Posts tonen met het label TTO. Alle posts tonen
Posts tonen met het label TTO. Alle posts tonen

maandag 1 april 2019

Ouderbijdrage

De berichtgeving over de ouderbijdrage in het tweetalig onderwijs zal u niet ontgaan zijn. Minister Slob heeft in reactie op een onderzoek naar de kosten rond tweetalig onderwijs (TTO), aangegeven dat het niet (kunnen) betalen van de ouderbijdrage in de toekomst geen reden mag zijn om leerlingen uit te sluiten. Voor het tweetalig onderwijs, technasia en LOOT en de bekostiging van devices is dit een zorgelijke ontwikkeling.


Ouderbijdrage altijd vrijwillig
Scholen mogen een vrijwillige ouderbijdrage vragen om extra activiteiten en programma’s zoals tweetalig onderwijs te organiseren, maar het niet betalen van deze bijdrage mag nooit leiden tot uitsluiting, schrijven de ministers Slob en Van Engelshoven in een brief aan de Tweede Kamer naar aanleiding van de Schoolkostenmonitor 2018/2019. De VO-raad steunt dit uitgangspunt, maar bepleit dit niet toe te passen op verrijkende onderwijsprogramma’s als tweetalig onderwijs en technasia en op de financiering van digitale leermiddelen, zolang aanvullende middelen hiervoor ontbreken. Scholen moeten duidelijk communiceren dat de ouderbijdrage altijd vrijwillig is en dat scholen ouders hierover duidelijk moeten informeren.

Kansengelijkheid versus rijk gevarieerd onderwijsaanbod
Er is sprake van een lastig dilemma tussen kansengelijkheid aan de ene kant en het in stand houden van een rijk gevarieerd onderwijsaanbod aan de andere kant. De leden van de VO-raad hebben tijdens de Algemene Ledenvergadering van november 2018 twee afspraken geformuleerd: scholen moeten duidelijk communiceren dat de ouderbijdrage vrijwillig is, conform de wettelijke bepalingen hierover, en het niet betalen van de vrijwillige ouderbijdrage mag geen reden zijn voor uitsluiting van activiteiten die onder verantwoordelijkheid van de school worden georganiseerd. Twee zaken zijn echter buiten de afspraken gehouden: onderwijsinhoudelijke programma’s als tweetalig onderwijs, technasia en LOOT en de bekostiging van devices.

Twee grote knelpunten
De Algemene Ledenvergadering constateerde daarnaast dat de sector aanloopt tegen twee grote knelpunten waar een oplossing voor moet komen. Om eigentijds onderwijs en maatwerk te kunnen bieden gaan steeds meer scholen (deels) over op digitaal onderwijs. Tablets en laptops zijn, naast schoolboeken, niet meer weg te denken uit de meeste scholen. Deze apparatuur is voor de wet echter geen leermiddel, waardoor deze niet bekostigd wordt vanuit de overheid. Vaak wordt vanuit scholen een beroep gedaan op ouders om bij te dragen aan de kosten. De ALV roept de minister op te regelen dat laptops en tablets, net als boeken, erkend worden als leermiddelen en kosteloos ter beschikking gesteld worden aan leerlingen/ouders.

Aandacht voor extra onderwijsprogramma’s
Ook vragen de leden van de VO-raad met nadruk aandacht voor extra onderwijsprogramma’s zoals Tweetalig onderwijs (TTO), Technasium en LOOT voor topsporttalenten, die steeds vaker door scholen worden aangeboden en een verrijking vormen voor leerlingen. Scholen zijn bij deze programma’s vaak aangewezen op de bijdragen van ouders omdat deze niet bekostigd worden door de overheid, maar wel veel kosten met zich meebrengen. De scholen zijn bang dat zonder aanvullende investeringen vanuit de overheid het onderwijs voor leerlingen zal verschralen.

