Posts tonen met het label coöperatief leren. Alle posts tonen
Posts tonen met het label coöperatief leren. Alle posts tonen

dinsdag 17 december 2019

Teaching and Learning Toolkit

Welke maatregelen helpen de ontwikkeling van 5 -tot 16-jarigen het sterkst vooruit en zijn zonder al te grote kosten in het onderwijs in te voeren?

Op de website van de Britse Education Endowment Foundation vind je de “Teaching and Learning Toolkit”, die op basis van het beschikbare wetenschappelijke onderzoek een rangorde van de meest werkzame maatregelen in het onderwijs aanbiedt.


De lijst van de toppers (relatief lage kost- relatief hoge opbrengst) ziet er als volgt uit:

Maatregel
Kosten
Empirische evidentie
Impact (in maanden)
Feedback
*
***
+8
Metacognitie en zelfsturing
*
****
+7
Onderwijs in leesstrategieën
*
****
+6
Huiswerk in VO
*
**
+5
Mastery learning
*
***
+5
Coöperatief leren
*
****
+5
Peer tutoring
*
****
+5
Mondelinge interactie
*
****
+5



Feedback
De feedback die het best werkt, informeert leerlingen over hoe ze hun prestatie kunnen verbeteren en vooropgestelde doelen beter kunnen behalen, en motiveert hen tegelijkertijd om dat te doen. Dergelijke feedback kan zowel van de leraar als van andere leerlingen komen, en kan zowel mondeling, schriftelijk of digitaal worden aangeboden. De grootste kost die hiermee gemoeid is het investeren in de professionele deskundigheid van leerkrachten om goede feedback te leren geven en zichzelf op dat vlak te leren monitoren (en dat is een rode draad die ook bij de andere topmaatregelen blijkt terug te komen…)

Metacognitie en zelfsturing
“Metacognitie en zelfsturing” draait om ondersteuning/instructie die leerlingen helpt om cognitieve, metacognitieve en motivationele strategieën te leren hanteren waarmee ze hun leerprocessen zelf kunnen plannen, monitoren en evalueren. Doel van de instructie moet zijn dat de leerlingen bij het uitvoeren van leertaken zelf keuzes kunnen maken uit een strategisch repertoire. Ook hier draait de kost om het opleiden en ondersteunen van leraren om metacognitie en zelfsturing te bevorderen, en om actie-onderzoek te kunnen opzetten om de effecten van hun interventies op te volgen.

Onderwijs in leesstrategieën
“Onderwijs in leesstrategieën” was dus niet toevallig een van de vijf didactische sleutels voor beter begrijpend-leesonderwijs in de recente VLOR-studie. De effecten op leerwinst gaan echter verder dan het pure begrijpend lezen: er is impact op de algehele leerwinst die leerlingen boeken. Werkzame leesstrategieën die in dit overzicht worden genoemd, zijn: “inferring meaning from context; summarising or identifying key points; using graphic or semantic organisers; developing questioning strategies; and monitoring their own comprehension and identifying difficulties themselves.”

Huiswerk
Bij huiswerk wordt benadrukt dat de impact, alhoewel gemiddeld sterk, toch erg variabel is en er veel afhangt van het soort huiswerk dat wordt gegeven. De effecten zijn meer bescheiden “if homework is more routinely set (e.g. learning vocabulary or completing practice tasks in mathematics every day).” Huiswerken die goed aansluiten bij inhoud die in de les aan bod is gekomen en die doelgericht en betekenisvol zijn, hebben meer effect, vooral als er feedback op het huiswerk wordt gegeven. In het basisonderwijs heeft huiswerk minder effect dan in het secundair onderwijs.

Mastery learning
Mastery learning staat voor een gedifferentieerde aanpak, waarbij leerlingen stapsgewijs de leerstof onder de knie krijgen en pas mogen doorstoten naar het volgende pakketje leerstof als ze het vorige hebben verworven. Dat leidt er bijvoorbeeld toe dat sommige leerlingen extra oefening en begeleiding krijgen bij de basisstof, terwijl andere leerlingen al uitbreidingstaken uitvoeren. “Mastery learning appears to be particularly effective when pupils work in groups or teams and take responsibility for supporting each other’s progress.”  Ook hier is er variatie in de effectgroottes, wat aantoont dat het goed geïmplementeerd moet worden door leraren om het echt goed te doen werken (daar zit dan ook de kost). Het is ook opvallend dat kortere interventies (rond specifieke leerstofgehelen of doelen) beter werken dan langere periodes van mastery learning.

