Posts tonen met het label leren. Alle posts tonen
Posts tonen met het label leren. Alle posts tonen

maandag 9 december 2019

Bewustwording van je leren


Leren is het ondernemen van bewuste en onbewuste leeractiviteiten die leiden tot veranderingen in kennis, vaardigheden, houding, opvattingen, normen en overtuigingen.




Succesvolle leeractiviteiten:
1) leren door nieuwe dingen te doen en nieuwe uitdagende taken uit te voeren.
2) leren door te experimenteren.
3) leren door te reflecteren op je opgedane ervaringen.
4) leren van de gedachten en het gedrag van anderen.
5) leren door samenwerking c.q. samen werken aan professionaliteit.
6) leren door Het bijhouden van een blogsite (als verslag en logboek) is een functionele vorm om bewustwording van eigen leren te bereiken.



Zeker interessant voor iedereen die met een opleiding of cursus start zijn de volgende tien eigenschappen die je vaak terug ziet bij de mensen met een steile leercurve.



1)   Het formuleren van een heldere en scherpe focus aan het begin van het programma
2)   De volle verantwoordelijkheid nemen
3)   Uit de comfort-zone willen en kunnen stappen
4)   Een open mind
5)   De persoonlijke missie kennen
6)   Doelen en middelen kunnen onderscheiden
7)   Feedback kunnen ontvangen
8)   Optimisme
9)   Aanwezig zijn, letterlijk en figuurlijk
10) Leraarschap

Zie voor meer informatie:
https://robsegers.blogspot.com/2019/11/tien-eigenschappen-van-mensen-met-een.html

maandag 22 juli 2019

De lerende mens - Harold Bekkering en Jurjen van der Helden

Het onderwijs is niet zo effectief als je zou hopen. Harold Bekkering en Jurjen van der Helden van de Radboud Universiteit schreven er een boek over: De lerende mens.


Harold Bekkering, hoogleraar cognitieve psychologie aan de Radboud Universiteit en Jurjen van der Helden deden veel onderzoek naar leermechanismen. Samen schreven een overzicht over de stand van de wetenschap op het gebied van leren.

De vier belangrijkste lessen uit het boek:
1 - Leren is het vormen van een individueel model van de wereld
2 - Mensen leren het meest van mensen
3 - Context telt net zo hard als het lesje zelf
4 - Belonen en straffen afschaffen


Les 1: 
Leren is het vormen van een individueel model van de wereld

‘Leren gaat in feite over het ontwikkelen van een model van de wereld’, zegt Bekkering. ‘Ieder mens heeft een ander model van de wereld op grond van eerdere ervaringen. Daar moet het onderwijs op aansluiten. En doordat iedereen andere associaties kan hebben bij een woord of een beeld zijn er dus ook verschillende waarheden.’
‘Zo blijkt kennis over het onderwerp de beste voorspeller voor tekstbegrip, meer dan algemene intelligentie of leesvaardigheid’, zegt Van der Helden. ‘Feitenkennis blijft dus belangrijk voor een rijk model van de wereld. Zonder feitenkennis blijf je zoeken en kun je bijvoorbeeld niet goed begrijpend lezen.’

Les 2: 
Mensen leren het meest van mensen

Mensen zijn door en door sociale wezens. Ons individuele model van de wereld ontstaat dan ook vooral in interactie met anderen. ‘Voor goed onderwijs heb je dus voorbeeldfiguren nodig. iPadscholen zullen alleen werken als een mens je intrinsiek motiveert om te leren en de techniek de goede leerkracht bijstaat en niet de leerkracht vervangt. Ouders, docenten en later in de ontwikkeling leeftijdsgenoten, zijn nodig om je denken naar een hoger niveau te tillen, dit zei Vygotsky al aan het begin van de vorige eeuw.’

Digitalisering kan het onderwijs wel beter maken, vinden de auteurs, omdat het de docent kan helpen een goed beeld te krijgen van het niveau en de individuele problemen van een kind. En op maat kan ondersteunen. Kennis staat nooit los van de wereld en je leert veel van fysieke ervaringen’. Dus ook rekenen tijdens de gymles bijvoorbeeld, en je lijf gebruiken in de taalles.

Les 3: 
Context telt net zo hard als het lesje zelf

Belangrijk is dat alles er toe doet in onderwijs. De houding van de docent, de inrichting van de klas, de plaatjes in het rekenboek, alles wat er gezegd wordt. Alles roept associaties op. Taal activeert beelden. En die veelheid aan context werkt vaak tegen het leren, vinden de auteurs. Het lesboek mag veel kaler worden vormgegeven: al die plaatjes leiden maar af, tenzij ze echt de stof ondersteunen. En de tijd dat de docent aan het woord is, moet veel korter.

