Posts tonen met het label werkvormen. Alle posts tonen
Posts tonen met het label werkvormen. Alle posts tonen

vrijdag 25 oktober 2019

Activerende werkvormen

Een activerende werkvorm is de manier waarop de docent vorm geeft aan de onderwijsleersituatie.


Activerende werkvormen zetten leerlingen actief aan het werk met de lestof, waarbij ze studievaardigheden ontwikkelen en waarbij gebruik wordt gemaakt van praktijksituaties. 

Activerende werkvormen zijn in te delen in verschillende groepen, zoals instructievormen, interactievormen, discussievormen, opdrachtvormen, samenwerkingsvormen, schrijfopdrachten en spelvormen.

zaterdag 21 september 2019

Twaalf bouwstenen voor effectieve didactiek

De kernvraag van het boek Wijze lessen: twaalf bouwstenen voor effectieve didactiek is: ‘Wat zijn effectieve lessen en hoe maak je die?



Tim Surma en de andere auteurs geven uitleg bij twaalf instructieprincipes. Ze verklaren vanuit wetenschappelijk onderzoek waarom die principes werken en ze geven voorbeelden van toepassing van deze principes in de klas.

1. Activeer relevante voorkennis
Wat je al weet, bepaalt wat en hoe snel je leert. Herhaal op een actieve wijze de voorkennis die de leerling nodig heeft om de nieuwe leerstof te begrijpen. Zo geef je meteen een kapstok om nieuwe leerstof te verbinden aan de eerder geleerde leerstof en richting te geven aan het verdere verloop van je les. Nieuwe informatie onthoud je immers beter wanneer ze kleeft aan voorkennis. Organiseer die nieuwe leerstof ook binnen een abstract, algemeen en omvattend kader.

2. Geef duidelijke, gestructureerde en uitdagende instructie
Besteed voldoende tijd aan duidelijke, gestructureerde en uitdagende instructie. Als leerlingen niet begrijpen wat er geleerd moet worden, wordt leren lastig. Afgebakende lesfasen en doelen brengen structuur. Uitdagende doelen en een snel lestempo in een warm leerklimaat motiveren je leerlingen.

3. Gebruik voorbeelden
Op het moment dat leerlingen hun eerste stappen zetten in het verwerven van nieuwe kennis of vaardigheden, is het effectief om te werken met voorbeelden. Zo’n voorbeeld kan een uitgeschreven uitwerking van een oefening zijn, de leraar die de nieuwe vaardigheid demonstreert, of concrete voorbeelden bij een abstract begrip. Belangrijk daarbij is om de genomen stappen te verklaren, samen met de achterliggende principes. Stimuleer leerlingen ook om voorbeelden zelf te proberen verklaren en te vergelijken.

4. Combineer woord en beeld
Leerlingen slaan informatie die zowel via woorden als beelden wordt gepresenteerd, gemakkelijker op dan wanneer alleen maar woorden worden gebruikt. Dit principe is gebaseerd op het feit dat verbale en visuele informatie volgens twee afzonderlijke (maar gelijktijdig werkende) processen in het werkgeheugen verwerkt worden en vervolgens in het langetermijngeheugen geïntegreerd. Dat maakt het leren minder belastend en effectiever.

5. Laat leerstof actief verwerken
Productieve strategieën verplichten de leerling om leerstof actief te herkneden. De leerling creëert een nieuw bijproduct, zoals een verklaring, een samenvatting of een schema.
Daardoor onthoudt die meer dan door de leerstof op een meer passieve wijze te ‘consumeren’
door bijvoorbeeld alleen maar te herlezen. Actief verwerken kan individueel maar ook in
samenwerking. Belangrijk is om deze strategieën op het juiste moment te gebruiken en om ze ook aan te leren.

6. Zoek manieren om te achterhalen of de hele klas het begrepen heeft
Als je wilt dat je leerlingen leren, is het van groot belang dat leerlingen betrokken blijven.
Leerlingen haken soms af omdat de leerstof bijvoorbeeld te moeilijk is of zij de aangereikte
oefeningen te moeilijk of te gemakkelijk vinden. Om dit te voorkomen is het nodig om met grote regelmaat na te gaan of je leerlingen hebben begrepen en onthouden wat je beoogt
met je uitleg, opdracht en begeleiding. Dit kan door goede vragen te stellen, opdrachten met
voldoende moeilijkheid aan te bieden en activiteiten in te zetten om informatie te verzamelen van de hele klas.

7. Ondersteun bij moeilijke opdrachten
Leerlingen begeleiden is een belangrijk kenmerk van goed les geven. Wanneer leerlingen
opdrachten nog niet zelfstandig aan kunnen, is tijdelijke, individuele en aanpasbare steun van
de leraar noodzakelijk. Dat proces wordt ook wel scaffolding genoemd. Naarmate de leerling
bekwamer wordt, vermindert de ondersteuning van de leraar.

8. Spreid oefening met leerstof in de tijd
Wanneer je met nieuwe leerstof gaat oefenen, werkt het voor het onthouden van de leerstof
beter als je de oefeningen spreidt in de tijd over meerdere kortere oefensessies dan als je de
leermomenten in één lange oefensessie concentreert.

9. Zorg voor afwisseling in oefentypes
Tijdens het oefenen is afwisseling vaak aan te raden. Door te variëren in oefeningtypen en
leerstofonderdelen kunnen leerlingen leren om verschillende oplossingsstrategieën te
gebruiken. Daarnaast doet verandering van spijs ook eten!

10. Gebruik toetsing als leer- en oefenstrategie
We denken vaak na over hoe we leerstof in de hoofden van onze leerlingen kunnen krijgen.
Minstens even belangrijk is om de leerstof ook uit het geheugen te krijgen. Leerlingen laten
oefenen om actief informatie op te halen uit hun geheugen versterkt hun geheugen in vergelijking met passievere technieken, zoals herlezen. Leerlingen onthouden daardoor de leerstof
beter én langer.

11. Geef feedback die leerlingen aan het denken zet
Feedback is een van de krachtigste interventies om het leren van leerlingen te bevorderen. Het doel van feedback is om informatie te geven over waar leerlingen staan en ze houvast te geven bij het behalen van de leerdoelen. Het organiseren van effectieve feedback is echter complex. Als de feedback de leerlingen niet aan het denken zet en in actie brengt, is feedback ineffectief. Dan is eerst iets anders nodig.

12. Leer je leerlingen effectief leren
Als leraar kun je de voorgaande elf bouwstenen gebruiken om je lessen effectiever, efficiënter en aangenamer te maken, maar er zijn ook veel handvatten die leerlingen helpen om zélf hun leren op een efficiënte, effectieve en aangename wijze te organiseren. Leer je leerlingen hoe ze hun eigen leren kunnen plannen, monitoren, evalueren en bijsturen en welke leerstrategieën ze het beste kunnen gebruiken wanneer ze zelfstandig aan het studeren zijn.


Het boek ‘Wijze lessen: 12 bouwstenen voor effectieve didactiek’, is gratis te downloaden via de volgende link: http://www.wijzelessen.nu

[ Bron: https://www.ou.nl/web/wijze-lessen/home ]

vrijdag 24 mei 2019

Activerende werkvormen

In de handreiking vind je een overzicht van werkvormen die je kunt inzetten om aan de slag te gaan met activerende werkvormen en Blended Learning.

vrijdag 23 september 2016

Diamond ranking

Leerlingen krijgen twaalf of negen uitspraken die een reeks van opvattingen weergeven en moeten de uitspraken in een ruit (diamant) rangschikken. Het belangrijkste of meest kenmerkende item of de uitspraak, waarmee men het meeste eens is, komt bovenaan te staan. Vervolgens komen de aspecten, die op de tweede rang staan en tenslotte wordt onderaan in de ‘diamond’ het statement geplaatst, waarmee men het minste mee eens is, of dat het minst belangrijk of kenmerkend is.



In een tweede stap leggen de leerlingen de eigen ‘diamond ranking’ aan andere leerlingen uit en onderbouwen hun keuze met argumenten. Eventueel kan ook een groeps- of klassen- “diamond” worden gemaakt.







Na de eerste stap:

- Was het gemakkelijk om de “diamond ranking” in te vullen?

- Waar was het moeilijk en waarom?

- Kon je goede argumenten aanvoeren om je “diamond ranking” te onderbouwen?
- Heb je goede argumenten van andere leerlingen gehoord, waaraan je zelf niet hebt gedacht?

Als er een groeps “diamond” wordt gemaakt:
- Hoe kwam je tot overeenstemming?
- Was het moeilijk/onmogelijk om tot een gezamenlijke “diamond” te komen?



Na de tweede stap:
- Ben je van mening veranderd, nadat je de statements van je medeleerlingen hebt gehoord? Waarom (niet)?


Waarom is dit een goede werkvorm?

Deze werkvorm helpt leerlingen inzicht in hun eigen standpunten te verkrijgen, wat een belangrijke stap is. Ze roept discussie op en laat op een gemakkelijke manier zien, dat opvattingen of houdingen in de meeste groepen divergeren: er zullen nauwelijks 20 dezelfde ‘diamond rankings’  in één groep zijn. Verder ontwikkelen de leerlingen in de toelichting van de eigen ranking hun argumentatieve vaardigheden.


dinsdag 23 juni 2015

Een goede les.

In de onderstaande tekst staan 10 vragen als voorbereiding voor een goede les. De sleutelvragen zetten de docent ertoe aan, voorafgaande aan het lesgeven, de belangrijkste aspecten hiervan te overwegen en in een verantwoorde relatie tot elkaar te brengen.

De sleutelvragen luiden:
  • Welke leerdoelen heeft de docent op het oog? (m.a.w. met welke leerstof doet de docent een beroep op welke leerprocessen)
  • Welk begingedrag (voorkennis, vaardigheden en houdingen) bezitten de leerlingen gelet op de beoogde leerdoelen?
  • Hoe differentieer de docent? (m.a.w. hoe speel ik in op de verschillen bij leerlingen)
  • Welke werkvormen en groeperingsvormen gebruik de docent?
  • Welke leermiddelen zet de docent in?
  • Welke didactische volgorde brengt de docent aan?
  • Hoe en wanneer bepaalt de docent de leerresultaten?
  • Hoe faseert de docent de les wat de tijd betreft?
  • Hoe motiveert de docent de leerlingen zoveel mogelijk?
  • Hoe zorgt de docent voor een goede sfeer in de klas?

Een verdere uitwerking van een goede les:

De docent als professional
De docent straalt passie voor zijn/haar vak uit. De docent is een vakman/vakvrouw.
Zelfstandigheid
De docent zet leerlingen een deel van de les zelfstandig aan het werk. Zorgt ervoor dat er stevig gewerkt wordt tijdens de zelfstandige werkentijd.
Oplossingsgericht
Docent stimuleert leerlingen om zelf op zoek te gaan naar oplossingen.
Werkvormen
Past minimaal 3 verschillende didactische werkvormen en groeperingsvormen toe binnen een les. Maakt gebruik van gevarieerde opdrachten.
Denkvragen
Stelt denkvragen aan de leerlingen.
Differentiëren
De docent is alert op de leerbehoefte van de individuele leerlingen. Docent verkent het startpunt van de leerlingen. Weet (o.a. op basis van een RTTI analyse) wat de speciale leerbehoeften van de individuele leerlingen zijn. Differentieer tijdens de verschillende fasen van de les en geeft gedifferentieerde instructie tijdens de les.

De docent weet wie de sterke leerlingen in de groep zijn. Zorgt ervoor dat zij extra uitgedaagd worden en weet welk deel van de verwerking relevant voor hen is.
Leerstrategieën
Heeft aandacht voor het toepassen van verschillende leerstrategieën, passend bij de verschillende typen maakwerk en leerwerk.
Voorkennis
De docent laat voorkennis ophalen en samenvatten.
Leertijd
De les bevat een hoog aandeel echte leertijd.
Voorbeelden
De docent geeft heldere, herkenbare en actuele voorbeelden.
RTTI
De docent weet op basis van een RTTI analyse wat de speciale leerbehoeften van de individuele leerlingen zijn. De docent geeft op basis van de RTTI gegevens feedback aan de leerling.
Feedback/evaluatie
De docent bespreekt het (huis)werk en eventuele moeilijkheden. De docent geeft leerlingen feedback op de kwaliteit van hun werk en op de wijze waarop er gewerkt is. De docent evalueert / checkt of het doel van de les door alle leerlingen is bereikt. Gewenst gedrag van leerlingen wordt benoemd en beloond middels positieve feedback (complimenten).
Verwachtingen
De docent geeft expliciet blijk van hoge verwachtingen. Docent spreekt deze positieve verwachtingen uit naar leerlingen over wat zij aankunnen.
Vijf rollen van de docent
De docent vervult in zijn/haar lessen vijf verschillende rollen. De docent is gastheer, presentator, didacticus, pedagoog en afsluiter.
Eigen verantwoordelijkheid
De docent laat de leerlingen delen in verantwoordelijkheden.
Omgeving en tijd
De les start op tijd en het lesuur is zorgvuldig ingedeeld en goed benut.
De (pedagogische) werkomgeving voldoet aan de eisen op gebied van ordelijkheid en netheid en veiligheid. De leraar houdt tijdig en continue de studievorderingen, de absentie en het huiswerk bij en deze staan bijtijds in Magister.
Aandacht
De docent verwelkomt de leerlingen, geeft persoonlijke aandacht en attendeert preventief evt. problemen. De docent kent de namen van de leerlingen.
Structuur
De docent start duidelijk de les, heeft en houdt de aandacht van de leerlingen en presenteert het onderwerp. De leraar vertelt bij aanvang de lesdoelen, structuur en inhoud van de les en noteert deze op het bord.
Leergerichtheid
De docent zorgt voor orde (goed klassenmanagement) en een veilige sfeer in de klas, een leergerichtheid bij leerlingen. De docent zorgt voor een juist pedagogisch klimaat, waarbij ongewenst gedrag volgens afgesproken regel wordt gecorrigeerd. Geeft de leerling de kans om het gedrag te herstellen. De docent handhaaft de orde in de klas en er is zichtbaar een open, goede leraar-leerling(-en)-relatie.

zondag 1 februari 2015

Motiverende werkvormen

Werkvorm:
Beschrijving van de werkvorm:

Voorbeeld/nabespreking
Vier hoeken
De vier hoeken werkvorm werd ontwikkeld om leerlingen erover na te laten denken en te beargumenteren, welke van vier gegeven antwoorden op een vraag (of oplossingen voor een probleem) de juiste is. De antwoorden of oplossingen zouden zo geformuleerd moeten zijn, dat zij allemaal correct zouden kunnen zijn en niet een duidelijk beste antwoord bevatten. De antwoorden worden op een groot blad papier geschreven en in de vier hoeken van het klaslokaal opgehangen. De leerlingen krijgen aansluitend de vraag of het probleem te horen en worden gevraagd dat antwoord of die oplossing te kiezen, die hun op dit moment de beste lijkt te zijn. Aan de leerlingen zou uitgelegd moeten worden, dat een keuze niet betekent, dat ze de andere antwoorden of oplossingen fout vinden, maar niet zo goed als die, waarvoor zij hebben gekozen. Om tot een besluit te komen hebben leerlingen enkele minuten de tijd nodig. Nadat de leerlingen een van de hoeken hebben gekozen, wordt aan de vier groepen gevraagd, om argumenten aan te dragen om het antwoord of de oplossing te onderbouwen.

Leerlingen, die het moeilijk vinden met één van de gegeven antwoorden of oplossingen eens te zijn, kunnen in het midden van de klas een groep vormen en hun standpunt onderbouwen. Zij zouden dan tot een eigen antwoord of oplossing moeten komen.

Dit voorbeeld werd voor de aardrijkskundeles ontwikkeld en het richt zich op ruimtelijke patronen. Geen enkel van de voorgestelde patronen is helemaal juist, maar allemaal wel een beetje, afhankelijk van de gezichtspunten van de kaartlezer.

Het thema van de lessenreeks is: Is familie in Europa belangrijk?

Het lesonderwerp is: Heeft men in Europa een voorkeur voor minder kinderen?

De volgende kaarten kunnen gebruikt worden:
http://www.atlasofeuropeanvalues.eu/map.php?id=182&lang=nl 
(Een vrouw moet kinderen krijgen om aan haar bestemming te voldoen.)
http://www.atlasofeuropeanvalues.eu/map.php?id=566&lang=nl  
(Een man moet kinderen krijgen om aan haar bestemming te voldoen.)

Nabespreking
1.  Hoe ben je tot het besluit gekomen, welk patroon het beste overeenkomt met de kaart?
2.  Hoe heb je de argumenten ontwikkeld om je keuze te onderbouwen?
3.  Voor welk doel is het verstandig om patronen te gebruiken?
4.  Wat kunnen patronen niet?
2-20-200




Diamond ranking
Leerlingen krijgen twaalf of negen uitspraken die een reeks van opvattingen weergeven en moeten de uitspraken in een ruit (diamant) rangschikken. Het belangrijkste of meest kenmerkende item of de uitspraak, waarmee men het meeste eens is, komt bovenaan te staan. Vervolgens komen de aspecten, die op de tweede rang staan en tenslotte wordt onderaan in de ‘diamond’ het statement geplaatst, waarmee men het minste mee eens is, of dat het minst belangrijk of kenmerkend is. In een tweede stap leggen de leerlingen de eigen ‘diamond ranking’ aan andere leerlingen uit en onderbouwen hun keuze met argumenten. Eventueel kan ook een groeps- of klassen- “diamond” worden gemaakt.

Na de eerste stap:
- Was het gemakkelijk om de “diamond ranking” in te vullen?
- Waar was het moeilijk en waarom?
- Kon je goede argumenten aanvoeren om je “diamond ranking” te onderbouwen?
- Heb je goede argumenten van andere leerlingen gehoord, waaraan je zelf niet hebt gedacht?

Als er een groeps “diamond” wordt gemaakt:
- Hoe kwam je tot overeenstemming?
- Was het moeilijk/onmogelijk om tot een gezamenlijke “diamond” te komen?

Na de tweede stap:
- Ben je van mening veranderd, nadat je de statements van Marit en Anup hebt gehoord? Waarom (niet)?

Waarom is dit een goede werkvorm?

Deze werkvorm helpt leerlingen inzicht in hun eigen standpunten te verkrijgen, wat een belangrijke stap is. Ze roept discussie op en laat op een gemakkelijke manier zien, dat opvattingen of houdingen in de meeste groepen divergeren: er zullen nauwelijks 20 dezelfde ‘diamond rankings’  in één groep zijn. Verder ontwikkelen de leerlingen in de toelichting van de eigen ranking hun argumentatieve vaardigheden.

Croquis
Ruimtelijke verschillen in de EU
A. Voordat je begint moet je de volgende vragen beantwoorden:
B. Informatie verzamelen
C. Informatie rangschikken
D. Het organiseren van de legenda van de croquis in rubrieken
E. Afmaken van de legenda en de croquis


Waarden kwadrant

(Opinielijn)
Deze werkvorm moedigt leerlingen aan, opvattingen van anderen nader te onderzoeken en naar redenen van deze opvattingen te zoeken. Hiervoor besluiten ze eerst, hoe een aantal uitspraken op een horizontale “meningslijn” gepositioneerd kunnen worden. De horizontale lijn maakt deel uit van een waardenkwadrant. In een tweede stap moeten de leerlingen namelijk de uitspraken nog eens lezen en proberen, achter de beweegredenen voor de ingenomen standpunten te komen. Deze redenen worden op de verticale as van het waardenkwadrant afgezet.

Voorbeeld (van de werkvorm in de praktijk)

Het thema van de lessenreeks is: Welke opvattingen hebben Europeanen over migranten? 
Nabespreking

- Wat versta je onder een negatieve of positieve houding ten opzichten van migranten?
- Hoe heb je besloten, dat de redenen, die de jongeren gaven, economisch of cultureel van aard waren?
- Was het moeilijk om de standpunten in het waardenkwadrant te plaatsen?
- Welke informatie zou je verder nog nodig hebben, om de houding van de jongeren beter te begrijpen? Wat zou je hen willen vragen?
- Wat heb je geleerd over de vraag, waarom mensen bepaalde opvattingen over migranten hebben?
- Hoe ga je met het geleerde om?

Waarom is dit een goede werkvorm?

Het onderzoeken van opvattingen en houdingen is belangrijk en de werkvorm ‘waardenkwadrant’ maakt dit mogelijk. Zij geeft leerlingen de mogelijkheid andere mening te begrijpen en te waarderen, maar ook hun eigen standpunt te bepalen. De werkvorm maakt het ook mogelijk om conflictoorzaken van verschillende groepen te onderzoeken.

Bij deze werkvorm zijn de kaarten van de Atlas of European Values zijn goed te gebruiken.

Sneeuwbal
Bij deze werkvorm werken leerlingen in het begin alleen en kiezen 9 van de 16  redenen, waar ze het meest mee eens zijn.  Vervolgens verminderen de leerlingen in tweetallen het aantal redenen naar 6. Tenslotte komen de leerlingen in een groep van 4 leerlingen tot overeenstemming over 3 redenen.

Deze werkvorm moedigt leerlingen aan, hun begrip van een onderwerp te bediscussiëren en hun opvattingen in samenspel met anderen te verkennen en te verdedigen. De werkvorm stimuleert groepsdiscussie. De kaarten van de AoEV kunnen als inspiratie voor het construeren van een sneeuwbal gebruikt worden, of naderhand, om de leerlingen hun antwoorden te laten onderbouwen of te controleren.

