Posts tonen met het label keuzes. Alle posts tonen
Posts tonen met het label keuzes. Alle posts tonen

vrijdag 23 april 2021

Keuzes maken

Scholen maken nationaal en internationaal steeds dezelfde onderwijskeuzes. 

Deze keuzes zijn te groeperen in een viertal domeinen:

 

Authentiek leren:

Leerlingen leren beter in situaties dichtbij de werkelijkheid, omdat de leerinhoud relevant is.

 

Flexibel leren:

Het onderwijsaanbod past beter bij wat een specifieke leerling op een specifiek moment nodig heeft.

 

Inzicht in leren:

Leraren, leerlingen en ouders volgen beter hoe en wat leerlingen leren, in plaats van alleen naar resultaten te kijken.

 

Inzet op vaardigheden:

Leerlingen zijn beter voorbereid op het leren, leven en werken van de toekomst, rekening houdend met de balans tussen kennis, houding en vaardigheden.

 

 

Bij het uitvoeren van onderwijsvernieuwing loopt men tegen diverse vraagstukken aan:

- Innoveren op basis van wetenschappelijke inzichten of durven ze te experimenteren?

- Hoe intensief willen scholen leerlingen volgen? Weinig of veel monitoren?

- Hoe moet de verhouding zijn tussen digitaal en niet-digitaal?

- Centraal of decentraal?

 

Die tegenstellingen maken gesprekken op scholen vaak ingewikkeld. In realiteit gaat het echter niet om contrasten, maar juist om een spectrum waarop elke school, in zijn eigen perspectief, zijn eigen positie bepaalt.

 

 

Wat vinden we echt belangrijk?

 

Wat vinden we belangrijk in het onderwijs en tijdens de les? Waar gaan we voor tijdens het lesgeven?

 

Feedback

De feedback die het best werkt, informeert leerlingen over hoe ze hun prestatie kunnen verbeteren en vooropgestelde doelen beter kunnen behalen, en motiveert hen tegelijkertijd om dat te doen. Dergelijke feedback kan zowel van de leraar als van andere leerlingen komen, en kan zowel mondeling, schriftelijk of digitaal worden aangeboden. De grootste kost die hiermee gemoeid is het investeren in de professionele deskundigheid van leerkrachten om goede feedback te leren geven en zichzelf op dat vlak te leren monitoren (en dat is een rode draad die ook bij de andere topmaatregelen blijkt terug te komen…)

De docent bespreekt het (huis)werk en eventuele moeilijkheden. De docent geeft leerlingen feedback op de kwaliteit van hun werk en op de wijze waarop er gewerkt is. De docent evalueert / checkt of het doel van de les door alle leerlingen is bereikt. Gewenst gedrag van leerlingen wordt benoemd en beloond middels positieve feedback (complimenten).

 

Verlengde brugklas

Een tweejarige brugperiode (T2-TH2-HV2-V2).

Groei in de verlengde brugklas naar jouw niveau.

 

Talentontwikkeling

Meer talentontwikkeling en autonomie

In de laatste jaren staat talentontwikkeling op de agenda van een toenemend aantal VO scholen. Bijvoorbeeld begaafdheidsprofielscholen, scholen met specifieke mogelijkheden voor topsport, musici en dansers, scholen met tweetalig onderwijs, technasia, en scholen met vwo-plusklassen cq. Da Vinci klassen. Op deze scholen kunnen getalenteerde leerlingen extra uitdagingen aangaan.

 

Motivatie

In toenemende mate hebben scholen te maken met een afname van de motivatie van leerlingen om te leren naarmate leerlingen ouder worden. Een van de oorzaken voor de dalende motivatie is dat er onvoldoende aansluiting is tussen de onderwijsbehoeften van leerlingen en het leeraanbod op school.

 

Vanuit onderzoek naar de self-determination theory blijkt dat demotivatie afneemt wanneer er een leeromgeving wordt gecreëerd die recht doet aan de drie psychologische basisbehoeften:

1 - autonomie / keuzevrijheid.

2 - relatie / het uiten van waardering voor de leerling.

3 - competentie / de structuur waarbij er heldere doelen en verwachtingen worden gesteld aan leerlingen waardoor zij beter in staat zijn een leeractiviteit uit te voeren.

 

Differentiëren en Mastery learning

 

Differentiëren. De docent is alert op de leerbehoefte van de individuele leerlingen. Docent verkent het startpunt van de leerlingen. Weet (o.a. op basis van een RTTI analyse) wat de speciale leerbehoeften van de individuele leerlingen zijn. Differentieer tijdens de verschillende fasen van de les en geeft gedifferentieerde instructie tijdens de les.

 

De docent weet wie de sterke leerlingen in de groep zijn. Zorgt ervoor dat zij extra uitgedaagd worden en weet welk deel van de verwerking relevant voor hen is.

 

Mastery learning staat voor een gedifferentieerde aanpak, waarbij leerlingen stapsgewijs de leerstof onder de knie krijgen en pas mogen doorstoten naar het volgende pakketje leerstof als ze het vorige hebben verworven. Dat leidt er bijvoorbeeld toe dat sommige leerlingen extra oefening en begeleiding krijgen bij de basisstof, terwijl andere leerlingen al uitbreidingstaken uitvoeren. “Mastery learning appears to be particularly effective when pupils work in groups or teams and take responsibility for supporting each other’s progress.”  Ook hier is er variatie in de effectgroottes, wat aantoont dat het goed geïmplementeerd moet worden door leraren om het echt goed te doen werken (daar zit dan ook de kost). Het is ook opvallend dat kortere interventies (rond specifieke leerstofgehelen of doelen) beter werken dan langere periodes van mastery learning.

 

Flexibiliteit

Invoeren van flex-uren.

Leerlingen meer de regie geven.

 

Intervisie & lesson study

Lesson study is een vorm van teamleren. Teamleden werken daarin samen door stelselmatig te werken aan het verbeteren, vernieuwen en/ of verder ontwikkelen van het onderwijs. Lesson Study is een expliciete werkwijze, waarbij docenten samenwerken aan het planmatig ontwerpen en uitvoeren van een les, waarbij het leren van de eigen leerlingen centraal staat. Volgens onderzoek is Lesson Study en het leren van en met collega’s  is zeer effectief.

 

Zelfregulerend leren

Zelfgestuurd leren houdt in dat de leerling zelfstandig en met zin voor verantwoordelijkheid de sturing voor de leerprocessen in handen neemt. Maar leren is niet vrijblijvend. Leerlingen moeten voortdurend waakhond spelen over hun eigen leerproces. Ze bewaken hun eigen leerproces en reflecteren over hun aanpak. “Ben ik goed bezig?” is een vraag die nooit veraf is.

 

Om zijn eigen leerproces te sturen moet een leerling beschikken over verschillende leerstrategieën. Metacognitieve kennis en vaardigheden, cognitieve vaardigheden, organisatie vaardigheden, motivatie  en zelfreflectie zijn daarbij de nieuwe ordewoorden. Het zelfregulerend leren c.q. het effectiever leren met leerstrategieën wordt uitgebreid beschreven in het boek ‘Effectiever leren met leerstrategieën’ van sociaal psycholoog Pieternel Dijkstra.

 

Ouderbetrokkenheid

Een goede samenwerking tussen school en ouders is essentieel.  Uit diverse onderzoeken blijkt namelijk dat een gezamenlijke verantwoordelijkheid voor opvoeding en onderwijs waarbij ouders en school samen optrekken, de kans op betere onderwijsresultaten en goed sociaal functioneren van jongeren  vergroot en de kans op voortijdige schooluitval juist verkleint.  Met name spontane activiteiten, die min of meer vanzelf tot stand komen – in tegenstelling tot aangespoorde activiteiten – hangen positief samen met leerprestaties.  Ouders en school hebben, met andere woorden, een gemeenschappelijk belang en samen kunnen ze meer dan ieder voor zich. Samen kunnen ze gunstigere omstandigheden creëren voor de ontwikkeling en het leren van jongeren.

 

Meer tijd voor mentoraat en begeleiding

Te weinig tijd en toerusting voor het mentoraat, begeleiding en coaching.

 

De mentor fungeert binnen de school als eerste aanspreekpunt voor de leerling en houdt zicht op de

ontwikkeling van de leerling. Voor een optimale begeleiding van leerlingen dienen mentoren en (leer)coaches meer begeleidingstijd toegewezen te krijgen binnen de jaartaak.

 

Meer maatwerk

We bieden onvoldoende maatwerk in de les/klas. Meer maatwerk in onderwijs moet derhalve zorgen voor meer kansen van onze leerling. Maatwerk zijn die activiteiten van docenten die aansluiten op de leerbehoefte van individuele leerling gericht op het positief beïnvloeden van het leren van de leerling.

 

Hoe kunnen we docenten beter te laten inspelen op de onderwijsbehoefte van hun leerlingen.

Eerst met zijn allen het begrip maatwerk definiëren. Iedereen kijkt op een andere manier naar dingen.

Door die gegevens over leerlingen systematisch te ontsluiten en te analyseren, kunnen docenten beter inspelen op de onderwijsbehoefte van hun leerlingen.

Het doel is dat alle docenten hun lessen voorbereiden op basis van de onderwijsbehoefte van de leerlingen.

 

Kijk voor meer informatie op de volgende link: https://robsegers.blogspot.com/2014/01/maatwerkgericht-werken.html

 

Samenhang tussen vakken

 

In het voortgezet onderwijs is er nauwelijks verbinding, samenhang en samenwerking tussen de verschillende vakken. Samenwerken tussen vakken staat in de belangstelling, maar de praktijk blijkt weerbarstig. Het vergt immers meer overleg en meer afstemming tussen docenten. Zoek daarvoor de connectie tussen de verschillende vakken.

 

Vaardigheden om (leer)gedrag (bij) te sturen

 

Leerlingen beschikken over te weinig vaardigheden om hun (leer)gedrag (bij) te sturen.

 

Leg hierbij de nadruk op diverse volgende vaardigheden. Zoals de hogere-orde denkvaardigheden (analyseren, evalueren en creëren), de creatieve denkvaardigheden (ideeën kunnen genereren, hoeveelheid verschillende ideeën en originaliteit van ideeën), onderzoeksvaardigheden (vaardigheden om door stappen van onderzoekscyclus heen te gaan).

 

Leg ook eens de nadruk op metacognitie en zelfregulatie. Metacognitie is de kennis en vaardigheden die een leerling nodig heeft om zijn eigen leergedrag te controleren en aan te sturen. Het gaat om vaardigheden als het oriënteren op een taak, doelen stellen, plannen, jezelf monitoren, het resultaat evalueren, en reflecteren op het eigen handelen.

 

Bij metacognitieve vaardigheden en zelfregulatie is het van belang om de leerling te het belang van leren te laten inzien. Leerlingen moeten weten hoe je effectief kunt leren, hoe zij kunnen reflecteren op het eigen leren en hoe zij hun eigen leerproces kunnen sturen.

 

Kijk voor meer informatie op de volgende link:

https://robsegers.blogspot.com/2015/09/leerstrategieen.html

 

Mastery learning

Leerlingen focussen zich te veel op korte termijn resultaten. Met andere woorden focussen leerlingen zich te veel op cijfers en toetsen.

 

Welke alternatieven zijn er:

1 - Focus derhalve meer op het proces.

Maak punten en resultaten minder belangrijk en richt je op het proces dat de leerling doormaakt. Prijs doorzettingsvermogen, de aanpak van de leerling en zijn inzet. ‘Jammer dat je niet tevreden bent met die 6 voor dat vak op je rapport. Want kijk eens: je hebt een “goed” voor inzet! Ik ben hartstikke trots op je!’ Vraag de leerling regelmatig wat hij/zij geleerd heeft en laat hem/haar vertellen hoe hij/zij dat voor elkaar heeft gekregen.

 

2 - Focus op inspanning

Maak de leerling duidelijk dat het er niet om gaat de beste, de snelste of de slimste te zijn, maar dat het gaat om de inspanning die je levert om iets te bereiken. Richt je complimenten op hard werken en  oefenen: ‘Als je net zo hard blijft oefenen als vandaag, dan zul je zien dat je dit muziekstuk steeds beter gaat spelen!’ Zorg ervoor dat de leerling op school lesstof krijgt die is afgestemd op zijn niveau, zodat hij dagelijks kan ervaren dat het leveren van inspanningen noodzakelijk is om verder te komen. Vertel waar jijzelf moeite voor hebt moeten doen en wat je daarmee hebt bereikt.

 

3 - Focus op groei

Laat de leerling zien dat je gelooft in de groeimogelijkheden van talenten en intelligentie en laat de leerling zijn eigen groei ervaren: ‘Jammer dat je de toets niet hebt gehaald, maar kijk eens: vorige keer had je er 8 goed en nu 15! Zie je hoe je vooruit bent gegaan door extra hard te oefenen?’ Zorg dat de leerling zich niet vergelijkt met anderen, maar zich richt op het verbeteren van zichzelf en het behalen van zijn eigen doelen. En natuurlijk: ‘vier’ iedere vooruitgang die het kind boekt door hard te werken.

 

4 - Focus op leren

Sta model voor ‘een leven lang leren’ en vertel de leerling hoe je jezelf steeds bent blijven ontwikkelen.

Geef de leerling mogelijkheden om nieuwe dingen te leren, zonder dat hij/zij het gevoel heeft direct de beste te moeten zijn. Geef de leerling inzicht in de vaardigheden die hij/zij nog moet ontwikkelen (bijvoorbeeld zich concentreren of hulp durven vragen) en help hem/haar bij het aanleren hiervan.

 

5 - Focus op het leren van fouten

Maak van fouten leermomenten. Laat de leerling zien dat ook jij geregeld fouten maakt en vertel wat je ervan hebt geleerd. Geef de leerling de kans om fouten te maken, dus ruim niet alle obstakels voor hem uit de weg. Help de leerling van een fout een leermoment te maken. Zoek samen op welke fouten de held (sporter, popster e.d.) van de leerling heeft gemaakt in zijn of haar carrière en ontdek hoe hij of zij daar beter van geworden is.

 

 

donderdag 9 april 2020

Onderwijs op afstand - richtlijnen om het eigenaarschap van leerlingen te versterken

Door de sluiting van de scholen i.v.m. het coronavirus is de onderwijssector als geheel overgestapt op onderwijs op afstand. We leven en werken ineens online. Totaal digitaal door een virus. Wie had dat een half jaar geleden kunnen denken?

Afstandsonderwijs is een vorm van onderwijs waarbij de leerlingen niet fysiek aanwezig zijn om onderwijs te krijgen. In plaats daarvan wordt er gecommuniceerd tussen leraar en leerling op tijdstippen die zij zelf kiezen, bijvoorbeeld via e-mail of Google Classroom. Een andere mogelijkheid is dat er via hulpmiddelen gelijktijdig wordt gecommuniceerd, bijvoorbeeld door middel van Google Hangouts Meet. Scholen die met G-Suite for Education (en Chromebooks) werken kunnen snel aan de slag gaan met afstandsonderwijs.


