vrijdag 5 april 2019

Keuzes maken voor een beter onderwijs

Scholen willen leerlingen onderwijs bieden dat kansen biedt voor hun toekomst. Scholen maken daarbij verschillende onderwijskundige keuzes.

Scholen maken nationaal en internationaal steeds dezelfde onderwijskeuzes. 
Deze keuzes zijn te groeperen in een viertal domeinen:

Authentiek leren:
Leerlingen leren beter in situaties dichtbij de werkelijkheid, omdat de leerinhoud relevant is.

Flexibel leren:
Het onderwijsaanbod past beter bij wat een specifieke leerling op een specifiek moment nodig heeft.

Inzicht in leren:
Leraren, leerlingen en ouders volgen beter hoe en wat leerlingen leren, in plaats van alleen naar resultaten te kijken.

Inzet op vaardigheden:
Leerlingen zijn beter voorbereid op het leren, leven en werken van de toekomst, rekening houdend met de balans tussen kennis, houding en vaardigheden.


Bij het uitvoeren van onderwijsvernieuwing loopt men tegen diverse vraagstukken aan:
- Innoveren op basis van wetenschappelijke inzichten of durven ze te experimenteren?
- Hoe intensief willen scholen leerlingen volgen? Weinig of veel monitoren?
- Hoe moet de verhouding zijn tussen digitaal en niet-digitaal?
- Centraal of decentraal?

Die tegenstellingen maken gesprekken op scholen vaak ingewikkeld. In realiteit gaat het echter niet om contrasten, maar juist om een spectrum waarop elke school, in zijn eigen perspectief, zijn eigen positie bepaalt.

donderdag 4 april 2019

De leergerichte aanpak - gericht op inzet en vooruitgang

Gericht op je eigen leerproces
Toetsen nemen nog steeds een belangrijkere plek in binnen het onderwijs. Er is sprake van een toetsgerichte cultuur. Door alle toetsen en het belang dat eraan gehecht wordt, raken leerlingen veelal op het eindresultaat gefocust, en minder op het leerproces.

Bij een leergerichte aanpak wil men af van deze nadruk op de vergelijking met anderen. Leerlingen met prestatiedoelen zijn gericht op het presteren in vergelijking met anderen. Leerlingen die leerdoelen hanteren, presteren over het algemeen beter.


De leergerichte aanpak komt voort uit de prestatiedoelentheorie (PDT) . Deze motivatietheorie houdt zich bezig met de redenen waarom leerlingen leren en zich inzetten.

De prestatiedoelentheorie (PDT) maakt onderscheid tussen leerdoelen en prestatiedoelen.

Leerdoelen
Leerlingen met leerdoelen zijn gericht op hun eigen leerproces.

Prestatiedoelen
Leerlingen met prestatiedoelen zijn gericht op het presteren in vergelijking met anderen.


Het gebruik van leerdoelen wordt gestimuleerd door een leergerichte aanpak te hanteren. In deze aanpak wordt uitgegaan van het leerproces, de getoonde inzet en de individuele vooruitgang van een leerling. Toetsen worden gezien als middel om het leerproces van het individu inzichtelijk te maken. Daarnaast worden ook andere vaardigheden en eigenschappen van een leerling in kaart gebracht waardoor de leerling meer inzicht krijgt in zijn eigen ontwikkeling.


Doeloriëntatie
Doeloriëntatie houdt in dat mensen verschillende motieven kunnen hebben om een bepaald doel te bereiken (Dweck, 1986).

Bij het stellen van leerdoelen kan men deze richten op zichzelf (‘mastery’ oriëntatie, gericht op het ontwikkelen van kennis en vaardigheden) of op anderen (‘performance’ oriëntatie, gericht op beter presteren dan anderen), waarbinnen men zich kan richten op het behalen/verkrijgen van succes (approach) dan wel op voorkomen van falen (Elliot & McGregor, 2001).