Les 4: 
Belonen en straffen afschaffen

Belonen en straffen moeten eigenlijk beide worden afgeschaft. Onze intuïtie dat het goed is om een kind te prijzen, klopt niet. Het maakt de intrinsieke motivatie kapot, concluderen Van der Helden en Bekkering, het onderzoek overziend. Zo blijkt dat kinderen die na het maken van een tekening veel geprezen worden, de dagen daarop nog nauwelijks tekenen, in ieder geval veel minder dan kinderen die geen specifieke feedback krijgen.
Veel leertheorieën zijn gebaseerd op belonen, maar die kunnen volgens Bekkering beter genegeerd worden. ‘Geef complimenten op inzet en gedrag en niet over resultaat, want dan houdt het leren op.’

Hetzelfde geldt voor straffen. ‘niet met dat dure apparaat spelen of dan zwaait er wat’, zal eerder geneigd zijn om er tóch mee te spelen, het klinkt als een interessant apparaat. Hoort het kind waarvoor dat apparaat dient dan zal het niet bedenken dat het is om mee te spelen.

Net zo min als opvoeders zouden (digitale) methodes prestaties moeten belonen. Bekkering ziet het misgaan met zijn eigen zoon die nu online blind leert typen. ‘Na elke nieuwe prestatie geeft het programma hem een spelletje. Hij doet zijn oefeningen nu niet meer om te leren typen, maar om die spelletjes te mogen spelen. Als spieken daarbij helpt dan zal hij dit niet laten. Zijn motivatie voor snel en goed typen dreigt te verdwijnen.’


[ Bron: https://www.ru.nl/nieuws-agenda/nieuws/vm/donders/cognitive-neuroscience/2015-0/vier-lessen-lerende-mens/ ]

zondag 9 juni 2019

Psychologische veiligheid en effectieve teams - Amy Edmondson

Psychologische veiligheid als belangrijkste kenmerk van effectieve teams


Professor Amy Edmondson van de Harvard Business School deed vergelijkend onderzoek naar de effectiviteit van verschillende teams. Haar onderzoek toonde dat effectievere teams meer fouten maakten. Zij constateerde dat effectievere teams niet meer fouten maakten, maar alleen meer communiceerden over het maken van fouten.

Amy Edmondson bedacht hiervoor de term psychologische veiligheid. Psychologische veiligheid betekent dat teamleden zich veilig voelen om risico’s te nemen en kwetsbaar tegenover elkaar te zijn.


Dit zijn de drie dingen die je kunt doen om psychologische veiligheid te creëren:

1 - Werk om te leren
Kun je werk zien als een leerprobleem in plaats van een uitvoeringsprobleem. Iedereen in staat stellen om fouten te maken om van te leren is het fundament van psychologische veiligheid.

2 - Erken je eigen feilbaarheid
Teamleden moeten hun eigen feilbaarheid erkennen. Met alles wat ze doen hebben ze misschien ongelijk.

3 - Wees nieuwsgierig
Kunnen teamleden ervan uitgaan dat ze niet alles weten. Wees nieuwsgierig en stel vragen, zelfs de meest banale.



zondag 1 juli 2018

Verschillende vormen van onderzoek


In onderstaand schema staat een aantal typen onderzoek beschreven die in onderwijs gebruikt worden.

Type onderzoek
Wat is het?
In welke context gebeurt dit?
Literatuuronderzoek
Leerlingen zoeken naar antwoorden op een vraag in teksten in boeken, tijdschriften, kranten, het internet etc.

Vaak gebruikt bij vakken zoals geschiedenis en aardrijkskunde, maar ook bij de talen.

Praktijkonderzoek

Leerlingen zoeken naar een antwoord door het bevragen van iets of iemand in de werkelijkheid. Bijvoorbeeld door interviews of observaties.

Vaak gebruikt binnen thematisch werken op de school.

Experimenteel onderzoek

Leerlingen zoeken naar een antwoord op een vraag door het maken van een vergelijking, door iets uit te proberen.

Vaak gebruikt bij ‘science’- vakken.

Ontwerponderzoek

Leerlingen ontwerpen iets (bijv. een apparaat) om te gebruiken.

Vaak gebruikt bij techniek.

