Posts tonen met het label talentontwikkeling. Alle posts tonen
Posts tonen met het label talentontwikkeling. Alle posts tonen

dinsdag 18 juni 2019

Meer talentontwikkeling en autonomie

In de laatste jaren staat talentontwikkeling op de agenda van een toenemend aantal VO scholen. Bijvoorbeeld begaafdheidsprofielscholen, scholen met specifieke mogelijkheden voor topsport, musici en dansers, scholen met tweetalig onderwijs, technasia, en scholen met vwo-plusklassen cq. Da Vinci klassen. Op deze scholen kunnen getalenteerde leerlingen extra uitdagingen aangaan.

Talentontwikkeling komt vanuit het streven leerlingen te laten uitstromen naar een plek in het vervolgonderwijs of de arbeidsmarkt waar zij in staat zijn om maximale prestaties te leveren. Scholen moeten daarvoor een ambitieuze leercultuur realiseren.



Om de motivatie van leerlingen voor school verder te bevorderen krijgen leerlingen op de school een programma aangeboden gericht op talentontwikkeling. Het motiveren van leerlingen begint bij het construeren van een goed pedagogisch-didactisch klimaat in de klas.

Het motiveren van leerlingen begint bij het opbouwen van een goede relatie met docent en mentor. Leerlingen moeten zich veilig voelen, weten dat ze niet bang hoeven te zijn om vragen te stellen en dat het niet erg is om fouten te maken. De motivatie wordt versterkt door leerlingen hun eigen leerproces in handen te geven, door differentiatie, door opdrachten te laten aansluiten bij de leefwereld van de leerlingen en door leerlingen te laten samenwerken. Kijk niet alleen naar het resultaat, maar juist naar het proces.


Het uitgangspunt van zelfdeterminatietheorie van Deci en Ryan is dat leerlingen drie basisbehoeften hebben en dat de intrinsieke motivatie kan worden verhoogd als de docent bij het vorm geven van de leeromgeving aan die drie basisbehoeften tegemoet kan komen.

De drie basisbehoeften zijn:
Autonomie
De vrijheid om een activiteit naar eigen inzicht uit te voeren.

Gevoel van competentie
Het vertrouwen in eigen kunnen.

Sociale verbondenheid
De behoefte om ergens bij te horen en zich gewaardeerd, gerespecteerd en verbonden te voelen, zowel met klasgenoten als met de docent/mentor.


Overigens benadrukken we dat die autonomie alleen werkt als een leerling die ook aankan. Het is belangrijk goed in de gaten te houden hoeveel vrijheid een leerling aankan en zo nodig aanvullende sturing te bieden.

dinsdag 25 augustus 2015

Vastgelopen talent, hoe begeleid je deze leerlingen in de praktijk


Presentatie Tijl Koenderink (directeur van Feniks Talent) tijdens de conferentie 'Passend onderwijs en (hoog)begaafdheid' op 11 november 2014.

maandag 24 augustus 2015

Talentontwikkeling volgens Professor Jane Piirto

Dr. Jane Piirto is professor aan de School of Education, Ashland University in Ashland, Ohio. Jane Piirto is directeur van de afdeling Talent Development Education.


Professor Jane Piirto heeft meerdere boeken geschreven over de ontwikkeling van talenten.
Haar bekendste boek is Organic creativity in the classroom:


Talent een verzameling van hoogontwikkelde kennis en vaardigheden op basis van een natuurlijke aanleg van het kind, die tot bloei kan komen dankzij een stimulerende omgeving en eigen motivatie (Gagné 2004).

Deze definitie gaat uit van talent als een hoge prestatie (zoals die van het wonderkind dat op jonge leeftijd op hoog niveau viool speelt). Wij gaan echter uit van een bredere opvatting over talent, waarbij datgene wat een kind potentieel kan een belangrijke rol speelt. Potentie is niet datgene wat een kind laat zien. Er zijn veel kinderen die meer in hun mars hebben, ofwel meer potentie hebben dan ze laten zien. 