Daarnaast kan men ook als oriëntatie hebben een doel te bereiken door zo min mogelijk inspanning te hoeven leveren (Harackiewicz, Durik, Barron, Linnenbrink-Garcia, & Tauer, 2008).


De structuur van doeloriëntaties

Waarde
Normatief
(gericht op de ander)
Intrapersoonlijk
(gericht op zelf)
Positief/succes
Prestatiestreefdoel (performance-approach)



Doel:
Beter presteren dan anderen

Gedragingen:
-Zelf effectiviteit laag
Leerstreefdoel
(mastery-approach)



Doel:
Beheersen van de stof

Gedragingen:
-Zelf effectiviteit hoog
-Veel strategieën bij het oplossen van een
probleem
Negatief/falen
Prestatievermijddoel(performance-avoidance)



Doel:
Slechter presteren dan
anderen vermijden

Gedragingen:
-Minder moeite doen bij falen
-Zelf effectiviteit laag
-Falen komt door
gebrek aan vaardigheid
Leervermijddoel
(mastery-avoidance)



Doel:
Niet beheersen van de stof vermijden

Gedragingen:
-Faalangst
-Uitstelgedrag
-Zelf effectiviteit hoog
-Lage zelfstandigheid
-Hogere emotionaliteit


Maak gebruik van een logboek of portfolio voor inzicht in eigen leerproces
Door met een portfolio of een logboek te werken wordt de ontwikkeling van de individuele leerling inzichtelijk te maken voor de leerling zelf, voor zijn ouders en voor de docenten. Aan de hand van een portfolio laat de leerling zien wat hij gedaan en geleerd heeft (bijv. tekeningen, verslagen, foto’s, werkbladen en brieven). Het is het concrete resultaat van een denk- en redeneerproces waarin leerlingen (on)bewust bezig zijn met hun eigen ontwikkelproces, ambities, talenten en gevoelens.

Door te werken met het portfolio of een logboek ontwikkelt een leerling een beeld van zijn eigen leerproces. Door het selecteren en bewaren van werk denkt de leerling zelf na over zijn werk, reflecteert hij op zijn eigen leerproces. Op basis van deze reflecties kan een leerling mogelijk nieuwe leeractiviteiten en -doelen plannen.


Werken met portfolio’s of een logboek nodigt uit tot interactie tussen leerling en docenten en tussen leerlingen onderling. Leerlingen en docenten worden uitgedaagd te onderhandelen, argumenten uit te wisselen, elkaars standpunten en opvattingen te leren kennen en begrijpen. Dit draagt bij aan een school als community waarin leerlingen en docenten van elkaar leren.

woensdag 3 april 2019

Praktijkprincipes bij het motiveren van leerlingen





Vanuit wetenschappelijk onderzoek naar het motiveren van leerlingen met verschillende achtergronden zijn een negental praktijkprincipes geformuleerd.

Autonomie ondersteunend lesgeven
Geef betekenisvolle uitleg en sluit aan bij de belevingswereld van leerlingen.

Geef betekenisvolle uitleg over het belang van het uitvoeren van gegeven opdrachten. Sluit aan bij belangrijke thema’s in hun leven nu en in de toekomst.

Gebruik informatieve taal in plaats van dwingende taal.

Instrueer de leerlingen door informatieve, niet-dwingende taal te gebruiken, in plaats van woorden als “moeten” of bevelen.

Bied betekenisvolle keuzes.

Geef leerlingen de mogelijkheid om te kiezen, bijvoorbeeld om deel te nemen aan de instructie, keuzes in opdrachten, partner, volgorde, tijdstip, werkplek, methode van aanpak of manier van uitwerken.

Verplaats je in de leerlingen en erken weerstanden.

Vraag naar de wensen en meningen van leerlingen. Erken weerstanden en probeer je in te leven in het perspectief van leerlingen.

Leergerichte aanpak

Leg geen nadruk op cijfers. Gebruik toetsen en cijfers als middel om te reflecteren.

