Posts tonen met het label welbevinden. Alle posts tonen
Posts tonen met het label welbevinden. Alle posts tonen

woensdag 22 januari 2020

Positieve gezondheid op school

In 2011 lanceerde arts Machteld Huber het concept Positieve Gezondheid. 



Positieve gezondheid is een benaderingswijze binnen de gezondheidszorg die niet de ziekte, maar een betekenisvol leven van mensen centraal stelt. Het accent ligt op de veerkracht, de eigen regie en het aanpassingsvermogen van de mens en niet op de restricties of de ziekte zelf.

Positieve Gezondheid is de uitwerking in de volgende zes dimensies:

1
 Lichaamsfuncties
Ik voel me gezond en fit.
2
 Mentaal welbevinden
Ik voel me vrolijk
3
 Zingeving
Ik heb vertrouwen in mijn eigen toekomst
4
 Kwaliteit van leven
Ik geniet van mijn leven
5
 Meedoen
Ik heb goed contact met andere mensen
6
 Dagelijks leven
Ik kan goed voor mezelf zorgen




De insteek van Positieve Gezondheid is niet gericht op het probleem of de ziekte, maar is vooral gericht op de kwaliteiten van de persoon. Met deze bredere benadering draag je bij aan het vermogen van mensen om met de fysieke, emotionele en sociale uitdagingen in het leven om te gaan en door zo veel mogelijk eigen regie te voeren.

Wat kan Positieve gezondheid betekenen voor school?
Positieve gezondheid raakt aan belangrijke doelen van de school. Het gaat het in essentie om vaardigheden die leerlingen nodig hebben voor hun leven en om te leren. Positieve gezondheid sluit naadloos aan bij het ontwikkelen van de 21st century skills.

Positieve gedrag benadrukken op school en kinderen veerkrachtiger maken. Positieve gezondheid stimuleert de school om niet langer te werken vanuit problemen, zoals pesten. Maar om te gaan voor positieve aspecten, zoals plezier hebben, respect voor elkaar, en veiligheid. Ook kan positieve gezondheid mensen anders laten kijken naar regels op school. In plaats van negatief gedrag te verbieden, helpt het concept juist het positieve gedrag benadrukken.

Positieve gezondheid helpt ervoor zorgen dat de school een plek is waar je als leerling met plezier naartoe komt. Het is de plek die je helpt leren hoe je grip houdt op je leven. Waar je leert te reflecteren op hoe het met je gaat, wat er moet gebeuren, en wie je daarbij kan helpen. Het is de plek waar je leert dealen met wat er op je pad komt.

Positieve gezondheid legt de nadruk op het veerkrachtiger maken van kinderen. Bij veerkracht draait om drie belangrijke elementen; het leven begrijpen, grip hebben op het leven en zin kunnen geven aan het leven. Wat wil je nog meer op een school?

Positieve gezondheid en Gezonde School 
Op scholen maken veelvuldig gebruik van het onderwerp Gezonde School. De zes dimensies van positieve gezondheid zijn allemaal uit te werken in deze Gezonde School-aanpak.

Positieve gezondheid
Gezonde School-aanpak
1. Lichaamsfuncties
-Bewegen.
-Voeding.
-Fysieke klachten, pijn en de beleving ervan.
-De energie die je als kind ervaart, en wat dat je vertelt over je conditie.
2. Mentaal welbevinden
-Emoties.
-Eigenwaarde.
-Zelfrespect.
-Eigen regie.
-Veerkracht.
-Gevoel van controle.
3. Zingeving
Filosofische vragen over het leven, zoals:
-Wat kun je als kind?
-Wat drijft je?
-Lukt het je om je levenssituatie te accepteren zoals die is?
4 - Kwaliteit van leven / dagelijks functioneren
-Basisvaardigheden om jezelf te kunnen redden, zoals aankleden en brood smeren.
-Gezondheidsvaardigheden, zoals tandenpoetsen en eigen (gezonde en ongezonde) keuzes maken.
-Levensvaardigheden, zoals zorgen voor jezelf en zorgzaam zijn voor elkaar.
5. Meedoen / maatschappelijk functioneren
-Sociale en communicatieve vaardigheden.
-Betekenisvolle relaties aangaan.
-Vriendschappen duurzaam onderhouden.
-Omgaan met elkaar.
-Elkaar accepteren zoals je bent.
6. Dagelijks leven / kwaliteit van leven
-Welbevinden.
-Geluk beleven, genieten.
-Lekker in je vel zitten, in balans zijn.
-Levenslust.

zondag 2 juni 2019

Positieve psychologie - Martin Seligman

Als je mijn blog hebt gelezen over Sonja Lyubomirsky en haar boek “The how of hapiness”, dan moet je zeker even kijken naar de TED talk van Martin Seligman over positieve psychologie.