Simulatieonderzoek

Onderzoek doen door data te verzamelen en te experimenteren in een virtuele werkelijkheid.

Vaak gebruikt in onderzoekend leren met behulp van de computer.


woensdag 27 juni 2018

Hersenen en leren


Enkele belangrijke opbrengsten van hersenonderzoek en leren:

Hersenen werken het beste in samenspel met andere hersenen.
Interactie en relaties zorgen dat hersenen zich sneller en beter ontwikkelen. Elaine Johnson, een auteur die de afgelopen twintig jaar het onderzoek op dit terrein nauw volgt, verwoordt het prachtig: “Relationships wire the brains!”

De rol van de hippocampus in relatie tot betekenisvol leren
De belangrijke rol van de hippocampus in relatie tot betekenisvol leren. De hippocampus is het deel in de hersenen dat ervoor zorgt dat er transfer plaats vindt van het werkgeheugen naar het lange termijn geheugen.

De hippocampus werkt onder twee condities:
1- de informatie die binnenkomt moet persoonlijk relevant zijn voor de lerende én
2- er moet sprake zijn van een veilige context.

Dit gegeven verklaart ook waarom “erin stampen” niet werkt. Indien het geleerde niet betekenisvol is, zeggen de hersenen bijna letterlijk “delete”!

Constructivisme in een rijke leeromgeving.
Een van de belangrijkste opbrengsten van het hersenonderzoek naar leren is het benadrukken van de actieve rol van de lerende.

In veel bijdragen wordt gepleit voor meer klassikaal onderwijs met veel uitleg door de leerkracht. Deze benadering wordt ook wel instructivisme genoemd.

Oneerbiedig gezegd komt dit neer op “het vullen van vaten”, waarbij de leerkracht de tank is, gevuld met alle kennis en de leerlingen de lege vaten die in de loop der tijd door de leerkracht gevuld worden.

Leerkrachten serveren in zo’n klassikale setting een dagmenu. Net als in een restaurant is dit zeer onbevredigend: de kelner (leerkracht) werkt keihard om iedereen te bedienen. Maar voor de een is het menu teveel, voor de ander weer te weinig, de een mag dit niet hebben en de ander had liever nog iets meer gehad van een of ander.

De benadering van leren die nu vanuit de wetenschap benadrukt wordt, wordt constructivisme genoemd: leren is niet informatie ontvangen, maar van informatie zelf kennis maken.

Kinderen zijn geen foto’s, ze ontwikkelen zichzelf!


woensdag 4 oktober 2017

The future of learning

The future of learning models must be:

1- personalised: to fit each learner

2- learner-driven: let kids earn own their learning

3- applied: to let kids learn by doing

4- cost-effective: to be feasible at scale

5- tech-enabled: to leverage technologies that work





The learning brain





woensdag 8 maart 2017

Zeg niet tegen je kind: ‘Wat ben je slim’

Niet ieder kind is hetzelfde. Kinderen hebben allemaal hun eigen talenten: kijk maar naar de schoolresultaten. Toch denkt de wetenschap dat dit niet zo hoeft te zijn, en dat álle kinderen hetzelfde zouden moeten kunnen als het op schoolresultaten aankomt. Hoe? Met de juiste hulp van de docent en de ouders.
Een kind heeft twee eigenschappen nodig om succes te boeken, volgens de Amerikaanse wiskundedocent Angela Lee Duckworth. En dat zijn passie en doorzettingsvermogen.

Help je kind te leren doorzetten
Ouders hameren erop: goed leren en diploma's halen, zodat je er later zeker van bent dat je een baan hebt waarbij je goed verdient. Maar voor kinderen op de basisschool is dat nog zó ver weg, daar maken ze zich nog niet druk om. Of hij nou een hoog IQ heeft of niet. Maar volgens Duckworth kun je ieder kind, écht ieder kind, aanleren om door te zetten. Doorzettingsvermogen kun je dus leren, stelt ze. En je kunt je kind ervan overtuigen dat het de moeite waard is om vol te houden, ook als het resultaat niet meteen zichtbaar is.

Ieder kind kan hetzelfde
De overtuigingen van Duckworth ontstonden toen ze een wiskundetoets nakeek. Het viel haar op dat zelfs de kinderen die de stof in de les mega snel oppikten slecht scoorden. De docente begreep hier niets van. En dus ging ze terug naar de schoolbanken voor een studie psychologie. Met als hamvraag: welke factoren bepalen of iemand met succes zijn doel bereikt?