Laat het cijfer niet het doel op zich zijn, maar gebruik toetsen als middel om te reflecteren.

Richt je op de individuele vooruitgang en inzet van leerlingen.

Breng de werkhouding/inzet van leerlingen aan de orde in plaats van hun prestaties en refereer aan individuele vooruitgang.

Structuur en vertrouwen bieden

Bied structuur op autonomie-ondersteunende wijze.

Communiceer duidelijke verwachtingen, hanteer deze consequent en bied inhoudelijke ondersteuning. Door tegelijkertijd keuzes te bieden en de relevantie uit te leggen wordt structuur autonomie-ondersteunend.

Ga er vanuit dat elke leerling, ongeacht zijn of haar achtergrond, gemotiveerd is.

Benader leerlingen vanuit het idee dat iedereen van nature nieuwsgierig is en nieuwe dingen wil leren.

Differentieer in de mate van structuur die je biedt.

Iedere leerling heeft baat bij autonomie-ondersteuning, maar de ene leerling heeft meer houvast nodig dan de andere leerling. Varieer daarom in de mate van structuur.


Lees ook het interessante document "Motiverend lesgeven - Handleiding voor docenten": 
https://www.uu.nl/sites/default/files/motiverend_lesgeven_handleiding.pdf

maandag 1 april 2019

Verander je taal van een fixed mindset naar een growth mindset

Een growth mindset is het mooiste dat je leerlingen kunt meegeven. Dat vergroot de kansen van de leerlingen op succes. Als leerlingen leren belangrijk vinden, meer inzet tonen en verantwoordelijkheid nemen om zichzelf te ontwikkelen tot wie ze willen zijn, komt dat de leerlingen als hun docent ten goede. Niets zo fijn voor een docent als gemotiveerde leerlingen.

Fixed mindset

Growth mindset

Personen met een fixed mindset hebben het idee dat intelligentie onveranderlijk is. Vinden het belangrijk om te laten zien dat ze slim zijn en willen ook graag zo overkomen. Vermijden daarom uitdagingen en willen graag alleen dat doen waarvan ze zeker weten dat ze het kunnen. Als iets moeilijk is, worden zij erg onzeker en angstig.


Personen met een growth mindset gaan ervan uit dat je je eigen intelligentie kunt ontwikkelen door bij te leren. Willen graag bijleren en vinden het niet erg om te laten merken dat ze iets nog niet weten. Uitdagingen maken dat zij hard gaan werken en blijven doorzetten. Hierdoor voelen zij zich slim.


De growth mindset kan ook in de taal van de leerlingen en de docent terugkeren. Vaak gebruik je bijna onbewust een fixed mindset of een growth mindset in je spreekwoorden, gezegden en uitspraken.
Verander je taal en je feedback dus van een fixed mindset naar een growth mindset.

Naar een growth mindset in spreekwoorden, gezegden en uitspraken. Hoe doe je dat? Ben je jezelf bewust van de verschillende mindsets. Let maar eens op de onderstaande uitspraken.

Fixed mindset

Growth mindset
Ik heb een domme fout gemaakt.
Fouten helpen me verbeteren.
Het gaat me nooit lukken.
Ik ben op de goed weg.
Ik kan er toch niks aan doen.
Wat zie ik nu niet?
Het is wel mooi zo.
Is dit echt het beste dat ik kan?
Ik ben hier niet zo goed in.
Ik pas geleerde strategieën toe.
Ik geeft het op.
Ik blijf het proberen.
Ik zal nooit zo goed zijn als …
Ik wil net zo goed worden als …


De fixed mindset en de growth mindset zijn sterk verweven in onze cultuur. Kijk maar naar de lijst van de volgende spreekwoorden en gezegden:

Fixed mindset

Growth mindset

Dat is de aard van het beestje
Al doende leert men
De kop in het zand steken
Bergen kunnen verzetten
Aan mijn lijf geen polonaise
De dood of de gladiolen
De kous op de kop krijgen
De koe bij de horens pakken
De handdoek in de ring gooien
De kroon spannen
Je ergens met een jantje-van-leiden van afmaken
De laatste loodjes wegen het zwaarst
Met de Franse slag
De puntjes op de i zetten
Ergens als een berg tegen opzien
Door de zure appel heen bijten
Een zware dobber aan iets hebben
Driemaal is scheepsrecht
Er de kantjes vanaf lopen
Ergens een mouw aan passen
Nattevingerwerk
Ergens een puntje aan kunnen zuigen
Je gedeisd houden
Het koste wat het kost
Voor spek en bonen meedoen
In de roos schieten
Eieren voor zijn geld kiezen
Je moet het ijzer smeden als het heet is
De kruik gaat zo lang te water tot hij barst
Niet bij de pakken neerzitten
Dat gaat me boven de pet
Oefening baart kunst
Met kunst- en vliegwerk
Pal staan voor iets
Ergens met de pet naar gooien
Waar een wil is, is een weg

Ouderbijdrage

De berichtgeving over de ouderbijdrage in het tweetalig onderwijs zal u niet ontgaan zijn. Minister Slob heeft in reactie op een onderzoek naar de kosten rond tweetalig onderwijs (TTO), aangegeven dat het niet (kunnen) betalen van de ouderbijdrage in de toekomst geen reden mag zijn om leerlingen uit te sluiten. Voor het tweetalig onderwijs, technasia en LOOT en de bekostiging van devices is dit een zorgelijke ontwikkeling.


Ouderbijdrage altijd vrijwillig
Scholen mogen een vrijwillige ouderbijdrage vragen om extra activiteiten en programma’s zoals tweetalig onderwijs te organiseren, maar het niet betalen van deze bijdrage mag nooit leiden tot uitsluiting, schrijven de ministers Slob en Van Engelshoven in een brief aan de Tweede Kamer naar aanleiding van de Schoolkostenmonitor 2018/2019. De VO-raad steunt dit uitgangspunt, maar bepleit dit niet toe te passen op verrijkende onderwijsprogramma’s als tweetalig onderwijs en technasia en op de financiering van digitale leermiddelen, zolang aanvullende middelen hiervoor ontbreken. Scholen moeten duidelijk communiceren dat de ouderbijdrage altijd vrijwillig is en dat scholen ouders hierover duidelijk moeten informeren.

Kansengelijkheid versus rijk gevarieerd onderwijsaanbod
Er is sprake van een lastig dilemma tussen kansengelijkheid aan de ene kant en het in stand houden van een rijk gevarieerd onderwijsaanbod aan de andere kant. De leden van de VO-raad hebben tijdens de Algemene Ledenvergadering van november 2018 twee afspraken geformuleerd: scholen moeten duidelijk communiceren dat de ouderbijdrage vrijwillig is, conform de wettelijke bepalingen hierover, en het niet betalen van de vrijwillige ouderbijdrage mag geen reden zijn voor uitsluiting van activiteiten die onder verantwoordelijkheid van de school worden georganiseerd. Twee zaken zijn echter buiten de afspraken gehouden: onderwijsinhoudelijke programma’s als tweetalig onderwijs, technasia en LOOT en de bekostiging van devices.

Twee grote knelpunten
De Algemene Ledenvergadering constateerde daarnaast dat de sector aanloopt tegen twee grote knelpunten waar een oplossing voor moet komen. Om eigentijds onderwijs en maatwerk te kunnen bieden gaan steeds meer scholen (deels) over op digitaal onderwijs. Tablets en laptops zijn, naast schoolboeken, niet meer weg te denken uit de meeste scholen. Deze apparatuur is voor de wet echter geen leermiddel, waardoor deze niet bekostigd wordt vanuit de overheid. Vaak wordt vanuit scholen een beroep gedaan op ouders om bij te dragen aan de kosten. De ALV roept de minister op te regelen dat laptops en tablets, net als boeken, erkend worden als leermiddelen en kosteloos ter beschikking gesteld worden aan leerlingen/ouders.

