Posts tonen met het label Korthagen. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Korthagen. Alle posts tonen

zondag 23 augustus 2015

Het ui-model - talentontwikkeling van leerlingen

Hoewel Korthagen en Vasalos dit model voor competentieontwikkeling van docenten ontwikkeld hebben, kan het ook van dienst zijn bij het kijken naar talentontwikkeling van leerlingen. Vaak noemen topsporters of grote musici zaken als passie en discipline als bepalen voor hun talentontwikkeling. Met het ui-model kun je naar dat soort zaken kijken.


Vanuit een holistische visie beschrijft het model het leraarschap en leraarskwaliteiten als een ui-model met zes lagen:

  • betrokkenheid
  • identiteit
  • overtuigingen
  • competentie
  • gedrag
  • omgeving


Het ui-model laat zien dat talentontwikkeling moet steunen op en voortkomt uit  de diepere lagen van de ui. Alleen dan zal er ook daadwerkelijk sprake kunnen zijn van ‘talentvol’ gedrag.

zaterdag 28 december 2013

Het spiraalmodel voor reflectie van Korthagen

Het spiraalmodel voor reflectie van Korthagen is een reflectiecyclus.



Het model van Korthagen bestaat uit 5 fasen die telkens opnieuw doorlopen worden. Bij elke fase kan je jezelf een aantal vragen stellen.

1. Het handelen (lesgeefervaring)

Vragen:
Wat wilde je bereiken?
Waar wilde je op letten?
Wat wilde je uitproberen?

2. Terugblikken op dit handelen

Vragen:
Wat gebeurde er concreet?
Vanuit het lerarenperspectief: wat wilde je, wat deed (dacht, voelde, …) je?
Vanuit het leerlingenperspectief: wat denk je dat de leerlingen wilden, deden, dachten, voelden?

3. Bewustwording van essentiële aspecten

Vragen:
Wat is de invloed van de context op dit alles?
Wat is dus het probleem?

4. Alternatieven ontwikkelen

Vragen:
Welke alternatieven ken je?
Welke voor- en nadelen hebben deze?

5. Uitproberen in nieuwe situatie.

Beschrijf concreet welk alternatief je volgende les gaat toepassen.
De inhoud van je reflectie (zowel breedte als diepte) bespreek je met je supervisor:

Breedte: wat heb ik onderwezen (leerstof) en hoe (didactisch) tot vragen rond het waarom.
Diepte: vragen over je handelen (lesgeven) tot vragen rond je persoonlijke opvattingen.


Het reflectieproces resulteert in een concreet punt naar de volgende lessen toe en oriënteert de volgende reflecties. Op die manier krijgt men zicht op de eigen leerweg en de leervorderingen en kan de (stage)begeleider aan trajectbegeleiding doen.



Wat is kernreflectie?

Bij kernreflectie gaat het om nadenken over watje wilt realiseren als docent of leerling, en wat je belemmert bij het oplossen van een probleem. We onderscheiden kernreflectie van reflectie in het algemeen. Bij reflecteren in het algemeen gaat het om nadenken over gedrag, vaardigheden, en opvattingen van jezelf en anderen in een probleemsituatie.

Het begeleiden van iemand met de methodiek van reflectie kan in beeld worden gebracht met het spiraalmodel voor reflectie van Korthagen.





Kernreflectie is een toegespitste vorm van reflectie die zich vooral richt op de het ideaal wat je nastreeft en hoe je je zelf hierin beperkt (belemmeringen en doemscenario's).




Kenmerkend voor kernreflectie is:

  • De aandacht voor vragen als: wat is mijn ideaal, waar geloof ik in, waar zou ik in willen geloven, hoe zie ik mezelf, hoe zou ik willen zijn, wat beweegt mij, wat is voor mij van wezenlijke betekenis? Vragen dus die de identiteit en de spiritualiteit van een persoon betreffen.

  • De toekomstgerichtheid. Je bent dus niet alleen gericht op het oplossen van een probleem, maar ook op de betekenis voor de toekomst.

  • De nadruk op idealen, dromen, verlangens, op watje graag zou willen.

  • Het streven naar disidentificatie. Het loskomen van belemmerende overtuigingen. Dus weer vrij kunnen kiezen of je vasthoudt aan een zelfgecreëerde beperkende gedachte.
  • Het op zoek gaan naar kernkwaliteiten teneinde die in te zetten in de situatie. Bij kernkwaliteiten kun je denken aan helderheid, zorg, vastberadenheid, doelgerichtheid, openheid, creativiteit
  • Een afwisselende aandacht tussen denken, voelen, willen en doen in het hier en nu.
  • De resultaatgerichtheid. De uitkomst van het kernreflectieproces is datje ook doet wat je bedacht hebt



maandag 4 maart 2013

Kolb


Leerlingen verschillen nogal in de wijze waarop ze leren. Leren is op te vatten als een proces dat uiteindelijk leidt tot gedragsverandering. In het leerproces zijn verschillende fasen te onderscheiden, zoals het verzamelen van informatie, het toetsen van nieuwe inzichten of het nadenken over dingen die je overkomen. 

De psycholoog Kolb deed onderzoek naar verschillende manieren van leren van mensen en hij onderscheidde vier verschillende manieren van leren, die hij als fasen die van elkaar afhankelijk zijn kon vastleggen. Deze vier leerfasen kunnen worden beschreven in termen van de vaardigheden die bij die fasen horen.


  • Concreet ervaren ('feeling') - onderdompelen en ervaren.
  • Waarnemen en overdenken ('watching') - reflecteren en verhelderen.
  • Abstracte begripsvorming ('thinking') - inzicht krijgen en verklaren, leren van de ervaring.
  • Actief experimenteren ('doing') - toepassen en oefenen in een andere context, uitproberen wat je geleerd hebt.


Deze vier fasen volgen logisch op elkaar: als je iets meemaakt (ervaring) is het belangrijk daarna je ervaringen te overdenken (reflectie) en te veralgemeniseren (begripsvorming). Je kan dan een aanpak bedenken waarmee je een overeenkomstige gebeurtenis tegemoet kan treden (experimenteren).