Posts tonen met het label klassenmanagement. Alle posts tonen
Posts tonen met het label klassenmanagement. Alle posts tonen

vrijdag 23 oktober 2020

Top 20 Bouwstenen - American Psychological Association

In het boek ‘Twaalf bouwstenen voor effectieve didactiek’ beschreven de auteurs twaalf bouwstenen voor een effectieve didactiek. De kernvraag was: ‘Wat zijn effectieve lessen en hoe maak je die?’.


In 2015 heeft de ‘American Psychological Association’ het document ‘top 20 principles from psychology for pre k–12 teaching and learning coalition for psychology in schools and education’ uitgegeven. Met daarin een twintigtal bouwstenen voor effectieve lessen, gebaseerd op de psychologische inzichten op het gebied van leren en onderwijs.

Met daarin de volgende vragen:

- Hoe denken en leren leerlingen?

- Wat motiveert leerlingen?

- Waarom zijn sociale context, interpersoonlijke relaties en emotionele welzijn belangrijk voor het leren van de leerling?

- Hoe omgaan met het klassenmanagement?

- Hoe beoordeel je de voortgang van leerlingen?

 

Voor meer informatie:

https://www.apa.org/ed/schools/teaching-learning/top-twenty-principles.pdf

 

 

 

Hoe denken en leren leerlingen?

Bouwstenen 1–8




Bouwsteen 1

De overtuigingen of percepties van leerlingen over intelligentie en vermogen beïnvloeden hun cognitief functioneren en leren.

 

Bouwsteen 2

Wat de leerlingen al weten, heeft invloed op hun leerproces.

 

Bouwsteen 3

De cognitieve ontwikkeling en het leren van leerlingen worden niet beperkt door algemene stadia van ontwikkeling.

 

Bouwsteen 4

Leren is gebaseerd op context, dus het generaliseren van leren naar nieuwe contexten is niet spontaan, maar moet worden gefaciliteerd.

 

Bouwsteen 5

Het verwerven van kennis en vaardigheden op lange termijn is grotendeels afhankelijk van de praktijk.

 

Bouwsteen 6

Duidelijke, verklarende en tijdige feedback aan de leerlingen is belangrijk om te leren.

 

Bouwsteen 7

De zelfregulering van leerlingen helpt bij het leren en zelfregulerende vaardigheden kunnen worden onderwezen.

 

Bouwsteen 8

De creativiteit van leerlingen kan worden bevorderd.

 

 

 

Wat motiveert leerlingen?

Bouwstenen 9–12




Bouwsteen 9

Leerlingen hebben de neiging om te genieten van leren en beter te presteren als ze meer intrinsiek dan extrinsiek gemotiveerd om te bereiken.

 

Bouwsteen 10

Leerlingen blijven in het gezicht van uitdagende taken en verwerken informatie dieper wanneer ze meesterschap doelen in plaats van prestatiedoelen.

 

Bouwsteen 11

De verwachtingen van leerkrachten over hun leerlingen beïnvloeden de leermogelijkheden van de cursisten, hun motivatie en hun leerresultaten.

 

Bouwsteen 12

Het stellen van doelen die op korte termijn (proximale), specifiek en matig uitdagend zijn, verhoogt de motivatie meer dan het vaststellen van doelen die op lange termijn (distaal), algemeen en overdreven uitdagend zijn.

 

 

 

Waarom zijn sociale context, interpersoonlijke relaties en emotionele welzijn belangrijk voor het leren van de leerling?

Bouwstenen 13–15




Bouwsteen 13

Leren is gesitueerd binnen meerdere sociale contexten.

 

Bouwsteen 14

Interpersoonlijke relaties en communicatie zijn cruciaal voor zowel het onderwijs- leerproces als de sociaal-emotionele ontwikkeling van leerlingen.

 

Bouwsteen 15

Emotioneel welzijn beïnvloedt onderwijsprestaties, leren en ontwikkeling.

 

 

 

Hoe omgaan met het klassenmanagement?

Bouwstenen 16–17






Bouwsteen 16

Verwachtingen voor het gedrag van de klas en sociale interactie worden geleerd en kunnen worden onderwezen aan de hand van bewezen Bouwsteens van gedrag en effectieve klassikale instructie.

 

Bouwsteen 17

Effectief klassikaal beheer is gebaseerd op  (a) het stellen en communiceren van hoge verwachtingen, (b) consequent voeden van positieve relaties en (c) het bieden van een hoog niveau van ondersteuning van leerlingen.

 

 

 

Hoe beoordeel je de voortgang van leerlingen?

Bouwstenen 18–20




Bouwsteen 18

Formatieve en summatieve beoordelingen zijn zowel belangrijk als nuttig, maar vereisen verschillende benaderingen en interpretaties.

 

Bouwsteen 19

De vaardigheden, kennis en vaardigheden van leerlingen worden het best gemeten met beoordelingsprocessen die zijn gebaseerd op psychologische wetenschap met welomschreven normen voor kwaliteit en eerlijkheid.

 

Bouwsteen 20

Het begrijpen van beoordelingsgegevens is afhankelijk van een duidelijke, passende en eerlijke interpretatie.

 

 

zondag 10 juni 2018

Factoren die de leerprestaties van leerlingen positief beïnvloeden - Robert Marzano

De Amerikaanse onderwijswetenschapper Robert Marzano voerde een meta-analyse uit op de onderwijsresearch van de laatste 35 jaar. Daarbij maakte hij gebruik van zowel Canadees en Amerikaans als Europees onderzoek.

Marzano concentreerde zich uitsluitend op die onderwijsveranderingen die daadwerkelijk invloed blijken te hebben op de leerprestaties van leerlingen. 
Wat werkt op school? De Amerikaanse onderwijswetenschapper Robert Marzano heeft een elftal factoren op papier gezet. Elf factoren die de leerprestaties van leerlingen positief beïnvloeden.



Schoolniveau:

Onder de factoren op schoolniveau vallen die factoren die binnen het schoolbeleid aangesproken dienen te worden, omdat er actie nodig is van zowel leraren als directies / bestuurders. Er zijn vijf van die factoren:

1.   Haalbaar en gedegen programma
2.   Stimulerende doelen en effectieve feedback
3.   Betrokkenheid van ouders en gemeenschap
4.   Veilige, ordelijke omgeving
5.   Collegialiteit en professionaliteit

Docentniveau:

De drie factoren op docentniveau gaan over zaken die onder de directe controle van de docenten vallen:

6.   Didactische aanpak
7.   Klassenmanagement en pedagogisch handelen
8.   Sturen en herontwerpen programma

Leerlingniveau:

Tenslotte zijn er drie factoren op leerlingniveau. Ze refereren aan de kenmerken van de sociale achtergrond van de leerlingen: zaken die van belang zijn voor het schoolsucces, waarop de school - zelf en via de thuissituatie - een positieve invloed kan hebben. 

9.   Sfeer thuis
10. Achtergrondkennis
11. Motivatie




Factoren op schoolniveau
1. Een haalbaar en gedegen programma betreft de mate waarin een school omgaat met het linken van basisstof aan de les- en leerdoelen van de methode. Welke leerstof is nu echt van groot belang en hoe registreert een leraar deze? Hoe kan voldoende lestijd gecreëerd worden zodat de lesinhoud op een adequate manier onderwezen kan worden?

2. Stimulerende doelen & effectieve feedback beschrijft hoe en wanneer een leraar of zorgcoördinator feedback geeft aan of over leerlingen over gestelde doelen, kennis of vaardigheden. De gegevens worden vervolgens door de school gebruikt om zowel specifieke prestatiedoelen voor de school te bepalen, als specifieke leerdoelen voor de individuele leerlingen.

3. Betrokkenheid van ouders en gemeenschap refereert aan structuren die gebruikt worden om ouders en leden uit de schoolomgeving te betrekken bij zowel het nemen van belangrijke beleidsbeslissingen, als bij de dagelijkse gang van zaken op de school.

4. Een veilige, ordelijke omgeving betreft de schoolregels en –procedures die structuren en een gevoel van veiligheid creëren voor zowel leerlingen als leraren.

5. Collegialiteit en professionaliteit houdt in dat leraren zich professioneel blijven ontwikkelen; zowel op teamniveau als individueel. Leraren werken professioneel samen, houden werk en privé gescheiden en worden betrokken bij belangrijke beleidsbeslissingen.


Factoren op het niveau van de docent


6. Didactische aanpak neemt negen belangrijke didactische strategieën als uitgangspunt voor een goede instructieles. Een goede instructieles is efficiënt en biedt voldoende mogelijkheden tot differentiatie. Een efficiënte leraar beschikt niet alleen over een uitgebreid repertoire aan didactische strategieën, maar kan ook moeiteloos bepalen welke strategieën het best gebruikt kunnen worden in combinatie met bepaalde leerlingen of bepaalde lesonderwerpen.


  • Identificeren van overeenkomsten en verschillen
  • Samenvatten en notities maken
  • Inspanningen bevestigen en erkenning geven
  • Huiswerk en oefening
  • Non-verbale representatie
  • Coöperatief leren
  • Doelen stellen en feedback geven
  • Vragen formuleren en hypotheses testen
  • Voorkennis activeren met vragen, aanwijzingen en kapstokken

7. Klassenmanagement en pedagogisch handelen bestaat uit twee aspecten:

a. Klassenmanagement = structuur: routines en regels in de klas, omgaan met ongewenst gedrag,

b. Pedagogisch handelen = cultuur: de relatie leraar- leerling en de mentale instelling van de leraar; de relatie met zichzelf.

8. Sturen en herontwerpen van het programma slaat op de noodzaak dat de leraren kunnen differentiëren; zowel op tempo als op niveau van de lesinhoud en het werkelijke niveau van de leerlingen. Leraren weten wat de essenties van leersof zijn, hanteren de technieken uit didactische aanpak en bieden leerstof meervoudig aan. Deze leraarfactor maakt het verschil!

Kort samengevat; een goede leraar:

1. kan goed uitleggen = didactische aanpak
2. werkt vanuit een goede organisatie in zijn klas = klassenmanagement
3. heeft een goede relatie met de leerlingen en met zichzelf = pedagogisch handelen
4. differentieert = sturen en herontwerpen van het programma

Factoren op het niveau van de leerling

9. Sfeer thuis doelt op de acties die gezinnen kunnen ondernemen om het schoolsucces van hun kinderen te ondersteunen. De school kan dat bijvoorbeeld beïnvloeden door gesprekken thuis over wat er op school gebeurt te stimuleren. Hiervoor zijn succesvolle programma’s bekend.

10. Geleerde intelligentie en achtergrondkennis leert je meer en beter gebruik te maken van de ervaringen en achtergronden waar leerlingen over beschikken. Een leerling uit de binnenstad heeft vaak andere interesses dan een leerling van het platteland. Ook speelt het stimuleren van de woordenschat een grote rol in deze factor.

11. Motivatie van de leerlingen is de mate waarin leerlingen geïnteresseerd zijn in de onderwerpen die op school gepresenteerd worden, en de mate waarin ze het gevoel hebben dat ze in staat zijn die informatie aan te leren. De algemene motivatie van de leerlingen kan verhoogd worden als op school systematisch aan bepaalde zaken wordt gewerkt.


In het model van Marzano is goed te zien dat de factoren die van invloed zijn op het leren van het kind te vinden zijn op het niveau van de leerling (motivatie, thuissituatie en achtergrondkennis), op het niveau van de school en op het niveau van de leraar. 
Vervolgens blijkt dat wat de leraar doet het meest doorslaggevend is! Dat speelt op drie terreinen:
  • de door de leraar didactische aanpak is bepalend voor de leerresultaten,
  • het pedagogisch handelen van de leraar en zijn/ haar klassenmanagement legt een basis van structuur en zekerheid van waaruit er geleerd kan worden,
  • het herontwerpen en sturing geven aan de leerprocessen van de leerlingen in de klas laat het onderwijs passen bij deze groep en deze leerlingen.

Deze drie terreinen waarop een leraar effect heeft op het leren, hebben elk evenveel invloed. Het pedagogisch handelen en klassenmanagement leggen de basis: als dat niet voldoende is kunnen herontwerpen en een goede didactische aanpak onvoldoende hun anders zo grote effect hebben. Didactische aanpak levert de gereedschapskist voor de leraar. De didactische strategieën die echt werken: die echt effect hebben op de leerresultaten van de leerlingen.

Vanuit de door Marzano geanalyseerde onderwijsresearch is vrij precies in kaart te brengen welke didactische strategieën echt goed werken. Dit blijken er negen te zijn die ideaal gesproken tot het basisrepertoire van elke leraar zouden moeten behoren.