Aandacht voor extra onderwijsprogramma’s
Ook vragen de leden van de VO-raad met nadruk aandacht voor extra onderwijsprogramma’s zoals Tweetalig onderwijs (TTO), Technasium en LOOT voor topsporttalenten, die steeds vaker door scholen worden aangeboden en een verrijking vormen voor leerlingen. Scholen zijn bij deze programma’s vaak aangewezen op de bijdragen van ouders omdat deze niet bekostigd worden door de overheid, maar wel veel kosten met zich meebrengen. De scholen zijn bang dat zonder aanvullende investeringen vanuit de overheid het onderwijs voor leerlingen zal verschralen.

Brede brugklassen en overgang naar vo
In het debat werd ook stilgestaan bij brede brugklassen. Veel fracties bepleitten het nut van brede brugklassen in het kader van kansengelijkheid. Minister Slob noemde een lichte groei van het aantal brugklassen en werkt aan voldoende regionaal dekkend aanbod van brede brugklassen. Over de overgang van po-vo en de volgorde van eindtoets en advies spreekt de minister nog met partijen. Voor de zomer komt de minister met de eindevaluatie wet PO.

zaterdag 30 maart 2019

Carol Dweck responds to recent criticisms of growth mindset research

A growth mindset is the belief that intellectual abilities are not fixed, but can be developed. Do students who are taught a growth mindset earn higher grades and test scores?

Brooke Macnamara and her colleagues, who conducted a meta-analysis of growth mindset interventions, found that when students were taught a growth mindset, they showed significantly higher achievement. But Macnamara believes that the effects of these programs or interventions, while statistically significant, are too small to be practically meaningful.

My colleagues and I, along with educational evaluation experts, economists and the World Bank, disagree.

You’re probably thinking that of course I would say the effects of growth mindset intervention are meaningful since my research is what led to their creation.

Yet our disagreement with Macnamara rests on exactly what one considers to be a meaningful effect size for an educational intervention. An effect size is a way to standardize treatment benefits across very different outcomes, like test scores and grade point averages.

Macnamara states that the average or typical effect size for an educational intervention is .57. In the case of grade point averages, this would mean that students in a typical intervention group would have grades that are about .57 points higher than a control group on a 4.0 scale.

Effects on grades
Looking closely at this literature, however, we found that most of the studies that yielded this .57 effect size did not examine effects on actual grades and standardized test scores at all. They often looked at performance on a quiz given minutes after students were taught something.

The right comparisons for the growth mindset interventions are educational interventions that looked at effects on actual grades and major test scores. As the examples below show, an effect size of .20 for grades or test scores within a school year is about the best you can expect. This is true of even the most costly and comprehensive programs – and especially for adolescents, the age group for which most growth mindset interventions take place.

For example, smaller class sizes for all the elementary schools in a state had an effect size of .20. In fact, a whole year of school learning from grade 9 to grade 10 yields an effect size of about .20 across subjects, as measured by standardized tests. A whole year with a good teacher, as opposed to an average teacher, usually yields an effect size of about .20.

Based on a search of the What Works Clearinghouse, a government site that reviews high-quality research on educational interventions, there are almost no rigorously evaluated interventions with significant effects on high school students’ achievement. One of the most highly regarded of the few successful programs for high school students is a literacy program for at-risk 9th grade readers, with an effect size of .06 and a cost of almost US$2,000 per student.

Sue Dynarski, a leading educational economist, says that in real-world settings, an effect size of .20 is “a large effect.”

The effect size that Macnamara reports for growth mindset interventions is .19 for students at risk for low achievement – that is, for the students most in need of an academic boost. When you include students who are not at risk or are already high achievers, the effect size is .08 overall. These effects don’t look so small when you use the right comparisons. But there’s more.