Brede brugklassen en overgang naar vo
In het debat werd ook stilgestaan bij brede brugklassen. Veel fracties bepleitten het nut van brede brugklassen in het kader van kansengelijkheid. Minister Slob noemde een lichte groei van het aantal brugklassen en werkt aan voldoende regionaal dekkend aanbod van brede brugklassen. Over de overgang van po-vo en de volgorde van eindtoets en advies spreekt de minister nog met partijen. Voor de zomer komt de minister met de eindevaluatie wet PO.

vrijdag 23 september 2016

Diamond ranking

Leerlingen krijgen twaalf of negen uitspraken die een reeks van opvattingen weergeven en moeten de uitspraken in een ruit (diamant) rangschikken. Het belangrijkste of meest kenmerkende item of de uitspraak, waarmee men het meeste eens is, komt bovenaan te staan. Vervolgens komen de aspecten, die op de tweede rang staan en tenslotte wordt onderaan in de ‘diamond’ het statement geplaatst, waarmee men het minste mee eens is, of dat het minst belangrijk of kenmerkend is.



In een tweede stap leggen de leerlingen de eigen ‘diamond ranking’ aan andere leerlingen uit en onderbouwen hun keuze met argumenten. Eventueel kan ook een groeps- of klassen- “diamond” worden gemaakt.







Na de eerste stap:

- Was het gemakkelijk om de “diamond ranking” in te vullen?

- Waar was het moeilijk en waarom?

- Kon je goede argumenten aanvoeren om je “diamond ranking” te onderbouwen?
- Heb je goede argumenten van andere leerlingen gehoord, waaraan je zelf niet hebt gedacht?

Als er een groeps “diamond” wordt gemaakt:
- Hoe kwam je tot overeenstemming?
- Was het moeilijk/onmogelijk om tot een gezamenlijke “diamond” te komen?



Na de tweede stap:
- Ben je van mening veranderd, nadat je de statements van je medeleerlingen hebt gehoord? Waarom (niet)?


Waarom is dit een goede werkvorm?

Deze werkvorm helpt leerlingen inzicht in hun eigen standpunten te verkrijgen, wat een belangrijke stap is. Ze roept discussie op en laat op een gemakkelijke manier zien, dat opvattingen of houdingen in de meeste groepen divergeren: er zullen nauwelijks 20 dezelfde ‘diamond rankings’  in één groep zijn. Verder ontwikkelen de leerlingen in de toelichting van de eigen ranking hun argumentatieve vaardigheden.


donderdag 3 september 2015

Doeltaal voertaal

Om de gespreksvaardigheid van leerlingen te stimuleren is het belangrijk dat de docent zoveel mogelijk de doeltaal als voertaal in de klas gebruikt. Nu is dit vaak makkelijker gezegd dan gedaan en stranden pogingen daartoe vaak in de loop van het schooljaar. Om docenten te helpen hier toch op een realistische manier mee aan de slag te gaan, worden enkele praktische tips gegeven voor het gebruik van de doeltaal als voertaal in de klas. De tips worden beschreven aan de hand van het principe van het stellen van SMART-doelen: Specifiek, Meetbaar, Acceptabel, Realistisch en Tijdgebonden.

Dit uit het managementjargon afkomstige principe kan helpen het gebruik van de doeltaal in de les langer vol te houden en langzaam uit te bouwen.

Specifiek
Zoals hiervoor geconstateerd, beginnen veel docenten het schooljaar met het voornemen de doeltaal meer te gebruiken: “Dit jaar ga ik echt meer de doeltaal gebruiken in de les.” Dit is hoe dan ook een loffelijk streven. Na verloop van tijd merken ze echter dat het gebruik terugloopt. Hoe veel meer zijn ze de doeltaal gaan gebruiken doen? En hoezeer is het gebruik weer afgenomen? Dat zijn vragen die niet makkelijk te beantwoorden zijn.
Door een specifiek doel te formuleren, is het makkelijker te beoordelen of je je doel bereikt hebt en zo niet, waar het dan misgegaan is. Een mogelijk specifiek doel aan het begin van het schooljaar kan zijn: ‘Dit jaar verwijs ik in mijn brugklassen elke start van de les naar de lijst met klassentaal.’

Meetbaar
“Ik ga elke les ten minste 50% van de tijd in de doeltaal lesgeven.” Dit lijkt een heel meetbaar doel, maar dat is het niet. Als een les van vijftig minuten bestaat uit een introductie, een instructie, zelfstandig werken, evaluatie en afronding, hoeveel tijd is een docent dan aan het lesgeven in de doeltaal? Volgens het genoemde voornemen, zou hij 25 minuten moeten lesgeven in de doeltaal. Zo lang is hij waarschijnlijk niet eens aan het woord, dus een dergelijk doel is moeilijk meetbaar.
Beter meetbaar zijn de volgende voornemens: ‘Drie klassikale momenten geheel in de doeltaal doen.’ Of: ‘De begeleiding van het zelfstandig werken alleen in de doeltaal doen.’

