maandag 29 juni 2015

Directe instructiemodel

Het Directe instructiemodel bezit elementen van de cognitieve psychologie en het behavioristische denken. De cognitieve psychologie toont aan dat kinderen effectief leren als zij nieuwe informatie kunnen verbinden aan aanwezige kennis.

Kenmerken van het directe instructiemodel zijn:
  • Basiskennis en -vaardigheden op een krachtige wijze ontwikkelen.
  • Aansluiten op het individueel tempo van de leerling.
  • Duidelijke doelen stellen.
  • Een heldere leerstofopbouw.
  • Directe feedback geven.


Het directe instructiemodel bestaat uit zes verschillende fasen:

Fase 1 - De terugblik
Elke les(uur) start de docent met het terugblikken op de leerstof van de vorige les en/of met het ophalen van voorkennis.

Fase 2 - De presentatie
Deze fase begint met een overzicht wat je deze les wilt bereiken. Daarna introduceert de docent de nieuwe stof stapsgewijs, met gebruik van voorbeelden. Hij controleert regelmatig of de leerlingen de stof begrijpen.

Fase 3 – (In)oefening
Tijdens het begeleidt inoefenen stelt de docent veel vragen. Hij let op of alle kinderen betrokken blijven. Hij probeert hoge successcores te halen, van zo’n 75 à 80 %. Dat bevordert het zelfvertrouwen. Lage scores frustreren, te hoge scores vervelen.

Fase 4 - Individuele verwerking
De leerlingen verwerken de leerstof zelfstandig. De docent creëert een leeromgeving waarin de leerlingen hun leertijd effectief gebruiken. Hij controleert het leerlingenwerk zo snel mogelijk, zodat hij direct feedback kan geven op hun werk.

Fase 5 - Periodieke terugblik
Bijvoorbeeld na elk leerstofonderdeel of een keer per week.

Fase 6 - Terugkoppeling
De docent geeft veel feedback, vooral procesfeedback. Zet de leerling aan het denken: Hoe komt het dat dit goed/fout ging? De leerkracht moedigt veel aan.


Welke mogelijkheden voor differentiatie biedt het directe instructiemodel?

Directe instructie
Handelen van de leraar
Mogelijkheden voor differentiatie
0 Les voorbereiden
Vaststellen heldere en betekenisvolle doelen en succescriteria Ontwikkelen en plannen van leeractiviteiten
Op basis van de doelen en succescriteria mogelijkheden voor differentiatie vaststellen, afgestemd op de onderwijsbehoeften van de leerlingen

1a Aandacht op de doelen van de les richten
Lesdoelen communiceren in taal van de leerlingen en betekenis geven aan de doelen
Voor enkele leerlingen aangepaste/aanvullende doelen opstellen

1b Aansluiten bij voorkennis
Beginsituatie in beeld krijgen door vragen stellen of korte opdracht
Ontbrekende voorkennis aanvullen door ondersteunend materiaal of extra instructie

2 Leerlingen voorzien van informatie en voordoen van de belangrijkste elementen van het leren
Geven van effectieve instructie
Aanpassen van instructie voor leerlingen (verlengen, verkorten)
3 Nagaan of de belangrijkste begrippen en vaardigheden zijn overgekomen
Vragen stellen, kleine opdracht geven en feedback geven
Vragen en/of opdrachten onderscheiden naar verschillende niveaus van (voor)kennis en vaardigheden van leerlingen

4 Instructie geven op zelfwerkzaamheid van leerlingen
Instructie over de taak en succescriteria aanreiken
1 Verschillende leertaken hanteren (bijvoorbeeld extra leertaak of leertaken met verschillend niveau) 
2 Leertaken voorzien van meer/minder ondersteunend materiaal

5 Leerlingen voorzien van geleide of zelfstandige oefening en het begeleiden van de leerlingen daarbij
Feedback geven op leerdoelen en uitvoering van de leertaak
1 Variëren in feedback afhankelijk van het niveau van de leerling 
2 Extra instructie aan een subgroep

6 Evaluatie van de les op kernbegrippen
Nagaan wat leerlingen hebben geleerd
Extra aandacht voor zwakke leerlingen en bij goede leerlingen voldoende uitdaging



Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen