woensdag 4 oktober 2017
dinsdag 3 oktober 2017
positieve feedback
Kinderen leren vooral van positieve feedback. je bent wellicht veel vertrouwder met negatieve feedback, hoewel positieve feedback ook voor volwassenen motiverender werkt.
Uit hersenonderzoek is gebleken dat leren het effectiefst verloopt als je:
- nieuwsgierig bent en zin hebt om te leren. Dan maak je immers dopamine aan, een chemische stof in je hersenen die ervoor zorgt dat informatie beter wordt doorgegeven.
- niet al te zeer onder spanning staat. Een overdaad aan stress verlamt de hersenen, waardoor je geen nieuwe informatie kunt opslaan. Eerst ontspannen, al dan niet met behulp van anderen, is de boodschap in dergelijke situatie.
Uit hersenonderzoek is gebleken dat leren het effectiefst verloopt als je:
- nieuwsgierig bent en zin hebt om te leren. Dan maak je immers dopamine aan, een chemische stof in je hersenen die ervoor zorgt dat informatie beter wordt doorgegeven.
- iets gaat leren dat nieuw is, maar vooral ook net iets moeilijker dan het gekende. Een beetje zoals bij het volgende niveau van een game.
- niet al te zeer onder spanning staat. Een overdaad aan stress verlamt de hersenen, waardoor je geen nieuwe informatie kunt opslaan. Eerst ontspannen, al dan niet met behulp van anderen, is de boodschap in dergelijke situatie.
maandag 4 september 2017
Hoe krijg je leerlingen echt betrokken bij de les?
Hoe krijg je leerlingen echt betrokken bij de les? Als docent heb je daar zeker invloed op.
In het boek Betrokkenheid beschrijft de onderwijswetenschapper Robert Marzano wat daarbij een rol speelt. Dit boek heeft samen geschreven met zijn collega onderwijswetenschapper Debra Pickering.
In het boek Betrokkenheid beschrijft de onderwijswetenschapper Robert Marzano wat daarbij een rol speelt. Dit boek heeft samen geschreven met zijn collega onderwijswetenschapper Debra Pickering.
Bij betrokkenheid spelen vier factoren een sterke rol:
• Emoties: Hoe voel ik me?
• Interesse: Ben ik geïnteresseerd?
• Relevantie: Is dit belangrijk?
• Doeltreffendheid: Kan ik dit?
Bij leerlingen
|
Bij docenten
| |
Aandacht
Aandacht is een kortdurend verschijnsel, dat enkele seconden tot enkele minuten kan duren.
|
Emoties:
Hoe voel ik me?
|
Heb ik hun aandacht?
|
Interesse:
Ben ik geïnteresseerd?
| ||
Betrokkenheid
Betrokkenheid duurt langer: dat reikt verder dan een enkele les.
|
Relevantie:
Is dit belangrijk?
|
Zijn ze betrokken?
|
Doeltreffendheid:
Kan ik dit?
|
Hoe voel ik me?
| |
De eerste vraag als het gaat om betrokkenheid is: Hoe voel ik me?
Emoties beïnvloeden ons gedrag.
Negatieve emoties zorgen ervoor dat we minder snel geneigd zijn om ons bezig te houden met nieuwe activiteiten en uitdagingen. Emoties die gekoppeld zijn aan betrokkenheid zijn: enthousiasme, interesse, vreugde, tevredenheid, trots, levendigheid en animo.
Emoties die zorgen voor vervreemding zijn: verveling, desinteresse, frustratie, woede, verdriet, bezorgdheid, schaamte, schuldgevoel.
|
Hoe kun je hier concreet aan werken?
Tips:
• Houd het tempo hoog door vaste routines en strakke overgangen
• Zorg voor andere activiteiten voor als de taak klaar is. • Presenteer nieuwe lesstof liever in kleine brokjes dan in één keer. • Zorg voor bewegingsactiviteiten. Dit kunnen energizers zijn die niets met de inhoud te maken hebben, maar ook bewegingen die het begrip van de leerstof verdiepen. • Toon je eigen betrokkenheid door het delen van persoonlijke verhalen. Dit nodigt de leerlingen uit om naar hun eigen persoonlijke banden met het onderwerp te kijken.
• Gebruik humor, zoals zelfspot, grappige krantenkoppen of quotes.
|
Drie aspecten die een belangrijke rol spelen bij het beïnvloeden van de emoties, zijn:
1. Het energieniveau van de leerlingen. Een levendig tempo houdt het energieniveau hoog. Én af en toe bewegen is goed voor de hersenen.
