Een activerende werkvorm is de manier waarop de docent vorm geeft aan de onderwijsleersituatie.
Activerende werkvormen zetten leerlingen actief aan het werk met de lestof, waarbij ze studievaardigheden ontwikkelen en waarbij gebruik wordt gemaakt van praktijksituaties.
Activerende werkvormen zijn in te delen in verschillende groepen, zoals instructievormen, interactievormen, discussievormen, opdrachtvormen, samenwerkingsvormen, schrijfopdrachten en spelvormen.
Posts tonen met het label werkvormen. Alle posts tonen
Posts tonen met het label werkvormen. Alle posts tonen
vrijdag 25 oktober 2019
zaterdag 21 september 2019
Twaalf bouwstenen voor effectieve didactiek
De kernvraag van het boek Wijze lessen: twaalf bouwstenen
voor effectieve didactiek is: ‘Wat zijn effectieve lessen en hoe maak je die?’
Tim Surma en de andere auteurs geven uitleg bij twaalf
instructieprincipes. Ze verklaren vanuit wetenschappelijk onderzoek waarom die
principes werken en ze geven voorbeelden van toepassing van deze principes in
de klas.
1. Activeer relevante voorkennis
|
Wat je al weet, bepaalt wat en hoe snel je leert.
Herhaal op een actieve wijze de voorkennis die de leerling nodig heeft om de
nieuwe leerstof te begrijpen. Zo geef je meteen een kapstok om nieuwe leerstof te verbinden aan de eerder
geleerde leerstof en richting te geven aan het verdere verloop van je les. Nieuwe informatie
onthoud je immers beter wanneer ze kleeft aan voorkennis. Organiseer die nieuwe leerstof
ook binnen een abstract, algemeen en omvattend kader.
|
2. Geef duidelijke, gestructureerde en uitdagende
instructie
|
Besteed voldoende tijd aan duidelijke, gestructureerde
en uitdagende instructie. Als leerlingen niet begrijpen wat er geleerd moet worden, wordt leren lastig. Afgebakende lesfasen en doelen brengen structuur.
Uitdagende doelen en een snel lestempo in een warm leerklimaat motiveren je
leerlingen.
|
3. Gebruik voorbeelden
|
Op het moment dat leerlingen hun eerste stappen zetten
in het verwerven van nieuwe kennis of vaardigheden, is het effectief om te
werken met voorbeelden. Zo’n voorbeeld kan een uitgeschreven uitwerking van een oefening zijn, de
leraar die de nieuwe vaardigheid demonstreert, of concrete voorbeelden bij
een abstract begrip. Belangrijk daarbij is om de genomen stappen te verklaren, samen met de achterliggende
principes. Stimuleer leerlingen ook om voorbeelden zelf te proberen verklaren en te
vergelijken.
|
4. Combineer woord en beeld
|
Leerlingen slaan informatie die zowel via woorden als
beelden wordt gepresenteerd, gemakkelijker op dan wanneer alleen maar woorden
worden gebruikt. Dit principe is gebaseerd op het feit dat verbale en visuele informatie volgens
twee afzonderlijke (maar gelijktijdig werkende) processen in het werkgeheugen verwerkt worden
en vervolgens in het langetermijngeheugen geïntegreerd. Dat maakt het leren
minder belastend en effectiever.
|
5. Laat leerstof actief verwerken
|
Productieve strategieën verplichten de leerling om
leerstof actief te herkneden. De leerling creëert een nieuw bijproduct, zoals
een verklaring, een samenvatting of een schema.
Daardoor onthoudt die meer dan door de leerstof op een
meer passieve wijze te ‘consumeren’
door bijvoorbeeld alleen maar te herlezen. Actief
verwerken kan individueel maar ook in
samenwerking. Belangrijk is om deze strategieën op het
juiste moment te gebruiken en om ze ook aan te leren.
|
6. Zoek manieren om te achterhalen of de hele klas het
begrepen heeft
|
Als je wilt dat je leerlingen leren, is het van groot
belang dat leerlingen betrokken blijven.
Leerlingen haken soms af omdat de leerstof bijvoorbeeld
te moeilijk is of zij de aangereikte
oefeningen te moeilijk of te gemakkelijk vinden. Om dit
te voorkomen is het nodig om met grote regelmaat na te gaan of je leerlingen hebben
begrepen en onthouden wat je beoogt
met je uitleg, opdracht en begeleiding. Dit kan door
goede vragen te stellen, opdrachten met
voldoende moeilijkheid aan te bieden en activiteiten in
te zetten om informatie te verzamelen van de hele klas.
|
7. Ondersteun bij moeilijke opdrachten
|
Leerlingen begeleiden is een belangrijk kenmerk van
goed les geven. Wanneer leerlingen
opdrachten nog niet zelfstandig aan kunnen, is
tijdelijke, individuele en aanpasbare steun van
de leraar noodzakelijk. Dat proces wordt ook wel
scaffolding genoemd. Naarmate de leerling
bekwamer wordt, vermindert de ondersteuning van de
leraar.
|
8. Spreid oefening met leerstof in de tijd
|
Wanneer je met nieuwe leerstof gaat oefenen, werkt het
voor het onthouden van de leerstof
beter als je de oefeningen spreidt in de tijd over
meerdere kortere oefensessies dan als je de
leermomenten in één lange oefensessie concentreert.
|
9. Zorg voor afwisseling in oefentypes
|
Tijdens het oefenen is afwisseling vaak aan te raden.
Door te variëren in oefeningtypen en
leerstofonderdelen kunnen leerlingen leren om
verschillende oplossingsstrategieën te
gebruiken. Daarnaast doet verandering van spijs ook
eten!
|
10. Gebruik toetsing als leer- en oefenstrategie
|
We denken vaak na over hoe we leerstof in de hoofden
van onze leerlingen kunnen krijgen.
Minstens even belangrijk is om de leerstof ook uit het
geheugen te krijgen. Leerlingen laten
oefenen om actief informatie op te halen uit hun
geheugen versterkt hun geheugen in vergelijking met passievere technieken,
zoals herlezen. Leerlingen onthouden daardoor de leerstof
beter én langer.
|
11. Geef feedback die leerlingen aan het denken zet
|
Feedback is een van de krachtigste interventies om het
leren van leerlingen te bevorderen. Het doel van feedback is om informatie te
geven over waar leerlingen staan en ze houvast te geven bij het behalen van
de leerdoelen. Het organiseren van effectieve feedback is echter complex. Als
de feedback de leerlingen niet aan het denken zet en in actie brengt, is
feedback ineffectief. Dan is eerst iets anders nodig.
|
12. Leer je leerlingen effectief leren
|
Als leraar kun je de voorgaande elf bouwstenen
gebruiken om je lessen effectiever, efficiënter en aangenamer te maken, maar
er zijn ook veel handvatten die leerlingen helpen om zélf hun leren op een
efficiënte, effectieve en aangename wijze te organiseren. Leer je leerlingen
hoe ze hun eigen leren kunnen plannen, monitoren, evalueren en bijsturen en
welke leerstrategieën ze het beste kunnen gebruiken wanneer ze zelfstandig
aan het studeren zijn.
|
Het boek ‘Wijze lessen: 12 bouwstenen voor effectieve
didactiek’, is gratis te downloaden via de volgende link: http://www.wijzelessen.nu
[ Bron: https://www.ou.nl/web/wijze-lessen/home ]
[ Bron: https://www.ou.nl/web/wijze-lessen/home ]
Labels:
didactiek,
didactische werkvormen,
vakdidactiek,
voorkennis,
werkvormen
vrijdag 24 mei 2019
Activerende werkvormen
In de handreiking vind je een overzicht van werkvormen die je kunt inzetten om aan de slag te gaan met activerende werkvormen en Blended Learning.
vrijdag 23 september 2016
Diamond ranking
Leerlingen krijgen twaalf of negen uitspraken die een reeks van opvattingen weergeven en moeten de uitspraken in een ruit (diamant) rangschikken. Het belangrijkste of meest kenmerkende item of de uitspraak, waarmee men het meeste eens is, komt bovenaan te staan. Vervolgens komen de aspecten, die op de tweede rang staan en tenslotte wordt onderaan in de ‘diamond’ het statement geplaatst, waarmee men het minste mee eens is, of dat het minst belangrijk of kenmerkend is.
In een tweede stap leggen de leerlingen de eigen ‘diamond ranking’ aan andere leerlingen uit en onderbouwen hun keuze met argumenten. Eventueel kan ook een groeps- of klassen- “diamond” worden gemaakt.
Na de eerste stap:
Na de tweede stap:
In een tweede stap leggen de leerlingen de eigen ‘diamond ranking’ aan andere leerlingen uit en onderbouwen hun keuze met argumenten. Eventueel kan ook een groeps- of klassen- “diamond” worden gemaakt.
Na de eerste stap:
- Was het gemakkelijk om de “diamond ranking” in te vullen?
- Waar was het moeilijk en waarom?
- Kon je goede argumenten aanvoeren om je “diamond ranking” te onderbouwen?
- Heb je goede argumenten van andere leerlingen gehoord, waaraan je zelf niet hebt gedacht?
Als er een groeps “diamond” wordt gemaakt:
- Hoe kwam je tot overeenstemming?
- Was het moeilijk/onmogelijk om tot een gezamenlijke “diamond” te komen?
Na de tweede stap:
- Ben je van mening veranderd, nadat je de statements van je medeleerlingen hebt gehoord? Waarom (niet)?
Waarom is dit een goede werkvorm?
Deze werkvorm helpt leerlingen inzicht in hun eigen standpunten te verkrijgen, wat een belangrijke stap is. Ze roept discussie op en laat op een gemakkelijke manier zien, dat opvattingen of houdingen in de meeste groepen divergeren: er zullen nauwelijks 20 dezelfde ‘diamond rankings’ in één groep zijn. Verder ontwikkelen de leerlingen in de toelichting van de eigen ranking hun argumentatieve vaardigheden.
Labels:
activerende werkvormen,
CLIL,
diamond ranking,
PLG,
TTO,
werkvormen
dinsdag 23 juni 2015
Een goede les.
In de onderstaande
tekst staan 10 vragen als voorbereiding voor een goede les. De sleutelvragen
zetten de docent ertoe aan, voorafgaande aan het lesgeven, de belangrijkste
aspecten hiervan te overwegen en in een verantwoorde relatie tot elkaar te
brengen.
De sleutelvragen
luiden:
- Welke leerdoelen heeft de docent op het oog? (m.a.w. met welke leerstof doet de docent een beroep op welke leerprocessen)
- Welk begingedrag (voorkennis, vaardigheden en houdingen) bezitten de leerlingen gelet op de beoogde leerdoelen?
- Hoe differentieer de docent? (m.a.w. hoe speel ik in op de verschillen bij leerlingen)
- Welke werkvormen en groeperingsvormen gebruik de docent?
- Welke leermiddelen zet de docent in?
- Welke didactische volgorde brengt de docent aan?
- Hoe en wanneer bepaalt de docent de leerresultaten?
- Hoe faseert de docent de les wat de tijd betreft?
- Hoe motiveert de docent de leerlingen zoveel mogelijk?
- Hoe zorgt de docent voor een goede sfeer in de klas?
Een verdere uitwerking van een goede les:
De docent als professional
|
De docent straalt passie voor
zijn/haar vak uit. De docent is een vakman/vakvrouw.
|
Zelfstandigheid
|
De docent zet leerlingen een deel
van de les zelfstandig aan het werk. Zorgt ervoor dat er stevig gewerkt wordt
tijdens de zelfstandige werkentijd.
|
Oplossingsgericht
|
Docent stimuleert leerlingen om
zelf op zoek te gaan naar oplossingen.
|
Werkvormen
|
Past minimaal 3 verschillende
didactische werkvormen en
groeperingsvormen toe binnen
een les. Maakt gebruik van gevarieerde opdrachten.
|
Denkvragen
|
Stelt denkvragen aan de
leerlingen.
|
Differentiëren
|
De docent is alert op de
leerbehoefte van de individuele leerlingen. Docent verkent het startpunt van
de leerlingen. Weet (o.a. op basis van een RTTI analyse) wat de speciale
leerbehoeften van de individuele leerlingen zijn. Differentieer tijdens de
verschillende fasen van de les en geeft gedifferentieerde instructie tijdens
de les.
De docent weet wie de sterke
leerlingen in de groep zijn. Zorgt ervoor dat zij extra uitgedaagd worden en
weet welk deel van de verwerking relevant voor hen is.
|
Leerstrategieën
|
Heeft aandacht voor het toepassen
van verschillende leerstrategieën, passend bij de verschillende typen
maakwerk en leerwerk.
|
Voorkennis
|
De docent laat voorkennis ophalen
en samenvatten.
|
Leertijd
|
De les bevat een hoog aandeel
echte leertijd.
|
Voorbeelden
|
De docent geeft heldere,
herkenbare en actuele voorbeelden.
|
RTTI
|
De docent weet op basis van een
RTTI analyse wat de speciale leerbehoeften van de individuele leerlingen
zijn. De docent geeft op basis van de RTTI gegevens feedback aan de leerling.
|
Feedback/evaluatie
|
De docent bespreekt het (huis)werk
en eventuele moeilijkheden. De docent geeft leerlingen feedback op de
kwaliteit van hun werk en op de wijze waarop er gewerkt is. De docent
evalueert / checkt of het doel van de les door alle leerlingen is bereikt.
Gewenst gedrag van leerlingen wordt benoemd en beloond middels positieve
feedback (complimenten).
|
Verwachtingen
|
De docent geeft expliciet blijk
van hoge verwachtingen. Docent spreekt deze positieve verwachtingen uit naar
leerlingen over wat zij aankunnen.
|
Vijf rollen van de docent
|
De docent vervult in zijn/haar
lessen vijf verschillende rollen. De docent is gastheer, presentator,
didacticus, pedagoog en afsluiter.
|
Eigen verantwoordelijkheid
|
De docent laat de leerlingen delen
in verantwoordelijkheden.
|
Omgeving en tijd
|
De les start op tijd en het lesuur
is zorgvuldig ingedeeld en goed benut.
De (pedagogische) werkomgeving
voldoet aan de eisen op gebied van ordelijkheid en netheid en veiligheid. De
leraar houdt tijdig en continue de studievorderingen, de absentie en het
huiswerk bij en deze staan bijtijds in Magister.
|
Aandacht
|
De docent verwelkomt de
leerlingen, geeft persoonlijke aandacht en attendeert preventief evt.
problemen. De docent kent de namen van de leerlingen.
|
Structuur
|
De docent start duidelijk de les,
heeft en houdt de aandacht van de leerlingen en presenteert het onderwerp. De
leraar vertelt bij aanvang de lesdoelen, structuur en inhoud van de les en
noteert deze op het bord.
|
Leergerichtheid
|
De docent zorgt voor orde (goed
klassenmanagement) en een veilige sfeer in de klas, een leergerichtheid bij
leerlingen. De docent zorgt voor een juist pedagogisch klimaat, waarbij
ongewenst gedrag volgens afgesproken regel wordt gecorrigeerd. Geeft de
leerling de kans om het gedrag te herstellen. De docent handhaaft de orde in
de klas en er is zichtbaar een open, goede leraar-leerling(-en)-relatie.
|
Labels:
didactische werkvormen,
differentiëren,
les,
lesgeven,
werkvormen
zondag 1 februari 2015
Motiverende werkvormen
Werkvorm:
|
Beschrijving van de werkvorm:
|
Voorbeeld/nabespreking
|
Vier hoeken
|
De vier hoeken werkvorm
werd ontwikkeld om leerlingen erover na te laten denken en te beargumenteren,
welke van vier gegeven antwoorden op een vraag (of oplossingen voor een
probleem) de juiste is. De antwoorden of oplossingen zouden zo geformuleerd
moeten zijn, dat zij allemaal correct zouden kunnen zijn en niet een
duidelijk beste antwoord bevatten. De antwoorden worden op een groot blad
papier geschreven en in de vier hoeken van het klaslokaal opgehangen. De
leerlingen krijgen aansluitend de vraag of het probleem te horen en worden
gevraagd dat antwoord of die oplossing te kiezen, die hun op dit moment de
beste lijkt te zijn. Aan de leerlingen zou uitgelegd moeten worden, dat een
keuze niet betekent, dat ze de andere antwoorden of oplossingen fout vinden,
maar niet zo goed als die, waarvoor zij hebben gekozen. Om tot een besluit te
komen hebben leerlingen enkele minuten de tijd nodig. Nadat de leerlingen een
van de hoeken hebben gekozen, wordt aan de vier groepen gevraagd, om
argumenten aan te dragen om het antwoord of de oplossing te onderbouwen.
Leerlingen, die het
moeilijk vinden met één van de gegeven antwoorden of oplossingen eens te
zijn, kunnen in het midden van de klas een groep vormen en hun standpunt
onderbouwen. Zij zouden dan tot een eigen antwoord of oplossing moeten komen.
|
Dit voorbeeld werd voor
de aardrijkskundeles ontwikkeld en het richt zich op ruimtelijke patronen.
Geen enkel van de voorgestelde patronen is helemaal juist, maar allemaal wel
een beetje, afhankelijk van de gezichtspunten van de kaartlezer.
Het thema van de
lessenreeks is: Is familie in Europa belangrijk?
Het lesonderwerp is:
Heeft men in Europa een voorkeur voor minder kinderen?
De volgende kaarten
kunnen gebruikt worden:
http://www.atlasofeuropeanvalues.eu/map.php?id=182&lang=nl
(Een vrouw moet kinderen
krijgen om aan haar bestemming te voldoen.)
http://www.atlasofeuropeanvalues.eu/map.php?id=566&lang=nl
(Een man moet kinderen
krijgen om aan haar bestemming te voldoen.)
Nabespreking
1. Hoe ben je tot het besluit gekomen, welk
patroon het beste overeenkomt met de kaart?
2. Hoe heb je de argumenten ontwikkeld om je
keuze te onderbouwen?
3. Voor welk doel is het verstandig om patronen
te gebruiken?
4. Wat kunnen patronen niet?
|
2-20-200
|
||
Diamond ranking
|
Leerlingen krijgen
twaalf of negen uitspraken die een reeks van opvattingen weergeven en moeten
de uitspraken in een ruit (diamant) rangschikken. Het belangrijkste of meest
kenmerkende item of de uitspraak, waarmee men het meeste eens is, komt
bovenaan te staan. Vervolgens komen de aspecten, die op de tweede rang staan
en tenslotte wordt onderaan in de ‘diamond’ het statement geplaatst, waarmee
men het minste mee eens is, of dat het minst belangrijk of kenmerkend is. In
een tweede stap leggen de leerlingen de eigen ‘diamond ranking’ aan andere
leerlingen uit en onderbouwen hun keuze met argumenten. Eventueel kan ook een
groeps- of klassen- “diamond” worden gemaakt.
|
Na de eerste stap:
-
Was het gemakkelijk om de “diamond ranking” in te vullen?
