woensdag 19 februari 2020

De cirkel van invloed - Stephen Covey

Stephen Covey is de bedenker van de cirkel van invloed (zie de eerste gewoonte "proactief"). Deze cirkel van invloed beschrijft hoe jij je invloed kan vergroten, door proactief te handelen. Welke invloed heb jij op een situatie en hoe ga jij ermee om? 

Proactieve mensen richten zich vooral op hun eigen gedrag en hun eigen gedachten. Essentieel is hierbij de beïnvloedbaarheid van dingen. 

Covey spreekt van een cirkel van betrokkenheid en een cirkel van invloed. De kern van de boodschap is het focussen op die zaken waar jij direct invloed op hebt. Gebruik daarbij de positieve energie.


In de buitenste cirkel bevinden zich dingen die we niet kunnen beïnvloeden, zoals onze opvoeding, onze afkomst en het verleden. Over de dingen die we niet kunnen beïnvloeden moeten we ons volgens Covey niet druk maken. We moeten ons alleen richten op de binnenste cirkel, de cirkel van invloed.



Richt daarbij je energie niet op zaken die in zijn geheel buiten je invloedssfeer liggen. Laat de negatieve energie links liggen.





dinsdag 18 februari 2020

Persoonlijk leiderschap volgens Stephen Covey

Een belangrijke vraag binnen het onderwijs is hoe we leerlingen verantwoordelijk maken voor hun eigen leerproces. In Nederland werken een aantal scholen derhalve volgens de principes van Stephen Covey (zie het boek ‘The 7 habits of highly effective people’). Dit programma is al jaren succesvol in de Verenigde Staten en is ontwikkeld door docenten.




Zeven gewoonten
Er wordt uitgegaan van zeven gewoonten waarbij de leerlingen zicht krijgen op hun ontwikkeling, doelen stellen, leren te plannen en leren om voor zichzelf te zorgen. 




De eerste drie gewoonten - wees proactief, begin met het einddoel voor ogen en belangrijke zaken eerst - helpen leerlingen onafhankelijker te worden. 

De volgende drie gewoonten - denk win-win, eerst begrijpen dan begrepen worden en synergie – helpen de leerlingen om goed te kunnen samenwerken. 

De laatste gewoonte - houd de zaag scherp, versterkt de eerste zes eigenschappen. 


The Leader in Me
Speciaal voor het onderwijs is het programma ‘The Leader in Me’ ontwikkeld. De theorie achter de zeven eigenschappen is eenvoudig en krachtig. Daarin leerlingen worden aangesproken op hun talenten en betrokkenheid:
-waarmee het persoonlijk leiderschap van leerlingen vergroot wordt en
-leerlingen gewoonten en levensvaardigheden aanleren om zichzelf te ontwikkelen tot succesvolle mensen.

Het gaat om het ontwikkelen van zeven robuuste gewoonten. ‘Eerst maken we onze gewoonten, dan maken onze gewoonten ons.’ Docenten weten maar al te goed dat ze een voorbeeldrol hebben. Dit is ook het uitgangspunt van de zeven gewoonten. Goed voorbeeld doet immers goed volgen.

Als je als docent wil dat leerlingen duidelijke doelen stellen en actief met de les bezig zijn,
is het belangrijk dat ze weten dat jij als docent ook doelen stelt, verwachtingen in positieve zin uitdraagt en leerlingen helpt hun eigen waarden en mogelijkheden te zien.

De zeven gewoonten zijn in elk vak toe te passen. Het is meer een proces dan een methode. Leerlingen leren doelen te stellen, leren opbrengstgericht te werken, en maken gebruik van verslagen om hun doelen bij te houden en te evalueren of feedback te vragen. Dit kan in iedere les.

Het werken met de zeven gewoonten stimuleert de schoolontwikkeling. Vanuit het voorbeeldgedrag van docenten tijdens lessen, ontstaat een toestand van persoonlijk leiderschap bij iedereen op school.



Onafhankelijkheid (begin bij jezelf – zie gewoonten 1, 2 en 3)
De eerste trap: basis voor onafhankelijkheid.

Mensen die onafhankelijk zijn, kiezen hun eigen doel. Onafhankelijke mensen handelen vanuit hun eigen kern en laten zich niet zozeer beïnvloeden door wat anderen doen. Zij nemen het initiatief, koersen doelbewust op eigen doelen af en stellen prioriteiten. Onafhankelijke mensen houden zaken bij zichzelf en geven geen andere factoren de schuld. Volgens Stephen Covey bepaalt men het leven hoofdzakelijk zelf en niet zozeer genetische ('het zit in mijn genen'), psychologische (‘mijn opvoeding’) of sociale factoren (‘de schuld van de anderen’). Het bereiken van onafhankelijkheid omschrijft Covey als een ‘overwinning op jezelf’. Wat moet men doen om onafhankelijk te worden? Het gaat daarbij om het volgende:


Gewoonte 1: Proactief
Ik neem de verantwoordelijkheid voor mijn eigen leven, ik ben trots op mezelf en neem initiatief.

Leerlingen
Docenten
- De leerlingen zijn intrinsiek gemotiveerd om aan het werk te gaan.

- De leerlingen ondernemen zelf actie om hun kennis of kunde te verbeteren.        

- De docent laat leerlingen zelf een oplossing bedenken.



Gewoonte 2: Begin met het einddoel voor ogen
Ik weet wat ik wil bereiken in het leven, mijn bijdrage in de klas doet er toe.

Leerlingen
Docenten
- De leerlingen weten wat het einddoel is.

- De leerlingen denken kritisch na over een realistisch einddoel.

- De leerlingen zijn geïnteresseerd in het einddoel.
- De docent communiceert duidelijk wat het einddoel is.

- De docent stimuleert de leerlingen om mee te denken over het einddoel.

- De docent controleert of het einddoel behaald is.


  
Gewoonte 3: Belangrijke zaken eerst
Ik doe de belangrijkste dingen eerst, ik maak een plan en volg dit plan.

Leerlingen
Docenten
- De leerlingen kiezen ervoor om de belangrijkste taak als eerst af te ronden.

- De leerlingen kunnen uitleggen waarom ze een bepaalde keuze in volgorde van taken nemen.        

- De docent biedt leerlingen de kans om zelf een planning te maken.

- De docent geeft het goede voorbeeld door belangrijke zaken eerst te kiezen.



Wederzijdse afhankelijkheid (werk goed samen – zie gewoonten 4, 5 en 6)
De tweede trap: basis voor wederzijdse afhankelijkheid.

Het is op dit punt dat de tweede trap van de raket in werking treedt: het leren van het besef van wederzijdse afhankelijkheid. Om op zinvolle wijze met anderen samen te werken is wederom een overwinning nodig, nu niet op jezelf, maar op je omgeving. Deze overwinning is de resultante van wederom een drietal eigenschappen:


Gewoonte 4: Denk win-win
Ik ga ervan uit dat iedereen kan winnen, als er conflicten zijn probeer ik die met respect voor iedereen op te lossen.

Leerlingen
Docenten
- De leerlingen kunnen in een situatie ook de voordelen van een ander (helpen) bedenken of regelen.

- De leerlingen kunnen een win-win situatie benoemen.

- De docent stimuleert het verplaatsen in een ander.

- De docent benoemt (spontane) win-win situaties


Gewoonte 5: Eerst begrijpen, dan begrepen worden
Ik luister echt naar mensen, ik probeer zaken door verschillende brillen te bekijken en te begrijpen.

Leerlingen
Docenten
- De leerlingen luisteren naar de ander, voordat ze hun eigen verhaal vertellen.        

- De docent laat het goede voorbeeld zien door eerst een ander te begrijpen en daarna de persoonlijke mening te delen.

- De docent benoemt (spontane) situaties die passen bij deze gewoontes.



Gewoonte 6: Synergie
Ik werk samen met anderen, dan bereiken we meer, samen komen we tot een andere oplossingen (1 + 1 = 3).

Leerlingen
Docenten
- De leerlingen nemen initiatief tot samenwerken.

- De leerlingen zien voordelen van samenwerken en kunnen deze benoemen. 

- De docent stimuleert het samenwerken.

- De docent benoemt (spontane) situaties waarin synergie voorkomt.


Vernieuwing (zorg goed voor jezelf – zie gewoonte 7)
De derde en laatste trap van de raket: basis voor permanent leren en inspireren.

Onafhankelijkheid en wederzijdse afhankelijkheid worden gecompleteerd door de derde trap van de raket: blijven leren en verbeteren en het vermogen om mensen te inspireren en om anderen tot het vinden van hun inspiratiebronnen aan te zetten.


Gewoonte 7: Houd de zaag scherp
Ik doe regelmatig aan sport, eet gezond en breng tijd door met vrienden. Ik leer niet alleen
op school, maar ook thuis en buiten.

Leerlingen
Docenten
- De leerlingen geven zelf aan wanneer ze rust nodig hebben (toilet bezoek, even iets anders doen etc.)

- De docent biedt ruimte voor ontspanning.

- De docent biedt ruimte voor rust.

- De docent geeft het goede voorbeeld door (persoonlijke) keuzes te delen en/of toe te lichten.



Meer informatie:
Voor meer informatie raad ik jullie aan om de volgende video's te bekijken.







maandag 17 februari 2020

Het dragen van verantwoordelijkheid en het instaan voor het eigen handelen

Verantwoordelijkheid wordt vaak besproken in het onderwijs. Tegenwoordig gaat op scholen de aandacht uit naar het vermogen en de bereidheid om zelf kennis en vaardigheden te verkrijgen. Leerlingen moeten meer verantwoordelijk gemaakt worden voor hun eigen leerproces. Maar wat is verantwoordelijkheid, hoe stimuleer je het en wat vraagt het van de docent?

Vaak is het de leerkracht die bepaalt wat kinderen moeten leren. Maar als kinderen zelf actief betrokken worden bij hun eigen ontwikkeling worden ze eigenaar van hun eigen leerproces: zo ontstaat eigen verantwoordelijkheid. Het dragen van eigen verantwoordelijkheid is het instaan voor het eigen handelen. Leerlingen die verantwoordelijk zijn van hun eigen leerproces zijn meer betrokken en gemotiveerd en halen ze bovendien hogere leerresultaten.

Een mogelijk recept voor de manier waarop als docent iets aanpakt en een stap voor onze leerlingen om ze zelf hun problemen te laten oplossen en eigen verantwoordelijkheid te tonen.

Stappenplan:

Resultaat:

1 - Begin met de zaken die een leerling goed doet. Benoem ze en toon oprechte erkenning en waardering.


Door de leerling te betrekken bij het bespreken van het probleem en verantwoording te geven voor de oplossing van het probleem stimuleert de docent de zelfredzaamheid en de verantwoordelijkheid die hij/zij zo graag wil zien bij de leerlingen.

2 - Benoem dan de dingen die problematisch zijn, niet goed gaan. Geef hierbij voorbeelden uit de dagelijkse praktijk.

3 - Bespreek de standaard van gedrag die past binnen onze onderwijscultuur en vereist is voor onze schoolomgeving en de onderwijsdoelen.

4 - Maak de leerling verantwoordelijk voor het eindresultaat; beschrijf de kaders en wees positief en motiverend.


Kijk voor meer informatie op:
https://www.onderwijsmaakjesamen.nl/actueel/tien-tips-om-eigenaarschap-leerlingen-vergroten/

donderdag 13 februari 2020

Feedback van je leerlingen

Het onderstaande formulier is snel en effectief te gebruiken als je feedback wilt ontvangen van je leerlingen.


Leren sturen, remmen en schakelen

Een kind wordt niet geboren met een effectieve werkhouding, maar leert langzamerhand beter zijn gedrag, gedachten en emoties aan te sturen. Met andere woorden zelfsturing. Dit is de opbrengst van hersenfuncties die in de kindertijd volop in ontwikkeling zijn. Deze hersenfuncties worden ook wel 'executieve functies' genoemd. 
Met de onderstaande tien hints kun je leerlingen die moeite hebben om hun eigen gedrag te reguleren leren sturen, remmen en schakelen. De leerling leert daarbij om een stapje terug te doen om zichzelf en de situatie te overzien, om te bekijken hoe hij/zij een probleem kan aanpakken.

Benoem wat goed ging
Motiveer door te benoemen wat goed ging en door gerichte feedback te geven. Bijvoorbeeld: Wat goed dat je stopte met jouw gedrag toen de ander zei dat hij het niet meer leuk vond.

Hardop uitspreken
Zeg hoe een leerling iets moet aanpakken of moet onthouden. Doe het voor.

Heldere instructie
Geef duidelijke instructies en vraag na of de leerling het ook echt begrepen en onthouden heeft.

Zorg voor denktijd
Zorg voor voldoende denktijd. Veel leerlingen weten een antwoord wel als ze er rustig over na mogen denken.

Repeteer veel
Herhaal instructies en afspraken iedere keer, geef veranderingen duidelijk aan.

Reflecteer op gedrag
Door het gedrag te benoemen en de leerling zelf te laten verwoorden wat goed ging en wat niet, wat zijn gedrag oproept bij de ander en hoe het de volgende keer anders kan. Reflecteer ook op werkgedrag en taakaanpak. Hoe komt het dat je deze som helemaal goed uitgerekend hebt, wat heb je daar zelf voor gedaan?

Structureer opdrachten
Door leerlingen stap voor stap uit te leggen en de opdracht in kleinere stukken te verdelen. Structureer ook de lesdag. Het naar binnenkomen in het klaslokaal en het naar buiten gaan. Door vaste regels en goed klassenmanagement.

Visualiseer afspraken
Maak een stappenplan of een dagplanning met pictogrammen of tekst.

Varieer in werkvormen
Door soms klassikaal instructie te geven, maar leerlingen ook in tweetallen of viertallen te laten samenwerken. Door coöperatieve werkvormen in te zetten worden lessen gevarieerder.

Betrek de leerling bij het leren sturen, remmen en schakelen
Betrek de leerling bij het leren sturen, remmen en schakelen. Leer hem het zelf te doen.


dinsdag 11 februari 2020

Prestatiedoelentheorie – leerdoelen en prestatiedoelen

De prestatiedoelentheorie (Achievement Goal Theory) maakt onderscheid tussen leerdoelen en prestatiedoelen.

Leerdoelen:
leerlingen met leerdoelen zijn gericht op hun eigen leerproces.

Prestatiedoelen:
leerlingen met prestatiedoelen zijn gericht op het presteren in vergelijking met anderen.
Deze theorie gaat ervan uit dat leerlingen gemotiveerd zijn om te leren omdat ze een bepaald doel nastreven.

Als leerlingen leerdoelen nastreven, zijn ze gericht op het leren van de stof of het ontwikkelen van bepaalde vaardigheden.

Het doel is de taakuitvoering: het leren zelf.

Daarentegen kunnen leerlingen ook prestatiedoelen nastreven. Dit wil zeggen dat het doel is om een prestatie neer te zetten, met name in vergelijking met de prestaties van anderen.

Denk aan het halen van hoge cijfers in vergelijking met andere leerlingen in de klas.


Wetenschappelijk onderzoek wijst uit dat onderwijs waarin de docent de nadruk legt op inzet en individuele vooruitgang van leerlingen, leidt tot betere leerresultaten.


Doeloriëntaties
Doeloriëntatie houdt in dat mensen verschillende motieven kunnen hebben om een bepaald doel te bereiken. 

Je hebt vast wel een deel van de onderstaande tekst gelezen of gehoord:

Als ik blijf kijken
zoals ik altijd heb gekeken
blijf ik denken
zoals ik altijd dacht

Als ik blijf denken
zoals ik altijd heb gedacht
blijf ik geloven
zoals ik altijd heb geloofd.

Als ik blijf geloven
zoals ik altijd heb geloofd
blijf ik doen
zoals ik altijd heb gedaan

Als ik blijf doen
zoals ik altijd heb gedaan
blijft mij overkomen
wat mij altijd overkwam

Maar als ik mijn ogen sluit
en voel mijn ware zelf van binnen
Dan kom ik deze cirkel uit

en kan ik steeds opnieuw beginnen.

Hoe nu deze spiraal naar beneden te doorbreken en de leerling uit te dagen de eigen verantwoordelijkheid op te pakken? Hoe je verschillende motieven kunt hebben om een bepaald (leer)doel te bereiken. 