2. De positieve houding van de leerkracht. Sleutelwoorden hierbij zijn: passie, enthousiasme en humor.
3. De mate waarin leerlingen zich geaccepteerd voelen. De band met klasgenoten is minstens even belangrijk als de band tussen leerlingen.
Als de leerkracht aan de bovenstaande aspecten werkt, vergroot hij de kans dat leerlingen een positief antwoord geven op de vraag: Hoe voel ik me?
| |
Ben ik geïnteresseerd?
| |
De tweede vraag als het gaat om betrokkenheid is: Ben ik geïnteresseerd?
Iemand die emotioneel betrokken is, kan toch niet meedoen omdat hij de activiteit niet interessant vindt. Interesse kun je onderverdelen in twee soorten:
• Situationele interesse. Hierbij is er verschil tussen opgewekte interesse (bijvoorbeeld door een demonstratie of een spelletje) en voortgezette interesse (als een leerling geïnteresseerd blijft).
• Persoonlijke interesse.
|
Hoe kun je situationele interesse opwekken en vasthouden? Dat kan door:
• Spelactiviteiten die gericht zijn op leren. Dit kunnen activiteiten zijn met een competitie-element.
• Milde meningsverschillen. Dit kan door werkvormen zoals een debat of een hoorzitting. • Opmerkelijke informatie. Dit kan bijvoorbeeld door interessante feitjes. • Effectieve vraagtechnieken, zoals:
- Kiezen van willekeurige leerlingen.
- Antwoord in tweetallen.
- Denktijd.
- Antwoordketens.
- Antwoorden in koor.
- Gelijktijdige individuele antwoorden: leerlingen kiezen tegelijkertijd voor opties A, B of C.
|
Is dit belangrijk?
| |
De derde vraag als het gaat om betrokkenheid is: Is dit belangrijk?
De leerdoelen van school sluiten niet altijd aan bij wat de kinderen willen leren.
Leerlingen vragen zich af: Is dit belangrijk? Als het antwoord op die vraag nee is, zullen ze niet betrokken zijn. |
Hoe kun je leerlingen het belang laten zien van de leerstof?
• Door keuzemogelijkheden te bieden.
• Door cognitief complexe taken aan te bieden, die denkkracht vereisen.
• Door te verbinden met het dagelijkse leven en de ambities van de leerlingen. • Door te stimuleren om kennis toe te passen. |
Kan ik dit?
| |
De laatste vraag als het gaat om betrokkenheid is: Kan ik dit?
Als de leerling er geen vertrouwen in heeft dat hij de taak kan, dan kan hij de eerste drie vragen wel positief beantwoord hebben, maar zal hij uiteindelijk toch niet aan de taak beginnen. Dit hangt ook af van de mindset van de leerling, of hij een fixed of een growth mindset heeft. |
Welke strategieën kunnen we inzetten om ervoor te zorgen dat het antwoord op deze vraag ‘ja’ is?
• Het volgen en bestuderen van hun vorderingen. Hierdoor kunnen leerlingen het verband zien tussen hun inzet en hun leerprestaties. Het stellen van persoonlijke leerdoelen is erg effectief.
• Het gebruiken van effectieve verbale feedback.
• Goede voorbeelden geven, bijvoorbeeld door verhalen en citaten. Een mooi citaat is die van Pablo Picasso: ‘Ik doe altijd wat ik niet kan, in de hoop te leren hoe het te doen.’ • Het gesprek over mindset aangaan en levend houden. |
Strategieën
Alle bovengenoemde strategieën kun we onderverdelen in twee soorten: strategieën voor het juiste moment en dagelijkse strategieën.
Welke strategieën kan een leerkracht elke dag inzetten om betrokkenheid te realiseren?
- Handhaven van een effectief tempo
- Tonen van passie en enthousiasme
- Werken aan een positieve relatie tussen leraar en leerling en tussen leerlingen onderling.
- Gebruiken van effectieve verbale feedback.
Het invoeren van deze strategieën kan één klas kan al heel krachtig zijn, maar het beste is uiteraard een teambrede / schoolbrede aanpak.
woensdag 21 juni 2017
RACI-model
Voor de
beschrijving van taken, verantwoordelijkheden en bevoegdheden wordt het
RACI-model vaak gebruikt. Het RACI-model is een matrix die gehanteerd wordt om
de rollen en verantwoordelijkheden van de personen die bij een project of
lijnwerkzaamheden betrokken zijn weer te geven.