-
Waar was het moeilijk en waarom?
-
Kon je goede argumenten aanvoeren om je “diamond ranking” te onderbouwen?
-
Heb je goede argumenten van andere leerlingen gehoord, waaraan je zelf niet
hebt gedacht?
Als er een groeps
“diamond” wordt gemaakt:
-
Hoe kwam je tot overeenstemming?
-
Was het moeilijk/onmogelijk om tot een gezamenlijke “diamond” te komen?
Na de tweede stap:
-
Ben je van mening veranderd, nadat je de statements van Marit en Anup hebt
gehoord? Waarom (niet)?
Waarom is dit een goede werkvorm?
Deze werkvorm helpt
leerlingen inzicht in hun eigen standpunten te verkrijgen, wat een
belangrijke stap is. Ze roept discussie op en laat op een gemakkelijke manier
zien, dat opvattingen of houdingen in de meeste groepen divergeren: er zullen
nauwelijks 20 dezelfde ‘diamond rankings’
in één groep zijn. Verder ontwikkelen de leerlingen in de toelichting
van de eigen ranking hun argumentatieve vaardigheden.
|
Croquis
|
Ruimtelijke verschillen
in de EU
A. Voordat je begint
moet je de volgende vragen beantwoorden:
B. Informatie verzamelen
C. Informatie
rangschikken
D. Het organiseren van
de legenda van de croquis in rubrieken
E. Afmaken van de
legenda en de croquis
|
|
Waarden kwadrant
(Opinielijn)
|
Deze werkvorm moedigt
leerlingen aan, opvattingen van anderen nader te onderzoeken en naar redenen
van deze opvattingen te zoeken. Hiervoor besluiten ze eerst, hoe een aantal
uitspraken op een horizontale “meningslijn” gepositioneerd kunnen worden. De
horizontale lijn maakt deel uit van een waardenkwadrant. In een tweede stap
moeten de leerlingen namelijk de uitspraken nog eens lezen en proberen,
achter de beweegredenen voor de ingenomen standpunten te komen. Deze redenen
worden op de verticale as van het waardenkwadrant afgezet.
Voorbeeld (van de
werkvorm in de praktijk)
Het thema van de
lessenreeks is: Welke opvattingen hebben Europeanen over migranten?
|
Nabespreking
- Wat versta je onder
een negatieve of positieve houding ten opzichten van migranten?
- Hoe heb je besloten,
dat de redenen, die de jongeren gaven, economisch of cultureel van aard
waren?
- Was het moeilijk om de
standpunten in het waardenkwadrant te plaatsen?
- Welke informatie zou
je verder nog nodig hebben, om de houding van de jongeren beter te begrijpen?
Wat zou je hen willen vragen?
- Wat heb je geleerd
over de vraag, waarom mensen bepaalde opvattingen over migranten hebben?
- Hoe ga je met het geleerde
om?
Waarom is dit een goede werkvorm?
Het onderzoeken van
opvattingen en houdingen is belangrijk en de werkvorm ‘waardenkwadrant’ maakt
dit mogelijk. Zij geeft leerlingen de mogelijkheid andere mening te begrijpen
en te waarderen, maar ook hun eigen standpunt te bepalen. De werkvorm maakt
het ook mogelijk om conflictoorzaken van verschillende groepen te onderzoeken.
Bij deze werkvorm zijn de
kaarten van de Atlas of European
Values zijn goed te gebruiken.
|
Sneeuwbal
|
Bij deze werkvorm werken
leerlingen in het begin alleen en kiezen 9 van de 16 redenen, waar ze het meest mee eens zijn. Vervolgens verminderen de leerlingen in
tweetallen het aantal redenen naar 6. Tenslotte komen de leerlingen in een
groep van 4 leerlingen tot overeenstemming over 3 redenen.
Deze werkvorm moedigt
leerlingen aan, hun begrip van een onderwerp te bediscussiëren en hun
opvattingen in samenspel met anderen te verkennen en te verdedigen. De
werkvorm stimuleert groepsdiscussie. De kaarten van de AoEV kunnen als
inspiratie voor het construeren van een sneeuwbal gebruikt worden, of
naderhand, om de leerlingen hun antwoorden te laten onderbouwen of te
controleren.
Voorbeeld (van de
werkvorm in de praktijk)
Het thema van de
lessenreeks is: Is familie in Europa belangrijk?