Voorbeeld (van de werkvorm in de praktijk)

Het thema van de lessenreeks is: Is familie in Europa belangrijk?

Het lesonderwerp is: Hoe belangrijk is het voor Europeanen om kinderen te hebben?

Nabespreking

1.            Toen je gekozen hebt, welke redenen de meest toepasbare zouden zijn, heb je
daarbij aan je eigen warden over familie gedacht?
2.            Hoe gemakkelijk was het om rekening te houden met de waarden van anderen?
3.            In hoeverre heb je dat, wat je over andere Europese landen weet, gebruikt en heeft
het je geholpen?
4.            Welke informatie zou je nodig hebben om te controleren, of je ideeën, waarom
mensen het hebben van kinderen zouden waarderen, correct zijn?

Waarom is dit een goede werkvorm?

Er zijn vele redenen, waarom mensen een groter of kleiner gezin zouden willen hebben. Deze redenen kunnen cultureel, economisch of religieus van aard zijn. Redenen kunnen ook tussen landen verschillen. De sneeuwbal werkvorm helpt leerlingen erover na te denken, welke waarden zij van toepassing vinden. Ze zorgt ervoor, dat leerlingen kennis opfrissen en hun argumentatie ontwikkelen. Ze zullen in de discussie voorwaarden, veronderstellingen en tegenargumenten moeten formuleren. Leerlingen zullen leren, hun eigen positie te verdedigen. Het groepswerk helpt hun met andere argumenten om te gaan, waarover ze misschien nog niet hadden nagedacht. 
Als de videoclips, waarin jongeren uit verschillende landen over dit thema praten, in de les gebruikt worden, kan de leraar verschillende visies in de les naar voren laten komen. Dit maakt het voor de leerlingen ingewikkelder maar helpt hun juist, om hun argumentatie verder te ontwikkelen. Tijdens de activiteit is het raadzaam om leerlingen aan te moedigen erover na te denken, wat zij al over verschillende Europese landen weten en zo met verschillende standpunten rekening te kunnen houden.

Stoplicht
Stoplicht maakt het voor leerlingen mogelijk hun mening uit te drukken en tegelijkertijd te zien, of de medeleerlingen dezelfde opvattingen hebben of niet.

Voor Stoplicht heft iedere leerling 3 gekleurde kaartjes nodig:
•             groen voor “Ik ben het ermee eens”
•             geel voor “Ik weet het niet”
•             rood voor “Ik ben het ermee oneens”

Leerlingen krijgen dan achter elkaar een aantal stellingen. Na elke stelling worden de leerlingen gevraagd die kaart te tonen, die hun mening weergeeft. Het aantal kaarten wordt geteld en opgeschreven. Na de stellingen bediscussiëren de leerlingen de resultaten.

Stoplicht kan aan het einde van de les of een leseenheid herhaald worden. Dat geeft niet alleen de leraar de mogelijkheid om te zien, of de leerlingen van mening veranderd zijn, maar geeft de leerlingen ook de kans hun eigen leerproces te evalueren.

Voorbeeld (van de werkvorm in de praktijk)

Het thema van de lessenreeks is: Leren kinderen in Europa dezelfde waarden?

Het lesonderwerp is: Leren kinderen in Europa goede manieren, verantwoordelijkheid, tolerantie en fantasie?
Nabespreking

1.       Wat heeft je beslissing tijdens Stoplicht beïnvloed?
2.       In hoeverre hebben de kaarten je geholpen om het onderwerp beter te begrijpen?
3.       Wat voor informatie zou je nog nodig hebben om meer betrouwbare uitspraken te
kunnen doen?


Waarom is dit een goede werkvorm?
Stoplicht is geweldig om leerlingen een stem te geven bij controversiële zaken. Omdat iedereen tegelijkertijd zijn mening toont is het ook voor meer timide leerlingen gemakkelijker deel te nemen. Tevens heeft de leraar de kans te zien, wat de leerlingen denken.

Toekomstboom

Jij wordt als professional (leraar aardrijkskunde) weer helemaal zelf verantwoordelijk voor de lessen. Er is geen druk meer van buiten, geen verplichtingen, geen examen. Wat er geleerd wordt, hoe getoetst wordt, dat bepaal jij. De enige voorwaarde is, dat jij goede lessen geeft en dat jij deze kunt verantwoorden. Bij de wortels schrijf je op, wat je voor het realiseren van die goede lessen nodig hebt. Bij de takken zet je, hoe je goede lessen eruit zien, en bij de kleine takken, wat daarvan weer het gevolg is, en daarvan weer het gevolg is enz. Jouw fantasie zijn geen grenzen gezet :).


