Zelfbeheersing bij leerlingen wordt beschouwd als een goede eigenschap. Terecht, want de positieve effecten zijn groot. Wie kent niet de 'marshmallow-test', van wetenschapper Walter Mischel, waarmee al bij jonge kinderen kan worden aangetoond of een kind later succesvol wordt of niet.
De test stamt uit 1972. Hoe ging die test ook alweer? Een 4 jarig kind krijgt een marshmallow aangeboden, maar mag er ook voor kiezen om het snoepgoed niet aan te nemen. Dan krijgt het kind er een kwartier later namelijk twee marshmallows. Er bleek een correlatie te bestaan tussen de keuze die het kind maakte en het succes op latere leeftijd. Kinderen die slechts aan de korte termijn dachten, waren in hun latere leven minder succesvol dan kinderen die de marshmallow konden weerstaan.
Tips voor leerlingen met weinig zelfbeheersing. Vergeet het idee dat je wilskracht kan opraken Door die impliciete aanname (dat je wilskracht kan opraken) heb je namelijk daadwerkelijk minder zelfbeheersing. Dat bewees de Amerikaanse wilskrachtspecialist Carol Dweck in een haar onderzoek. Carol Dweck bewees dat degenen die geloofden dat hun zelfbeheersing onbeperkt was, legden meer zelfcontrole aan de dag. Breng je zwakke plekken in kaart Waar en wanneer reageer je op een manier die je later berouwt? Wat maakt dat je er snel commentaar uit flapt of naar een lekkere snack grijpt? Je kunt dit soort uitbarstingen stoppen met concrete ‘als-dan- plannen’. Bijvoorbeeld: ‘Als die irritante docent komt aanlopen tel ik eerst tot 10’. Hoe vaker je dit plan uitvoert, hoe automatischer ze worden en hoe minder ze vergen van je wilskracht. Visualiseer je toekomstige beloning De complimenten bijvoorbeeld die je zult krijgen als je een taak op tijd afmaakt, of een positieve feedback van je docent als je die lastige klus hebt afgerond. Van nature zijn we geneigd de toekomst ‘af te waarderen’ (zie ook de blog over de negativity bias) en de verleidingen in het hier-en-nu groter te maken. Als je dat omdraait, zal het je minder moeite kosten om die opdracht af te ronden in plaats van uitgebreid te gamen. Beschouw het volhouden als een test Als je het weerstaan van de verleiding koppelt aan een eigenschap, zoals wilskracht, kun je jezelf makkelijker beheersen. Zwichten voor de verleiding wordt dan een stuk minder positief; het zou namelijk betekenen dat je tijdelijk even geen wilskracht hebt.
Tim Urban heeft een paar jaar geleden een mooie TED talk gehouden over uitstelgedrag.
Wat zijn oorzaken van uitstelgedrag en tips hebben we om uitstelgedrag aan te pakken. Veel leerlingen geven aan regelmatig te worstelen met
uitstelgedrag. Wat zijn de oorzaken van uitstelgedrag / procrastinatie?
De definitie van
uitstelgedrag
“Uitstel maakt makkelijke dingen moeilijk en moeilijke
dingen nog moeilijker”. Dit is een prachtige quote van Mason Cooley. Wellicht
vind jij zelf dat jij ook last hebt van uitstelgedrag. Maar wat is
uitstelgedrag of procrastinatie nu eigenlijk?
Uitstelgedrag betekent niet dat je werk, of taken die jij
je hebt voorgenomen, niet doet. Uitstelgedrag is werk en taken die jij je hebt
voorgenomen niet doen én je er echt slecht over voelen. Je lichaam maakt
stresshormonen aan; adrenaline, noradrenaline en cortisol. Je ervaart stress,
piekert, maakt je zorgen en voelt je opgelaten. Je voelt je minder trots op
jezelf. Vorderingen maken in belangrijk werk is één van de voornaamste
drijfveren.
De gevolgen van
uitstelgedrag
Uit onderzoek blijkt dat uitstelgedrag
slecht voor de gezondheid en slecht voor je ontwikkeling, welzijn en welvaart.
Je wordt minder zichtbaar en de impact die hebt op anderen neemt af. Je wordt gauw als minder
professioneel en krachtig gezien. Het zorgt er ook voor dat je regelmatig
stress ervaart. Je voelt je minder trots op jezelf. Dit alles maakt je sneller
vermoeid en is slecht voor je immuunsysteem.