Duckworth weet dat ieder kind is anders en de één kan beter omgaan met teleurstelling dan de ander. Zo lijken kinderen met ADD, ADHD of asperger minder goed met frustraties om te kunnen gaan – iets wat eigenlijk onvermijdelijk is als je studeert, toch? De docente kwam met een antwoord op haar vraag: doorzettingsvermogen en passie voor het einddoel. En ook kinderen bij wie het allemaal wat lastiger verloopt, kunnen doorzettingsvermogen aanleren, zonder dat de finishlijn al direct in zicht is.

Fixed mindset en growth mindset
Het experiment van psychologe Carol Dweck match goed bij dit onderwerp. Zij deed jarenlang onderzoek naar motivatie, prestatie en succes. Hieruit kwamen de door haar verzonnen begrippen fixed mindset en growth mindset: een starre, tegenover een op groei gerichte denkhouding. Volgens haar onderzoek gaan kinderen met een fixed mindset – die denken dat je aan je intelligentie niet kunt sleutelen – minder snel en lang een moeilijke uitdaging aan dan kinderen met growth mindset. Zij denken juist dat ze slimmer kunnen worden door te oefenen.

Experiment
De psychologe liet achtjarige kinderen zowel alleen als in het bijzijn van een begeleider, steeds ingewikkeldere blokkenpuzzeltjes oplossen. 'Wat ben je slim', kreeg de eerste groep kinderen te horen nadat ze de puzzel gelegd had. Terwijl de kinderen uit de tweede groep te horen kregen: 'Wat heb je goed je best gedaan'. Vervolgens kregen allebei de groepen een moeilijkere puzzel voor hun kiezen, waarna ze ook weer diezelfde reactie kregen.

De impact van de feedback bleek al na die tweede puzzel groot te zijn. De kinderen kregen de vraag of ze liever een moeilijkere of makkelijkere puzzel wilden. Van de 'Wat heb je goed je best gedaan'-kinderen kozen aanzienlijk meer kinderen voor de moeilijkere puzzel dan de 'Wat ben je slim'-kinderen. Volgens Dweck omdat zij bang waren om hun 'Ik ben slim'-status te verliezen.

Zeg: 'Je kunt het nóg niet'
Volgens de psychologe is het ook beter om niet 'Je kunt het niet' te zeggen, maar 'Je kunt het nóg niet'. De psychologie kaart aan dat het heel belangrijk is om je kind uit te leggen dat hersenen sterker worden als je iets doet wat je moeilijk vindt, net als spieren. Kinderen die dat opslaan, halen betere resultaten op school, weet ze. Helemaal de kinderen voor wie leren extra pittig is.

Hoe help je je kind?
Wat kun jij doen om je kind nog meer aan zo'n growth mindset te helpen? Zowel Dweck als de Canadese psychotherapeut en opvoedadviseur Andrea Loewen Nair geven tips:
  • Focus op het leerproces in plaats van het eindresultaat (zowel scholen als ouders)
  • Laat je niet leiden door angst voor zitten blijven of afzakken naar een lager schoolnieau
  • Koester fouten: daar leren kinderen het meest van
  • Maak duidelijk dat tegenslag en frustratie bij het leven horen. Ga lastige situaties niet uit de weg uit angst voor een gefrustreerd kind
  • Leef mee met teleurstelling: praat erover, oordeel niet, probeer samen een oplossing te vinden
  • Geef het goede voorbeeld: ga niet door het lint als jou iets niet lukt
  • Hoe ga jij om met je kind en zijn prestaties op school?



Bron: Psychologie Magazine

zondag 6 maart 2016

Toetsen als leerinstrument

Informatie ophalen uit je geheugen
Toetsen worden van oudsher gebruikt om te evalueren wat iemand weet of kan. Zo meten we hoe goed een student de leerstof beheerst aan het einde van een onderwijsonderdeel.

Vanuit de cognitieve leerpsychologie weten we inmiddels dat toetsen ook het leren zelf kunnen versterken. Dit is het zogeheten testing effect.

Testing effect
Het testing effect is een cognitief psychologisch fenomeen dat langzamerhand zijn weg vindt naar de onderwijspraktijk. Het effect is het gemakkelijkst uit te leggen aan de hand van een voorbeeld.

Stel je voor: je bestudeert de acht stappen van een bepaalde procedure met als doel deze stappen te onthouden. Nadat je deze stappen een tijdje bestudeerd hebt leg je ze weg om ze later nog eens te bestuderen.

