Posts tonen met het label McClelland. Alle posts tonen
Posts tonen met het label McClelland. Alle posts tonen

donderdag 14 november 2019

Bovenstroom en onderstroom

Een groot deel van het leiden van een organisatie richt zich op de bovenstroom. Het belang van de onderstroom in een organisatie wordt veelal zwaar onderschat. De bovenstroom en onderstroom in een organisatie wordt veelvuldig weergegeven in een ijsberg-metafoor.


De bovenstroom is de bewuste en het formele proces van organiseren. De onderstroom is de reactie op deze bovenstroom. Vol met emotionele, irrationele reacties die gaan over relaties, interacties, dromen, wensen, angsten, normen. De onderstroom is een metafoor voor het geheel aan krachten en dynamiek dat bewust en onbewust het functioneren van de groep beïnvloedt.

Bovenstroom
Onderstroom
De formele doelen en taken
De rollen, functies en werkrelaties
Informatie, meningen en kennis
Werkafspraken en procedures
Missie en imago
De verborgen agenda’s
De informele rollen en verhoudingen
Impliciete kennis en vaardigheden
Ongeschreven regels, normen en waarden
De diepere waarden en identiteit

Kijk voor meer informatie ook even op https://robsegers.blogspot.com/search/label/McClelland



woensdag 11 april 2018

De gelaagdheid van cultuur - Edgar Schein


Volgens de cultuuronderzoeker Edgar Schein kent een cultuur drie lagen, hier aangeduid als die van het doen, van het denken en van het zijn.   

Doen
Artefacten en Symbolen:
zichtbare elementen in de organisatie
Denken/willen
Waarden en normen:
waarden, normen en gedragsregels
Zijn
Veronderstellingen:
diep in de kern van de organisatie
  



Doen
Artefacten en Symbolen:


De eerste cultuur-laag van het doen heeft betrekking op zichtbare en daardoor betrekkelijk makkelijk te observeren en te beïnvloeden cultuuruitingen.

Zichtbare elementen in de organisatie:

Cultuuruitingen zoals gedrag, kleding, taalgebruik, omgangsvormen, design, symboliek enzovoort.
Denken/willen
Waarden en normen:

In de tweede cultuur-laag ligt de meestal verborgen blijvende laag van wat mensen denken en willen.

Waarden, normen en gedragsregels:

Dit is de laag van de ‘informele codes’, de ‘ongeschreven regels’ en de ‘verborgen intenties’.
Zijn
Veronderstellingen:

De diepste cultuur-laag heeft betrekking op wat mensen zijn.

Diep in de kern van de organisatie:

In deze laag gaat het om de diepste essentie, de fundamentele drijfveren en veronderstellingen.

In de literatuur wordt deze laag omschreven als ‘kern’, ‘ziel’, ‘spiritueel kapitaal’ of  ‘cultureel DNA’.


zondag 2 februari 2014

Tacit knowledge

Tacit knowledge is the knowledge in our heads. It is much less concrete and more difficult to document and measure. However it is more valuable because it provides context.

Tacit knowledge is the unwritten, unspoken, and hidden vast storehouse of knowledge held by practically every normal human being, based on his or her emotions, experiences, insights, intuition, observations and internalized information. 

Tacit knowledge is integral to the entirety of a person's consciousness, is acquired largely through association with other people, and requires joint or shared activities to be imparted from on to another. 




Like the submerged part of an iceberg it constitutes the bulk of what one knows, and forms the underlying framework that makes explicit knowledge possible. Concept of tacit knowledge was introduced by Michael Polanyi in his 1966 book 'The Tacit Dimension'.

Tacit knowledge
Explicit knowledge
Personal and context-specific
Formal
Difficult to document and communicate. Unwritten and unspoken.
Easy to document, transfer and reproduce.
Drawn from experience and the most powerful form of knowledge.
Can become obsolete quickly.
Difficult to communicate and share.
Easy to communicate and share.
Shared only when individuals are willing to engage in social interaction.
Can be copied and imitated easily.
Lives in people and their practices.
Lives in books and heads.
Learning to be.
Learning about.
Examples:
-decision-making models
-body language
 Examples:
-routines
-procedures







woensdag 22 februari 2012

McClelland - iceberg model

De ijsberg naar het model van David McClelland








In het ijsbergmodel van McClelland zitten het zichtbare gedrag, de kennis en vaardigheden boven de waterlijn. Onder de waterlijn zit het vaak onuitgesprokene (dat vaak ook niet bewust is). 




Het coachen om competentieontwikkeling is het coachen op ijsbergen. Het niet meenemen van het gedeelte onder de waterlijn maakt coachen niet-persoonsgericht.



BOVEN DE WATERLIJN (doen)

1. Kennis
2. Vaardigheden
3. Gedrag



ONDER DE WATERLIJN (denken en willen)

1. Normen, waarden en overtuigingen
2. Zelfbeeld
3. Eigenschappen, persoonlijkheid
4. Motieven, drijfveren

Deze vier onzichtbare lagen kunnen versterkend en ook blokkerend doorwerken op het zichtbare gedrag van de competentie. Met coachen op competentieontwikkeling richt een coach zich vooral op het coachen onder de waterlijn. Krijg je daar beweging, dan volgt de beweging boven in de ijsberg wat je noemt ‘vanzelfsprekend en gratis’.


Verdiepingsvragen voor boven en onder de waterlijn

BOVEN DE WATERLIJN:


Kennis
-          Weet je genoeg?
-          Weet je genoeg om te kunnen handelen?
-          Weet je wat je moet doen?
-          Heb je genoeg informatie? 
-          Waar kun je eventueel meer kennis vandaan halen?