Oorzaken
Wat zijn de mogelijke oorzaken van uitstelgedrag. Vaak
wordt als oorzaak een gebrek aan discipline genoemd. In dit blog
proberen we diepgaander de mogelijke oorzaken van gebrek aan
discipline te achterhalen en te duiden. Hieronder beschrijven we diverse oorzaken van
uitstelgedrag.
Uitstelgedrag door:
-Gebrek aan korte termijn doelen stellen
-Onze keuze voor druk doen
-Gebrek aan overzicht
-Gebrek aan geloof
-Afleidingen en onderbrekingen
-Stress
-Gebrek aan inzicht (competenties, zelfvertrouwen)
-De overtuiging ‘ik werk goed onder druk van deadlines’
-Gebrek aan flow
-Afnemende interesse
-Perfectionisme
Uitstelgedrag door …
Oorzaak
Gebrek aan korte termijn doelen stellen
Personen die laag scoren op doelen stellen of laag scoren op energielevel, scoren hoger op uitstelgedrag. Door korte termijn doelen te stellen bereik je in kleine stappen makkelijker lange termijn doelen.
Onze keuze voor druk doen
Druk doen is altijd gespannen bezig zijn met meerdere dingen tegelijk. Veel ballen in de lucht houden en van bijeenkomst naar activiteit rennen. Je bent druk, druk, druk. Hierdoor kom je niet toe aan de belangrijke initiatieven. Zeker taken die meer denkkracht van je vragen, stel je eerder uit. Druk, druk, druk doen is niks anders dan uitstelgedrag.
Gebrek aan overzicht
Je hebt veel te doen. Je hebt jouw collega’s en je klanten van alles beloofd en toegezegd, maar mist een helder overzicht van je workload. De onrust zorgt ervoor dat je moeilijk kunt focussen en dat je gemakkelijk taken uitstelt die echt aandacht van je vragen.
Gebrek aan geloof
Om een project of taak te starten en deze goed af te ronden is het belangrijk dat je motivatie voelt. Je dient echt overtuigd te zijn dat jouw project of taak echt waarde toevoegt. Als jij overtuigd bent, en oprecht gelooft dat het uitvoeren en realiseren van dit werk je echt effect en resultaat oplevert, geeft dit ook energie. Uitstellen is, zo blijkt, dan minder snel aan de orde. Als je ook maar enigszins twijfelt aan de toegevoegde waarde van een taak, ligt uitstelgedrag op de loer.
Afleidingen en onderbrekingen
Dit is een oorzaak van uitstelgedrag dat de laatste jaren met stip stijgt in deze tijd van smartphones en social media met slim doordachte apps die verslavend werken. Het zijn vaak activiteiten die jouw focus vragen.
Stress
Wanneer je piekert, jezelf zorgen maakt, angstig bent of je gestrest voelt is het moeilijk om je te focussen en productief te zijn. Je zit in je hoofd en komt daardoor moeilijk in de juiste actiestand. Ook wordt jouw scope nauwer, waardoor je minder ruimte ervaart.
Gebrek aan inzicht (competenties, zelfvertrouwen)
Uitstelgedrag ligt op de loer bij projecten en taken die ‘nieuw’ voor je zijn en waarbij je nog niet goed weet wat een juiste aanpak is. Je denkt na over een goede aanpak en wat te doen. Denken kan, zeker wanneer je de oplossing niet ziet, al snel in piekeren veranderen. Piekeren zorgt weer voor stress. Nog erger wordt het als je ook nog eens de overtuiging hebt dat je deze opdracht of taak al wel zou moeten beheersen.
De overtuiging ‘ik werk goed onder druk van deadlines’
Veel leerlingen willen vat krijgen op hun eigen uitstelgedrag. Uitstelgedrag vinden ze irritant, met name door het slechte gevoel dat ze ervan krijgen. Opvallend is dat een groot percentage leerlingen met dit gedrag echter ook aangeeft juist goed te presteren onder de druk van deadlines. Dit vertellen ze vaak met een grote glimlach en roepen dan: “Dat is echt zo hoor!”. En dat is natuurlijk niet zo. Het is een misvatting met effect.