Beter zou zijn om de procedure weg te leggen en even later te proberen de acht stappen uit je geheugen op te halen - jezelf te testen dus. Deze oefening zal je geheugen voor die acht stappen waarschijnlijk meer versterken dan het nogmaals bestuderen van de acht stappen.

Veel studenten hebben overigens de neiging om te kiezen voor herstuderen, zelfs als ze weten dat testen beter werkt.

Onderzoek naar het testing effect
Het testing effect is al vaak experimenteel onderzocht. In deze experimenten krijgen proefpersonen bijvoorbeeld een lijst woordparen Swahili - Engels te leren. Daarna krijgt de ene helft van de proefpersonen (de testgroep) een toets over die woordparen, en de andere helft bestudeert de woordparen nogmaals (de herstudiegroep).

Het blijkt dat direct na afloop de geheugenprestaties op een test voor beide groepen meestal gelijk zijn. Echter: als beide groepen na een week nog een toets krijgen, scoort de testgroep vaak aanzienlijk beter dan de herstudiegroep.

Testen heeft dus vooral op de langere termijn een positief effect op onze geheugenprestaties.

Het testing effect is niet alleen onderzocht in gecontroleerde experimentele opzetten, maar ook in de onderwijspraktijk. Zo werden er toetsen gegeven na colleges over kunstgeschiedenis, quizzen gedaan in lessen natuurkunde en kregen studenten een formatieve toets na een leesopdracht binnen het domein van de sociale wetenschappen. In alle gevallen werd een voordeel van testen ten opzichte van herstuderen gevonden.

Randvoorwaarden
De randvoorwaarden van het effect zijn ook onderzocht. Zo profiteren we minder of soms helemaal niet van het ophalen van informatie die al veel samenhang van zichzelf heeft. Denk hierbij aan een studietekst met heel veel structuuraanduiders.

Het testing effect is eveneens niet gevonden bij het maken van bepaalde probleemoplostaken.

Ook weten we dat het verstandig is om inhoudelijke feedback te geven na een toets. Het effect is dan sterker en eventuele onjuist herinnerde informatie wordt gecorrigeerd.

Tevens geldt dat hoe meer inspanning het kost om iets op te halen uit je geheugen, hoe meer je beloond wordt voor die moeite: het geheugen wordt extra versterkt. Dit betekent dat je de informatie in de toekomst gemakkelijker kunt ophalen uit je geheugen.

Hierdoor kun je ook weer gemakkelijker nieuwe dingen leren, omdat nieuwe informatie beter gekoppeld kan worden aan de door toetsing versterkte geheugensporen in ons langetermijngeheugen.

Tot slot zijn er aanwijzingen dat juist de wat zwakkere studenten meer profijt hebben van deze leerstrategie dan de studenten die toch al goed presteren.

Verklaring voor het testing effect
Een toets vraagt iets van de lerende. De toets vraagt bijvoorbeeld om kennis op te halen uit het geheugen. Juist dit proces van informatie ophalen uit ons geheugen zorgt ervoor dat ons geheugen voor die betreffende informatie versterkt wordt. Zo kun je dus langer profiteren van wat je geleerd hebt.

Hoe dit proces precies werkt weten we tot op de dag van vandaag niet zeker. Dat het proces de geheugensporen kán versterken, staat echter vast.

Toepassing van het testing effect
Docenten en studenten kunnen hun voordeel doen met deze bevindingen.

Docenten zouden standaard hun les kunnen beginnen met een korte quiz over de lesstof van vorige week of over de stof die studenten moesten doornemen ter voorbereiding van de les.

Het is niet zo dat er altijd formele toetsmomenten moeten worden ingelast hiervoor. Het gaat immers om het proces van het ophalen van informatie uit het geheugen.

Allerlei toetsvormen kunnen dit proces in meerdere of mindere mate uitlokken. Zo kun je een meerkeuzetoets gebruiken maar ook een toets met open vragen. In het laatste geval zullen de studenten waarschijnlijk meer moeite moeten doen om de informatie op te halen uit hun geheugen en zal het effect sterker zijn.

Studenten zouden tijdens het studeren - in plaats van samenvattingen te maken - hun tijd beter kunnen besteden aan het actief herinneren wat ze zojuist hebben gelezen. Als ze dan merken dat ze het nog niet zo goed weten, heeft herstuderen juist een versterkend effect. Dit heet test-potentiated learning.