Martin E.P. Seligman is een Amerikaanse psycholoog en voormalig voorzitter van de American Psychological Association. Martin Seligman heeft meerdere boeken en artikelen over positieve psychologie geschreven, zoals Authentic Happiness (in Nederland uitgebracht als Gelukkig zijn kun je leren). Seligman is ook directeur van het Centrum voor Positieve Psychologie van de Universiteit van Pennsylvania.

zaterdag 1 juni 2019

The how of hapiness / Geluk is een werkwoord - Sonja Lyubomirsky

We leven in een tijd waar om de haverklap nieuwe artikelen verschijnen over hoe je gelukkig kunt worden en blijven, hoe je je leven bevredigender, productiever en prettiger kunt maken. Sonja Lyubomirsky is wetenschapper (hoogleraar psychologie aan de universiteit van Californië, Riverside) en auteur van het boek “The how of hapiness”.


In het boek “The how of hapiness” van Sonja Lyubomirsky worden de nieuwste ontdekkingen op het gebied van het geluksonderzoek verzameld en geïnterpreteerd. 

Sonja Lyubomirsky gebruikt deze ontdekkingen als uitgangspunt om mensen te leren hoe ze een hoger en duurzaam niveau van welbevinden kunnen bereiken.


Gelukkige mensen hebben gewoon geluk, dacht Sonja Lyubomirsky vroeger. Die zijn gelukkig geboren. Na jaren wetenschappelijk onderzoek naar geluk, denkt zij daar anders over. Gelukkige mensen hebben wel een voorsprong sinds hun geboorte, maar zij hebben ook in de gaten dat je hard moet werken om gelukkig te worden, te zijn en te blijven. Geluk is immers een werkwoord, schrijft de in haar boek “The how of hapiness” (Nederlandse vertaling is “De maakbaarheid van het geluk”).


De 50-10-40 regel


50%
Vijftig procent van ons geluksgevoel is genetisch / erfelijke bepaald. Dat is dus pech of mazzel. Het is het basisniveau waarmee we zijn geboren en waar we niets aan kunnen veranderen.

10%
Onze levensomstandigheden (zijn we rijk of arm, mooi of lelijk, getrouwd of single) bepalen maar zo’n tien procent van ons geluk / welbevinden.

40%
Winst valt te behalen in de resterende veertig procent. Op dat deel kunnen we zelf veel invloed uitoefenen met ons gedrag en met onze manier van denken. 40% halen we dus uit de activiteiten die we zelf ondernemen


Natuurlijk zijn deze percentages gemiddelden. Het zal niet bij iedereen 50-10-40 procent zijn. Maar er is veel wetenschappelijk bewijs dat ongeveer de helft van ons geluksniveau aangeboren is.

Sonja Lyubomirsky beschrijft in haar boek wel een aantal zogenaamde geluksstrategieën.

1-Zorgen voor je lichaam, bijvoorbeeld door sport of meditatie.
2-Zorgen voor je ziel, bijvoorbeeld met geloof of spiritualiteit.
3-Dankbaarheid tonen.
4-Sociale contacten koesteren.
5-Vermijd piekeren en jezelf niet vergelijken met anderen.
6-Vriendelijk zijn.
7-Geëngageerd werken aan je doelen.
8-Voed en versterk je optimisme.
9-Ontwikkel strategieën voor moeilijke tijden.
10-Leer te vergeven.
11-Zorg voor ‘flow’ ervaringen (een mentale toestand waarin een persoon volledig opgaat in zijn of haar bezigheden, zie ook Mihaly Csikszentmihalyi).
12-Geniet ook van de geneugten van het leven.

Uit experimenten blijkt dat mensen die dagelijks een paar van deze strategieën toepassen, significant meer geluksgevoelens hebben. Het zal aanvankelijk wat geforceerd aanvoelen om een aantal geluksstrategieën uit te voeren, maar uiteindelijk zullen het vaste en gezonde gewoonten worden.