Gebrek aan flow
Je voelt je niet helemaal fit door een verkoudheid of je hebt slecht geslapen. Dit heeft een negatieve invloed op je concentratievermogen en zorgt ervoor dat je gemakkelijk ‘zware’ taken uitstelt voor je begint of sneller onderweg stopt en de rest uitstelt. Zeker als je rookt, zal je vast herkennen dat je na enige tijd trek ervaart in een sigaret. Als je eraan toegeeft, raak je even uit je flow. En altijd als je uit de flow raakt, dan ligt uitstel op de loer. Uit de flow raken vergroot de kans op uitstelgedrag.
Afnemende interesse
Herken jij dat je werkzaamheden die je jarenlang direct oppakte en met plezier uitvoerde nu steeds vaker voor je uit schuift en uitstelt? Je snapt niet hoe het kan en zoekt verklaringen in de hierboven beschreven oorzaken, maar vindt de oorzaak eigenlijk niet. Je weet wel dat je ronduit goed bent in de taak, maar krijgt het steeds moeilijker voor elkaar om ermee te beginnen. Dat irriteert je mateloos. Alles in het leven houdt ooit eens op. Het kan natuurlijk zo zijn dat je langzamerhand de motivatie en de fun en energie aan het kwijtraken bent, omdat je er een beetje klaar mee bent. Minder dopamine, minder plezier. Bij alles wat minder leuk voelt om te doen ligt uitstellen voor de hand.
Perfectionisme
Uitstelgedrag door perfectionisme wordt door perfectionisten niet snel als uitstelgedrag ervaren. Een perfectionist wil graag alles top doen en zeker geen fouten maken. Hij blijft in de voorbereiding nadenken en analyseren tot in de diepste details. Analyseren blijkt verlammend te werken op de productiviteit. Hierdoor loop je het risico dat je niet of te laat begint. Een perfectionistisch ingesteld iemand vindt het resultaat niet snel oké, waardoor afmaken en opleveren wordt uitgesteld.
Fixed
of growth mindset
In kader van uitstelgedrag wil ik graag een wetenschappelijke onderzoek noemen die het effect van overtuigingen op gedrag en resultaten beschrijft.
Onderzoekster Carol Dweck heeft decennialang onderzoek
gedaan naar het ontstaan van, en de effecten van verschil in, mindset. Carol
Dweck onderscheidt twee soorten mindsets: fixed mindset en de growth mindset.
Mindset heeft een grote invloed op uitstelgedrag. Carol
verdeelde in haar onderzoek een groep van 400 studenten in twee groepen en liet
de studenten een relatief simpele IQ-test doen. De eerste groep studenten kreeg
in een speciale ruimte te horen dat ze de test super hebben gedaan. Ze kregen
erbij te horen dat het komt omdat ze slim, intelligent en getalenteerd zijn. De
andere groep studenten kreeg ook te horen dat ze de test super hebben gedaan.
Deze groep studenten kreeg als toelichting dat het succes komt door hun inzet, betrokkenheid
en harde werken. Vervolgens kreeg de groep van 400 leerlingen een keuze
opdracht. Ze mochten kiezen voor een opdracht die gemakkelijk te volbrengen is
of voor een opdracht die goed te volbrengen is als jij je erop toelegt en er
hard mee aan de slag gaat.
De talentgroep koos vooral de gemakkelijk opdracht. Ze
gingen risico uit de weg en lieten preventiegedrag zien. De groep “harde
werkers” koos vooral voor de opdracht die hard werken vraagt en lieten meer promotiegedrag
zien. Deze laatste groep ontwikkelde sneller een growth mindset die gericht is
op leren door hard werken en door aandacht geven. Wederom blijkt ook bij dit
onderzoek dat dit onderzoek later bij volwassenen dezelfde uitkomst geeft.
Overtuigingen hebben een essentieel effect op gedrag.
Geloof jij dat je goed presteert als je vlak voor je deadlines aan de slag
gaat? Dan is de kans groot dat jij werk blijft uitstellen tot vlak voor je deadlines,
ook al is dit feitelijk niet zo. Jouw eigen overtuiging versterkt jouw uitstelgedrag!
Het is goed om inzicht te vergroten in de oorzaken van
uitstelgedrag.
Iedere oorzaak vraagt een eigen aanpak om er grip op te
krijgen.
Hoe kun je
uitstelgedrag aanpakken? Wat te doen tegen uitstelgedrag?
Hieronder vind je verschillende tips en experimenten.
Gedrag veranderen betekent nieuw gedrag aanleren door te doen.
