Posts tonen met het label betrokkenheid. Alle posts tonen
Posts tonen met het label betrokkenheid. Alle posts tonen

woensdag 19 februari 2020

De cirkel van invloed - Stephen Covey

Stephen Covey is de bedenker van de cirkel van invloed (zie de eerste gewoonte "proactief"). Deze cirkel van invloed beschrijft hoe jij je invloed kan vergroten, door proactief te handelen. Welke invloed heb jij op een situatie en hoe ga jij ermee om? 

Proactieve mensen richten zich vooral op hun eigen gedrag en hun eigen gedachten. Essentieel is hierbij de beïnvloedbaarheid van dingen. 

Covey spreekt van een cirkel van betrokkenheid en een cirkel van invloed. De kern van de boodschap is het focussen op die zaken waar jij direct invloed op hebt. Gebruik daarbij de positieve energie.


In de buitenste cirkel bevinden zich dingen die we niet kunnen beïnvloeden, zoals onze opvoeding, onze afkomst en het verleden. Over de dingen die we niet kunnen beïnvloeden moeten we ons volgens Covey niet druk maken. We moeten ons alleen richten op de binnenste cirkel, de cirkel van invloed.



Richt daarbij je energie niet op zaken die in zijn geheel buiten je invloedssfeer liggen. Laat de negatieve energie links liggen.





zondag 25 augustus 2019

Effectief samenwerken binnen een team


Welke zaken zijn belangrijk om effectief te kunnen samenwerken binnen een team.




Voorwaarde is dat teamleden / team:

Assistentie
Hulp kunnen en willen bieden aan een collega, maar ook hulp durven vragen
Band
Zich betrokken en verbonden voelt onderling (met elkaar)
Communicatie
Kan afspreken, bespreken, aanspreken en uitspreken
Coöpereren
Bereid en gemotiveerd is om samen te werken, kennis te delen en uit te wisselen
Elkaar steunen
Bereid en gemotiveerd is om elkaar te helpen en collegiaal te ondersteunen
Geven
Kan geven en ontvangen
Helderheid
Duidelijkheid heeft over taken, verantwoordelijkheden en bevoegdheden
Intenties
Duidelijkheid heeft over wederzijdse verwachtingen en te behalen doelstellingen
Luisteren
Bereid en gemotiveerd is om naar elkaar te luisteren
Opbrengst
Zich gezamenlijk verantwoordelijk weet voor het te behalen resultaat
Vertrouwen
Kan functioneren in een sfeer van openheid, vertrouwen en veiligheid


donderdag 23 mei 2019

ErvaringsGericht Onderwijs (EGO)

De Belgische onderwijskundige Ferre Laevers wordt beschouwd als de grondlegger van het ErvaringsGericht Onderwijs.



ErvaringsGericht Onderwijs gaat ervan uit dat leerlingen een optimale ontwikkeling doormaken als ze betrokken werken en met plezier naar school gaan. Het onderwijsconcept ErvaringsGericht Onderwijs gaat uit van betrokkenheid en het welbevinden van leerlingen.

ErvaringsGericht Onderwijs houdt zich niet zozeer bezig met het eindproduct, maar veel meer met het proces dat zich afspeelt in de leerlingen en in de groep/klas.


De drie hoekstenen
ErvaringsGericht Onderwijs heeft drie hoekstenen:

De drie hoekstenen van ErvaringsGericht Onderwijs zijn:

1 - Vrije initiatief,
2 - Milieuverrijking en
3 - Ervaringsgerichte dialoog.

1
Vrije initiatief
Het vrije initiatief beantwoordt aan de behoefte van leerlingen om de wereld om hen heen te verkennen.

Leerlingen werken gemotiveerder aan een opdracht als zij daar zelf voor gekozen hebben en als het hun interesse heeft.

2
Milieuverrijking
Milieuverrijking duidt op een rijke leeromgeving met uitdagende activiteiten en materialen, die overzichtelijk ingericht is.

Dit vraagt een goede voorbereiding. De docent is hierbij begeleider en observator.

3
Ervaringsgerichte dialoog
Hierbij is het van groot belang dat de docent een goede band opbouwt met de leerlingen.

De ervaringsgerichte dialoog is gebaseerd op aanvaarding, echtheid en empathie. Door een empathische houding van de docent voelen leerlingen zich begrepen en kan de docent hen beter begeleiden.



Betrokkenheidsfactoren
Omdat dit concept uitgaat van de betrokkenheid van leerlingen, wordt rekening gehouden met vijf factoren die de betrokkenheid stimuleren:

De betrokkenheidsfactoren zijn:
1 - Een goede sfeer en relatie,
2 - Het juiste niveau,
3 - Aansluiten bij de leefwereld,
4 - Afwisselende activiteiten en
5 - Ruimte voor keuzes.