De letters
staan voor de volgende termen:
R
|
R staat voor
Responsible,
(NL: Verantwoordelijk).
|
Wie verzorgt
de uitvoering?
|
Degene die
verantwoordelijk is voor de uitvoering. Verantwoording wordt afgelegd aan de
persoon die accountable is.
|
A
|
A staat voor
Accountable,
(NL: Eindverantwoordelijk)
|
Wie is
eindverantwoordelijk voor het resultaat?
|
Degene die
(eind)verantwoordelijk, bevoegd is en goedkeuring geeft aan het resultaat.
Als het erom gaat, moet hij/zij het eindoordeel kunnen vellen, vetorecht
hebben. Er is slechts één persoon Accountable.
|
C
|
C staat voor
Consulted,
(NL: Geraadpleegd)
|
Wie moet
worden geraadpleegd?
|
Deze persoon
geeft (mede) richting aan het resultaat, hij/zij wordt voorafgaand aan
beslissingen of acties (verplicht)geraadpleegd. Dit is
tweerichtingscommunicatie.
|
I
|
I staat voor Informed,
(NL: Geïnformeerd)
|
Wie moet
worden geïnformeerd?
|
Iemand die
geïnformeerd wordt over de beslissingen, over de voortgang, bereikte
resultaten enz. Dit is eenrichtingscommunicatie.
|
woensdag 8 maart 2017
Zeg niet tegen je kind: ‘Wat ben je slim’
Niet ieder kind
is hetzelfde. Kinderen hebben allemaal hun eigen talenten: kijk maar naar de
schoolresultaten. Toch denkt de wetenschap dat dit niet zo hoeft te zijn, en
dat álle kinderen hetzelfde zouden moeten kunnen als het op schoolresultaten
aankomt. Hoe? Met de juiste hulp van de docent en de ouders.
Een kind heeft
twee eigenschappen nodig om succes te boeken, volgens de Amerikaanse
wiskundedocent Angela Lee Duckworth. En dat zijn passie en doorzettingsvermogen.
Help je kind te leren doorzetten
Ouders hameren
erop: goed leren en diploma's halen, zodat je er later zeker van bent dat je
een baan hebt waarbij je goed verdient. Maar voor kinderen op de basisschool is
dat nog zó ver weg, daar maken ze zich nog niet druk om. Of hij nou een hoog IQ
heeft of niet. Maar volgens Duckworth kun je ieder kind, écht ieder kind,
aanleren om door te zetten. Doorzettingsvermogen kun je dus leren, stelt ze. En
je kunt je kind ervan overtuigen dat het de moeite waard is om vol te houden,
ook als het resultaat niet meteen zichtbaar is.
Ieder kind kan hetzelfde
De overtuigingen
van Duckworth ontstonden toen ze een wiskundetoets nakeek. Het viel haar op dat
zelfs de kinderen die de stof in de les mega snel oppikten slecht scoorden. De
docente begreep hier niets van. En dus ging ze terug naar de schoolbanken voor
een studie psychologie. Met als hamvraag: welke factoren bepalen of iemand met
succes zijn doel bereikt?
Duckworth weet
dat ieder kind is anders en de één kan beter omgaan met teleurstelling dan de
ander. Zo lijken kinderen met ADD, ADHD of asperger minder goed met frustraties
om te kunnen gaan – iets wat eigenlijk onvermijdelijk is als je studeert, toch?
De docente kwam met een antwoord op haar vraag: doorzettingsvermogen en passie
voor het einddoel. En ook kinderen bij wie het allemaal wat lastiger verloopt,
kunnen doorzettingsvermogen aanleren, zonder dat de finishlijn al direct in
zicht is.
Fixed mindset en growth mindset
Het experiment
van psychologe Carol Dweck match goed bij dit onderwerp. Zij deed jarenlang
onderzoek naar motivatie, prestatie en succes. Hieruit kwamen de door haar
verzonnen begrippen fixed mindset en growth mindset: een starre, tegenover een
op groei gerichte denkhouding. Volgens haar onderzoek gaan kinderen met een
fixed mindset – die denken dat je aan je intelligentie niet kunt sleutelen –
minder snel en lang een moeilijke uitdaging aan dan kinderen met growth
mindset. Zij denken juist dat ze slimmer kunnen worden door te oefenen.