Uitstelgedrag de baas door:
-Focus je op het resultaat van de acties
-Definieer bij projecten en grote taken altijd kleine
eerstvolgende acties
-Beloof jouw deadlines aan collega’s partners en klanten
-Beweging gaat voor kwaliteit – ga max 30 minuten aan de
slag.
-Eat that frog
-Verander je eigen overtuiging over werken vlak voor
deadlines
-Boots jouw meest effectieve routines, ritmes en rituelen
na
-Vergroot je grip op afleidingen en onderbrekingen
-Realiseer je dat voorbereiding essentieel is bij
uitsteltaken
-Stop met gebruik van vertragende smoezen
Uitstelgedrag de
baas …
Wat te doen
tegen uitstelgedrag
Focus je op het resultaat van de acties
Focus je op het resultaat van al jouw acties.
Uitstelgedrag gaat altijd over acties van taken en projecten. Denk bij alles
wat je wilt doen aan het eindresultaat. Dus bedenk wat je wilt bereiken en schets deze uitkomst
mentaal in heldere beelden.
Beschrijf derhalve de gewenste uitkomsten /
resultaten. Wat levert het
op? Wie maak je er blij mee?
Definieer bij projecten en grote taken altijd kleine
eerstvolgende acties
Ons brein heeft een voorkeur voor kleine taken c.q.
hapklare brokken. Nadenken hoeft niet meer. Dat is het voordeel. Het vraagt
alleen nog doen. Hapklaar en klein verkleint de kans op uitstellen. Als je
een project of taak met meerdere acties wilt gaan realiseren, definieer dan
voor je begint een aantal ‘eerstvolgende acties’. Hak deze taak in kleine
stukken en beschrijf de stukken.
Beloof jouw deadlines aan anderen
Herken jij dat ook? Je spreekt met jezelf af dat je een
verslag over drie dagen af wilt hebben, maar een week later heb je er nog
niks gedaan.
Om grip op uitstelgedrag te krijgen. Beloof je
deadlines aan anderen. Als jij een
concrete toezegging doet aan iemand die belangrijk voor je is, dan is de kans
op uitstellen veel lager.
Beweging gaat voor kwaliteit – ga max 30 minuten aan de
slag.
Uit onderzoek blijkt dat de belangrijkste reden van
uitstelgedrag is dat mensen niet in beweging komen.
Uitstelgedrag zit dus altijd bij de start.
Eet vaker een kikker
(Eat that frog)
Begin de dag vaker met een taak waar je tegenop ziet of
een hekel aan hebt. We hebben het dan wel over taken die belangrijk zijn om
je doelen te halen. Uit een wetenschappelijk onderzoek, met de naam 'Eat that
Frog', blijkt dat het effectief is om met een minder inspirerende taak de dag
te beginnen. Het helpt tegen uitstelgedrag en zorgt voor een gevoel van
voldoening en meer energie de rest van de dag.
Kies bijvoorbeeld een taak die je in de afgelopen week
hebt uitgesteld. Denk na over de gewenste uitkomst. Leg alles wat je nodig
hebt om de taak te doen klaar op de middag/avond vóór de dag dat je de kikker
gaat eten. Begin de volgende dag met deze taak en eet de kikker volledig op
(of een stevig deel ervan).
Verander je eigen overtuiging over werken vlak voor
deadlines
Een aantal deelnemers van onze time management training
geven aan dat ze pas optimaal presteren als het écht moet. “Pas als het echt
moet, en uitstel niet meer kan, ben ik op mijn best”. Dit is meestal een
misvatting. Vaak ervaar je meer stress op zulke momenten, omdat niets meer
mag tegenzitten. Ook de kwaliteit is vaak niet optimaal. Je hebt namelijk
minder of geen tijd meer om iets weg te leggen en een dag later nog eens te
bekijken.
Boots jouw meest effectieve routines, ritmes en
rituelen na
Herken jij dat ook? Je wilt aan de slag gaan met een
belangrijke taak en je kunt er maar niet mee starten. Op een of andere manier
zit je niet in de juiste mood.
Boots jouw effectieve routines, ritmes en rituelen
zoveel mogelijk na. Hierdoor kom je min of meer in dezelfde state of mind en
ontstaat een effectieve hormonale reactie. Hierdoor pak je zaken beter op en
stel je minder uit. Sta eens stil bij je productieve dagen. Wat
hebben deze dagen gemeen? Sta ook eens stil bij je minder productieve dagen
waarin je gemakkelijk uitstelt. Wat hebben deze dagen gemeen? Wat valt je op als
je beide soorten dagen met elkaar vergelijkt?
