Posts tonen met het label vragenlijst. Alle posts tonen
Posts tonen met het label vragenlijst. Alle posts tonen

zondag 26 juni 2022

Is de vragenlijst geschikt voor iedereen?

Een vragenlijst is een gestructureerde manier van gegevensverzameling die bestaat uit een aantal schriftelijke of mondelinge vragen aan respondenten. Hoe maak je een vragenlijst? De resultaten van een vragenlijst moeten voldoende inzicht geven om je in staat te stellen de hoofd- en deelvragen van je onderzoek te beantwoorden. Dat lukt niet alleen met goede vragen. Kijk ook of je vragenlijst geschikt is voor iedereen.


Doe de onderstaande test en zie of de vragenlijst geschikt is voor iedereen of dat er aanpassingen nodig zijn.

•groen  = ja / goed

•oranje = een beetje, kan beter of meer

•rood    = nee of nauwelijks

 

Onderwerp

Toelichting

Verbeteractie

Begrijpelijkheid

 

 

De vragenlijst is geschreven op taalniveau A2-B1.

•groen: A2-B1

•oranje: B2

•rood: C1

 

 

De vragenlijst bevat een heldere en korte instructie.

•groen: maximaal 10 regels of met duidelijke tussenkopjes

•oranje: tussen 10 en 20 regels

•rood: meer dan 20 regels


 

De vragenlijst bevat maximaal 20 vragen.

•groen: ≤ 20 vragen

•oranje: 21-25 vragen

•rood: ≥ 26 vragen


 

De antwoordcategorieën per vraag bevatten maximaal 3 antwoordopties.

•groen: 3 of minder antwoordopties

•oranje: 4 antwoordopties

•rood: 5 of meer antwoordopties, een antwoordenmatrix of schuifsysteem


 

De vragenlijst is geschreven in actieve zinnen. Er zijn geen hulpwerkwoorden gebruikt.

•groen: geen hulpwerkwoorden

•oranje: maximaal 3 vragen met hulpwerkwoorden

•rood: meer dan 4 vragen met hulpwerkwoorden


 

De vragenlijst bevat geen medische termen of afkortingen. M.u.v. veel gebruikte afkortingen zoals bijvoorbeeld MRI, CT-scan, MS of ziektes zoals diabetes.

•groen: geen vaktaal of afkortingen

•oranje: vaktaal en afkortingen worden uitgelegd

•rood: vaktaal of afkortingen zonder uitleg


 

De vragenlijst stelt concrete vragen i.p.v. algemene vragen.

•groen: vragen over alledaagse situaties met een duidelijk voorbeeld

•oranje: ‘Stel u voor dat’-vragen

•rood: algemene vragen


 

De vragenlijst bevat geen stellingen.

•groen: zonder stellingen

•oranje: stellingen met optie ja/nee of voor/tegen

•rood: stellingen met antwoordschalen


 

Toegankelijkheid

 

 

De vragenlijst wordt zo aangeboden dat het past bij de wensen en vaardigheden van de respondent. Denk aan digitale vaardigheden en in bezit zijn van een computer en internet.

•groen: de respondent kan kiezen tussen een papieren of digitale versie.

•oranje: de respondent heeft geen keuze, maar krijgt een duidelijke link via de mail die direct toegang geeft tot de vragenlijst.

•rood: de respondent moet een account aanmaken of de vragenlijst kan alleen geopend worden met een DigiD, inlogcode of wachtwoord.


 

Bij een papieren versie slaat u deze vraag over. De digitale vragenlijst bevat een voorleesfunctie.

•groen: ja en de knop staat duidelijk bovenaan de pagina

•oranje: ja maar de knop staat niet bovenaan de pagina

•rood: nee


 

Opmaak

 

 

De antwoorden staan direct onder de vraag

•groen: ja

•oranje: n.v.t.

•rood: nee


 

Er wordt geen gebruik gemaakt van een antwoordenmatrix.

•groen: geen matrix

•oranje: n.v.t.