Ervaring
-          Heb je relevante ervaring?

Gedrag
-          Kun je het?
-          Wat ga je doen?
-          Zijn je handelingen effectief?
-          Heb je de mogelijkheden om het uit te voeren? 3


ONDER DE WATERLIJN:

Overtuigingen
-          Wat maakt dat je zo denkt?
-          Wat levert het je op om zo te denken?
-          Wat maakt dat je die overtuiging niet los wil laten?
-          Wat zou het je kunnen opleveren om hier anders naar te gaan kijken?

Normen en waarden
-          Vind jij dat het hoort, vind jij dit gepast?
-          Pst dit bij jouw rol?
-          Wanneer ben je teleurgesteld?
-          Welke rol vind jij dat je moet spelen?
-          Wat vind jij erg belangrijk in de samenwerking met elkaar?
-          Hoe wil jij zelf behandeld worden?
-          Waarover kun jij je heel erg kwaad maken?
-          Stel dat …, hoe reageer je dan?
-          Hoe ver kan een wederpartij gaan bij jou?
-          Wat zoek je in collega’s
-          Wat blokkeert je?
-          Wat je belangrijk vind? 
-          Voorbeeld: ‘ik vraag een ander niet graag om hulp’. Achterliggende normen kunnen zijn: 
je mag iemand niet lastig vallen, hulp vragen is voor zwakkelingen. 



Zelfbeeld
-          Is dit wat je van jezelf vindt?
-          Hoe denk je over jezelf en wat denk je dat anderen over jou denken?
-          Opvattingen over jezelf vormen je zelfbeeld.
-          Een eerder negatief zelfbeeld zou kunnen blijken in uitdrukkingen als:

-          Dat ga ik nooit kunnen.
-          Dat lukt mij toch niet. 
-          Oh, maar zoiets moet je mij niet laten doen hoor.

Eigenschappen
-          Is dit een patroon bij jou?
-          Is dit een automatische reactie?
-          Waar sta je voor?
-          Hoe denk je over …; hoe zie jij …; hoe kijk jij naar …?
-          Wat is jouw mening over?

Motieven en drijfveren
-          Haal je er nu energie uit?
-          Wat wil je echt?
-          Waar geniet je van?
-          Wat wil je het liefst doen?
-          Wat drijf jou?
-          Waar ga je voor?
-          Wat motiveert jouw?
-          Wat vind je belangrijk in je werk, in je leven?
-          Waar zie je jezelf over vijf of tien jaar?
-          Wat geeft je plezier en voldoening in je werk?
-          Hoe is het voor jou om …?


Net als in het Johari venster worden bekende en onbekende gebieden besproken. Zowel het ijsberg model van McClelland als het Johari venster zijn samen te voegen tot één model.
Waarbij kennis en vaardigheden boven de waterlijn uitsteken en zowel in de open ruimte als in de blinde vlek liggen.

Waarbij ons denken en willen, onze waarden en normen, onze overtuigingen, ons zelfbeeld, onze persoonlijkheid en onze motieven diep verborgen liggen onder de waterlijn. Een verborgen en soms onbekend gebied voor onszelf.





Het denken en willen bepaalt de essentie van een persoon. Maar deze 80% tot 90 % van een persoon is men zich vaak hoofdzakelijk onbewust. Het is essentieel ieder bewust te maken van de bepaalde mentale software die men bezit, door de manier waarop men is opgevoed en dat mensen die in een andere omgeving zijn opgevoed een andere mentale software hebben, die gelijkwaardig is aan de eigen.

Bij de bewustwording gaat het om het bewustzijn van de eigen achtergrond en de erkenning van de achtergrond van de ander. Deze bewustwording kan door middel van introspectie en zelfperceptie gebeuren. Door stil te staan bij onze eigen mentale processen. We kijken dan onder meer onze eigen emoties, motivaties en gedachten. We kijken als het ware naar onszelf. Het waarnemen van ons eigen gedrag. Net zoals wij het gedrag van anderen waarnemen en beoordelen, nemen we ook ons eigen gedrag waar en vormen we er ons een oordeel over.





De bovenstroom
Het goede gesprek gaat niet alleen over ‘wat’ maar vooral ook over 'hoe'...
De relatief makkelijkste vragen en bijbehorende oplossingen gaan over verbeteringen van wat ‘er al is’. Die hebben zichtbare resultaten aan de oppervlakte. Wij noemen dit ook wel ‘de bovenstroom’. Het gaat dan om zaken als: organisatievisie en -strategie, de inhoud, de structuur, de financiën en vooral ook over de resultaten van ons werk, werkafspraken, trainingsprogramma’s en opleidingen, feedback geven. De bovenstroom creëert houvast.


De onderstroom
De bovenstroom wordt gevoed door de onderstroom: dat wat minder grijpbaar en tastbaar lijkt, maar er wel altijd is. Het gaat dan over wat er tussen mensen afspeelt (interactie) maar ook wat er met mensen (binnen en buiten de organisatie) gebeurt: gevoel, betekenisgeving, zingeving, energie. Vaak zijn dat ook onbewuste (neurologisch) gestuurde processen
De onderstroom is altijd aanwezig, sterker: het beïnvloedt dat wat in de bovenstroom gebeurt. In veranderingsprocessen zal dan ook altijd op beide niveaus gewerkt moeten worden. 


In het volgende schema zijn twee manieren van kijken samengebracht.

Model van de ijsberg
Driedeling
Feedback loops
Kennis/vaardigheden
Doen
Leren van actie
Zelfbeeld/normen en waarden
Denken
Leren door opvattingen bewust te worden
Overtuigingen/motieven
Willen
Leren door je eigenaar van de situatie te voelen