Vergroot je grip op afleidingen en onderbrekingen
Uitstellen en vooruitschuiven van werkzaamheden doe je
gemakkelijk nadat je bent onderbroken of afgeleid. Doorgaan met de taak na de
onderbreking betekent wellicht voor je gevoel eigenlijk een soort van opnieuw
beginnen. Een moment waarop je zomaar overvallen kan worden door ineffectieve
gedachten. “Nu nog verder gaan heeft even geen zin” Laat ik het maar vanavond
doen. Dit moet ik echt op een rustig moment doen”.
Plan komende week een blok van twee uren in
waarin je zonder afleiding en onderbreking vrij aan de slag gaat. Reflecteer
vervolgens eens: hoe is het je bevallen? Welke gedachten en gevoelens heb je ervaren?
Realiseer je dat voorbereiding essentieel is bij
uitsteltaken
Newton, de grote natuurkundige, beschrijft het in een
door hem geformuleerde wet. Traagheid wordt overwonnen door een impuls. Actie
geeft een reactie. Bij grote taken die veel denkkracht en concentratie vragen
is in beweging komen soms lastig.
Sta
eens stil bij een project of taak die jij nu uitstelt. Bedenk nu eens,
terwijl jij misschien nu denkt: ‘Ga toch eens aan de slag!’, met welke kleine
essentiële acties ben je nu al bezig of heb je gedaan. Waar heb je al over
nagedacht? Welke keuzes heb je al gemaakt? Welke voorbereidingen heb je
onbewust eigenlijk al gedaan. Noteer je bevindingen.
Stop met gebruik van vertragende smoezen
Feitelijk is het zo dat je bij uitstelgedrag
initiatieven voor je uit schuift.
Houd op met vertragende smoezen. Vooral de woorden
‘daarna’ en ‘als’ werken zomaar sterk vertragend. Beter is het om je meer proactief op te stellen en na te denken en te kijken
welke stapjes je alvast kunt zetten (zie ook de vorige tip). Je stelt nu niet
uit, maar bent in beweging / in de juiste richting.
Uitstelgedrag komt veel voor bij leerlingen. Uitstelgedrag is het uitstellen van taken die men eigenlijk wil of moet doen en waarbij men weet dat het uitstel waarschijnlijk niet goed is en tot moeilijkheden of extra stress zal leiden.
Zoals reeds genoemd komt uitstelgedrag veel voor bij leerlingen. Uitstelgedrag wordt ook wel het studentensyndroom genoemd. Het studentensyndroom refereert aan het feit dat de meeste mensen (en vooral studenten en leerlingen) pas aan een taak beginnen als het opleverpunt van de taak in zicht is. Dit verschijnsel veroorzaakt verspilling van aanwezige tijdsreserves met als gevolg stress en overschrijdingen van de opleverdatum.
In de onderstaande tabel worden voorbeelden van de twee uitersten gegeven.
Uitstellen
Niet
uitstellen
Ik
ben vaak bezig met dingen die ik al veel eerder had moeten doen.
Ik
begin pas op het laatste nippertje voor een toets te werken.
Als
ik een brief schrijf, zit er nogal wat tijd tussen het schrijven en het op de
bus doen.
Kleine
klusjes laat ik dagen liggen.
Ik
heb de neiging huiswerk uit te stellen.
Ik
moet me gewoonlijk haasten om mijn huiswerk op tijd af te krijgen.
Als
ik weg moet, zijn er op het laatste moment nog dingen te doen.
Zelfs
als ik dringend iets af moet maken, ben ik nog andere dingen aan het doen.
Verjaardagscadeautjes koop ik op het laatste moment
Zelfs
belangrijke dingen koop ik op het laatste moment
Ik
merk dat ik dingen tot morgen uitstel.
Als
ik een boek van de bibliotheek uit heb, lever ik het meteen in.
Als
het 's ochtends tijd is om op te staan, kom ik meteen uit bed.
Als
ik iemand moet terugbellen, doe ik dat meteen.
Ik
neem mijn beslissingen zo snel mogelijk.
Ik
ga het liefst vroeg naar een afspraak.
Als
ik een opdracht moet uitvoeren, begin ik er meteen aan.
Ik
heb een huiswerkopdracht eerder klaar dan strikt nodig is.