Adviezen om het eigenaarschap van leerlingen te versterken
Welke adviezen kunnen we geven om het eigenaarschap van leerlingen te versterken bij ‘onderwijs op afstand’? Hoe kunnen we voor leerlingen een stimulerende en motiverende online leeromgeving ontwerpen? En kunnen we voor leerlingen meer taakbetrokkenheid en eigenaarschap bij het leren realiseren?


We gaan het eigenaarschap en de taakbetrokkenheid vergroten door de volgende vier stappen:

1 - Geef leerlingen het gevoel keuzes te hebben.
2 - Geef leerlingen het gevoel controle te hebben over het eigen leerproces.
3 - Geef leerling het gevoel zinvol bezig te zijn.
4 - Geef leerlingen het gevoel ergens goed in te zijn.


1 - Geef leerlingen het gevoel keuzes te hebben
Keuze
Plaats verschillenden leeractiviteiten waaruit leerlingen kunnen kiezen op basis van persoonlijke interesse, doelen en behoeften.

Op ieder moment te raadplegen
Plaats leer- en lesmateriaal (zoals (extra) bronnen, behandelde stof, verdiepingsstof, etc.), zodat leerlingen dat op ieder willekeurig moment kunnen raadplegen.

Bied leerlingen de mogelijkheid de ‘look and feel’ (de gebruikersschil) van het online leerplatform
zelf aan te passen.

Aanpassen gebruikersschil
Bied leerlingen de mogelijkheid de ‘look and feel’ (de gebruikersschil) van het online leerplatform
zelf aan te passen.

Weinig externe druk
Zorg ervoor dat leerlingen weinig externe druk ervaren.

Geen deadlines.
Werk, als het niet nodig is, niet met (strikte) deadlines.

Geen verplichte leeractiviteiten
Bied liever geen verplichte (niet interessante) leeractiviteiten aan.

Meerdere varianten om uit te kiezen
Mocht u toch een verplichte leeractiviteit aanbieden, gebruik dan meerdere varianten zodat de leerling kan kiezen.

Niet dwingend, maar aanmoedigend
Gebruik taal dat door leerlingen niet gekenmerkt wordt als dwingend, maar als aanmoedigend.



2 - Geef leerlingen het gevoel controle te hebben over het eigen leerproces
Extra oefenmateriaal en proeftoetsen
Plaats (extra) oefenmateriaal en proeftoetsen.

Gestructureerde leeromgeving
Bied een duidelijk gestructureerde online leeromgeving.

Overzicht
Met overzicht waar de leerlingen gebleven is en wat er nog moet gebeuren.

Leervorderingen
Inzicht / overzicht van de leervorderingen.

Inleveren en feedback ontvangen
Bied de mogelijkheid om afgeronde leeractiviteiten via het online leerplatform in te laten leveren en te voorzien van feedback.

Hulp op maat
Bied (gewenste) hulp op maat.

Online planning maken
Bied de mogelijkheid om zelf een online planning te maken.

Vergelijken eigen prestatie met anderen
Bied de mogelijkheid om de eigen prestatie te vergelijken met dat van anderen.



3 - Geef leerling het gevoel zinvol bezig te zijn
Het nut van de leeractiviteit
Geef uitleg waarom iets (bijv. een leeractiviteit) nuttig is om te doen.

Wat en waarom.
Geef bij de geplaatste leeractiviteiten aan wat de leerling gaat leren en waarom.


(positieve) feedback
Geef (positieve) feedback op ingeleverde en afgeronde leeractiviteiten.

Persoonlijke interesse, doelen en behoefte
Plaats leeractiviteiten die aansluiten bij de persoonlijke interesse, doelen en behoefte van leerlingen.

Betekenisvolle leeractiviteiten
Plaats betekenisvolle leeractiviteiten.



4 - Geef leerlingen het gevoel ergens goed in te zijn
Aansluiten bij ontwikkeling en niveau
Plaats leeractiviteiten die aansluiten bij de ontwikkeling en niveau van de individuele leerling.