Maar zelfs zonder herstuderen wordt het geheugen versterkt. Studenten zouden ook zelf toetsvragen kunnen bedenken tijdens het studeren. Als afsluiting van een studiemoment proberen ze dan deze vragen te beantwoorden - zonder te spieken!

[bron: http://lic.avans.nl/service.lic/publicaties/testing-effect]

zaterdag 21 februari 2015

Rangfolge des Einflusses auf den Lernerfolg

Rangfolge des Einflusses auf den Lernerfolg (Effektstärke) nach Wang, Haertel, Walberg (1993) 

  1. Kognitive Kompetenzen der Schüler
  2. Klassenführung durch den Lehrer
  3. Häusliche Umwelt der Schüler und Unterstützung durch die Eltern
  4. Metakognitive Kompetenzen der Schüler
  5. Lernbezogene Lehrer-Schüler-Interaktion
  6. Politik des Staates und der Bezirke
  7. Quantität des Unterrichtes
  8. Schulkultur
  9. Elterliches Engagement in Schulfragen
  10. Organisation des Lehrplanes
  11. Herkunft der Schüler
  12. Einbettung der Schüler in die Gruppen der Gleichaltrigen
  13. Qualität des Unterrichtes
  14. Motivationale und affektive Faktoren
  15. Klassenklima
  16. Demografische Situation im Einzugsgebiet der Schüler
  17. Schuladministrative Entscheidungen
  18. Freizeitverhalten der Schüler

[ bron: Hilbert Meyer - Was ist guter Unterricht? ]

zondag 1 februari 2015

Parents and learning - Sam Redding

Parents and learning By Sam Redding. This booklet concerns what parents can do to help their children do well in school. 

http://www.ibe.unesco.org/fileadmin/user_upload/archive/publications/EducationalPracticesSeriesPdf/prac02e.pdf

Overzichtspagina met meer documenten uit de Educational Practices Series van het UNESCO International Bureau of Education.

http://www.ibe.unesco.org/en/services/online-materials/publications/educational-practices.html

donderdag 25 december 2014

Voorwaarden om te komen tot leren

Om te kunnen komen tot leren, is het belangrijk dat aan een aantal voorwaarden is voldaan.
Hierna zetten we een aantal van deze voorwaarden op een rij:

  • Het neurocognitief functioneren van de leerling moet voldoende zijn. 
    • (Bijvoorbeeld: concentratievermogen, organisatietalent, impulsiviteitbeheersing).
  • Aan een aantal biopsychologische factoren moet zijn voldaan. 
    • (Bijvoorbeeld: voldoende slaap en beweging, gezonde voeding, een goede gezondheid).
  • Het welbevinden van de leerling moet in orde zijn. 
    • (Hij dient bijvoorbeeld positieve emoties te ervaren, zich prettig te voelen op school/in de klas).
  • Hij dient te beschikken over een aantal cognitieve eigenschappen. 
    • (Bijvoorbeeld: creativiteit, nieuwsgierigheid, nauwkeurigheid, flexibiliteit).
  • De leerling moet geen (al te grote) leer- en gedragsmoeilijkheden of psychologische problemen hebben. 
    • (Bijvoorbeeld: dyslexie, ADHD, PDD-NOS).
  • De leerling dient te beschikken over voldoende sociale vaardigheden. 
    • (Bijvoorbeeld: samenwerken, ondernemen van sociale activiteiten).
  • De omgevingsfactoren moeten het leren stimuleren. 
    • (Bijvoorbeeld: het gezin, de cultuur, de vrijetijdsvereniging/sportclub).

Ideale leerervaring

Hattie & Timperley (2007) spreken van een ideale leeromgeving of leerervaring wanneer leraren en leerlingen antwoorden zoeken op drie vragen:

  1. Waar ga ik naartoe (doel)?
  2. Hoe doe ik dat (proces)?
  3. Wat komt daarna (verdieping)?


Volgens Boekaerts & Simons (2007) kunnen leraren een krachtige leeromgeving scheppen door te zorgen voor:
  • een authentieke context waarin leerlingen taken uitvoeren,
  • mogelijkheden om te experimenteren, exploreren en reflecteren,
  • de mogelijkheid om te ‘leren leren’,
  • het aanleren van controlevaardigheden aan leerlingen.