•rood: matrix gebruikt


 

Namen en afkortingen die bedoeld zijn voor de onderzoekers zijn weggelaten voor de respondent.

•groen: ja

•oranje: ze staan er wel maar onderaan in een klein lettertype

•rood: nee


 

De vragenlijst is getest op begrijpelijkheid en toegankelijkheid bij de doelgroep waar de vragenlijst voor bedoeld is. Denk hierbij aan laaggeletterden, anderstaligen, ouderen, lageropgeleiden met of zonder een migratieachtergrond etc. In het geval dat de vragenlijst voor alle mensen  bestemd is, geldt dat de moeilijkst lezende groep de vragenlijst moet kunnen begrijpen.


•groen: getest

•oranje: n.v.t.

•rood: niet getest

 

Validatie

 

 

De vragenlijst is gevalideerd bij de groep waar deze vragenlijst voor bedoeld is. In het geval dat de vragenlijst voor alle patiënten bestemd is, geldt dat de validatie heeft plaatsgevonden bij de moeilijkst lezende groep.

•groen: gevalideerd voor alle doelgroepen

•oranje: gevalideerd voor een deel van de populatie

•rood: onbekend voor welke groep(en) de vragenlijst gevalideerd is


 

 

vrijdag 29 maart 2019

Motivatie vragenlijst

De onderstaande vragenlijst meet met behulp van 16 stellingen de mate van motivatie voor het onderwijs bij leerlingen. Een motivatie vragenlijst, met de vraag  'Waarom span je je in voor een vak?'



Deze stellingen horen bij vier verschillende typen motivatie (intrinsieke motivatie, geïdentificeerde motivatie, externe motivatie en amotivatie).

Voor elke stelling geven leerlingen op een 5-puntsschaal in deze vragenlijst aan in hoeverre een stelling bij hen past (1 = past nooit bij mij, 5 = past altijd bij mij).

De vragenlijst is geschikt voor alle leerjaren en onderwijstypen. 


Stellingen
Past nooit
bij mij
Past
bijna
nooit bij
mij
Past soms
bij mij
Past bijna
altijd bij mij
Past
altijd
bij mij
1 - Ik span me in tijdens het vak omdat ik denk dat het interessant is
1
2
3
4
5
2 - Ik span me in tijdens het vak omdat het voor mijn eigen bestwil is
1
2
3
4
5
3 - Ik span me in tijdens het vak omdat het van me verwacht wordt
1
2
3
4
5
4 - Er zullen goede redenen zijn om dit te doen, maar persoonlijk zie ik ze niet
1
2
3
4
5
5 - Ik span me in tijdens het vak omdat ik denk dat dit leuk is
1
2
3
4
5
6 - Ik span me in tijdens het vak omdat ik denk dat deze activiteit goed voor me is
1
2
3
4
5
7 - Ik span me in tijdens het vak omdat het iets is dat ik moet doen
1
2
3
4
5
8 - Ik doe dit maar ik weet niet zeker of het de moeite waard is
1
2
3
4
5
9 - Ik span me in tijdens het vak omdat het werken hieraan leuk is
1
2
3
4
5
10 - Ik span me in tijdens het vak omdat ik het zelf besloten heb
1
2
3
4
5
11 - Ik span me in tijdens het vak omdat ik geen keuze heb
1
2
3
4
5
12 - Ik weet het niet; ik zie niet wat dit het vak mij oplevert
1
2
3
4
5
13 - Ik span me in tijdens het vak omdat ik me goed voel als ik hieraan werk
1
2
3
4
5
14 - Ik span me in tijdens het vak omdat ik denk dat deze activiteit belangrijk voor me is
1
2
3
4
5
15 - Ik span me in tijdens het vak omdat ik het gevoel heb dat ik dit moet doen
1
2
3
4
5
16 - Ik doe dit wel, maar ik weet niet zeker of het goed is om mee door te gaan
1
2
3
4
5


Vier verschillende typen motivatie
Deze stellingen in deze vragenlijst horen bij vier verschillende typen motivatie:

Intrinsieke motivatie

Intrinsieke motivatie geeft aan in hoeverre leerlingen werken voor het plezier en de voldoening die school geeft. Intrinsiek gemotiveerde leerlingen voeren de taak uit voor het plezier en de voldoening die het uitvoeren van de taak hen geeft.