Het lesonderwerp is: Hoe
belangrijk is het voor Europeanen om kinderen te hebben?
|
Nabespreking
1. Toen je gekozen hebt, welke
redenen de meest toepasbare zouden zijn, heb je
daarbij aan je eigen
warden over familie gedacht?
2. Hoe gemakkelijk was het om
rekening te houden met de waarden van anderen?
3. In hoeverre heb je dat, wat je
over andere Europese landen weet, gebruikt en heeft
het je geholpen?
4. Welke informatie zou je nodig
hebben om te controleren, of je ideeën, waarom
mensen het hebben van
kinderen zouden waarderen, correct zijn?
Waarom is dit een goede werkvorm?
Er zijn vele redenen,
waarom mensen een groter of kleiner gezin zouden willen hebben. Deze redenen
kunnen cultureel, economisch of religieus van aard zijn. Redenen kunnen ook
tussen landen verschillen. De sneeuwbal werkvorm helpt leerlingen erover na
te denken, welke waarden zij van toepassing vinden. Ze zorgt ervoor, dat
leerlingen kennis opfrissen en hun argumentatie ontwikkelen. Ze zullen in de
discussie voorwaarden, veronderstellingen en tegenargumenten moeten
formuleren. Leerlingen zullen leren, hun eigen positie te verdedigen. Het
groepswerk helpt hun met andere argumenten om te gaan, waarover ze misschien
nog niet hadden nagedacht.
Als de videoclips,
waarin jongeren uit verschillende landen over dit thema praten, in de les
gebruikt worden, kan de leraar verschillende visies in de les naar voren
laten komen. Dit maakt het voor de leerlingen ingewikkelder maar helpt hun
juist, om hun argumentatie verder te ontwikkelen. Tijdens de activiteit is
het raadzaam om leerlingen aan te moedigen erover na te denken, wat zij al
over verschillende Europese landen weten en zo met verschillende standpunten
rekening te kunnen houden.
|
Stoplicht
|
Stoplicht maakt het voor
leerlingen mogelijk hun mening uit te drukken en tegelijkertijd te zien, of
de medeleerlingen dezelfde opvattingen hebben of niet.
Voor Stoplicht heft
iedere leerling 3 gekleurde kaartjes nodig:
• groen voor “Ik ben het ermee eens”
• geel voor “Ik weet het niet”
• rood voor “Ik ben het ermee oneens”
Leerlingen krijgen dan
achter elkaar een aantal stellingen. Na elke stelling worden de leerlingen
gevraagd die kaart te tonen, die hun mening weergeeft. Het aantal kaarten
wordt geteld en opgeschreven. Na de stellingen bediscussiëren de leerlingen
de resultaten.
Stoplicht kan aan het
einde van de les of een leseenheid herhaald worden. Dat geeft niet alleen de
leraar de mogelijkheid om te zien, of de leerlingen van mening veranderd
zijn, maar geeft de leerlingen ook de kans hun eigen leerproces te evalueren.
Voorbeeld (van de
werkvorm in de praktijk)
Het thema van de
lessenreeks is: Leren kinderen in Europa dezelfde waarden?
Het lesonderwerp is:
Leren kinderen in Europa goede manieren, verantwoordelijkheid, tolerantie en
fantasie?
|
Nabespreking
1.
Wat heeft je
beslissing tijdens Stoplicht beïnvloed?
2.
In hoeverre
hebben de kaarten je geholpen om het onderwerp beter te begrijpen?
3.
Wat voor
informatie zou je nog nodig hebben om meer betrouwbare uitspraken te
kunnen doen?
Waarom is dit een goede werkvorm?
Stoplicht is geweldig om
leerlingen een stem te geven bij controversiële zaken. Omdat iedereen
tegelijkertijd zijn mening toont is het ook voor meer timide leerlingen
gemakkelijker deel te nemen. Tevens heeft de leraar de kans te zien, wat de
leerlingen denken.
|
Toekomstboom
|
Jij
wordt als professional (leraar aardrijkskunde) weer helemaal zelf
verantwoordelijk voor de lessen. Er is geen druk meer van buiten, geen
verplichtingen, geen examen. Wat er geleerd wordt, hoe getoetst wordt, dat
bepaal jij. De enige voorwaarde is, dat jij goede lessen geeft en dat jij
deze kunt verantwoorden. Bij de wortels schrijf je op, wat je voor het
realiseren van die goede lessen nodig hebt. Bij de takken zet je, hoe je
goede lessen eruit zien, en bij de kleine takken, wat daarvan weer het gevolg
is, en daarvan weer het gevolg is enz. Jouw fantasie zijn geen grenzen gezet
:).
|
|
VN-spel
|
Jullie zijn als experts
verkozen om een advies uit te brengen over de agenda van de volgende algemene
vergadering van de VN. De volgende VN-conferentie is gereserveerd voor het
bespreken van belangrijke vraagstukken. Jullie bereiden voor, welke punten op
de agenda moeten, hoe de stand van zaken is en welke actiepunten eventueel
genomen moeten worden.