Didactische strategie
Percentielwinst 
Identificeren van overeenkomsten en verschillen
45

Samenvatten en notities maken
34

Inspanningen bevestigen en erkenning geven

29

Huiswerk en oefening

28

Nonverbale representatie

27

Coöperatief leren

27

Doelen stellen en feedback geven

23

Vragen formuleren en hypotheses testen

23

Voorkennis activeren met vragen,
aanwijzingen en kapstokken
22


De lijst van didactische aanpakstrategieën is bedoeld als overzicht waaruit gericht gekozen kan worden om onderwijsverbetering te realiseren. Elke didactische strategie heeft haar eigen effect. De ene is meer geschikt voor het verwerven van begrip, terwijl de andere meer gericht is op het verwerken van informatie, enzovoort.

zaterdag 21 februari 2015

Classroom management - Jacob Kounin

Lessons with good flow keep students' attention and prevent deviation because most of the cues for behavior during the lesson are focused on behaviors appropriate for the lesson. Kounin’s concepts include:



Preventing misbehaviour

Withitness:

A teachers ability to correct misbehaviour before it gets out of control and before other students in the class see it and also begin to do it.

Allgegenwärtigkeit der Lehrkraft (Withitness):

  • Lehrkraft registriert alles, auch wenn sie nicht auf alles reagiert
  • Schüler wissen und dies und akzeptieren den Führungsanspruch


Examples
A teacher who is ‘withit’ is able to physically move towards a student who is misbehaving while continuing with the lesson.

The teacher makes eye contact with a student who is about
to “shoot a basket “ with a wad of paper.The student behind him, who has seen the interaction, decides he is not likely to get away with shooting a basket either


Overlapping:

How a teacher deals with two or more events that are going on in the classroom at the same time. 

Überlappung von inhaltlicher Arbeit, Regelung von Organisationskram und Störungsprävention (Overlapping)

  • Mehrere Dinge gleichzeitig tun
  • Zügige Erledigung von Organisatorischem bei Fortfahren des Unterrichts, Disziplinierungen erfolgen nebenbei



Example
During group activities a teacher is able to provide assistance to a student at one centre while providing words of encouragement to students at other stations.


Manage the lesson

Momentum

Refers to the teachers ability to have a steady movement or pacing throughout a lesson.

Reibungslosigkeit und Schwung (Momentum)

  • gleichmäßiger Unterrichtsfluss ohne unnötige Unterbrechungen
  • wenig Leerlauf
  • wenig Hektik durch zu hohe Geschwindigkeit


Example
A teacher is able to notice that the class is taking too much time dwelling on a minor concept and quickly moves on while making a mental note to go more in-depth the next day.


Smoothness:

Is the lessons continuity.

Geschmeidigkeit des Ablaufs (Smoothness)

  • Harmonischer Ablauf des Unterrichts ohne Brüche


Example
The teacher avoids allowing comments that may distract the attention away from the key points of the lesson.


Maintaining group focus

Group Alerting:

Is engaging the attention of the whole class while individuals are responding.

Group alerting is a technique to keep the entire class involved in the learning process so that students are, potentially, active participants at all times.

Die ganze Lerngruppe im Blick (Group Focus):

  • Auch bei Zuwendung zu einem Einzelschüler hat die Lehrkraft weiterhin das Geschehen in der Klasse im Griff.


Example
Tell students they might be called on next.


Encouraging Accountability:

Communication to the students the their participation will be observed and evaluated.

Example:  
At the end of a discussion and practice of a new skill, students are told to turn to a neighbour and explain the process to him or her.


High Participation Formats:

Using lessons that define behaviour of students when they are not directly answering a teacher’s question.

High participation formats occur when students are expected to write answers, solve problems, read along, and use manipulative material.

Erkennen und Vermeiden vorgetäuschter Schüleraufmerksamkeit (Avoiding Mock Participation)

  • Interessante Inhalte und geschickte Arbeitsaufträge vermeiden vorgespielte Aufmerksamket




Transition management

Transitions:

The interval between any two activities.

Kounin found that smooth and effective transitions are one of the most important techniques in maintaining student involvement and class control.

Geschicktes Management der Übergänge (Managing Transitions)

  • Der Übergang von einem zum anderen Unterrichtsschritt ist eindeutig organisiert
  • Stundenanfäge und –abschlüsse sind klar zu erkennen