1
Een goede sfeer en relatie.
Leerlingen moeten zich veilig en geaccepteerd voelen. De docent houdt rekening met het karakter en de thuissituatie van het leerling en speelt daar goed op in.

2
Het juiste niveau.
Leerlingen moeten uitgedaagd worden voor opdrachten. De docent houdt bij de activiteiten rekening met het leervermogen en de ontwikkeling van het leerling.

3
Aansluiten bij de leefwereld.
Leerlingen vinden activiteiten die dicht bij de werkelijkheid liggen, veel zinvoller dan opdrachten die hen niet raken. De docent moet zich verdiepen in de leefwereld van de leerlingen en goed luisteren naar de onderwerpen die zij aandragen.

4
Afwisselende activiteiten.
Leerlingen willen niet alleen maar stilzitten en luisteren, ze willen graag dingen doen. Dat wil niet zeggen dat alles druk moet zijn, want activiteiten en rust kunnen best samengaan.

5
Ruimte voor keuzes.
Leerlingen krijgen veel mogelijkheden om te kiezen. De docent geeft veel ruimte voor de initiatieven van de leerlingen.



Werkvormen
Aan de hand van de vijf betrokkenheidsfactoren zijn vijf werkvormen ontwikkeld. Ze sluiten helemaal aan bij de grondgedachtes achter ErvaringsGericht Onderwijs.

De werkvormen zijn:
1 - kringen en forum,
2 - contractwerk,
3 - projectwerk,
4 - ateliers en
5 - vrije keuze.

1
Kringen en forum
De kring is een ontmoetingsplek waar leerlingen gedachten en ervaringen uitwisselen. Er zijn verschillende soorten kringen, een ervan is de evaluatiekring. Dan worden de activiteiten geëvalueerd en wordt gecheckt of de doelen behaald zijn.

Er is sprake van een forum als er meerdere klassen tegelijk bij elkaar komen om te overleggen of te plannen.

2
Contractwerk
In het contractwerk wordt vastgelegd wat voor activiteiten de individuele leerling gaat doen. Het contractwerk wordt uitgevoerd in een afgesproken tijd, bijvoorbeeld binnen een week. Elke keer krijgen de leerlingen de tijd om aan deze taken te werken, tijdens de zogenaamde contractwerktijd. Binnen deze grenzen kan de leerling zelf beslissen hoelang hij over een opdracht doet en welke taak hij het eerst uitvoert.

3
Projectwerk
Het projectwerk gaat over een bepaald thema of een probleem, wat de leerlingen aanspreekt. Het projectwerk gebeurt altijd in een cyclus van onderzoeken en rapporteren.

4
Ateliers
Bij ateliers ligt de nadruk op het actief bezig zijn. Voor ateliers wordt apart tijd vrijgemaakt, bijvoorbeeld een morgen of een middag. Leerlingen kunnen dan kiezen uit activiteiten met bijzondere materialen. Vaak worden de activiteiten ook op een andere plek uitgevoerd en hebben de leerlingen er speciale begeleiding bij nodig.

5
Vrije keuze
Bij vrije keuze kunnen de leerlingen kiezen uit een ruim aanbod van opdrachten die op hun niveau en interesses zijn afgestemd. Hierbij krijgen de leerlingen veel vrijheid.



ErvaringsGericht Onderwijs gaat ervan uit dat leerlingen een optimale ontwikkeling doormaken als ze betrokken werken en met plezier naar school gaan. ErvaringsGericht Onderwijs gaat uit van betrokkenheid en het welbevinden van leerlingen.


Welbevinden
Welbevinden zegt iets over hoe het met je gaat.
Welbevinden is een belangrijk sleutelbegrip bij het ErvaringsGericht Onderwijs. Het welbevinden van leerlingen groeit als de docent tegemoet komt aan de basisbehoeften: als de leerling zich veilig, geaccepteerd en gewaardeerd voelen. Maar welbevinden heeft ook te maken met het leerling zelf, of de leerling een positief zelfbeeld heeft en hoe hij/zij zijn/haar gevoelens beleeft. Signalen van welbevinden zijn: spontaniteit, genieten, ontspannen zijn en zich open opstellen.
Een hoog welbevinden zorgt voor een goede emotionele ontwikkeling. Het is dus belangrijk dat leerlingen zich goed voelen.


Betrokkenheid
Betrokkenheid zegt iets over hoe je het doet.
Betrokkenheid is ook een belangrijk sleutelbegrip binnen het ErvaringsGericht Onderwijs. Een betrokken leerling is namelijk geconcentreerd en gemotiveerd bezig. Het vergt veel energie en zorgt voor voldoening. Leerlingen worden betrokken als een activiteit aansluit bij hun drang om te verkennen en hun niveau. Als een leerling betrokken is, is dat ook te merken aan zijn houding, expressie en reactiesnelheid. Bij een hoge betrokkenheid zit de leerling op de grens van zijn mogelijkheden.