Stap 1: 5 minuten
Bepaal, welke 8 van de
onderstaande vraagstukken de meest belangrijke vraagstukken zijn en derhalve
op de agenda geplaatst worden. Als er volgens jullie een vraagstuk ontbreekt,
dan mag je dat uiteraard inbrengen.
·
Klimaatvraagstuk
·
Watervraagstuk
·
Verstedelijkingsvraagstuk
·
Ontbossingsvraagstuk
·
Bevolkingsvraagstuk
·
Desertificatievraagstuk
·
Migratievraagstuk
·
Mondialiseringsvraagstuk
·
Verkeersvraagstuk
·
Veiligheidsvraagstuk
·
Mensenrechtenvraagstuk
·
Voedselvraagstuk
·
Gezondheidsvraagstuk
·
Ontwikkelingsvraagstuk
·
Natural hazard
management
·
Afvalvraagstuk
Stap 2: 25 minuten
Bepaal voor de 8 gekozen
vraagstukken, hoe het er op dit moment inde wereld voor staat. Hoe
positiever, hoe meer de pijl naar groen gaat, hoe slechter, hoe meer de pijl
naar rood gaat. Gebruik argumenten om je oordeel te onderbouwen.
Stap 3: 5 minuten
Kies
één agendapunt, die jullie reeds besproken hebben. Formuleer drie concrete
verbetervoorstellen voor volgend jaar op dat gebied. Beargumenteer, waarom
juiste deze stappen belangrijk zijn en effect zullen hebben. Formuleer deze
voorstellen SMART (specifiek, meetbaar, acceptabel, realistisch en
tijdsgebonden).
|
Zes
denkhoeden van Edward de Bono
Een goede techniek om samen tot het juiste besluit te komen, is de
zes denkhoeden van De Bono. Hiermee kun je vanuit verschillende perspectieven
naar een vraagstelling of probleem kijken. Deze techniek is ontwikkeld door
Edward de Bono. Het gaat uit van het idee dat mensen vaak geneigd zijn
problemen steeds op eenzelfde manier te benaderen. Door de denkhoeden te
gebruiken, word je gedwongen om het probleem ook eens van een andere kant te
bekijken.
Denkhoeden, wat zijn dat?
Een denkhoed staat voor een manier van denken. Er zijn zes
denkhoeden en iedere kleur symboliseert een andere manier van denken. Je kijk
op een situatie hangt dus af van de hoed die je op hebt.
Dit zijn de zes denkhoeden van De Bono:
Witte hoed
|
kale feiten en cijfers
|
Je gaat uit van objectieve
informatie.
|
Rode hoed
|
gevoel en intuïtie
|
Je reageert emotioneel (zonder
een reden te hoeven geven).
|
Zwarte hoed
|
negatief / pessimistisch
|
Je bent advocaat van de duivel.
|
Gele hoed
|
positief / optimistisch
|
Je bekijkt het van de zonnige
kant en zoekt naar de voordelen.
|
Groene hoed
|
Creatief
|
Je mag freewheelen in je manier
van denken (vrij associëren, alternatieven bedenken).
|
Blauwe hoed
|
beschouwend, controlerend
|
Je houdt het proces in de
gaten.
|
Wat houdt de techniek in? Verdeel de denkhoeden tijdens een
vergadering. Iedereen krijgt een denkhoed toegewezen en belicht de situatie
vanuit de eigen denkhoed.
Centraal kassasysteem of niet? Een voorbeeld
Tijd voor een ingrijpend besluit. Of we een centraal kassasysteem
gaan invoeren voor alle aangesloten wijnhandelaren? Dat betekent dat elke
winkel met hetzelfde kassasysteem moet gaan werken. Aan tafel zitten het
management van de winkelketen en vertegenwoordigers van de winkels.
Tijdens de vergadering besluit de voorzitter de denkhoeden te
verdelen. Iedereen krijgt - willekeurig - een denkhoed toegewezen. Na een
onderbreking van tien minuten, waarin iedereen zich kan voorbereiden, vraagt de
voorzitter om de reacties.
De rode hoed
(gevoel en intuïtie) reageert geschrokken; een centraal kassasysteem is een
inbreuk op de privacy in de winkel, op zo'n manier kan ALLES in de gaten worden
gehouden. Bovendien is er NOOIT extra geld voor de veiligheid van de winkel en
vooral het winkelpersoneel.