Coöperatief leren
Coöperatief leren is niet gelijk aan leerlingen zomaar in groepjes laten samenwerken. De effecten zijn systematisch positief als aan een aantal voorwaarden is voldaan: de leerlingen werken aan uitdagende, goed gestructureerde en betekenisvolle taken met een duidelijk doel voor ogen, ze moeten elkaar helpen en met elkaar communiceren om tot een gezamenlijk eindproduct te komen (bv. omdat alle leden over unieke informatie beschikken) en ze worden begeleid door betrokken leerkrachten.

Peer tutoring
Peer tutoring kan verschillende vormen aannemen (bv. een oudere leerling is tutor van een jongere leerling, of een meer vaardige leerling is de tutor van een minder vaardige leerling). De effecten zijn het meest positief als de tutor training krijgt (bv. in vraagstelling en begeleiding), en als peer tutoring niet in de plaats komt van het reguliere onderwijs, maar als aanvulling (bijvoorbeeld om bepaalde vaardigheden in te oefenen).

Mondelinge interactie
Mondelinge interactie gaat over de kwaliteitsvolle bespreking van lesinhouden en gelezen teksten. Ook dit was een van de vijf didactische sleutels van beter begrijpend-leesonderwijs, en de website rapporteert vooral effecten van diepgaande, kwaliteitsvolle interactie tussen leraar en leerlingen tijdens begrijpend-leeslessen. De impact van de mondelinge interactie op woordenschatverwerving blijkt het grootst als de pogingen tot uitbreiding van woordenschat goed zijn ingebed in betekenisvolle gesprekken over de leerstof (of de gelezen tekst) en ze een actief gebruik van de woordenschat stimuleren.


De website vermeldt nog een paar andere maatregelen met stevige impact (+5), zoals vroegschoolse interventies en individuele ondersteuning, maar die vallen qua kost een pak hoger uit. Bijzonder bemoedigend is dat veel van de bovenstaande topmaatregelen zowel een positieve impact hebben op “excellence” (hoge prestaties) als “equity” (gelijke onderwijskansen).

Twee maatregelen met weinig effect
Twee maatregelen krijgen in de ranglijst een negatieve score: enerzijds zittenblijven (-4), en dat is bovendien een maatregel die bijzonder veel geld kost, en anderzijds “setting or streaming” (-1), waarbij leerlingen van diverse niveaus systematisch uit elkaar worden getrokken en in aparte stromen, studierichtingen of onderwijsvormen worden gezet.

Zie voor meer informatie / bronmateriaal:
1 - https://educationendowmentfoundation.org.uk
2 - https://educationendowmentfoundation.org.uk/public/files/Toolkit/complete/EEF-Teaching-Learning-Toolkit-October-2018.pdf en 
3 - https://duurzaamonderwijs.com/ 

zondag 1 februari 2015

Samenwerkend leren - Coöperatief leren

Samenwerkend leren is in de vijftiger jaren als cooperative learning ontstaan in de Verenigde Staten van Amerika (Johnson en Johnson), toen in het onderwijs naar vormen gezocht werden om leerlingen te laten samenwerken. Samenwerkend leren onderscheid zich onder meer van ongestructureerde samenwerking door (leer)doelgerichte groepssamenstelling, gedeeld leiderschap en aandacht voor sociale vaardigheden en groepsprocessen.

https://www.leraar24.nl/leraar24-portlets/servlet/document?id=89e2522a-a6b9-41ba-8035-d7a57b3539d9.