Acceptabel
Het begin van het schooljaar is een goed moment om in de klassen (weer) aan te kondigen dat in de lessen zoveel mogelijk de doeltaal gebezigd wordt. De docent mag van zijn leerlingen ook verwachten dat zij hem aanspreken in de doeltaal. Hij dient er hierbij wel voor te zorgen dat zijn voornemens voor zichzelf en zijn leerlingen acceptabel blijven. Leerlingen zeggen in enquêtes veel te leren van lessen in de doeltaal. De docent moet hen hierbij echter wel een veilige omgeving bieden. Fouten maken mag. De docent kan bijvoorbeeld met zijn leerlingen afspreken dat hij hun vragen in de doeltaal gewoon beantwoordt, ook al zijn ze ongrammaticaal geformuleerd. Hij kan afspreken de correcties aan het einde van het lesuur nog even door te nemen. Dan zijn de fouten en correcties niet meer persoonsgebonden en zullen de leerlingen zich minder geremd voelen de doeltaal te spreken.

Realistisch
“Mijn voornemen is dit jaar in de bovenbouw alleen nog maar in de doeltaal les te geven.” Dit streven lijkt realistisch. Bovenbouwklassen hebben immers al aardig wat bagage en zijn redelijk taalvaardig, zo mag men verwachten. Toch is het geen realistisch voornemen. Van bijna niets naar alles, is niet alleen voor de leerlingen een veel te grote overgang (zelfs als gaat het om de bovenbouw), maar ook voor de docent zelf.
De doelstelling ‘de eerste 10 minuten van de les geheel in de doeltaal’ is realistischer dan ‘alles behalve grammatica in de doeltaal’.

Tijdgebonden
Veel talendocenten zijn het er over eens dat ze niet van hun leerlingen kunnen verlangen dat de gehele les vanaf het eerste begin volledig in de doeltaal is. Toch is het wel belangrijk om te proberen het doeltaalgebruik uit te bouwen. Dat kan door, met de leerlingen, evaluatiemomenten in te lassen. Wanneer docent en leerlingen met elkaar afspreken dat leerlinge  de eerste maand nog mogen spieken op visuele hulpmiddelen met klassentaal (posters, vocabulairelijsten, kaarten), dan kunnen ze ook afspreken dat zij na een maand bekijken hoe dat gaat.
Vervolgens maken ze een nieuwe afspraak voor de volgende maand en bouwt de docent zo het doeltaalgebruik uit.

Bij alle doelen die de docent volgens de SMART-principes op dit gebied formuleert, is het prettig om deze in de sectie te bespreken. Wanneer de sectiecollega’s regelmatig bij elkaar informeren hoe het met de SMART-doelen gaat, kunnen ze elkaar helpen zich er aan te houden of de doelen aan te scherpen.

We zetten de SMART-doelen uit deze paragraaf nogmaals op een rijtje (geformuleerd in de ik-persoon, te weten de docent):

 1. Dit jaar gebruik ik in mijn brugklassen consequent de lijst met klassentaal.
 2. De klassikale momenten doe ik geheel in de doeltaal. Of: de begeleiding van het zelfstandig werken doe ik alleen in de doeltaal.
 3. Ik corrigeer leerlingen niet persoonlijk, maar aan het einde bespreek ik de correcties klassikaal.
 4. Ik doe de ontvangst en introductie van de les in de doeltaal.
 5. Ik sta in de eerste maand ‘spieken’ door de leerlingen toe. Daarna bekijken we hoe het gaat en stel ik mezelf een nieuw doel.

