Posts tonen met het label leerdoelen. Alle posts tonen
Posts tonen met het label leerdoelen. Alle posts tonen

woensdag 31 maart 2021

Feedback en formatief toetsen

Feedback


We verdelen feedback door docenten als door leerlingen in drie subcategorieën:

 

1 - Feed up (vooraf duidelijk wat je moet doen)

2 - Feedback (waar sta je nu)

3 - Feed forward (welke stappen moet je nog ondernemen om verder te komen)


 

 

Feed up

Feedback

Feed forward

 

Is het de leerling  duidelijk wat hij/zij moet doen? Waar werkt de leerling naartoe?

Waar is de leerling nu?

Welke stappen moet de leerling nog ondernemen om verder te komen? Hoe komt de leerling naar de gewenste situatie?

Docent

Leerdoel en succescriteria duidelijk maken, delen en begrijpen.

Realiseren van effectieve discussies, taken en activiteiten voor leren.

 

Feedback geven gericht op verder leren.

Medeleerling

Activeren van leerlingen als belangrijkste informatiebronnen voor elkaar.

 

Leerling

Activeren van leerlingen door het stimuleren m.b.t. het eigen leren.

 


Verder zijn er zeven essentiële punten voor het geven van feedback:

1 - Feedback moet verwijzen naar een doel.

2 - Feedback moet tastbaar en transparant zijn.

3 - Feedback moet actiegericht zijn.

4 - Feedback moet gebruiksvriendelijk zijn.

5 - Feedback moet vlot en tijdig worden gegeven.

6 - Feedback moet voortdurend formatief zijn, dus inzicht geven in het leerproces van de leerling.

7 - Feedback moet consistent zijn; de normen zijn duidelijk en gelijk voor iedereen. 



Formatief toetsen

Formatieve toetsen worden tijdens het onderwijsleerproces ingezet om te meten hoe ver leerlingen gevorderd zijn in het behalen van bepaalde doelen. Deze toetsen geven tevens inzicht in de vervolgstappen die ondernomen kunnen worden om alsnog de gestelde doelen te behalen of nieuwe doelen te formuleren.

In tegenstelling tot summatief toetsen, heeft formatief toetsen dus als primair doel leerlingen inzicht te geven in hun eigen leerproces en hun onderwijs op maat te geven. 

Toetsen met een formatieve functie zorgen ervoor dat de docent helder heeft waar de leerling naartoe werkt (feed up), een goed beeld krijgt waar de leerling staat (feedback) en de docent weet hoe hij de leerling naar de gewenste situatie kan leiden (feed forward).

Doordat de docent aan het einde van zijn les vragen stelt over de behandelde stof en over de te behandelen lesstof, krijgt de docent inzicht waar zijn leerlingen staan in hun leerproces:

- Hebben ze de behandelde stof voldoende begrepen?
- Kan hij de volgende les inderdaad aan nieuwe lesstof beginnen?
- Of blijkt dat leerlingen ook die stof beheersen?
- Hebben slechts enkele leerlingen extra instructie nodig?

Op basis van de uitkomst is het voor de docent mogelijk om in te spelen op wat zijn leerlingen nodig hebben en om eventueel zijn lesinstructies en leeractiviteiten de volgende les bij te stellen.

Het formatief toetsen leggen we uit in drie verschillende stappen. Waarbij we gebruik maken van de begrippen feed up, feedback en feed forward:

1 - Doel          – waar werkt de leerling naar toe?    - (feed up)
2 - Toets         – waar staat de leerling nu?              - (feedback)
3 - Gevolg      – wat heeft de leerling nog te doen? - (feed forward) 


Stap 1

Doel 

Waar werkt de leerling naar toe?

(feed up)

 

Bij formatief toetsen stel je eerst vast wat het doel is van de les.

 

Stap 2

Toets 

Waar staat de leerling nu?

(feedback)

 

 

In deze stap maak je zichtbaar wat al geleerd is met een toets.

 

Een toets kun je hier ruim opvatten, als een quiz, maar ook allerlei andere vraagvormen om de kennis of vaardigheden van leerlingen te toetsen.

 

Stap 3

Gevolg 

Wat heeft de leerling nog te doen?

(feed forward) 

 

 

In stap 3 bepaal je het gevolg: wat is er nog te leren? En om welke aanpassing van de les vraagt dit?

 

Deze stappen blijf je herhalen als docent, maar ook als leerling.

 

Door de les op deze manier te koppelen aan het doel en aan wat nog te leren is, wordt duidelijk waar de leerlingen naartoe werken.

 



dinsdag 11 februari 2020

Prestatiedoelentheorie – leerdoelen en prestatiedoelen

De prestatiedoelentheorie (Achievement Goal Theory) maakt onderscheid tussen leerdoelen en prestatiedoelen.