Alle
dingen die ik me op een dag voorgenomen heb, doe ik ook
Ik
zorg ervoor dat ik alle dingen die ik moet doen overdag klaar heb, zodat ik
's avonds kan uitrusten.
Direct bruikbare tips De meest voor de hand liggende tips zijn:
Start nu en probeer je je patroon van uitstelgedrag te herkennen, door een logboek bij te houden. Richt je volledige aandacht op je handelen. Het is tijd voor actie. Houd jezelf voor: ‘Ik ga nu direct over tot actie, zonder er eerst uitgebreid over na te denken’. Hiermee voorkom je dat je gaat piekeren en allerlei excuses en uitvluchten gaat verzinnen om het nieuwe gedrag niet toe te hoeven passen.
Voorkom afleiding. Doe je deur dicht, zet de smartphone uit en zorg voor een opgeruimde werkplek. Dit brengt je genoeg rust om te kunnen focussen.
Stel jezelf een realistische deadline en hak je project in stukken om deze deadline ook daadwerkelijk te halen.
Neem een korte pauze, om je weer te kunnen focussen en daarmee uitstelgedrag te voorkomen
Start met het moeilijkste taak van de dag die je moet volbrengen en volbreng je deze ook. Dan voelt de rest van je taken veel lichter.
In de onderstaande tabel worden voorbeelden van de twee uitersten gegeven.
Doen
Niet doen
1. Maak
een duidelijk plan met een overzicht van alle huiswerk activiteiten
2. Bepaal
prioriteiten in je studie en andere activiteiten
3. Bepaal
de hoeveelheid tijd die je hebt en die je nodig hebt. Maak daarna een
realistische tijdsplanning
4. Denk
realistisch na over je eigen prestaties: wat werkt?
5. Bouw
zelfvertrouwen gebaseerd op feiten op; wees tevreden met successen en bouw
erop voort
6. Stel
een tijdstip vast en begin met je taak van dat moment
7. Ga aan
het werk, hoe je je ook daarbij voelt
8. Zie
fouten onder ogen en leer daarvan
9.
Doorbreek vermijding en ga aan de slag. Zo leer je dat de spanning afneemt en
dat je de studie aan kunt
10. Beloon
jezelf als je op de goede weg bent
1. Vage
plannen als 'Ik moet mijn huiswerk maken', of 'Ik zie wel hoe het gaat'.
2.
Onduidelijke en onhaalbare plannen als 'alleen maar studeren' en 'alles
inhalen'
3. Zonder
analyse stellen 'Ik heb tijd genoeg' en 'Dat gaat gemakkelijk in deze (korte)
tijd'.
4.
Prestaties toeschrijven aan geluk, hulp van anderen.
5
Voortdurend twijfelen of je dit wel kunt en bevestiging bij anderen zoeken
6. Morgen
begin ik
7.
Wachten op inspiratie of “zin”
8.
Jezelf verwijten maken als het niet meteen lukt
9.
Vermijden aan de slag te gaan omdat je bang bent te falen
10.
Ontevreden blijven, want 'Ik moet nog zoveel'
Uitstelgedrag aanpakken.
Hoe kun je uitstelgedrag aanpakken. Stel jezelf dan de volgende vier vragen:
1. Welke activiteit ben je gestart of wil je starten? 2. Wat dacht je toen je begon met uitstellen? 3. Wat voelde je toen je begon met uitstellen? 4. Wat deed je in plaats van je geplande activiteit?
Na zes weken lang een logboek bijhouden, heb je een goed idee van de rode lijn in je eigen uitstelgedrag. Door het registreren van je gewoonten herken je je uitstelgedrag eerder op het moment dat je er last van hebt.
Wat kun je uiteindelijk doen om uitstellen te voorkomen? Analyseer dan een taak die je zonder uitstelgedrag goed hebt afgerond:
1. Beschrijf een productieve activiteit die je effectief hebt afgerond. 2. Wat dacht je toen je startte? 3. Wat voelde je toen je startte? 4. Wat deed je om op schema te blijven? 5. Herhaal dit proces in situaties waarin uitstelgedrag op de loer ligt.
Ben trots op jezelf dat je de geplande activiteit hebt uitgevoerd. Ben trots op jezelf dat je acties hebt ondernomen. Je bent goed bezig en je wilt en kan dit volhouden. Elke keer als je in je oude gewoonte vervalt herhaal je gewoon stap 1 tot en met 4.