Uit onderzoek blijkt dat mensen die doelen buiten zichzelf najagen (zoals macht, geld, schoonheid) gemiddeld mínder gelukkig zijn. De vraag is natuurlijk waarom mensen die fout toch steeds weer maken. Waarschijnlijk omdat we die kick krijgen, die kick namelijk uitermate werkt verslavend. Als we een cosmetische operatie laten doen, dan voelen we ons echt mooier, beter, gelukkiger. Alleen is dat gevoel binnen een jaar weer verdwenen.”

Beter is het om trouw en dagelijks die veel minder extravagante en bovengenoemde 12 geluksstrategieën toe te passen. Sonja Lyubormirsky zegt in haar boek; “Dat is hard werken, maar het is het waard. Mensen die gelukkig zijn, blijken ook gezonder, productiever, creatiever en socialer te zijn. Hun omgeving profiteert daar ook van. Door zelf gelukkiger te worden, kun je meer betekenen voor andere mensen.”

donderdag 23 mei 2019

ErvaringsGericht Onderwijs (EGO)

De Belgische onderwijskundige Ferre Laevers wordt beschouwd als de grondlegger van het ErvaringsGericht Onderwijs.



ErvaringsGericht Onderwijs gaat ervan uit dat leerlingen een optimale ontwikkeling doormaken als ze betrokken werken en met plezier naar school gaan. Het onderwijsconcept ErvaringsGericht Onderwijs gaat uit van betrokkenheid en het welbevinden van leerlingen.

ErvaringsGericht Onderwijs houdt zich niet zozeer bezig met het eindproduct, maar veel meer met het proces dat zich afspeelt in de leerlingen en in de groep/klas.


De drie hoekstenen
ErvaringsGericht Onderwijs heeft drie hoekstenen:

De drie hoekstenen van ErvaringsGericht Onderwijs zijn:

1 - Vrije initiatief,
2 - Milieuverrijking en
3 - Ervaringsgerichte dialoog.

1
Vrije initiatief
Het vrije initiatief beantwoordt aan de behoefte van leerlingen om de wereld om hen heen te verkennen.

Leerlingen werken gemotiveerder aan een opdracht als zij daar zelf voor gekozen hebben en als het hun interesse heeft.

2
Milieuverrijking
Milieuverrijking duidt op een rijke leeromgeving met uitdagende activiteiten en materialen, die overzichtelijk ingericht is.

Dit vraagt een goede voorbereiding. De docent is hierbij begeleider en observator.

3
Ervaringsgerichte dialoog
Hierbij is het van groot belang dat de docent een goede band opbouwt met de leerlingen.

De ervaringsgerichte dialoog is gebaseerd op aanvaarding, echtheid en empathie. Door een empathische houding van de docent voelen leerlingen zich begrepen en kan de docent hen beter begeleiden.



Betrokkenheidsfactoren
Omdat dit concept uitgaat van de betrokkenheid van leerlingen, wordt rekening gehouden met vijf factoren die de betrokkenheid stimuleren:

De betrokkenheidsfactoren zijn:
1 - Een goede sfeer en relatie,
2 - Het juiste niveau,
3 - Aansluiten bij de leefwereld,
4 - Afwisselende activiteiten en
5 - Ruimte voor keuzes.

1
Een goede sfeer en relatie.
Leerlingen moeten zich veilig en geaccepteerd voelen. De docent houdt rekening met het karakter en de thuissituatie van het leerling en speelt daar goed op in.

2
Het juiste niveau.
Leerlingen moeten uitgedaagd worden voor opdrachten. De docent houdt bij de activiteiten rekening met het leervermogen en de ontwikkeling van het leerling.

3
Aansluiten bij de leefwereld.
Leerlingen vinden activiteiten die dicht bij de werkelijkheid liggen, veel zinvoller dan opdrachten die hen niet raken. De docent moet zich verdiepen in de leefwereld van de leerlingen en goed luisteren naar de onderwerpen die zij aandragen.

4
Afwisselende activiteiten.
Leerlingen willen niet alleen maar stilzitten en luisteren, ze willen graag dingen doen. Dat wil niet zeggen dat alles druk moet zijn, want activiteiten en rust kunnen best samengaan.

5
Ruimte voor keuzes.
Leerlingen krijgen veel mogelijkheden om te kiezen. De docent geeft veel ruimte voor de initiatieven van de leerlingen.



Werkvormen
Aan de hand van de vijf betrokkenheidsfactoren zijn vijf werkvormen ontwikkeld. Ze sluiten helemaal aan bij de grondgedachtes achter ErvaringsGericht Onderwijs.

De werkvormen zijn:
1 - kringen en forum,
2 - contractwerk,
3 - projectwerk,
4 - ateliers en
5 - vrije keuze.