Inexpensive and efficient
Many growth mindset interventions last about an hour and cost less than $1 per student. They are delivered directly to students and do not change anything about the teacher, classroom or school. And yet they provide a reasonable chunk of the effects delivered by more extensive and costly interventions, even many of the best-in-class school reforms – such as smaller classes or better teachers.

Direct-to-student interventions are just one way to address students’ mindsets. Colleagues at the University of Washington and Indiana University are now building a curriculum to help teachers implement growth mindset practices in their classrooms. This will take us closer to understanding the true potential of growth mindsets to enhance students’ learning.

Our interventions for students are available to educators at no cost. The teacher curriculum, when fully developed and fully tested, will be as well. It should be noted that I have no financial relationship with any entity that sells mindset-related products.

Approaches to cultivating a growth mindset are in their infancy. Much remains to be learned. In pursuit of this knowledge, my colleagues and I have just completed a nationwide study of mindset interventions, examining where they work best and how they can be made better. We believe the most exciting part of our scientific journey is just beginning.

Complimenten die het zelfvertrouwen versterken

Als je leerlingen wilt aanmoedigen om uitdagende taken te proberen, om door te zetten als het tegenzit, en om te leren van fouten, dan kunt u complimenten het best richten op het proces, niet op de persoon.



Gerichte feedback geven op het proces is goed voor het zelfvertrouwen van een leerlingen:

1. complimenteren met hoe de leerling aan zijn opdracht heeft gewerkt,
2. waardering uitspreken voor de goede werkhouding en
3. vragen hoe de leerling het voor elkaar heeft gekregen dat de opdracht goed is gelukt.

Het ene compliment is het andere niet. Niet alle complimenten geven leerlingen meer zelfvertrouwen. Sterker nog, sommige complimenten werken averechts.

Complimenten zijn gericht op het proces:

Complimenten zijn gericht op de persoon:
Hoe leerlingen tot een bepaalde uitkomst zijn gekomen, hoeveel moeite ze ergens voor hebben gedaan of welke strategieën ze hebben gebruikt.

Voorbeelden zijn:
-Wat heb je hard gewerkt!
-Wat heb je goed nagedacht over deze oplossing!

Deze complimenten geven leerlingen het idee dat ze hun vaardigheden kunnen ontwikkelen en verbeteren.

Dit wordt een ‘growth mindset’ genoemd.
Leerlingen met deze mindset zoeken naar uitdagende taken, omdat ze hiervan kunnen leren.

Als de leerlingen een taak moeilijk vinden, blijven ze doorzetten tot het is gelukt. En als ze falen, dan denken ze: de volgende keer zal ik beter mijn best doen of zal ik het anders aanpakken.

Op de vaardigheden en talenten van leerlingen.

Voorbeelden zijn:
-Wat ben je slim!
-Wat kun je goed rekenen!

Deze complimenten geven leerlingen het idee dat hun vaardigheden vaststaan. Je kunt het, of je kunt het niet, en daar kun je niks aan veranderen.

Dit wordt een ‘fixed mindset’ genoemd.
Leerlingen met deze mindset durven geen uitdagende taken te doen, omdat ze bang zijn om te falen en erachter te komen dat ze iets niet zo goed kunnen.

Als de leerlingen een taak moeilijk vinden, geven ze snel op, omdat ze denken dat ze het toch niet kunnen. En als ze falen, dan denken ze: ik kan het niet…


Als je leerlingen wilt aanmoedigen om uitdagende taken te proberen, om door te zetten als het tegenzit, en om te leren van fouten, dan kunt je complimenten het best richten op het proces, niet op de persoon.


Het ontwikkelen van een groeimindset
We kunnen leerlingen helpen bij het ontwikkelen van een groeimindset. Bedenk wel dat de overgang van een vaste naar een groeimindset niet eenvoudig is. Alles wat de leerling eerder het liefst vermeed, zoals uitdagingen aangaan, fouten maken en inspanningen leveren, moet hij nu ineens omarmen. Dat is best spannend en daarom kan een leerling hulp goed bij gebruiken.