Het is belangrijk dat de leraren zelf niet doceren, maar vooral ondersteunen. Ze fungeren in eerste instantie als vangnet. Jolles (2007) stelt dat de kwaliteit van de leeromgeving bepalend is voor de efficiëntie van het leerproces. 

zondag 19 oktober 2014

HuiswerkCoach: tips om huiswerk maken en leren te begeleiden

Slimmer huiswerk maken, tips voor ouders om huiswerk maken en leren te begeleiden

W e r k p l e k

- De spullen binnen handbereik
o Houd spullen die nuttig zijn bij het maken van huiswerk dicht bij de hand.
o Handige spullen bij het maken van huiswerk (in lade of opbergbox):
§ Pennen, potloden, gum, puntenslijper, papier, lijm, markeerstiften, nietmachine, schaar, perforator, paperclips, plakband, memoblok, woordenboek, rekenmachine.


- Een goede huiswerkplek
o Bekijk samen met uw zoon/dochter wat de meest geschikte werkplek is.
§ Niet elk kind werkt het beste zittend achter een bureau in een stille ruimte. Vraag uw zoon/dochter eens hoe hij/zij het liefst studeert. Sommige kinderen houden van achtergrondgeluid. De favoriete studeer-omgeving kan veranderen als hij/zij opgroeit en kan variëren afhankelijk van het huiswerktype.


- Afleiding in de omgeving
o Zorg ervoor dat uw kind niet wordt afgeleid door tv, social media of gsm.
§ Voer bijvoorbeeld een paar regels in die gelden tijdens het maken van huiswerk. De verleiding is groot om te reageren op een bericht. Maar social media kunnen ook nuttig zijn bij het maken van huiswerk, om bijvoorbeeld te overleggen en vragen te stellen.



S t r u c t u u r  e n   p l a n n i n g

- Schrijf het huiswerk op.
o Zet je huiswerk meteen in een agenda.


- Maak een planning
o Maak tussendoelen bij grote opdrachten.
§ Probeer een grote opdracht samen met uw zoon/dochter in kleinere stukken op te delen. Spreek eventueel een kleine beloning af voor het behalen van elk tussendoel. Uw zoon/dochter richt zich op een kleiner deel, blijft gemotiveerd en leert te plannen.


- Voorbeeldplanning
o Verdeel het werk.
§ Voorbeeld van een planning of huiswerk dat binnen 5 weken af moet zijn.
Week 1: opzoeken van info op bijv. internet
Week 2: inhoudsopgave maken
Week 3: eerste versie maken
Week 4: eerste versie verbeteren en vormgeven
Week 5: werkstuk doorlezen en afmaken


- De overgang naar het huiswerk
o Zorg voor een geleidelijke overgang van vrije tijd / relaxtijd naar huiswerk.
§ Mogelijke overgangstaken:
Opruimen van de tafel waaraan hij gaat werken
Klaarleggen van de huiswerkspullen




- Een vast tijdschema
o Rooster elke dag tijd in voor huiswerk en houd hieraan vast.
§ Houd bij het opstellen van het schema rekening met het volgende:
De hoeveelheid huiswerk
De buitenschoolse activiteiten
Het tijdstip waarop uw kind het beste werkt (na school, na wat vrije tijd, na avondeten?)



- De volgorde van de huiswerk opdrachten
o Wissel verschillende soorten huiswerk af.
§ Sommige opdrachten zijn gemakkelijk, andere moeilijk. Je hebt leerwerk en maakwerk. Door te beginnen met makkelijk werk en toe te werken naar de uitdagendere opdrachten bouwt u het zelfvertrouwen van uw kind op. Wat moet eerst? Wissel leer- en maakwerk af, contoleer of uw zoon/dochter het geleerde nog weet. Meerdere talen niet achter elkaar leren!



H u i s w e r k  m a k e n

- Een goed begin is het halve werk.
o Help uw zoon/dochter met het maken van een goede start en ga dan weg.
§ Help uw kind op het juiste spoor door instructies samen te lezen, uitleg te geven, als uw kind goed aan het werk is kunt u weggaan.


- Even ontspannen
o Bepaal samen met uw zoon/dochter hoe laat er een pauze genomen wordt.
§ Handig als uw zoon/dochter het moeilijk vind zicht lagere tijd te concentreren. Naarmate hij ouder wordt en dichter bij zijn examen komt is het steeds belangrijker dat hij zich langer kan concentreren.