Gestructureerde leeromgeving.

Plaats de leeractiviteiten in een gestructureerde leeromgeving.

Duidelijke en gedetailleerde informatie
Verstrek duidelijke, expliciete en gedetailleerde informatie.

Positieve feedback.
Voorzie leerlingen van positieve feedback.

Eenvoudige en gebruiksvriendelijke interface
Zorg voor een gebruiksvriendelijke interface met een korte aanleertijd, zodat leerlingen het werken met de online leerplatform als eenvoudig ervaren:

Goed georganiseerd schermontwerp
Zorg voor een goed georganiseerd schermontwerp.

Consistent schermontwerp

Zorg voor een consistent schermontwerp.
Overzicht waar leerling is gebleven
Zorg ervoor dat een leerling direct ziet waar hij is gebleven.

Zonder handleiding te gebruiken.
Iedere leerling moet het online leerplatform zonder handleiding kunnen gebruiken.



donderdag 30 januari 2020

De Cirkel van acht

Het kernpunt van de ‘Cirkel van acht’ is dat je altijd een keuzemogelijkheid hebt.

De vraagstelling (de start van het traject) die teruggrijpt op het verleden of de sprong maakt naar de toekomst.
Het is een bewustwordingsmodel waarmee je doelgericht met een gestelde situatie om kan gaan. In het model van de ‘Cirkel van acht’ staat een situatie met een storing centraal. Deze storing is je uitgangspunt als je gebruik maakt van de 'Cirkel van acht'. 



Vanuit deze uitgangspositie kun je twee tegenovergestelde kanten op:
1 - naar de bovenste cirkel of
2 - naar de onderste cirkel.

Cirkel – slachtoffergedrag

De onderste cirkel
Denken IProblemen (DIPpen).

In de onderste kring denk en handel je vanuit wantrouwen en het denken in problemen. M.a.w. je stelt je op als slachtoffer.

Je blijft in je comfortzone, je blijft in je patronen, je valt in herhaling en vertoont een reactief gedrag.

Blijf je in de onderste kring? Dat gaat je zeker niet helpen, de storing blijft immers bestaan en de situatie verhevigt alleen maar.

1
Vergelijken met vroegere ervaringen
Je gaat vergelijken met vroegere situaties, met anderen en met omstandigheden. De volgende gedachtes komen op: zie je wel dit heb ik weer, anderen kunnen het beter, ik weet al precies hoe dit zal gaan, het is de schuld van …

2
Veroordelen is een automatische reactie
Je komt in een automatische reactie, waarbij je weinig macht en controle meer hebt op de situatie, je stemming gaat steeds verder omlaag.

3
Onbewust van je eigen invloed
Je raakt ervan overtuigd dat je zelf geen invloed of macht kan uitoefenen om iets aan de situatie te doen.

4
Verzet tegen je eigen situatie
Het enige dat overblijft is aanklagen, verzet en frustratie. Je legt de verantwoordelijkheid buiten jezelf.

5
Automatisch en inadequaat gedrag
Er ontstaat inadequaat gedrag zoals: smoesjes, foezelen, zeuren, roddelen, niets doen, de kop in het zand steken. Dit gedrag zal je niet helpen en versterkt vaak de oude situatie, je komt opnieuw bij de storing terecht en zakt nog verder naar beneden. Je stemming daalt, je voelt je slachtoffer en je vindt geen mogelijkheid om het anders aan te pakken.



Cirkel - verantwoordelijkheid nemen en persoonlijk leiderschap

De bovenste cirkel
Denken IMogelijkheden (DIMmen)
(oftewel het denken in kansen).

In de bovenste kring denk en handel je vanuit zelfwaardering en zelfvertrouwen. Je stelt je niet op als een slachtoffer, maar je toont persoonlijk leiderschap en neemt eigen verantwoordelijkheid.