Experiment
De psychologe
liet achtjarige kinderen zowel alleen als in het bijzijn van een begeleider,
steeds ingewikkeldere blokkenpuzzeltjes oplossen. 'Wat ben je slim', kreeg de
eerste groep kinderen te horen nadat ze de puzzel gelegd had. Terwijl de
kinderen uit de tweede groep te horen kregen: 'Wat heb je goed je best gedaan'.
Vervolgens kregen allebei de groepen een moeilijkere puzzel voor hun kiezen,
waarna ze ook weer diezelfde reactie kregen.
De impact van de
feedback bleek al na die tweede puzzel groot te zijn. De kinderen kregen de
vraag of ze liever een moeilijkere of makkelijkere puzzel wilden. Van de 'Wat
heb je goed je best gedaan'-kinderen kozen aanzienlijk meer kinderen voor de
moeilijkere puzzel dan de 'Wat ben je slim'-kinderen. Volgens Dweck omdat zij
bang waren om hun 'Ik ben slim'-status te verliezen.
Zeg: 'Je kunt het nóg niet'
Volgens de
psychologe is het ook beter om niet 'Je kunt het niet' te zeggen, maar 'Je kunt
het nóg niet'. De psychologie kaart aan dat het heel belangrijk is om je kind
uit te leggen dat hersenen sterker worden als je iets doet wat je moeilijk
vindt, net als spieren. Kinderen die dat opslaan, halen betere resultaten op
school, weet ze. Helemaal de kinderen voor wie leren extra pittig is.
Hoe help je je kind?
Wat kun jij doen
om je kind nog meer aan zo'n growth mindset te helpen? Zowel Dweck als de
Canadese psychotherapeut en opvoedadviseur Andrea Loewen Nair geven tips:
- Focus op het leerproces in plaats van het eindresultaat (zowel scholen als ouders)
- Laat je niet leiden door angst voor zitten blijven of afzakken naar een lager schoolnieau
- Koester fouten: daar leren kinderen het meest van
- Maak duidelijk dat tegenslag en frustratie bij het leven horen. Ga lastige situaties niet uit de weg uit angst voor een gefrustreerd kind
- Leef mee met teleurstelling: praat erover, oordeel niet, probeer samen een oplossing te vinden
- Geef het goede voorbeeld: ga niet door het lint als jou iets niet lukt
- Hoe ga jij om met je kind en zijn prestaties op school?
Bron: Psychologie Magazine
Labels:
fixed mindset,
growth mindset,
leren,
mindset,
procesgerichte leervormen
dinsdag 24 januari 2017
Motivatie, zelfvertrouwen,autonomie en verbondenheid
Intrinsieke en Extrinsieke motivatie
We maken onderscheid tussen twee soorten motivatie: die van binnenuit komt (intrinsieke motivatie) en motivatie van buitenaf (extrinsieke motivatie). Vooral de motivatie van binnenuit is belangrijk. Die motivatie komt uit drie bronnen:
- Zelfvertrouwen
- Autonomie
- Verbondenheid
Zelfvertrouwen is het geloof in eigen kunnen. Als een kind het gevoel heeft dat hij ergens goed in is gaat de motivatie omhoog, als een kind het gevoel heeft dat hij ergens slecht in is daalt de motivatie.
Autonomie betekent dat een kind het gevoel heeft dat hij zelf de keuzes mag maken in zijn sport. Als je als ouder teveel stuurt dan neemt de autonomie en daarmee ook de motivatie, snel af.
Verbondenheid betekent dat een kind zich verbonden voelt met haar leeftijdsgenoten, de trainer en met jou als ouder in de context van het sporten. Als je belangstelling hebt en betrokken bent dan draagt dat bij aan de motivatie.
Meer informatie via http://slideplayer.nl/slide/9493776/
We maken onderscheid tussen twee soorten motivatie: die van binnenuit komt (intrinsieke motivatie) en motivatie van buitenaf (extrinsieke motivatie). Vooral de motivatie van binnenuit is belangrijk. Die motivatie komt uit drie bronnen:
- Zelfvertrouwen
- Autonomie
- Verbondenheid
Zelfvertrouwen is het geloof in eigen kunnen. Als een kind het gevoel heeft dat hij ergens goed in is gaat de motivatie omhoog, als een kind het gevoel heeft dat hij ergens slecht in is daalt de motivatie.