Leerdoelen:
leerlingen met leerdoelen zijn gericht op hun eigen leerproces.

Prestatiedoelen:
leerlingen met prestatiedoelen zijn gericht op het presteren in vergelijking met anderen.
Deze theorie gaat ervan uit dat leerlingen gemotiveerd zijn om te leren omdat ze een bepaald doel nastreven.

Als leerlingen leerdoelen nastreven, zijn ze gericht op het leren van de stof of het ontwikkelen van bepaalde vaardigheden.

Het doel is de taakuitvoering: het leren zelf.

Daarentegen kunnen leerlingen ook prestatiedoelen nastreven. Dit wil zeggen dat het doel is om een prestatie neer te zetten, met name in vergelijking met de prestaties van anderen.

Denk aan het halen van hoge cijfers in vergelijking met andere leerlingen in de klas.


Wetenschappelijk onderzoek wijst uit dat onderwijs waarin de docent de nadruk legt op inzet en individuele vooruitgang van leerlingen, leidt tot betere leerresultaten.


Doeloriëntaties
Doeloriëntatie houdt in dat mensen verschillende motieven kunnen hebben om een bepaald doel te bereiken. 

Je hebt vast wel een deel van de onderstaande tekst gelezen of gehoord:

Als ik blijf kijken
zoals ik altijd heb gekeken
blijf ik denken
zoals ik altijd dacht

Als ik blijf denken
zoals ik altijd heb gedacht
blijf ik geloven
zoals ik altijd heb geloofd.

Als ik blijf geloven
zoals ik altijd heb geloofd
blijf ik doen
zoals ik altijd heb gedaan

Als ik blijf doen
zoals ik altijd heb gedaan
blijft mij overkomen
wat mij altijd overkwam

Maar als ik mijn ogen sluit
en voel mijn ware zelf van binnen
Dan kom ik deze cirkel uit

en kan ik steeds opnieuw beginnen.

Hoe nu deze spiraal naar beneden te doorbreken en de leerling uit te dagen de eigen verantwoordelijkheid op te pakken? Hoe je verschillende motieven kunt hebben om een bepaald (leer)doel te bereiken. 

Bij het stellen van leerdoelen kan men deze richten op zichzelf (‘mastery’ oriëntatie, gericht op het ontwikkelen van kennis en vaardigheden) of op anderen (‘performance’ oriëntatie, gericht op beter presteren dan anderen), waarbinnen men zich kan richten op het behalen/verkrijgen van succes (approach) dan wel op voorkomen van falen.





Aan de hand van het bovengenoemde schema kunnen we een onderscheid maken tussen leerstreefdoelen en prestatiestreefdoelen, in positieve als negatieve waarden.

Waarde
Normatief
(gericht op de ander)

Intrapersoonlijk
(gericht op zichzelf)
Positief/succes
Prestatiestreefdoel 
(performance-approach)


Doel:
Beter presteren dan anderen

Gedragingen:
-Zelf effectiviteit laag
Leerstreefdoel
(mastery-approach)


Doel:
Beheersen van de stof

Gedragingen:
-Zelf effectiviteit hoog
-Veel strategieën bij het oplossen van een probleem

Negatief/falen
Prestatievermijddoel (performance-avoidance)


Doel:
Slechter presteren dan
anderen vermijden

Gedragingen:
-Minder moeite doen bij falen
-Zelf effectiviteit laag
-Falen komt door
gebrek aan vaardigheid
Leervermijddoel
(mastery-avoidance)


Doel:
Niet beheersen van de stof vermijden

Gedragingen:
-Faalangst
-Uitstelgedrag
-Zelf effectiviteit hoog
-Lage zelfstandigheid
-Hogere emotionaliteit


Doeloriëntatie wordt beschouwd als een stabiel persoonlijkheidskenmerk, dat wel wordt beïnvloed door de context / de situatie. We onderscheiden de volgende doeloriëntaties:


1. Iemand met een leeroriëntatie heeft de behoefte zich te ontwikkelen door het verkrijgen van nieuwe vaardigheden en de beheersing van nieuwe situaties. Ook wel taakoriëntatie genoemd. 


2. Iemand met een competitieoriëntatie heeft de behoefte zich te bewijzen ten opzichte van anderen en hoopt daar ook positieve feedback over te krijgen.



3. Iemand met een vermijdoriëntatie heeft de behoefte incompetentie en negatief commentaar over de competentie te vermijden.

donderdag 4 april 2019

De leergerichte aanpak - gericht op inzet en vooruitgang

Gericht op je eigen leerproces
Toetsen nemen nog steeds een belangrijkere plek in binnen het onderwijs. Er is sprake van een toetsgerichte cultuur. Door alle toetsen en het belang dat eraan gehecht wordt, raken leerlingen veelal op het eindresultaat gefocust, en minder op het leerproces.

