumentatie, gedraagt zich voorzichtiger, rustiger, wil best langer
nadenken. Helaas is het tweede systeem ook aartslui. Het kiest dikwijls de
weg van de minste weerstand, neemt maar al te graag klakkeloos over wat systeem
1 hem tracht wijs te maken. Het is vóór alles gesteld op 'cognitief gemak'.
|
Een voorbeeld:
Je wandelt naast je
vriendin door een drukke winkelstraat. Systeem 1 helpt je uit te wijken voor
tegemoetkomende voetgangers terwijl je tegen je vriendin aardige dingen zegt
over het zonnige weer.
|
Een voorbeeld
Onverwacht vraagt je
vriendin: ‘Hoeveel is 13x34?’ Wat is nu het eerste dat je doet? Je gaat
stilstaan. Probeer dit maar eens uit in een echte situatie. De uitkomst is
vrijwel altijd raak. Voor 13x34 heb je niks aan systeem 1, nu moet systeem 2
in actie komen en dat kost nadrukkelijke moeite.
|
Samenwerkend leren
Als systeem 1 en systeem 2 samenwerken, zijn het krachtige bondgenoten. Dan werkt ons brein het meest efficiënt en is het tot de krachtigste vondsten in staat. In het onderwijs zouden leerlingen veel complexe taken moeten uitvoeren, waarbij ze zowel hun systeem 1 (intuïtie, ervaringsgebaseerd handelen) en hun rationele systeem 2 moeten gebruiken. En dan liefst samen met andere leerlingen en de leerkracht. Samenwerkend leren heeft wellicht zo’n sterke impact op leren omdat het ons helpt om uit onze eigen stereotiepe beelden en denkcirkeltjes te breken.
Leerlingen zouden moeten weten hoe hun brein werkt. Het kan hen helpen om snelle, emotionele beslissingen te ontmaskeren, snelle vooroordelen te doorprikken, problemen op een rationele manier te benaderen, en vooral minder snel harde (en onomkeerbare) oordelen over anderen te vellen. Of over zichzelf.
Klik voor meer informatie op de volgende link :
https://robsegers.blogspot.com/2014/05/hoe-mensen-in-situaties-van-onzekerheid.html
Labels:
bewust,
Kahneman,
onbewust,
systeem 1 en 2,
Tversky en Kahneman
dinsdag 11 juni 2019
Een succesvolle verandering – Tim Knoster en Mary Lippitt
Wie iets wil verbeteren, wil iets veranderen. Hoe zorg je er dan voor dat je (school)organisatie kan veranderen en verbeteren? Aan welke voorwaarden moet dan worden voldaan?
Tim Knoster en Mary Lippitt introduceerden een model voor het managen van complexe verandering. Volgens Knoster en Lippitt zijn er zes variabelen cruciaal om succesvol te veranderen: visie, vaardigheden, prikkels, middelen, een (actie)plan en consensus. Ontbreekt (aandacht voor) één van de zes factoren, dan is de verandering gedoemd te mislukken.
Volgens het onderstaande model van Knoster en Lippitt zijn er zes elementen die in balans moeten zijn wil je als organisatie in staat zijn te veranderen en verbeteren.
Groei en verandering kan alleen worden gerealiseerd wanneer de visie vanuit het management helder is vertaald in doelstellingen voor alle teams opdat resultaten en successen worden gedeeld, er een structuur is waarin taken, bevoegdheden en verantwoordelijkheden voor iedereen helder zijn, mensen zich kunnen blijven ontwikkelen, een cultuur heerst van vertrouwen, waardering, eigenaarschap en aanspreken en waar er voldoende ondersteunende middelen aanwezig zijn zodat mensen hun werk goed kunnen uitvoeren.
Zie voor meer informatie de volgende link:
http://www.construx.com/uploadedfiles/resources/slides/McConnell-AgileTransformation.pdf
Tim Knoster en Mary Lippitt introduceerden een model voor het managen van complexe verandering. Volgens Knoster en Lippitt zijn er zes variabelen cruciaal om succesvol te veranderen: visie, vaardigheden, prikkels, middelen, een (actie)plan en consensus. Ontbreekt (aandacht voor) één van de zes factoren, dan is de verandering gedoemd te mislukken.
Volgens het onderstaande model van Knoster en Lippitt zijn er zes elementen die in balans moeten zijn wil je als organisatie in staat zijn te veranderen en verbeteren.
Groei en verandering kan alleen worden gerealiseerd wanneer de visie vanuit het management helder is vertaald in doelstellingen voor alle teams opdat resultaten en successen worden gedeeld, er een structuur is waarin taken, bevoegdheden en verantwoordelijkheden voor iedereen helder zijn, mensen zich kunnen blijven ontwikkelen, een cultuur heerst van vertrouwen, waardering, eigenaarschap en aanspreken en waar er voldoende ondersteunende middelen aanwezig zijn zodat mensen hun werk goed kunnen uitvoeren.
Zie voor meer informatie de volgende link:
http://www.construx.com/uploadedfiles/resources/slides/McConnell-AgileTransformation.pdf
Abonneren op:
Posts (Atom)