Autonomie betekent dat een kind het gevoel heeft dat hij zelf de keuzes mag maken in zijn sport. Als je als ouder teveel stuurt dan neemt de autonomie en daarmee ook de motivatie, snel af.
Verbondenheid betekent dat een kind zich verbonden voelt met haar leeftijdsgenoten, de trainer en met jou als ouder in de context van het sporten. Als je belangstelling hebt en betrokken bent dan draagt dat bij aan de motivatie.
Meer informatie via http://slideplayer.nl/slide/9493776/
vrijdag 2 december 2016
Depressie
Op YouTube vond ik een aantal interessante video's over het thema depressie.
En op de website van johnzant.nl vond ik de volgende tekst:
Depressie - gelegitimeerd slachtofferschap: hoe een depressie wordt gecreëerd
Depressie: diagnostiek en behandeling
Een veelgehoorde opvatting over de diagnostiek en behandeling van depressie is, dat depressie vaak te laat wordt gediagnosticeerd, dat te laat wordt gestart met behandeling en dat er in veel gevallen sprake is van onderbehandeling.
Het tegenovergestelde kan echter ook beweerd worden, namelijk dat de diagnose depressie te snel en soms onterecht wordt gesteld en dat veel te vroeg met behandeling wordt gestart, waarbij het zelfregenererend vermogen van de cliënt wordt ondermijnd en dat er vaak sprake is van overbehandeling. De belangen van de farmaceutische industrie worden soms beter gediend dan die van de cliënt.
Twee noodzakelijke behandelfasen
Iedereen maakt in zijn leven vervelende dingen mee en velen beleven langdurige stressperioden, ingrijpende psychotraumata en verliezen dierbaren of belangrijke zaken zoals werk, inkomen, huis, etc. Sommige mensen zijn met veel strijd, doorzettingsvermogen en heftige emoties in staat deze ingrijpende gebeurtenissen het hoofd te bieden, vaak met vallen en opstaan. Andere mensen raken depressief; ze vallen en staan niet op.
Anti-depressieve therapie bestaat in feite uit twee noodzakelijke fasen:
De eerste fase wordt gekenmerkt door begrip en ondersteuning, waarbij de cliënt erkenning krijgt voor de doorstane stress, het geleden verlies en het doorgemaakte trauma, en wordt aangemoedigd alle bijbehorende emoties toe te laten in het kader van verwerking. Een andere vorm van ondersteuning is die met antidepressiva, die vaak het nadeel hebben dat ze emoties afvlakken waardoor het rouwproces stagneert.
De tweede fase is erop gericht de cliënt ertoe te bewegen ondanks de stress, het verlies en het trauma de draad van het leven weer op te pakken en te proberen iets van het leven te maken door nieuwe doelen en perspectieven te kiezen, en alle verantwoordelijkheden en taken die bij zijn levensrollen behoren, weer op te pakken.
Waar gaat het mis
Sommigen gaan die uitdaging aan en komen hun problemen te boven. Anderen blijven drijven in hun emotioneel moeras, dat als excuus fungeert om taken en verantwoordelijkheden te blijven afschuiven. Hun naasten blijven begrip tonen vanwege het doorstane leed en blijven steun geven door taken en verantwoordelijkheden over te nemen. Hiermee bevestigen zij de “patiëntrol”of “slachtofferrol” en wordt de depressie bekrachtigd. Goed bedoelde zorg en steun van de omgeving en ook van veel therapeuten en het langdurig blijven voorschrijven van antidepressiva maken dat de therapie in de eerste fase blijft steken en de depressie wordt bestendigd. Soms ontaardt het therapeut-cliëntcontact in een symbiotische relatie, waarbij de cliënt zich dankbaar toont voor het begrip en de steun van de therapeut en voor de legitimering van het feit dat hij niet weer alle taken en verantwoordelijkheden op zich hoeft te nemen, en waarbij de zo begripvolle therapeut van mening is dat hij zijn rol als `weldoener` moet blijven vervullen. Het slachtofferschap wordt gelegitimeerd: de cliënt blijft gefixeerd op de doorstane stress, het geleden verlies en het doorgemaakte trauma. Hij kan daar misschien voor de rest van zijn leven de gevangene van blijven en de rol van slachtoffer blijven vervullen.