Om deze hulp vorm te geven maken we gebruik van de volgende vijf stappen.
1. Focus op het proces
2. Focus op inspanning
3. Focus op groei
4. Focus op leren
5. Focus op het leren van fouten

1. Focus op het proces
Maak punten en resultaten minder belangrijk en richt je op het proces dat het kind doormaakt. Prijs doorzettingsvermogen, de aanpak van de leerling en zijn inzet. ‘Jammer dat je niet tevreden bent met die 6 voor dat vak op je rapport. Want kijk eens: je hebt een “goed” voor inzet! Ik ben hartstikke trots op je!’ Vraag de leerling regelmatig wat hij/zij geleerd heeft en laat hem/haar vertellen hoe hij/zij dat voor elkaar heeft gekregen.
2. Focus op inspanning
Maak de leerling duidelijk dat het er niet om gaat de beste, de snelste of de slimste te zijn, maar dat het gaat om de inspanning die je levert om iets te bereiken. Richt je complimenten op hard werken en  oefenen: ‘Als je net zo hard blijft oefenen als vandaag, dan zul je zien dat je dit muziekstuk steeds beter gaat spelen!’ Zorg ervoor dat de leerling op school lesstof krijgt die is afgestemd op zijn niveau, zodat hij dagelijks kan ervaren dat het leveren van inspanningen noodzakelijk is om verder te komen. Vertel waar jijzelf moeite voor hebt moeten doen en wat je daarmee hebt bereikt.
3. Focus op groei
Laat de leerling zien dat je gelooft in de groeimogelijkheden van talenten en intelligentie en laat de leerling zijn eigen groei ervaren: ‘Jammer dat je de toets niet hebt gehaald, maar kijk eens: vorige keer had je er 8 goed en nu 15! Zie je hoe je vooruit bent gegaan door extra hard te oefenen?’ Zorg dat de leerling zich niet vergelijkt met anderen, maar zich richt op het verbeteren van zichzelf en het behalen van zijn eigen doelen. En natuurlijk: ‘vier’ iedere vooruitgang die het kind boekt door hard te werken.
4. Focus op leren
Sta model voor ‘een leven lang leren’ en vertel de leerling hoe je jezelf steeds bent blijven ontwikkelen.
Geef de leerling mogelijkheden om nieuwe dingen te leren, zonder dat hij/zij het gevoel heeft direct de beste te moeten zijn. Geef de leerling inzicht in de vaardigheden die hij/zij nog moet ontwikkelen (bijvoorbeeld zich concentreren of hulp durven vragen) en help hem/haar bij het aanleren hiervan.
5. Focus op het leren van fouten
Maak van fouten leermomenten. Laat de leerling zien dat ook jij geregeld fouten maakt en vertel wat je ervan hebt geleerd. Geef de leerling de kans om fouten te maken, dus ruim niet alle obstakels voor hem uit de weg. Help de leerling van een fout een leermoment te maken. Zoek samen op welke fouten de held (sporter, popster e.d.) van de leerling heeft gemaakt in zijn of haar carrière en ontdek hoe hij of zij daar beter van geworden is.

Natuurlijk kun je een leerling ook inzicht geven in de mindsettheorie van Carol Dweck. Vertel hem/haar op een begrijpelijke manier over de vaste en de groeimindset en de gevolgen daarvan. Je kunt hierbij gebruikmaken van de fictieve personages. Een fictieve personage heeft een vaste mindset en ziet overal problemen. De andere fictieve personage zet deze problemen om in kansen. Bespreek allerlei situaties met de leerling en laat hem verwoorden hoe ‘fixed mindset’ personage erop zou reageren en vooral: wat ‘growth mindset’ personage zou zeggen en doen. De leerling oefent zo het denken vanuit een groeimindset.