Andere tips voor doeltaalgebruik volgens SMART-principes zijn:
  • elke eerste les na het weekend vertellen drie leerlingen in de doeltaal wat ze dat weekend gedaan hebben,
  • elke les na het weekend vertel ik in de doeltaal wat ik gedaan heb,
  • elke maand bekijk ik per klas welk doel ik mezelf en hen stel voor de komende maand,
  • elke les doe ik de introductie en evaluatie in de doeltaal,
  • bij zelfstandig werken mogen de leerlingen alleen vragen stellen in de doeltaal,
  • ik spreek met de leerlingen af dat ik een antwoord nog eens parafraseer in de doeltaal en pas wanneer het dan nog niet begrepen wordt over stap naar het Nederlands (dus twee keer doeltaal, dan pas Nederlands),
  • ik nodig een collega uit het eerste kwartier van mijn les bij te wonen en me een tip te geven wat betreft mijn doeltaalgebruik,
  • ik nodig een collega uit het laatste kwartier van mijn les bij te wonen en me een tip te geven wat betreft mijn doeltaalgebruik,
  • in de sectievergadering spreken we ten minste vijftien minuten de doeltaal,
  • de eerste les bespreek ik met mijn leerlingen hoe ik ervoor zorg dat de uitleg iedereen duidelijk is,
  • Ik vraag twee collega’s van andere mvt-secties of ze een tip hebben wat betreft doeltaalgebruik,
  • de eerste les vraag ik de leerlingen te bedenken welke taaluitingen ze verwachten nodig te hebben in de doeltaal.

Kortom, het is belangrijk klein te beginnen, aangezien dat tot een grotere motivatie bij de leerlingen en bij de docent zelf leidt. Vervolgens kan de docent het doeltaalgebruik geleidelijk uitbouwen.

[ bron:  http://www.cps.nl/l/library/download/urn:uuid:562e608b-5abd-4e99-aced-8a05fb3d2feb/speakerbox.pdf?format=save_to_disk ]

Classroom English

Het komt steeds vaker voor dat Engels gebruikt wordt als tweede taal in het onderwijs. 
Heeft u voldoende kennis van de Engelse taal? Hoe past u Engels toe in het tweetalig onderwijs? 

Hieronder volgt een lijst van voorbeelden die u kunt gebruiken in de les:


The start of the lesson

Did you have a good weekend?
Good morning / morning
Good morning everyone,
Good morning, how are you doing?
Hello / Hi guys!
Hi everybody
How are you today?
How do you do?
I think we can start now.
Is everybody ready to start?
Let's start with the lesson now.


Roll-call / Attendance

I’ll call the roll
I’m going to (gonna) take attendance
Let’s take attendance, shall we?
What's wrong with ………today?
Who’s absent? Who’s absent today?
Who’s not here today?


Getting everyone’s attention

Be quiet/Quiet down, please.
Can I have your attention, please?
Could you all listen to me, please?
Excuse me...
I have a question for you
Listen to me, please.
Listen... Look...
John, are you with us?
Pay attention...
Silent, please.
So now, listen to...
Watch out!
What's up?
Would you pay attention, please?


Simple commands

Be quiet. /Quiet.
Can you plug the CD player/beamer for me, please? The socket is behind you.
Come in.
Come on, we haven’t got all day!
Go out.
Look at activity five.
Noelia, please, come to the front of the class.
Open your books to page ……
Settle down and let’s get started. Let’s settle down and get started.
Sit down.
Stand up.
Switch off………………….
Switch on the lights / the computers
Turn to page ...
Wake up.


Eliciting / reviewing information and previous knowledge

Could you tell me what you remember from our last lesson?
Does anyone remember …………………………….?
Who can remember what we were talking about at the end of last lesson?
Who can tell me ……………………………………..?
Who would like to get extra marks/credit today?


Giving out / taking in work / books / worksheets, etc.

Do you mind collecting the compositions for me, please?
Fran, would you take in / get/collect everyone’s writings/essays for me, please?
Juan, can you hand out / give out / distribute these copies, please?
Take one and pass them on.
Take one between the two of you/for the two of you.
Would you pass the dictionaries / exams to the front / the back, please?


Checking understanding

Any questions so far?
Are you ready?
Are you with me?
Do you get it?
Do you have any questions?
Do you understand me?
Do you understand?
Does it ring a bell?
Finish?
How do you say.... in English?
Is it clear?
Is this right? / Is this ok?
Let's check the answers.
May I ask... ?
OK so far?
Tell me the difference between A and B
What does ( word ) mean?
What else?
What's the meaning of... ?
Who knows the answer?