VN-spel

Jullie zijn als experts verkozen om een advies uit te brengen over de agenda van de volgende algemene vergadering van de VN. De volgende VN-conferentie is gereserveerd voor het bespreken van belangrijke vraagstukken. Jullie bereiden voor, welke punten op de agenda moeten, hoe de stand van zaken is en welke actiepunten eventueel genomen moeten worden.

Stap 1: 5 minuten
Bepaal, welke 8 van de onderstaande vraagstukken de meest belangrijke vraagstukken zijn en derhalve op de agenda geplaatst worden. Als er volgens jullie een vraagstuk ontbreekt, dan mag je dat uiteraard inbrengen.
·         Klimaatvraagstuk
·         Watervraagstuk
·         Verstedelijkingsvraagstuk
·         Ontbossingsvraagstuk
·         Bevolkingsvraagstuk
·         Desertificatievraagstuk     
·         Migratievraagstuk
·         Mondialiseringsvraagstuk
·         Verkeersvraagstuk
·         Veiligheidsvraagstuk
·         Mensenrechtenvraagstuk
·         Voedselvraagstuk
·         Gezondheidsvraagstuk     
·         Ontwikkelingsvraagstuk
·         Natural hazard management
·         Afvalvraagstuk

Stap 2: 25 minuten
Bepaal voor de 8 gekozen vraagstukken, hoe het er op dit moment inde wereld voor staat. Hoe positiever, hoe meer de pijl naar groen gaat, hoe slechter, hoe meer de pijl naar rood gaat. Gebruik argumenten om je oordeel te onderbouwen.

Stap 3: 5 minuten
Kies één agendapunt, die jullie reeds besproken hebben. Formuleer drie concrete verbetervoorstellen voor volgend jaar op dat gebied. Beargumenteer, waarom juiste deze stappen belangrijk zijn en effect zullen hebben. Formuleer deze voorstellen SMART (specifiek, meetbaar, acceptabel, realistisch en tijdsgebonden).




Zes denkhoeden van Edward de Bono

Een goede techniek om samen tot het juiste besluit te komen, is de zes denkhoeden van De Bono. Hiermee kun je vanuit verschillende perspectieven naar een vraagstelling of probleem kijken. Deze techniek is ontwikkeld door Edward de Bono. Het gaat uit van het idee dat mensen vaak geneigd zijn problemen steeds op eenzelfde manier te benaderen. Door de denkhoeden te gebruiken, word je gedwongen om het probleem ook eens van een andere kant te bekijken.

 

Denkhoeden, wat zijn dat?


Een denkhoed staat voor een manier van denken. Er zijn zes denkhoeden en iedere kleur symboliseert een andere manier van denken. Je kijk op een situatie hangt dus af van de hoed die je op hebt.
Dit zijn de zes denkhoeden van De Bono:
Witte hoed
kale feiten en cijfers
Je gaat uit van objectieve informatie.
Rode hoed
gevoel en intuïtie
Je reageert emotioneel (zonder een reden te hoeven geven).
Zwarte hoed
negatief / pessimistisch
Je bent advocaat van de duivel.
Gele hoed
positief / optimistisch
Je bekijkt het van de zonnige kant en zoekt naar de voordelen.
Groene hoed
Creatief
Je mag freewheelen in je manier van denken (vrij associëren, alternatieven bedenken).
Blauwe hoed
beschouwend, controlerend
Je houdt het proces in de gaten.

Wat houdt de techniek in? Verdeel de denkhoeden tijdens een vergadering. Iedereen krijgt een denkhoed toegewezen en belicht de situatie vanuit de eigen denkhoed.