Bij het stellen van leerdoelen kan men deze richten op zichzelf (‘mastery’ oriëntatie, gericht op het ontwikkelen van kennis en vaardigheden) of op anderen (‘performance’ oriëntatie, gericht op beter presteren dan anderen), waarbinnen men zich kan richten op het behalen/verkrijgen van succes (approach) dan wel op voorkomen van falen.





Aan de hand van het bovengenoemde schema kunnen we een onderscheid maken tussen leerstreefdoelen en prestatiestreefdoelen, in positieve als negatieve waarden.

Waarde
Normatief
(gericht op de ander)

Intrapersoonlijk
(gericht op zichzelf)
Positief/succes
Prestatiestreefdoel 
(performance-approach)


Doel:
Beter presteren dan anderen

Gedragingen:
-Zelf effectiviteit laag
Leerstreefdoel
(mastery-approach)


Doel:
Beheersen van de stof

Gedragingen:
-Zelf effectiviteit hoog
-Veel strategieën bij het oplossen van een probleem

Negatief/falen
Prestatievermijddoel (performance-avoidance)


Doel:
Slechter presteren dan
anderen vermijden

Gedragingen:
-Minder moeite doen bij falen
-Zelf effectiviteit laag
-Falen komt door
gebrek aan vaardigheid
Leervermijddoel
(mastery-avoidance)


Doel:
Niet beheersen van de stof vermijden

Gedragingen:
-Faalangst
-Uitstelgedrag
-Zelf effectiviteit hoog
-Lage zelfstandigheid
-Hogere emotionaliteit


Doeloriëntatie wordt beschouwd als een stabiel persoonlijkheidskenmerk, dat wel wordt beïnvloed door de context / de situatie. We onderscheiden de volgende doeloriëntaties:


1. Iemand met een leeroriëntatie heeft de behoefte zich te ontwikkelen door het verkrijgen van nieuwe vaardigheden en de beheersing van nieuwe situaties. Ook wel taakoriëntatie genoemd. 


2. Iemand met een competitieoriëntatie heeft de behoefte zich te bewijzen ten opzichte van anderen en hoopt daar ook positieve feedback over te krijgen.



3. Iemand met een vermijdoriëntatie heeft de behoefte incompetentie en negatief commentaar over de competentie te vermijden.

De verwachtingstheorie van Vroom

Victor Vroom is een Canadese hoogleraar psychologie. Vroom werkte hoofdzakelijk aan de Expectancy Theory of Motivation, in het Nederlands de verwachtingstheorie.


Volgens de verwachtingstheorie van Victor Vroom zijn drie factoren van invloed op iemands motivatie:

1 - verwachting,
2 - beloning en
3 - waarde.

Deze drie factoren bepalen ze de motivatie van een leerling. Als één van de drie laag is, is de motivatie ook laag.


De verwachting:
De motivatie neemt toe als een leerling verwacht dat een bepaalde actie tot succes zal leiden.
Bijvoorbeeld, als een leerling verwacht dat hij/zij een beter cijfer zal halen (het succes) voor een bepaald vak als hij/zij oplet in de les (de actie), dan is de leerling ook gemotiveerd om dat te doen.

De beloning:
De beloning is voor de leerling vaak het succes waar hij/zij naar streeft. M.a.w. levert het gedrag een beloning op.
Een leerling is bijvoorbeeld meer gemotiveerd om huiswerk te maken als de docent het beoordeelt met een cijfer.

De waarde van de beloning:
De waarde die de leerling hecht aan de beloning en de te leveren (leer)prestatie.
Als leerlingen veel waarde hechten aan het leren van bepaalde leerstof of het behalen van een hoog cijfer, neemt de motivatie toe.


Om leerlingen daadwerkelijk te motiveren is het volgens Victor Vroom noodzakelijk dat ze geloven dat:

- er een positieve verband is tussen inspanning en prestatie;
- een gunstige prestatie zal resulteren in een gewenste beloning;
- de beloning een belangrijke behoefte tevreden zal stellen;
- de wens om de behoefte tevreden te stellen is groot genoeg om het de moeite waard te maken.

Is één van de bovengenoemde factoren niet aanwezig, dan ontbreekt de motivatie van een leerling om een bepaald doel na te streven.