Je ontwikkelt jezelf, je bent creatief, valt niet in herhaling en je vertoont proactief gedrag.

Zit je in de bovenste kring? Dan neem je initiatief, waardoor je meer energie krijgt. Je denkt in mogelijkheden.

1
Accepteren
De eerste stap is accepteren van de situatie, zoals deze is. Dat betekent ook accepteren van de emoties en gedachtes die erbij horen. Alleen op deze manier geef je jezelf de mogelijkheid invloed uit te oefenen.

2
Focus op hier en nu
Je blijft in het hier en nu van de situatie en bepaalt wat je in het hier en nu wilt beslissen hierover. Je krijgt al meer invloed.

3
Bewust van je eigen invloed
Je raakt ervan overtuigd dat je zelf invloed of macht kan uitoefenen om iets aan de situatie te doen.

4
Zoek kansen en mogelijkheden
Je onderzoekt welke krachtbronnen (hulpbronnen) je kunt inzetten: wie of wat kan jou helpen, wellicht eigen kwaliteiten, hulp vragen, toegeven dat iets niet gelukt is.

5
Adequaat gedrag
Verandert je gedrag door actief en adequaat te handelen. Je kunt keuzes maken, initiatief nemen, verantwoordelijkheid nemen. Wellicht wordt de storing opgeheven, of nog niet helemaal en dan start je opnieuw.



In de volgende versie van de cirkel van acht zie je ook de mogelijkheid om uit de cirkel te stappen.




Slachtofferschap

Over het hier boven beschreven slachtoffergedrag is het in ieder geval interessant om de onderstaande tekst te lezen.

Er zijn twee soorten slachtofferschap:

1.
Slachtoffer zijn door verlies, ongeluk, gebrek, uitbuiting en discriminatie.

2.
Je gedragen als slachtoffer of de rol van slachtoffer spelen, waarbij men zich beroept op door al dan niet geleden verlies, ongeluk, gebrek, uitbuiting en discriminatie.


In de onderstaande tekst m.b.t. de persoonlijke aspecten van slachtofferschap gaat over de tweede vorm van slachtofferschap. Over de communicatieve aspecten van het slachtofferschap en de doelen die daarmee bereikt en gediend kunnen worden.


Persoonlijke aspecten van slachtofferschap

Aandacht en steun

Iemand die ziek, gebrekkig of weerloos is, roept een haast aangeboren neiging bij andere mensen op om aandacht en steun te geven. Slachtofferschap kan echter ook doelbewust worden ingezet om de kans op die aandacht en steun te vergroten.

Klagen, kreunen, sip kijken, je gebreken tentoon stellen zijn middelen om aandacht en steun van anderen actief te verwerven.

Verantwoordelijkheden afschuiven

Slachtofferschap kun je gebruiken om taken en verantwoordelijkheden niet te vervullen en over te dragen aan anderen, terwijl die taken en verantwoordelijkheden nog heel goed tot de gedragsmogelijkheden behoren.

Dwangmiddel

Als anderen bij slachtofferschap niet “spontaan” met hun aandacht en steun over de brug komen, riskeren ze verwijten van verwaarlozing, onachtzaamheid of harteloosheid. Slachtofferschap kan verworden tot manipulatie en machtswellust.

Er wordt ook wel gesproken van “up-via-down relaties”, waarbij de zogenaamde “ondergeschikte” via slachtofferschap toch de zogenaamde “bovengeschikte” domineert.

Kritiek onschadelijk maken

Als een ander je aanspreekt op iets dat je verkeerd hebt gedaan, kun je met veel pathos en vibratie in je stem uitroepen: “Oh ja, ik zal het wel weer gedaan hebben; ja hoor, geef mij maar weer de schuld!”.

De ander krijgt zelfs de neiging zijn excuses te maken en te zeggen dat hij het allemaal niet zo kwaad bedoeld heeft. Daarbij wordt dus een omgekeerde excuussituatie gecreëerd.