- Hoe moet je leren?
o Tips om het leren voor een proefwerk makkelijker te maken:
§ Zorg ervoor dat uw zoon/dochter op tijd begint met leren.
§ Overhoor uw zoon/dochter als het iets moet leren.
§ Laat uw zoon/dochter belangrijke dingen die hij tegenkomt tijdens het leren aanstrepen.
§ Laat uw zoon/dochter een korte samenvatting maken van een tekst die hij moet leren.
§ Laat uw zoon/dochter het leren van proefwerken spreiden over meerdere dagen. Hoe meer herhaling hoe beter.
§ Iets wat uit het hoofd geleerd moet worden een paar keer herhalen, zo onthoudt uw kind het beter.
§ Motiveer uw zoon/dochter zelf vragen te stellen over een leerles. Dan kan hij zelf nagaan wat de leerkracht zou kunnen vragen.
§ Vraag uw zoon/dochter wat hij geleerd heeft en praat hier samen over.


- Woordjes leren
o Tips om woordjes te leren:
§ Laat uw zoon/dochter de te leren woordjes op een blaadje of schrift schrijven, in de lengte gevouwen, en de Nederlandse woorden op de andere helft.
§ Laat de woorden uittypen.
§ Neem de woordjes op, eerst NL dan de vertaling.
§ Woordjes leren gaat beter 4x 15 minuten dan 1x een uur.
§ TIP: gebruik de website www.wrts.nl


- Niet voorzeggen
o Wanneer uw zoon/dochter even vastloopt, stel dan vragen die hem naar het antwoord leiden.
§ Door uw vragen zal uw zoon/dochter stap voor stap het probleem oplossen en vertrouwen krijgen in het eigen kunnen.


- Houd het interessant
o Probeer huiswerk te koppelen aan de interesses van uw kind.
§ Bijvoorbeeld bij het kiezen van een onderwerp voor een werkstuk, opstel of spreekbeurt. Het werk gaat sneller en is leuker als iets interessant is.


- Doe het ook digitaal
o Een leuke en leerzame manier om te leren.
§ Werken met de computer is effectief, leerzaam en stimuleert de zelfstandigheid.



U w   r o l   a l s   o u d e r

- Wie maakt er hier het huiswerk?
o Leer uw zoon/dochter zijn eigen verantwoordelijkheid nemen.
§ Sommige kinderen vergeten of stellen het maken uit tot het te laat is. Ga het probleem als ouder dan niet oplossen, maar help uw zoon/dochter dit zelf te doen. Als uw zoon/dochter het vergeten is, zal hij/zij dit zelf aan de docent moeten vertellen.


- Geef het goede voorbeeld
o Ga zelf ook aan de slag als uw zoon/dochter huiswerk maakt.


- Ouders als HuiswerkCoach
o Wees beschikbaar als coach
§ Taken van de coach:
Hulp bij het begrijpen van opdrachten.
Samen met uw kind werken aan een voorbeeldsom.
Checken of het gemaakte huiswerk af is.
Overhoren.


- Blijf positief
o Geef uw positieve instelling ten opzichte van leren door aan uw zoon/dochter.

- Draai de rollen eens om
o Uw zoon/dochter aanmoedigen om aan u les te geven, geeft zelfvertrouwen.
§ Stel vragen als: wie, wat, waar, waarom, wanneer en hoe.


- Time-out
o Weet wanneer uw zoon/dochter moet stoppen met huiswerk maken.
§ Als uw zoon/dochter moe of gefrustreerd raakt is het tijd om even te stoppen en iets anders te gaan doen. Zorg ervoor dat uw zoon/dochter zich voor het slapen nog kan ontspannen, laat uw zoon/dochter daarom niet doorwerken tot bedtijd.


- Bekijk het nagekeken werk zo nu en dan
o Kijk sommige huiswerkopdrachten na en reageer positief op de prestaties.


- Beloon vooruitgang
o Geef uw zoon/dochter kleine beloningen voor het bereiken van doelen.
§ U kunt iets leuks in het vooruitzicht stellen, zo wordt het huiswerk ineens een stuk leuker. Stel ook doelen op de lange termijn, zoals voor een rapport met onvoldoendes.


- U hoeft het niet allemaal zelf te doen
o Herken situaties waarin hulp van anderen noodzakelijk is.
§ Als u niet voldoende kennis heeft van de leerstof kan dit leiden tot frustraties, soms is het dan beter om even niet te helpen. Als uw zoon/dochter na een tijdje merkt dat hij het niet alleen kan zal hij uw hulp meer accepteren en waarderen. U kunt ook hulp van een leerkracht of mentor inroepen. Huiswerkbegeleiding is een optie of hulp van een oudere broer of zus.