Posts tonen met het label pubers. Alle posts tonen
Posts tonen met het label pubers. Alle posts tonen

maandag 3 mei 2021

Vragen tijdens de puberteit

Tijdens de puberteit (de overgang van kind naar volwassene) is het belangrijk om een stevige identiteit te krijgen en een eigen plek in de maatschappij te vinden.


Pubers stellen daarbij vragen:

- wie ben ik,

 

Bij de vraag ‘wie ik ben’ staat centraal hoe de puber denkt, doet en voelt. De vraag ‘wie ben ik’ leidt naar meer bewustwording over de eigen identiteit.

 

- wie wil ik zijn en

 

Een puber experimenteer en zoekt uit wie hij of zij is of wil zijn.

De puber gaat zijn eigen weg. Gaat worden wie hij of zij is of wil zijn. Vormt zijn identiteit.

 

- hoe zien anderen mij.

 

Veel pubers zijn onzeker en hebben weinig zelfvertrouwen. Puberteit is een tijd van veel veranderingen en onzekerheid. Dat is normaal en het hoort bij de ontwikkeling. De puber stelt zich vaak de vraag ‘hoe zien anderen mij’. Hoe krijgt de puber meer zelfvertrouwen?

 

Nadenkend over zichzelf en experimenteren met verschillende rollen. Pubers vormen door de tijd heen een coherent beeld van zichzelf. Pubers vinden dan hun plek in de samenleving en voelen zich door anderen aanvaard om wie ze zijn.

woensdag 20 maart 2019

Puberbrein

Hersenonderzoek heeft laten zien dat de vaardigheid om eigen gedrag te controleren en flexibel aan te passen aan een veranderende omgeving samenhangt met een graduele toename van activiteit in de frontale cortex. 

Verwerking van emoties in de evolutionair oude limbische hersengebieden, vertonen juist een piek in activiteit in de adolescentie. 

Dit heeft geleid tot een beter begrip van hoe adolescenten met risico’s omgaan, maar ook met sociaal gevoelige situaties, zoals in relaties met leeftijdgenoten.

maandag 9 december 2013

Praten met je puber



Een aantal bekende valkuilen, plus manieren om ze te omzeilen:


Wél handig


Niet zo handig


Oprechte interesse tonen: 
'Vertel! Ik wil het écht weten.'

Uw wijsheid doseren: 
'Ik zeg dit wel tegen je, maar dat zul je zelf ook wel weten.'

Geef uw kind een ik-boodschap. Met een jij-boodschap zeg je letterlijk: jíj doet iets fout. 
"Je bent alwéér te laat thuis." Om te benadrukken wat het met jezelf doet, kun je beter zeggen: "Ik lig wakker als je later thuiskomt dan afgesproken." Met een ik-boodschap zeg je dus: ik zou het graag anders zien. En dat is een heel andere opening van het gesprek.'

Houd afstand. Ouders doen er goed aan om duidelijke grenzen te stellen en het proces verder vooral belangstellend vanaf de zijlijn te bekijken. 'Blijf jezelf, blijf kalm en vertrouw erop dat je straks je kind weer terugkrijgt.'

Doe net als Socrates. Interesse tonen, doorvragen en meer luisteren dan zelf vertellen. U zult versteld staan tot welke inzichten zo'n gesprek kan leiden, als uw puber zich gelijkwaardig behandeld en gerespecteerd voelt.

Je puber weet het soms beter Probeer in uw achterhoofd te houden dat er dingen zijn waarvan uw kind soms meer verstand heeft dan u. Vraag bijvoorbeeld: 'Wat is eigenlijk het verschil tussen Hyves en Facebook?' of 'Wat maakt een docent in jouw ogen tot een goede leraar?'

Houd uzelf staande Niet: je autoriteit laten gelden, maar: staan voor wat je werkelijk voelt, vindt en denkt. 'Dat straalt pas écht gezag uit. Kinderen herkennen onmiddellijk of je de regels die je stelt, zelf ook naleeft.'


Bevelen 
'Ga nu je kamer opruimen'

Dreigen 
'Als je nu niet ophoudt, dan...'

Preken 
'Je weet niet half hoe goed je het hebt'

Bedelven onder de argumenten 
'Je moet leren omgaan met geld, want uit onderzoek blijkt...'

Oplossingen aandragen 
'Als ik jou was, zou ik...'

Oordelen, bekritiseren 
'Wat je zegt is helemaal niet waar', 'Je bent zo onverantwoordelijk'

Overmatig prijzen 
'Het is zó knap dat je behalve school en sport ook nog een baantje hebt'

Belachelijk maken en schelden 
'Typisch iets voor jou, zo'n stomme reactie'

Analyseren en psychologiseren 
'Volgens mij bedoel je eigenlijk iets anders'

Troosten zonder het probleem te erkennen 
'Wat het ook is, het komt allemaal weer goed'

Controleren 
'Waarom was je niet bereikbaar?'

Afleiden, bagatelliseren 
'Zullen we het over iets gezelligs hebben?'