Vanuit de gele hoed
(positief optimistisch) bezien is het een waardevolle investering. Het scheelt
een hoop dubbel werk, dat levert geld op en daar kunnen weer andere dingen mee
gedaan worden. De zwarte hoed
(negatief/pessimistisch) daarentegen ziet het als opportunisme van het
management. Gaan de zaken zo goed, dat er zo'n investering kan worden gedaan?
En moet er dan niet prioriteit aan een nieuwe bestelbus worden gegeven? Zonder
bus kan er straks helemaal geen wijn meer worden bezorgd, en hoe zien de
financiën er dan uit?
Degene met de witte hoed
(kale feiten en cijfers) haalt de juiste cijfers boven tafel. Hoeveel is
beschikbaar? Wat kost de investering? En wat gaat het opleveren? De groene hoed (creatief)
denkt aan een verhoging van het werkplezier. Niet meer dat gerommel met die
oude kassa, maar een mooi, gelikt computersysteem. Het scheelt tijd in de
winkel - meer aandacht voor de klanten - en het stimuleert om netjes en secuur
te werk te gaan.
De blauwe hoed
(beschouwend/controlerend) tenslotte bekijkt het proces. Wat komt er allemaal
bij kijken op zo'n systeem te laten ontwikkelen en centraal in te voeren? Over
wat voor periode hebben we het dan? Wie gaat dat proces begeleiden? Wie
formuleren de specificaties van het nieuwe systeem? Kan er een pilot worden
uitgevoerd?
Meerdere mogelijkheden
Je kunt de denkhoeden ook op andere manieren toepassen. Redeneer
bijvoorbeeld allemaal vanuit dezelfde denkhoed. Een grote investering die er al
te rooskleurig uitziet... misschien goed om er samen eens met de zwarte hoed op
naar te kijken. Of ligt er juist een impulsief plan op tafel? Dan kan de witte
hoed voor wat tegenwicht (of juist niet) zorgen.
Soms kun je tijdens een vergadering het gevoel hebben dat er veel
is gezegd, er is veel kennis beschikbaar, er zijn veel argumenten over en weer
gegaan, maar toch ontbreekt er nog iets. Je kunt er de vinger niet opleggen,
maar de tijd voor het besluit lijkt nog niet rijp. In zo'n geval is het goed na
te gaan vanuit welke denkhoed iedereen heeft geredeneerd. En welke denkhoeden
blijken niet gebruikt te zijn? Vervolg de vergadering nu gericht vanuit de
ontbrekende denkhoeden (lees: denkwijzen). Je zult zien dat het verhelderend
werkt.
Ook belangrijk
De denkhoeden-techniek is bij uitstek een manier om de creativiteit
te bevorderen binnen besluitvorming. Vanuit een volledig nieuw gezichtspunt
bekijk je de vraagstelling. Dit levert verrassend nieuwe invalshoeken en
alternatieven op.
Ook zul je merken dat het makkelijker wordt om over te schakelen
naar een andere manier van denken. Ineens begrijp je de argumenten van je
collega bijvoorbeeld veel beter. Groot voordeel is ook dat iedereen zich
volledig kan concentreren op één ding. Je hoeft je even niet bezig te houden
met de andere invalshoeken. Bovendien heeft de techniek een groot strategisch
belang. Doordat je een bepaalde pet op zet, kun je dingen denken en zeggen die
je anders nooit zou hebben gezegd. (Bijvoorbeeld omdat je niemand wilt
beledigen of omdat het je positie niet is.)
http://www.leren.nl/cursus/management/besluiten-nemen/denkhoeden.html
De opdracht: Hoe kan het wereldvoedselprobleem worden opgelost?
Jullie hebben 5 minuten om argumenten te verzamelen of strategieën te bedenken vanuit de kleur van je hoed. Blijf in de kleur van je hoed, maar ga niet overdrijven. En denk aan de opdracht!
Vervolgens discussiëren jullie volgens de De Bono Methode: rood begint, dan komt geel aan de beurt, dan zwart, dan wit en dan groen en vervolgens door elkaar. Blauw houdt het proces in de gaten en vat op het einde samen. Voor de discussie hebben jullie 15 minuten.
http://www.leren.nl/cursus/management/besluiten-nemen/denkhoeden.html
De opdracht: Hoe kan het wereldvoedselprobleem worden opgelost?
Jullie hebben 5 minuten om argumenten te verzamelen of strategieën te bedenken vanuit de kleur van je hoed. Blijf in de kleur van je hoed, maar ga niet overdrijven. En denk aan de opdracht!
Vervolgens discussiëren jullie volgens de De Bono Methode: rood begint, dan komt geel aan de beurt, dan zwart, dan wit en dan groen en vervolgens door elkaar. Blauw houdt het proces in de gaten en vat op het einde samen. Voor de discussie hebben jullie 15 minuten.
Abonneren op:
Posts (Atom)