Welbevinden

Betrokkenheid

Welbevinden zegt iets over hoe het met je gaat.

Betrokkenheid zegt iets over hoe je het doet.

Het welbevinden van leerlingen groeit als de docent tegemoet komt aan de basisbehoeften: als de leerling zich veilig, geaccepteerd en gewaardeerd voelen.

Maar welbevinden heeft ook te maken met het leerling zelf, of de leerling een positief zelfbeeld heeft en hoe hij/zij zijn/haar gevoelens beleeft.
Een betrokken leerling is geconcentreerd en gemotiveerd bezig.

ls een leerling betrokken is, is dat ook te merken aan zijn houding, expressie en reactiesnelheid.


Klik voor meer informatie op de volgende link:
https://docplayer.nl/8549905-Wat-het-betekent-voor-de-aanpak-het-proces-en-de-output-van-onderwijs-prof-dr-ferre-laevers-expertisecentrum-ervaringsgericht-onderwijs-kuleuven.html

dinsdag 26 maart 2019

Actieve betrokkenheid tijdens de lessen, plezier in leren en motivatie?

In 2014 constateert de Inspectie voor het Onderwijs in haar onderwijsverslag dat een groot aantal leerlingen weinig gemotiveerd leek voor het leren en dat velen het recht op onderwijs louter als een plicht lijken te ervaren. Actieve betrokkenheid tijdens de lessen, plezier in leren en motivatie van leerlingen zijn niet vanzelfsprekend en kunnen beter.

In het verslag staat de volgende tekst:
Een groot aantal leerlingen lijkt weinig gemotiveerd voor het leren, valt ons op…..

- Hebben ze wel plezier in leren?
- Zijn de lessen te saai?
- Het rooster een keurslijf?
- Dagen we de leerlingen wel genoeg uit?
- Waarom zijn onze leerlingen minder gemotiveerd dan leerlingen in andere landen?

We weten ook dat als we onze betere leerlingen beter weten te motiveren zodat ze hogere prestaties leveren, dat van doorslaggevende betekenis is voor ons land, voor de vernieuwingskracht van onze samenleving. Het zou mooi zijn als meer leerlingen en studenten plezier in leren hebben.


Annette Roeters, inspecteur-generaal van het Onderwijs, in Onderwijsverslag 2012/13.

maandag 4 september 2017

Hoe krijg je leerlingen echt betrokken bij de les?

Hoe krijg je leerlingen echt betrokken bij de les? Als docent heb je daar zeker invloed op.

In het boek Betrokkenheid beschrijft de onderwijswetenschapper Robert Marzano wat daarbij een rol speelt. Dit boek heeft samen geschreven met zijn collega onderwijswetenschapper Debra Pickering.

Bij betrokkenheid spelen vier factoren een sterke rol:

• Emoties: Hoe voel ik me?
• Interesse: Ben ik geïnteresseerd?
• Relevantie: Is dit belangrijk?
• Doeltreffendheid: Kan ik dit?





Bij leerlingen

Bij docenten

Aandacht

Aandacht is een kortdurend verschijnsel, dat enkele seconden tot enkele minuten kan duren.

Emoties: 
Hoe voel ik me?


Heb ik hun aandacht?

Interesse: 
Ben ik geïnteresseerd?

Betrokkenheid

Betrokkenheid duurt langer: dat reikt verder dan een enkele les.

Relevantie: 
Is dit belangrijk?


Zijn ze betrokken?

Doeltreffendheid: 
Kan ik dit?





Hoe voel ik me?



De eerste vraag als het gaat om betrokkenheid is: Hoe voel ik me?



Emoties beïnvloeden ons gedrag. 

Negatieve emoties zorgen ervoor dat we minder snel geneigd zijn om ons bezig te houden met nieuwe activiteiten en uitdagingen. Emoties die gekoppeld zijn aan betrokkenheid zijn: enthousiasme, interesse, vreugde, tevredenheid, trots, levendigheid en animo.



Emoties die zorgen voor vervreemding zijn: verveling, desinteresse, frustratie, woede, verdriet, bezorgdheid, schaamte, schuldgevoel.



Hoe kun je hier concreet aan werken? 

Tips:



• Houd het tempo hoog door vaste routines en strakke overgangen


• Zorg voor andere activiteiten voor als de taak klaar is.


• Presenteer nieuwe lesstof liever in kleine brokjes dan in één keer.