1
Kringen en forum
De kring is een ontmoetingsplek waar leerlingen gedachten en ervaringen uitwisselen. Er zijn verschillende soorten kringen, een ervan is de evaluatiekring. Dan worden de activiteiten geëvalueerd en wordt gecheckt of de doelen behaald zijn.

Er is sprake van een forum als er meerdere klassen tegelijk bij elkaar komen om te overleggen of te plannen.

2
Contractwerk
In het contractwerk wordt vastgelegd wat voor activiteiten de individuele leerling gaat doen. Het contractwerk wordt uitgevoerd in een afgesproken tijd, bijvoorbeeld binnen een week. Elke keer krijgen de leerlingen de tijd om aan deze taken te werken, tijdens de zogenaamde contractwerktijd. Binnen deze grenzen kan de leerling zelf beslissen hoelang hij over een opdracht doet en welke taak hij het eerst uitvoert.

3
Projectwerk
Het projectwerk gaat over een bepaald thema of een probleem, wat de leerlingen aanspreekt. Het projectwerk gebeurt altijd in een cyclus van onderzoeken en rapporteren.

4
Ateliers
Bij ateliers ligt de nadruk op het actief bezig zijn. Voor ateliers wordt apart tijd vrijgemaakt, bijvoorbeeld een morgen of een middag. Leerlingen kunnen dan kiezen uit activiteiten met bijzondere materialen. Vaak worden de activiteiten ook op een andere plek uitgevoerd en hebben de leerlingen er speciale begeleiding bij nodig.

5
Vrije keuze
Bij vrije keuze kunnen de leerlingen kiezen uit een ruim aanbod van opdrachten die op hun niveau en interesses zijn afgestemd. Hierbij krijgen de leerlingen veel vrijheid.



ErvaringsGericht Onderwijs gaat ervan uit dat leerlingen een optimale ontwikkeling doormaken als ze betrokken werken en met plezier naar school gaan. ErvaringsGericht Onderwijs gaat uit van betrokkenheid en het welbevinden van leerlingen.


Welbevinden
Welbevinden zegt iets over hoe het met je gaat.
Welbevinden is een belangrijk sleutelbegrip bij het ErvaringsGericht Onderwijs. Het welbevinden van leerlingen groeit als de docent tegemoet komt aan de basisbehoeften: als de leerling zich veilig, geaccepteerd en gewaardeerd voelen. Maar welbevinden heeft ook te maken met het leerling zelf, of de leerling een positief zelfbeeld heeft en hoe hij/zij zijn/haar gevoelens beleeft. Signalen van welbevinden zijn: spontaniteit, genieten, ontspannen zijn en zich open opstellen.
Een hoog welbevinden zorgt voor een goede emotionele ontwikkeling. Het is dus belangrijk dat leerlingen zich goed voelen.


Betrokkenheid
Betrokkenheid zegt iets over hoe je het doet.
Betrokkenheid is ook een belangrijk sleutelbegrip binnen het ErvaringsGericht Onderwijs. Een betrokken leerling is namelijk geconcentreerd en gemotiveerd bezig. Het vergt veel energie en zorgt voor voldoening. Leerlingen worden betrokken als een activiteit aansluit bij hun drang om te verkennen en hun niveau. Als een leerling betrokken is, is dat ook te merken aan zijn houding, expressie en reactiesnelheid. Bij een hoge betrokkenheid zit de leerling op de grens van zijn mogelijkheden.


Welbevinden

Betrokkenheid

Welbevinden zegt iets over hoe het met je gaat.

Betrokkenheid zegt iets over hoe je het doet.

Het welbevinden van leerlingen groeit als de docent tegemoet komt aan de basisbehoeften: als de leerling zich veilig, geaccepteerd en gewaardeerd voelen.

Maar welbevinden heeft ook te maken met het leerling zelf, of de leerling een positief zelfbeeld heeft en hoe hij/zij zijn/haar gevoelens beleeft.
Een betrokken leerling is geconcentreerd en gemotiveerd bezig.

ls een leerling betrokken is, is dat ook te merken aan zijn houding, expressie en reactiesnelheid.


Klik voor meer informatie op de volgende link:
https://docplayer.nl/8549905-Wat-het-betekent-voor-de-aanpak-het-proces-en-de-output-van-onderwijs-prof-dr-ferre-laevers-expertisecentrum-ervaringsgericht-onderwijs-kuleuven.html