 

Centraal kassasysteem of niet? Een voorbeeld


Tijd voor een ingrijpend besluit. Of we een centraal kassasysteem gaan invoeren voor alle aangesloten wijnhandelaren? Dat betekent dat elke winkel met hetzelfde kassasysteem moet gaan werken. Aan tafel zitten het management van de winkelketen en vertegenwoordigers van de winkels.
Tijdens de vergadering besluit de voorzitter de denkhoeden te verdelen. Iedereen krijgt - willekeurig - een denkhoed toegewezen. Na een onderbreking van tien minuten, waarin iedereen zich kan voorbereiden, vraagt de voorzitter om de reacties.
De rode hoed (gevoel en intuïtie) reageert geschrokken; een centraal kassasysteem is een inbreuk op de privacy in de winkel, op zo'n manier kan ALLES in de gaten worden gehouden. Bovendien is er NOOIT extra geld voor de veiligheid van de winkel en vooral het winkelpersoneel.
Vanuit de gele hoed (positief optimistisch) bezien is het een waardevolle investering. Het scheelt een hoop dubbel werk, dat levert geld op en daar kunnen weer andere dingen mee gedaan worden. De zwarte hoed (negatief/pessimistisch) daarentegen ziet het als opportunisme van het management. Gaan de zaken zo goed, dat er zo'n investering kan worden gedaan? En moet er dan niet prioriteit aan een nieuwe bestelbus worden gegeven? Zonder bus kan er straks helemaal geen wijn meer worden bezorgd, en hoe zien de financiën er dan uit?
Degene met de witte hoed (kale feiten en cijfers) haalt de juiste cijfers boven tafel. Hoeveel is beschikbaar? Wat kost de investering? En wat gaat het opleveren? De groene hoed (creatief) denkt aan een verhoging van het werkplezier. Niet meer dat gerommel met die oude kassa, maar een mooi, gelikt computersysteem. Het scheelt tijd in de winkel - meer aandacht voor de klanten - en het stimuleert om netjes en secuur te werk te gaan.
De blauwe hoed (beschouwend/controlerend) tenslotte bekijkt het proces. Wat komt er allemaal bij kijken op zo'n systeem te laten ontwikkelen en centraal in te voeren? Over wat voor periode hebben we het dan? Wie gaat dat proces begeleiden? Wie formuleren de specificaties van het nieuwe systeem? Kan er een pilot worden uitgevoerd?


Meerdere mogelijkheden


Je kunt de denkhoeden ook op andere manieren toepassen. Redeneer bijvoorbeeld allemaal vanuit dezelfde denkhoed. Een grote investering die er al te rooskleurig uitziet... misschien goed om er samen eens met de zwarte hoed op naar te kijken. Of ligt er juist een impulsief plan op tafel? Dan kan de witte hoed voor wat tegenwicht (of juist niet) zorgen.
Soms kun je tijdens een vergadering het gevoel hebben dat er veel is gezegd, er is veel kennis beschikbaar, er zijn veel argumenten over en weer gegaan, maar toch ontbreekt er nog iets. Je kunt er de vinger niet opleggen, maar de tijd voor het besluit lijkt nog niet rijp. In zo'n geval is het goed na te gaan vanuit welke denkhoed iedereen heeft geredeneerd. En welke denkhoeden blijken niet gebruikt te zijn? Vervolg de vergadering nu gericht vanuit de ontbrekende denkhoeden (lees: denkwijzen). Je zult zien dat het verhelderend werkt.

 

Ook belangrijk


De denkhoeden-techniek is bij uitstek een manier om de creativiteit te bevorderen binnen besluitvorming. Vanuit een volledig nieuw gezichtspunt bekijk je de vraagstelling. Dit levert verrassend nieuwe invalshoeken en alternatieven op.
Ook zul je merken dat het makkelijker wordt om over te schakelen naar een andere manier van denken. Ineens begrijp je de argumenten van je collega bijvoorbeeld veel beter. Groot voordeel is ook dat iedereen zich volledig kan concentreren op één ding. Je hoeft je even niet bezig te houden met de andere invalshoeken. Bovendien heeft de techniek een groot strategisch belang. Doordat je een bepaalde pet op zet, kun je dingen denken en zeggen die je anders nooit zou hebben gezegd. (Bijvoorbeeld omdat je niemand wilt beledigen of omdat het je positie niet is.)

http://www.leren.nl/cursus/management/besluiten-nemen/denkhoeden.html

De opdracht:        Hoe kan het wereldvoedselprobleem worden opgelost?

Jullie hebben 5 minuten om argumenten te verzamelen of strategieën te bedenken vanuit de kleur van je hoed. Blijf in de kleur van je hoed, maar ga niet overdrijven. En denk aan de opdracht!

Vervolgens discussiëren jullie volgens de De Bono Methode: rood begint, dan komt geel aan de beurt, dan zwart, dan wit en dan groen en vervolgens door elkaar. Blauw houdt het proces in de gaten en vat op het einde samen. Voor de discussie hebben jullie 15 minuten.