• Zorg voor bewegingsactiviteiten. Dit kunnen energizers zijn die niets met de inhoud te maken hebben, maar ook bewegingen die het begrip van de leerstof verdiepen.


• Toon je eigen betrokkenheid door het delen van persoonlijke verhalen. Dit nodigt de leerlingen uit om naar hun eigen persoonlijke banden met het onderwerp te kijken.


• Gebruik humor, zoals zelfspot, grappige krantenkoppen of quotes.



Drie aspecten die een belangrijke rol spelen bij het beïnvloeden van de emoties, zijn:


1. Het energieniveau van de leerlingen. Een levendig tempo houdt het energieniveau hoog. Én af en toe bewegen is goed voor de hersenen.


2. De positieve houding van de leerkracht. Sleutelwoorden hierbij zijn: passie, enthousiasme en humor.


3. De mate waarin leerlingen zich geaccepteerd voelen. De band met klasgenoten is minstens even belangrijk als de band tussen leerlingen.



Als de leerkracht aan de bovenstaande aspecten werkt, vergroot hij de kans dat leerlingen een positief antwoord geven op de vraag: Hoe voel ik me?







Ben ik geïnteresseerd?



De tweede vraag als het gaat om betrokkenheid is: Ben ik geïnteresseerd?



Iemand die emotioneel betrokken is, kan toch niet meedoen omdat hij de activiteit niet interessant vindt. Interesse kun je onderverdelen in twee soorten:



• Situationele interesse. Hierbij is er verschil tussen opgewekte interesse (bijvoorbeeld door een demonstratie of een spelletje) en voortgezette interesse (als een leerling geïnteresseerd blijft).


• Persoonlijke interesse.



Hoe kun je situationele interesse opwekken en vasthouden? Dat kan door:



• Spelactiviteiten die gericht zijn op leren. Dit kunnen activiteiten zijn met een competitie-element.


• Milde meningsverschillen. Dit kan door werkvormen zoals een debat of een hoorzitting.


• Opmerkelijke informatie. Dit kan bijvoorbeeld door interessante feitjes.


• Effectieve vraagtechnieken, zoals:

- Kiezen van willekeurige leerlingen.

- Antwoord in tweetallen.

- Denktijd.

- Antwoordketens.

- Antwoorden in koor.

- Gelijktijdige individuele antwoorden: leerlingen kiezen tegelijkertijd voor opties A, B of C.







Is dit belangrijk?



De derde vraag als het gaat om betrokkenheid is: Is dit belangrijk?



De leerdoelen van school sluiten niet altijd aan bij wat de kinderen willen leren. 

Leerlingen vragen zich af: Is dit belangrijk? Als het antwoord op die vraag nee is, zullen ze niet betrokken zijn.

Hoe kun je leerlingen het belang laten zien van de leerstof?



• Door keuzemogelijkheden te bieden.


• Door cognitief complexe taken aan te bieden, die denkkracht vereisen.


• Door te verbinden met het dagelijkse leven en de ambities van de leerlingen.


• Door te stimuleren om kennis toe te passen.









Kan ik dit?



De laatste vraag als het gaat om betrokkenheid is: Kan ik dit? 

Als de leerling er geen vertrouwen in heeft dat hij de taak kan, dan kan hij de eerste drie vragen wel positief beantwoord hebben, maar zal hij uiteindelijk toch niet aan de taak beginnen. Dit hangt ook af van de mindset van de leerling, of hij een fixed of een growth mindset heeft.

Welke strategieën kunnen we inzetten om ervoor te zorgen dat het antwoord op deze vraag ‘ja’ is?



• Het volgen en bestuderen van hun vorderingen. Hierdoor kunnen leerlingen het verband zien tussen hun inzet en hun leerprestaties. Het stellen van persoonlijke leerdoelen is erg effectief.


• Het gebruiken van effectieve verbale feedback.


• Goede voorbeelden geven, bijvoorbeeld door verhalen en citaten. Een mooi citaat is die van Pablo Picasso: ‘Ik doe altijd wat ik niet kan, in de hoop te leren hoe het te doen.’


• Het gesprek over mindset aangaan en levend houden.




Strategieën

Alle bovengenoemde strategieën kun we onderverdelen in twee soorten: strategieën voor het juiste moment en dagelijkse strategieën.

Welke strategieën kan een leerkracht elke dag inzetten om betrokkenheid te realiseren?

- Handhaven van een effectief tempo
- Tonen van passie en enthousiasme
- Werken aan een positieve relatie tussen leraar en leerling en tussen leerlingen onderling.
- Gebruiken van effectieve verbale feedback.


Het invoeren van deze strategieën kan één klas kan al heel krachtig zijn, maar het beste is uiteraard een teambrede / schoolbrede aanpak.