Setting up an activity / Giving instructions for an activity

…………..to work alone / in group of four
……………to work with a partner
Can you 4 team up?
Could you turn it (the volume) up/ down.
First, let’s go over the homework / the explanation on page 25 together.
Go on / get on /continue with your work.
I want you to finish the exercises on page 16 now / at home.
I want you to share a photocopy and work together
I’d like you to get into pairs for this activity
Please, get into pairs / groups of four
Those of you that have finished exercise 5 can move on /go on to exercise 6 and 7.
We can’t hear it from here. / It’s too loud.
What I want you to do is to ……………………….
What I want you to do is to …………………………
When you finish you can……………………………..


Encouraging students and correcting errors

Brilliant
Excellent
Excellent
Fabulous
Go ahead
Go on
Good job / Great job
Good, you're getting better.
Great job
Guess.
Have a guess.
Let me explain again.
Let's continue
Not exactly, have another try / try again.
Ok, that’s not the right answer, but let me help you with it.
Right! / you're right
That’s correct
That's correct
That's fine
That's very good.
Very good.
Well done! / Very well! / Good
Well done.
Yes, you've got it.
You need more practice with this.
You'll have to spend some more time with this.
Your answer is very good / almost right.
You've got the idea.


Setting homework / assignments, setting deadlines and reacting to homework

Before next lesson, I want you to read the story on page 10.
Do exercise 4 on page 12 for your homework.
Don’t forget your homework.
Prepare the next two pages for Monday.
Take a worksheet as you leave.
There is no homework today.
This is your homework for tomorrow.

Ending the lesson

Are you done?
Bye, have a nice day
Enjoy your day
Goodbye
Goodbye.
Have you finished yet?
It's time to finish.
Let's stop now.
OK, you can put away your things. See you next week.
See you tomorrow
See you tomorrow
Stop now.
Take care
That’s all for now, see you Monday
That’s all for today, enjoy the weekend
This is all for now


Students talking to the teacher

Can I go to the toilet (bathroom), please?
Can you explain that again, please?
Can you repeat that please? I didn't understand.
Could you speak more slowly, please?
Excuse me. I'm sorry I'm late.
How do you pronounce “pressure”?
How do you say 'zzzzzzzz' in English?
How do you spell 'wonderful'?
I didn't have time to do my homework. I'm sorry.
I forgot my homework.
I'm sorry, I left my book/homework at home/ in the classroom.
May I come in?
Sorry, I don't understand that.
What does “pressure” mean?
What’s the meaning of “pressure”?
What's the difference between “latitude” and “longitude”?


Student talking to another student

Can I share your book with you?
Can you help me do this exercise?
Can you lend me a pen?
Can you pass me the rubber/eraser, please?
Excuse me, that's my book.
Have you done your homework? Did you do your homework?
It's my turn now.
We have to compare our work.
We have to work in pairs, Don’t we? Do we have to work in pairs?
What do we have to do now?
What page is it on? What page are we on?
What’s the/for homework?
Who's going to start?
Whose turn is it?


A simple list of common phrases

Ask any doubts
Be quiet
Bless you!
Can I clear the board?
Can I go to the toilet, please?
Check your answers before handing in the exam
Do you understand?
Do your homework on time
How do you say …….in English?
How do you spell it?
Look it up in a dictionary
Open your books on page……
Raise the blinds please
Raise your hand
Sorry, I don’t understand, can you repeat, please?
Speak louder please
Stand up
Start reading
Translate into English
Underline the important sentences…
What is the meaning of……?
Write in pen


Organising contents, time and places.

Any questions so far?
First.... and then / next …
From the beginning of the page...
I'm going to check/count if you're all in the classroom.
Let's start our class.
Today, we are going to...
Volunteers, please!
We are going to review the homework
What date is it today?
What's the date today?
Who is not here? ( checking roll )


Showing sympathy

Don't get it, can you repeat, please?
It´s the other way round
Make it easier.
Make it simpler
Once more / once again
Relax!
Say it again..
Try again
Use your brains
What do you mean with.....?


Greetings and farewells.