Zoals mensen verschillen in lengte en gewicht, zo verschillen zij ook qua verzameling van hoogontwikkelde kennis en vaardigheden op basis van een natuurlijke aanleg. Maar waar lengte en gewicht eenvoudig zijn te meten, is dat bij talent niet direct mogelijk. Daarvoor is het begrip te veelomvattend. 

Een kind kan niet op één, maar op verschillende manieren intelligent zijn. In tegenstelling tot een eenzijdige IQ-test waarbij het intelligentieniveau van het kind afhangt van één algemene score, gaat het er bij meervoudige intelligentie om op welke specifieke manieren het kind slim is. Onderzoekers onderscheiden hierin acht vormen van intelligentie. Het ene kind kan bijvoorbeeld verbaal sterk zijn, terwijl het andere kind rekenkundig sterk of juist sociaal sterk is.

Het nut van dit onderscheid is dat leerkrachten zodoende in de klas gepaste onderwijsondersteuning kunnen bieden die het kind niet alleen op niveau uitdaagt, maar ook op het aanwezige of juist nog minder ontwikkelde talent.

Wanneer een kind bijvoorbeeld logisch-mathematisch sterk blijkt, zou het naast 
verbredende ook verdiepende rekenopdrachten aangereikt kunnen krijgen die voorbij de reguliere stof gaan. In groepswerk kunnen talenten van kinderen bovendien erkend worden met het toewijzen van expertrollen. Het tijdig (h)erkennen van talenten van kinderen bepaalt zodoende voor een belangrijk deel in welke mate deze talenten later tot hun recht zullen komen.

Het model van professor Jane Piirto is ontstaan als tegenhanger van de eenzijdige aandacht voor IQ-scores van leerlingen.





Het genetische aspect
Iedereen begint met zijn genetische afkomst. Je krijgt 'dingen' mee van je (voor)ouders. 

Je persoonlijke attributen 
Succesvolle makers hebben allen persoonlijke attributen gemeen. Dit zijn de affectieve of emotionele aspecten die een persoon nodig heeft om succesvol te worden. Sommige daarvan zijn aangeboren, anderen zijn te ontwikkelen. Denk hierbij bijvoorbeeld aan; androgynie, creativiteit, verbeelding, inzicht, intuïtie, openheid, naïviteit, overexcitabilities, passie voor een bepaald domein, perceptie, perfectionisme, persistentie, risico durven nemen, zelfdiscipline. 

Het cognitieve aspect; intelligentie 
De Piirto piramide neemt het cognitieve als deel van een geheel. Intelligentie bepaald slechts een deel van iemands creativiteit, omdat het IQ slechts toepasbaar is op een deel van iemands potentieel. Vaak wordt uitgegaan van een IQ van minimaal 120.

Het talent 
Talent is de top van de piramide. Talent moet aanwezig zijn.

Passie voor de doornen 
Waarom kiest bijvoorbeeld een briljant student om zijn leven in te zetten voor dat ene talent. Meestal heeft zo'n student meerdere talenten, en toch ondanks alle tegenslagen volgt hij dat ene talent met passie en toewijding. Hoe weet een persoon of hij het goede talent tot bloei laat komen. Dit alles heeft te maken met de FLOW (Mihalyi Csikszentmihalyi, 1991). Diegene vergeet de tijd en voelt een positieve uitdaging die tegelijkertijd behoeftebevredigend werkt. Tijdens deze periode is de persoon in diepe concentratie, het gevoel weg te zijn uit de dagelijkse beslommeringen, totale controle over het werk waarmee hij bezig is, en een andere bewustwording van tijd (de tijd vliegt voorbij).

De omgevingsfactoren 
De 5 zonnen van Piirto. De drie grootste zijn het gezin, cultuur en school. De twee kleinere zonnen staan voor geslacht en de kans krijgen.