Geïdentificeerde motivatie
Geïdentificeerde motivatie geeft aan in hoeverre leerlingen aan school werken omdat zij dat zelf belangrijk vinden. Bij geïdentificeerde motivatie wordt een externe factor (bijvoorbeeld:
‘mijn ouders vinden het belangrijk dat ik hard werk voor school’) door leerlingen geïnternaliseerd (‘ik vind het belangrijk om hard te werken voor school’). Het ligt dus dicht tegen intrinsieke motivatie aan, maar is van origine wel extern gereguleerd, waardoor het een
vorm van extrinsieke motivatie is.

Externe motivatie
Externe motivatie houdt in dat leerlingen aan school werken omdat dit van hen verwacht wordt. Dit type motivatie geeft aan in hoeverre leerlingen werk leveren omdat er een beloning tegenover staat of om negatieve gevolgen te vermijden.

Amotivatie
Amotivatie geeft aan in hoeverre leerlingen geen besef hebben waarom ze aan school werken of niet de mogelijkheid ervaren de uitvoering van een taak te beïnvloeden. Het begrip “amotivatie” wordt gebruikt om aan te geven dat leerlingen de relatie tussen het
eigen gedrag en de uitkomsten van een taak niet zien. Er is dan geen besef van het doel, de verwachting van een beloning of de gevoelde mogelijkheid de uitvoering van de taak te beïnvloeden.


De vier typen motivatie sluiten elkaar niet uit maar kunnen naast elkaar bestaan.


Overzicht per motivatie-type
Voor alle helderheid hebben we de verschillende stellingen per motivatie-type bij elkaar gezet.

In de onderstaande tabel staan de vragen die gekoppeld zijn aan de intrinsieke motivatie:
Schaal
Nr. Stelling
Intrinsieke motivatie
1 - Ik span me in tijdens het vak omdat ik denk dat het interessant is.

5 - Ik span me in tijdens het vak omdat ik denk dat dit leuk is.

9 - Ik span me in tijdens het vak omdat het werken hieraan leuk is.

13 - Ik span me in tijdens het vak omdat ik me goed voel als ik hieraan werk.


In de onderstaande tabel staan de vragen die gekoppeld zijn aan de geïdentificeerde motivatie:
Schaal
Nr. Stelling
Geïdentificeerde motivatie
2 - Ik span me in tijdens het vak omdat het voor mijn eigen bestwil is.

6 - Ik span me in tijdens het vak omdat ik denk dat deze activiteit goed voor me is.

10 - Ik span me in tijdens het vak omdat ik het zelf besloten heb.

14 - Ik span me in tijdens het vak omdat ik denk dat deze activiteit belangrijk voor me is.


In de onderstaande tabel staan de vragen die gekoppeld zijn aan de externe motivatie:
Schaal
Nr. Stelling
Externe motivatie
3 - Ik span me in tijdens het vak omdat het van me verwacht wordt.

7 - Ik span me in tijdens het vak omdat het iets is dat ik moet doen.

11 - Ik span me in tijdens het vak omdat ik geen keuze heb.

15 - Ik span me in tijdens het vak omdat ik het gevoel heb dat ik dit moet doen.


In de onderstaande tabel staan de vragen die gekoppeld zijn aan de amotivatie:
Schaal
Nr. Stelling
Amotivatie
4 - Er zullen goede redenen zijn om dit te doen, maar persoonlijk zie ik ze niet.

8 - Ik doe dit maar ik weet niet zeker of het de moeite waard is.

12 - Ik weet het niet; ik zie niet wat dit het vak mij oplevert.

16 - Ik doe dit wel, maar ik weet niet zeker of het goed is om mee door te gaan.