Enjoy your day
Good morning
Goodbye
Have a nice day
Hello / Hi teacher!
How do you do?
See you tomorrow
Take care



During the lesson
English
Dutch
Please sir, (could you….)
Meneer, (kunt u….)
What does……mean
Wat betekent…?
I don’t understand
I don’t get it
Ik snap het niet
I don’t understand this at all
It’s a complete mystery to me
Ik snap er helemaal niets van
I don’t understand what you mean
Ik snap niet wat u bedoelt
What’s wrong with this answer?
Waarom is dit antwoord niet goed?
Could you explain this (to me), please?
Kunt u mij dat uitleggen?
Could you explain this once more?
Kunt u dit nog eens uitleggen?
Could you give an example, please?
Kunt u een voorbeeld geven?
I clean forgot…..
Ik ben helemaal vergeten…..
What does it say on the blackboard?
Wat staat er op het bord?
What does it say?
Wat staat hier?
It says…
Er staat…
In this line it says…
Er staat in deze regel
This text is about…
Deze tekst gaat over…
What is this about?
Waar gaat dit over?
Do we have to learn this by heart?
Moeten we dit van buiten kennen?
I don’t follow you
Ik kan u niet volgen
I would like to ask you…
Ik zou u willen vragen…
Could you slow down a bit, please?
Kunt u wat langzamer spreken?
Could you please speak up a bit?
Could you speak a bit louder?
Kunt u wat harder praten?
Could you write more clearly?
Kunt u wat duidelijker schrijven?
Pardon?
Could you repeat that, please?
What was that again?
I didn’t quite catch that.
Wat zegt u?
Please
Here you are
Thank you
Alstublieft (vragend)
(gevend)
Keep the class-room clean
Houd de klas schoon
Don’t eat during class
Niet eten tijdens de les

Homework etc.
English
Dutch
Assign homework
Huiswerk opgeven
Do homework
Huiswerk maken
Do exercises
Oefeningen maken
Do a test, write a paper
Proefwerk maken
Written test
Schriftelijke overhoring
Oral test
Mondelinge overhoring
Hand in the paper/assignment
Opgave inleveren
Hand in
Inleveren
Hand out, distribute
Uitdelen
Collect
Ophalen
Read aloud, read out loud
Hardop voorlezen
Read on your own
Stil lezen
I’ll read this to you
Ik zal jullie dit voorlezen
Extract, excerpt
Uittrekstel
Summary, outline
Samenvatting
Outline
Overzicht
Marks, grades
Punten, cijfers
Report
Rapport
Excellent
Prima!
What a pity, what a shame, isn’t it a pity
Jammer!
Insufficient
Onvoldoende
Sufficient
Voldoende
Take a piece of chalk
Pak een krijtje
Write on the blackboard
Schrijf op het bord
Step forward, please
Kom naar voren
The buzzer hasn’t sounded yet
De bel is nog niet gegaan
Class is not yet over
De les is nog niet voorbij
It’s not yet time
Het is nog geen tijd
Do some extra work, do Lines/impositions
Strafwerk maken
Report to…
Meld je bij…

Actions
English
Dutch
Crib
Spieken
Copy
Afkijken
Play truant
Spijbelen
Truant
Spijbelaar
truancy
Het spijbelen
Make blotches/smudges
Kladderen/slordig werken
Scribble, scrawl
Slordig schrijven
Write neatly
Netjes schrijven
Miscalculation
Rekenfout
Writing error
Schrijffout
Slip of the pen
Verschrijving
Spelling mistake, spelling error
Spelfout

Objects
English
Dutch
Eraser/rubber
Gum
Eraser
Bordenwisser
Piece of chalk
Krijtje
Felt-tip pen, felt-tip marker
Viltstift
Pen
Pen
Pencil
Potlood
(pair of) compasses
Passer
Copy-book
Schrift
Textbook
Leerboek
Exercise-book
Werkboek
Satchel, school-bag, backpack
Schooltas
Timetable
Rooster
Scrap-paper
Kladpapier
Test-pad
Proefwerkblok

Miscellaneous
English
Dutch
First year, First form
Brugklas, kansklas
Parents’ evening
Ouderavond
Test-week
Proefwerkweek
Subject-matter of a test
Proefwerkstof
A-test
Proefwerk (zwaar)
B-test
Proefwerk
C-test
Overhoring
Sir, mister
Meneer
Miss, misses
Mevrouw