Stellingen
Therapie die zich beperkt tot begrip en ondersteuning (waaronder antidepressiva), bestendigt de depressie en legitimeert slachtofferschap. Alle goede bedoelingen ten spijt. Depressie is een keuze tussen vechten om het leven te herpakken of verdrinken in het moeras van het slachtofferschap.
Dr. John L. Zant
En op de website van johnzant.nl vond ik de volgende tekst:
Depressie - gelegitimeerd slachtofferschap: hoe een depressie wordt gecreëerd
Depressie: diagnostiek en behandeling
Een veelgehoorde opvatting over de diagnostiek en behandeling van depressie is, dat depressie vaak te laat wordt gediagnosticeerd, dat te laat wordt gestart met behandeling en dat er in veel gevallen sprake is van onderbehandeling.
Het tegenovergestelde kan echter ook beweerd worden, namelijk dat de diagnose depressie te snel en soms onterecht wordt gesteld en dat veel te vroeg met behandeling wordt gestart, waarbij het zelfregenererend vermogen van de cliënt wordt ondermijnd en dat er vaak sprake is van overbehandeling. De belangen van de farmaceutische industrie worden soms beter gediend dan die van de cliënt.
Twee noodzakelijke behandelfasen
Iedereen maakt in zijn leven vervelende dingen mee en velen beleven langdurige stressperioden, ingrijpende psychotraumata en verliezen dierbaren of belangrijke zaken zoals werk, inkomen, huis, etc. Sommige mensen zijn met veel strijd, doorzettingsvermogen en heftige emoties in staat deze ingrijpende gebeurtenissen het hoofd te bieden, vaak met vallen en opstaan. Andere mensen raken depressief; ze vallen en staan niet op.
Anti-depressieve therapie bestaat in feite uit twee noodzakelijke fasen:
De eerste fase wordt gekenmerkt door begrip en ondersteuning, waarbij de cliënt erkenning krijgt voor de doorstane stress, het geleden verlies en het doorgemaakte trauma, en wordt aangemoedigd alle bijbehorende emoties toe te laten in het kader van verwerking. Een andere vorm van ondersteuning is die met antidepressiva, die vaak het nadeel hebben dat ze emoties afvlakken waardoor het rouwproces stagneert.
De tweede fase is erop gericht de cliënt ertoe te bewegen ondanks de stress, het verlies en het trauma de draad van het leven weer op te pakken en te proberen iets van het leven te maken door nieuwe doelen en perspectieven te kiezen, en alle verantwoordelijkheden en taken die bij zijn levensrollen behoren, weer op te pakken.
Waar gaat het mis
Sommigen gaan die uitdaging aan en komen hun problemen te boven. Anderen blijven drijven in hun emotioneel moeras, dat als excuus fungeert om taken en verantwoordelijkheden te blijven afschuiven. Hun naasten blijven begrip tonen vanwege het doorstane leed en blijven steun geven door taken en verantwoordelijkheden over te nemen. Hiermee bevestigen zij de “patiëntrol”of “slachtofferrol” en wordt de depressie bekrachtigd. Goed bedoelde zorg en steun van de omgeving en ook van veel therapeuten en het langdurig blijven voorschrijven van antidepressiva maken dat de therapie in de eerste fase blijft steken en de depressie wordt bestendigd. Soms ontaardt het therapeut-cliëntcontact in een symbiotische relatie, waarbij de cliënt zich dankbaar toont voor het begrip en de steun van de therapeut en voor de legitimering van het feit dat hij niet weer alle taken en verantwoordelijkheden op zich hoeft te nemen, en waarbij de zo begripvolle therapeut van mening is dat hij zijn rol als `weldoener` moet blijven vervullen. Het slachtofferschap wordt gelegitimeerd: de cliënt blijft gefixeerd op de doorstane stress, het geleden verlies en het doorgemaakte trauma. Hij kan daar misschien voor de rest van zijn leven de gevangene van blijven en de rol van slachtoffer blijven vervullen.
Stellingen
Therapie die zich beperkt tot begrip en ondersteuning (waaronder antidepressiva), bestendigt de depressie en legitimeert slachtofferschap. Alle goede bedoelingen ten spijt. Depressie is een keuze tussen vechten om het leven te herpakken of verdrinken in het moeras van het slachtofferschap.
Dr. John L. Zant
Labels:
black dog,
depressie,
John L. Zant,
slachtoffer,
slachtofferschap
Abonneren op:
Posts (Atom)