Bij een leergerichte aanpak wil men af van deze nadruk op de vergelijking met anderen. Leerlingen met prestatiedoelen zijn gericht op het presteren in vergelijking met anderen. Leerlingen die leerdoelen hanteren, presteren over het algemeen beter.


De leergerichte aanpak komt voort uit de prestatiedoelentheorie (PDT) . Deze motivatietheorie houdt zich bezig met de redenen waarom leerlingen leren en zich inzetten.

De prestatiedoelentheorie (PDT) maakt onderscheid tussen leerdoelen en prestatiedoelen.

Leerdoelen
Leerlingen met leerdoelen zijn gericht op hun eigen leerproces.

Prestatiedoelen
Leerlingen met prestatiedoelen zijn gericht op het presteren in vergelijking met anderen.


Het gebruik van leerdoelen wordt gestimuleerd door een leergerichte aanpak te hanteren. In deze aanpak wordt uitgegaan van het leerproces, de getoonde inzet en de individuele vooruitgang van een leerling. Toetsen worden gezien als middel om het leerproces van het individu inzichtelijk te maken. Daarnaast worden ook andere vaardigheden en eigenschappen van een leerling in kaart gebracht waardoor de leerling meer inzicht krijgt in zijn eigen ontwikkeling.


Doeloriëntatie
Doeloriëntatie houdt in dat mensen verschillende motieven kunnen hebben om een bepaald doel te bereiken (Dweck, 1986).

Bij het stellen van leerdoelen kan men deze richten op zichzelf (‘mastery’ oriëntatie, gericht op het ontwikkelen van kennis en vaardigheden) of op anderen (‘performance’ oriëntatie, gericht op beter presteren dan anderen), waarbinnen men zich kan richten op het behalen/verkrijgen van succes (approach) dan wel op voorkomen van falen (Elliot & McGregor, 2001).

Daarnaast kan men ook als oriëntatie hebben een doel te bereiken door zo min mogelijk inspanning te hoeven leveren (Harackiewicz, Durik, Barron, Linnenbrink-Garcia, & Tauer, 2008).


De structuur van doeloriëntaties

Waarde
Normatief
(gericht op de ander)
Intrapersoonlijk
(gericht op zelf)
Positief/succes
Prestatiestreefdoel (performance-approach)



Doel:
Beter presteren dan anderen

Gedragingen:
-Zelf effectiviteit laag
Leerstreefdoel
(mastery-approach)



Doel:
Beheersen van de stof

Gedragingen:
-Zelf effectiviteit hoog
-Veel strategieën bij het oplossen van een
probleem
Negatief/falen
Prestatievermijddoel(performance-avoidance)



Doel:
Slechter presteren dan
anderen vermijden

Gedragingen:
-Minder moeite doen bij falen
-Zelf effectiviteit laag
-Falen komt door
gebrek aan vaardigheid
Leervermijddoel
(mastery-avoidance)



Doel:
Niet beheersen van de stof vermijden

Gedragingen:
-Faalangst
-Uitstelgedrag
-Zelf effectiviteit hoog
-Lage zelfstandigheid
-Hogere emotionaliteit


Maak gebruik van een logboek of portfolio voor inzicht in eigen leerproces
Door met een portfolio of een logboek te werken wordt de ontwikkeling van de individuele leerling inzichtelijk te maken voor de leerling zelf, voor zijn ouders en voor de docenten. Aan de hand van een portfolio laat de leerling zien wat hij gedaan en geleerd heeft (bijv. tekeningen, verslagen, foto’s, werkbladen en brieven). Het is het concrete resultaat van een denk- en redeneerproces waarin leerlingen (on)bewust bezig zijn met hun eigen ontwikkelproces, ambities, talenten en gevoelens.

Door te werken met het portfolio of een logboek ontwikkelt een leerling een beeld van zijn eigen leerproces. Door het selecteren en bewaren van werk denkt de leerling zelf na over zijn werk, reflecteert hij op zijn eigen leerproces. Op basis van deze reflecties kan een leerling mogelijk nieuwe leeractiviteiten en -doelen plannen.


Werken met portfolio’s of een logboek nodigt uit tot interactie tussen leerling en docenten en tussen leerlingen onderling. Leerlingen en docenten worden uitgedaagd te onderhandelen, argumenten uit te wisselen, elkaars standpunten en opvattingen te leren kennen en begrijpen. Dit draagt bij aan een school als community waarin leerlingen en docenten van elkaar leren.