Samenwerkend leren noemen we pas werkelijk samenwerkend leren als aan vijf sleutelbegrippen is voldaan:

https://www.youtube.com/watch?v=r_8uzEA0oWo

Positieve wederzijdse afhankelijkheid
Hiermee wordt bedoeld dat leerlingen elkaar echt nodig moeten hebben. Succesvol afsluiten in je eentje moet onmogelijk zijn. Dat kan door organisatie/verdelen van taken, bronnen of rollen. Dat laatste is een krachtig middel, bijvoorbeeld door een schrijver, op-zoeker, materiaal-chef, rekenaar enzovoorts aan te wijzen.
Individuele aanspreekbaarheid
Wanneer dit niet door leerlingen gevoeld wordt, doet zich vaak 'liften' voor: Meedoen zonder medeverantwoordelijkheid of bijdrage, er maar een beetje bijhangen. Taken en rollen voorkomen dit al enigszins, maar het moet leerlingen ook duidelijk zijn dat individuele leerwinst vereist is, bijvoorbeeld door een combinatie met individuele presentatie of toetsing. Een sterk middel is als leerlingen er aan gewend zijn dat de docent altijd willekeurig een groepslid aanwijst om te rapporteren.
Directe interactie
Daaronder wordt verstaan dat men met de neuzen tegen elkaar zit. Dat betekent meestal schuiven met de tafeltjes, zo dat alle leerlingen van de groep elkaar zonder moeite aan kunnen kijken. Drie op een rij past daar niet bij.
Sociale vaardigheden
Aandacht voor sociale vaardigheden speelt een grote rol bij samenwerkend leren. Uit onderzoek blijkt dat samenwerkend leren effectiever verloopt wanneer leerlingen over sociale vaardigheden beschikken.
Reflecteren op inhoud, leerproces en groepsproces
Het is van belang om na afloop van de samenwerking, de groepsleden met elkaar bespreken hoe zij de samenwerking ervaren hebben. Wat ging er goed en wat zou er in de toekomst beter kunnen? De leerlingen zijn verantwoordelijk voor zowel het eigen als het gezamenlijke leerproces en groepsproces. Samenwerkend leren ontstaat wanneer leerlingen samenwerken om doelen te bereiken. En reflecteren maakt de leerling bewust van het leerproces. Wanneer de leerling reflecteert op sociale vaardigheden kan dit inzicht geven in zijn of haar sterke en zwakke punten.

Drie veelgebruikte samenwerkingsvormen die wel alle kenmerken van effectief samenwerken in zich dragen, gemakkelijk te organiseren zijn en met enige variatie docenten een breed repertoire geven zijn:

Check-in-duo’s

Deze samenwerkingsstructuur is vooral geschikt voor opdrachten met eenduidige antwoorden, bijvoorbeeld bij huiswerk correctie. De leerlingen vergelijken hun antwoorden, worden het eens en vergelijken eventueel nogmaals met een duo voor of achter hen. De leerkracht bespreekt vervolgens alleen die antwoorden die problemen opleveren.

Denken-delen-uitwisselen

Deze samenwerkingsstructuur is meer op begrijpen dan op weten gericht, en ook geschikt als er meer dan één goed antwoord is. De docent wil hardop denken faciliteren. De stappen zijn individueel –in stiltedenken/noteren, hardop delen in tweetal, uitwisselen met de groep met de docent als gespreksleider. Het is belangrijk de stappen zorgvuldig en elk afzonderlijk vorm te geven, anders dreigt ongestructureerde samenwerking als wederzijdse afhankelijkheid en individuele aanspreekbaarheid niet voelbaar zijn. Bij deze twee vormen is regelmatig wisselende duo’s aan te bevelen.

Eenvoudige experts

Experts gaat over het verdelen van de inhoud of taken in ongeveer gelijke delen, waarna de groepsleden verantwoordelijk zijn voor hun deel, afzonderlijk van elkaar daaraan werken en vervolgens de opbrengst binnen hun groep delen/overdragen. De wederzijdse afhankelijkheid en individuele aanspreekbaarheid zijn het grootst als iedereen verondersteld wordt alle (deel) inhouden na afloop te kennen/kunnen. Eenvoudige experts kan de snelle simpele vorm hebben van alle vier in de groep ‘even’ een andere som oefenen en elkaar vervolgens uitleggen, maar ook complexer zijn met bijvoorbeeld verschillende taken in een grotere opdracht. De docent is dan minder sturend en als procesbegeleider op de achtergrond aanwezig.




http://innovatie.kennisnet.nl/wp-content/uploads/2014/02/RapportGripSamenwerkendLeren_def.pdf