woensdag 8 mei 2019

Eindexamenkandidaten krijgen hulp van YouTube-docenten

Scholieren schakelen massaal de hulp in van YouTube-docenten
YouTube-docenten zijn voor veel eindexamenkandidaten een rots in de branding. Na wekenlang blokken moeten 217.285 examenkandidaten vanaf morgen laten zien wat ze waard zijn. 

Zie de video van Math with Menno. Het adres van zijn YouTube-kanaal staat trouwens in het onderste schema.



Enkele voorbeelden van onze YouTube-docenten:
Biologie-lessen van BestBiologisch


Geschiedenis-lessen van Joost van Oort

Wiskunde-lessen van Menno voor wiskunde

Scheikunde-lessen van docent Sieger Kooij



Of nog veel meer YouTube video's op https://digistudies.nl/
of op https://www.youtube.com/channel/UC3dido57aZHTt8kBCtl2D8w

Huiswerkbegeleiding

Darine El Houfi (20 jaar) had vroeger geen geld voor huiswerkbegeleiding. 

Nu zet hij zich in voor jongeren door goedkope bijlessen te geven.



zaterdag 4 mei 2019

Formatief toetsen - Dylan Wiliam

Onderwijskundige Dylan Wiliam schrijft al jaren over formatief toetsen. In de onderstaande video spreekt Dylan Wiliam over waarom elke docent beter moet willen worden. Hij legt uit wat wel werkt en wat niet en hoe je als school een leercultuur kun vormen.

Hij zegt dat mensen vaak zeggen "we hebben geen tijd om formatief te toetsen". Jawel, die tijd heb je wel, alleen doe je nu iets in die tijd, dat veel minder effectief is. Formatief werken heeft namelijk de grootste impact.



dinsdag 16 april 2019

Executieve functies

Executieve functies horen bij de hogere denkprocessen die nodig zijn om activiteiten te plannen en aan te sturen. Je kunt de executieve functies zien als een dirigent. Ze helpen bij alle soorten taken. Executieve vaardigheden heb je niet alleen nodig voor schooltaken, maar ook in het dagelijks leven. 

Executieve vaardigheden liggen dus ten grondslag aan studievaardigheden. Zwakke executieve vaardigheden zijn vaak de verborgen oorzaken van studieproblemen.


De onderzoekers Peg Dawson en Richard Guare noemen elf executieve vaardigheden die er samen voor zorgen dat je in staat bent om aan taken te beginnen, ze vol te houden, ze af te maken en er op te reflecteren. 

De executieve functies zijn onder te verdelen in:
1 - respons inhibitie
2 - werkgeheugen
3 - emotie regulatie
4 - volgehouden aandacht
5 - taak initiatie
6 - planning/priorisering
7 - organisatie
8 - timemanagement
9 - doelgericht gedrag
10 - flexibiliteit
11 - metacognitie  


Respons inhibitie

Respons inhibitie is het vermogen om na te denken voor we iets doen, waardoor we de tijd krijgen om een situatie te beoordelen en na te gaan hoe ons gedrag deze beïnvloedt.

Vragen over respons inhibitie:
- Kan de leerling een confrontatie met leeftijdgenoot uit de weg gaan.
- Kan de leerling nee zeggen tegen iets leuks als er al andere plannen zijn gemaakt.
- Kan de leerling zich in het gezelschap van vrienden onthouden van kwetsende opmerkingen.

Werkgeheugen
Werkvermogen is het vermogen om informatie tijdelijk in de hersenen op te slaan voor een korte periode en te bewerken.

Vragen over het werkgeheugen:
- Kan de leerling de opdrachten en regels van verschillende leraren bijhouden.
- Onthoudt de leerling gebeurtenissen of verantwoordelijkheden die van de norm afwijken.
- Onthoudt de leerling instructies bestaande uit verschillende stappen, mits hij of zij voldoende tijd en oefening krijgt.

Emotie regulatie
Het vermogen om emoties te reguleren, om doelen te realiseren,
taken te voltooien of gedrag te controleren en te sturen.

Vragen over de emotie regulatie:
- Kan de leerling de reacties van vrienden ‘lezen’en zijn/haar gedrag zo nodig aanpassen.
- Kan het accepteren als hij/zij niet krijgt wat hij/zij wil bij groepsactiviteiten.
- Kan assertief zijn (vraagt bijvoorbeeld een leraar om hulp, nodigt iemand ten dans tijdens een schoolfeest).

Volgehouden aandacht
De vaardigheid om aandacht te blijven schenken aan een
situatie of taak ondanks afleiding, vermoeidheid of verveling.

Vragen over het volhouden van de aandacht:
- Kan de leerling 60-90 minuten achtereen bezig zijn met huiswerk (heeft misschien 1 of 2 pauzes nodig).
- Kan familiebijeenkomsten bijwonen zonder over verveling te klagen of problemen te veroorzaken.
- Kan huishoudelijke klussen verrichten die 2 uur vergen (heeft misschien pauze nodig).

Taak initiatie
De vermogen om op tijd en efficiënt aan een taak beginnen (geen uitstelgedrag).

Vragen over de taak initiatie:
- Kan de leerling een huiswerkschema voor de avond opstellen en handhaven, zonder al teveel uitstel.
- Kan de leerling op de afgesproken tijd met huishoudelijke klussen beginnen (bijvoorbeeld meteen na schooltijd; heeft misschien geschreven herinnering nodig).
- Kan de leerling een leuke activiteit uitstellen als hij/zij zich herinnert dat hij/zij heeft beloofd eerst iets anders te doen.

Planning/priorisering
Het vermogen om een plan te bedenken, om een doel te bereiken of een taak te voltooien. Het gaat daarbij ook om het vermogen om
beslissingen te nemen over waar we onze aandacht op moeten
richten.

Vragen over planning/priorisering:
- Kan de leerling op internet informatie zoeken voor een schoolopdracht.
- Kan de leerling plannen maken voor extra curriculaire activiteiten of zomerwerk.
- Kan de leerling zonder hulp van volwassenen een lange termijn project afmaken.

Organisatie
Het vermogen om dingen volgens een bepaald systeem te arrangeren of te ordenen.

Vragen over organisatie:
- Kan de leerling op de vereiste manier aantekeningen bijhouden.
- Raakt de leerling geen sportmateriaal/persoonlijke dingen (mobiele telefoon) kwijt.
- Houdt het bureau waarachter hij/zij het huiswerk maakt redelijk op orde.

Timemanagement
Het vermogen om in te schatten hoeveel tijd we hebben, hoe we die kunnen indelen en hoe we aan tijdslimieten en deadlines kunnen houden. En het besef dat tijd belangrijk is.

Vragen over timemanagement:
- Is de leerling meestal voor het slapen klaar met huiswerk.
- Kan de leerling goed prioriteiten bepalen als de tijd beperkt is (bijv. na school naar huis gaan om een opdracht te maken i.p.v. te spelen met vrienden).
- Kan de leerling een lange termijn project over verschillende dagen uitspreiden.

Doelgericht gedrag
Het vermogen om een doel te formuleren, dat te realiseren en daarbij niet afgeleid of afgeschrikt te worden door andere
behoeften of tegengestelde belangen.

Vragen over doelgericht gedrag:
- Kan de leerling meer inspanning leveren om het resultaat te verbeteren (bijvoorbeeld studiewijze aanpassen om hogere cijfers te halen).
- Is de leerling bereid om moeilijke taken te verrichten om geld te verdienen.
- Is de leerling bereid om zonder aansporing te oefenen om een vaardigheid te verbeteren.

Flexibiliteit
Het vermogen tot aanpassen van je plannen, gedachten en gedrag als de omstandigheden veranderen.

Vragen over flexibiliteit:
- Kan de leerling zich aan verschillende leraren, regels en activiteiten aanpassen.
- Kan de leerling zich aanpassen als een leeftijdsgenoot zich weinig flexibel opstelt.
- Kan de leerling zich aanpassen aan de wensen van een jonger broertje/zusje (bijvoorbeeld iemand anders een film laten kiezen).

Metacognitie  
Het vermogen om een stapje terug te doen om jezelf en de situatie te overzien, om te bekijken hoe je een probleem aanpakt (zelfmonitoring & zelfevaluatie).

Vragen over metacognitie:
- Kan de leerling zijn/haar eigen prestaties goed evalueren (bijvoorbeeld bij sportwedstrijden of schoolopdrachten).
- Kan de leerling de gevolgen van het eigen gedrag voor leeftijdsgenoten inschatten en dat zo nodig aanpassen (bijvoorbeeld om zich aan een groep aan te passen om pesterijen te voorkomen).
- Kan de leerling taken uitvoeren waarvoor abstract redeneren nodig is.


De executieve functies worden ook wel de uitvoerende aandacht genoemd en zijn onder te verdelen in vier soorten:

- Impulsbeheersing.
- Concentratie.
- Flexibiliteit.
- Prioriteiten stellen.

maandag 15 april 2019

Simon Sinek - over (zelf)vertrouwen en inzet

Simon Oliver Sinek is een Brits-Amerikaanse auteur, motiverende spreker en organisatieadviseur. Hij is de auteur van vijf boeken, waaronder Start With Why.
Simon Sinek spreekt in deze video over vertrouw
en, zelfvertrouwen en doelgerichte inzet met een duidelijke visie. De wederkerigheid van onze acties; doe dingen voor anderen en zie wat anderen doen voor jou. Hoe meer wij geven, hoe meer anderen zullen geven. Goed voorbeeld doet volgen.



zondag 14 april 2019

Sadhguru Jaggi Vasudev (Sadhguru), is een Indiase yogi, mysticus en auteur. Hij is betrokken bij initiatieven op het gebied van maatschappelijk werk, onderwijs en milieu.

Volgens Sadhguru zijn we te gericht op het resultaat, we zijn alleen gericht op de implicaties, helaas niet op het (leer)proces.


Maak punten en resultaten minder belangrijk en richt je op het proces dat de leerling doormaakt. Prijs doorzettingsvermogen, de aanpak van de leerling en zijn inzet.

zaterdag 13 april 2019

Competenties leraar voortgezet onderwijs

Sinds 1 augustus 2017 gelden nieuwe wettelijke bekwaamheidseisen in het onderwijs. Ze gelden voor alle leraren en docenten in het primair en voortgezet onderwijs en het middelbaar beroepsonderwijs. 

Dit zijn de competenties op een rij:


1 - Interpersoonlijke competentie: 
Leiding geven en zorgen voor een goede omgang met en tussen leerlingen.

2 - Pedagogische competentie: 
Zorgen voor een veilige leeromgeving en bevorderen van persoonlijke, sociale en morele ontwikkeling. Ook: bevorderen van de ontwikkeling tot een zelfstandig en verantwoordelijk persoon.

3 - Vakinhoudelijke en didactische competentie: 
Zorgen voor een krachtige leeromgeving en bevorderen van het leren.

4 - Organisatorische competentie: 
Zorgen voor een overzichtelijke, ordelijke en taakgerichte sfeer en structuur in de leeromgeving.

5 - Competent in samenwerken in een team: 
Zorgen dat het werk afgestemd is op dat van collega’s; bijdragen aan het goed functioneren van de schoolorganisatie.

6 - Competent in samenwerken met de omgeving: 
In het belang van de leerlingen een relatie onderhouden met ouders, buurt, bedrijven en instellingen.

7 - Competent in reflectie en ontwikkeling: 
Zorgen voor de eigen professionele ontwikkeling en de professionele kwaliteit van de beroepsuitoefening.


Deze bekwaamheidseisen zijn vastgelegd in het Besluit bekwaamheidseisen onderwijspersoneel (Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden nummer 148, 2017). 

De competenties beschrijven wat leraren minimaal moeten weten en kunnen.

Beroepscompetenties van een leraar zijn een mix van kennis, houding en vaardigheden.
Bij elke taak die een leraar uitvoert, zet hij of zij een aantal van die competenties in. Je hebt ze allemaal nodig om je taken als leraar uit te voeren.

Interpersoonlijk competent

De leraar in het voortgezet onderwijs moet ervoor zorgen dat er in zijn klassen een prettig leef- en werkklimaat heerst. Dat is de verantwoordelijkheid van de leraar in het voortgezet onderwijs en om die verantwoordelijkheid waar te kunnen maken moet de leraar interpersoonlijk competent zijn.

Een leraar die interpersoonlijk competent is, geeft op een goede manier leiding. Zo’n leraar schept een vriendelijke en coöperatieve sfeer en brengt een open communicatie tot stand. Zo’n leraar bevordert de zelfstandigheid van de kinderen en zoekt in zijn interactie een goede balans tussen:

-Leiden en begeleiden
-Sturen en volgen
-Confronteren en verzoenen
-Corrigeren en stimuleren

Pedagogisch competent

Een leraar die pedagogisch competent is, creëert een veilige leeromgeving in zijn groep en zijn lessen. Hij zorgt er dus voor dat de leerlingen:

-Weten dat ze erbij horen en welkom zijn
-Weten dat ze gewaardeerd worden
-Op een respectvolle manier met elkaar omgaan
-Uitgedaagd worden verantwoordelijkheid te nemen voor elkaar
-Initiatieven kunnen nemen en naar vermogen zelfstandig kunnen werken

Vak- en didactisch competent

Een leraar die didactisch competent is, ontwerpt een krachtige leeromgeving in zijn klas en zijn lessen. Dat wil zeggen dat hij:

-Leerinhouden en zijn doen en laten afstemt op de leerlingen en rekening houdt met individuele verschillen.
-De leerlingen motiveert voor hun leertaken, hen uitdaagt om er het beste van te maken en hen helpt om ze met succes af te ronden.
-De leerlingen leert leren, ook van en met elkaar, om daarmee onder andere hun zelfstandigheid te bevorderen.

Organisatorisch competent

Een leraar die organisatorisch competent is, zorgt voor een overzichtelijke, ordelijke, taakgerichte sfeer in zijn klas en zijn lessen. Hij zorgt er bijvoorbeeld voor dat de leerlingen:

-weten waar ze aan toe zijn en welke ruimte ze hebben voor eigen initiatief.
-weten wat ze moeten doen, hoe en met welk doel ze dat moeten doen.

Interpersoonlijk competent

Een leraar die interpersoonlijk competent is, gaat op een prettige manier met de leerlingen in zijn klas om en zorgt ervoor dat er een goede sfeer van samenwerken heerst. Een competente leraar:

-Leidt en begeleidt.
-Stuurt en volgt.
-Confronteert en verzoent.
-Lost conflicten op.

Samenwerken met collega's

Een leraar die competent is in het samenwerken met collega´s, levert zijn bijdrage aan een goed pedagogisch en didactisch klimaat op zijn school, aan goede onderlinge samenwerking en aan een goede schoolorganisatie. Dat betekent bijvoorbeeld dat de leraar:

-Goed met collega´s communiceert en samenwerkt.
-Een constructieve bijdrage levert aan vergaderingen en andere vormen van schooloverleg.

Samenwerken met de omgeving

Een leraar die competent is in het samenwerken met de omgeving, levert - in het belang van de leerlingen een bijdrage aan een goede samenwerking met mensen en instellingen in de omgeving van de school. Dit betekent bijvoorbeeld dat de leraar:

-Goede contacten onderhoudt met de ouders van de leerlingen.
-Goede contacten onderhoudt met andere mensen en instellingen die ook te maken hebben met de leerlingen.

Reflectie en professionele ontwikkeling

Een leraar die competent is in reflectie en ontwikkeling, denkt voortdurend na over zijn beroepsopvattingen en zijn professionele bekwaamheid. Dat betekent bijvoorbeeld dat de leraar:

-Goed weet wat hij belangrijk vindt in zijn leraarschap en van welke waarden, normen en onderwijskundige opvattingen hij uitgaat.
-Een goed beeld heeft van zijn eigen competenties, zijn sterke en zwakke kanten.
-Zich op een planmatige manier verder ontwikkelt.