vrijdag 30 april 2021

Matrix of Feedback for Learning

Vier niveau's van feedback
Hattie en Timpeley onderscheiden vier niveaus waarop feedback gegeven kan worden:


1 - Taakgericht
Taakgerichte feedback is gericht op het uitvoeren van de taak. Deze vorm is zeer effectief, omdat de student gerichte informatie krijgt over het presteren bij het werken aan een taak (Hattie en Timperley, 2007). Feedback op taakniveau is helemaal effectief wanneer deze de leerling ook zicht geeft welke effectieve strategieën hij kan inzetten om zijn leerdoel (nog) beter te realiseren.

Voorbeeld:
Doordat je je inleiding met een pakkend voorbeeld bent begonnen, is het boeiender geworden om te lezen.


2 - Procesgericht
Procesgerichte feedback richt zich op het onderliggende proces die aan de taak ten grondslag ligt. Denk daarbij aan de manier waarop de leerling zijn eigen fouten opspoort of in welke volgorde hij komt tot een oplossing van een vraagstuk. Terugkoppeling op dit procesniveau leert leerlingen hoe zij leren en is ook toe te passen bij andere taken of opdrachten.

Voorbeeld:
Je moet je in het vervolg eerst breder oriënteren op een onderwerp, voordat je een hoofdvraag formuleert.


3 - Op zelf-regulatie gericht
Zelfregulerende feedback gaat over de wijze waarop leerlingen hun handelen monitoren en reguleren. Expliciete aandacht voor metacognitieve vaardigheden helpt studenten om hun werk beter aan te pakken. Een leerling leert door deze feedback om zelfstandiger te leren.
Zelfregulatie is het vermogen om aandacht, gevoelens en gedrag te reguleren zodat je effectief aan externe en interne eisen tegemoet kan komen

Voorbeeld:
Lees de volgende keer je antwoorden op de toets eerst nog een keer door, ook al ben je het zat.


4 - Op de persoon zelf gericht
Persoonsgericht feedback is gericht op de ‘persoon’ van de leerling. Denk bijvoorbeeld aan opmerkingen als ‘Wat ben je toch een slim kind’ of negatief ‘Jij bent echt een sloddervos’. Hoewel dit soort feedback vaak wordt gegeven, leidt het veelal nooit tot verbeterde resultaten. Feedback moet zich focussen op hetgeen waar de leerling controle over heeft, zodat hij zich hierop kan ontwikkelen.  

Voorbeeld:
Wat ben je toch een slim kind!



Feed up, feedback en feed forward

Feedback leggen we uit in drie verschillende stappen van een toets, waarbij we gebruik maken van de begrippen feed up, feedback en feed forward:

1 - Doel          – waar werkt de leerling naar toe?    - (feed up)
2 - Toets         – waar staat de leerling nu?              - (feedback)
3 - Gevolg      – wat heeft de leerling nog te doen? - (feed forward) 

Stap 1

Doel 

Waar werkt de leerling naar toe?

(feed up)


 

Je stelt vast wat het doel is van de les.

 

Stap 2

Toets 

Waar staat de leerling nu?

(feedback)
 

 

In deze stap maak je zichtbaar wat al geleerd is. 

Stap 3

Gevolg 

Wat heeft de leerling nog te doen?

(feed forward) 

 

 

In stap 3 bepaal je het gevolg: wat is er nog te leren? En om welke aanpassing van de les vraagt dit?

Deze stappen blijf je herhalen als docent, maar ook als leerling.

Door de les op deze manier te koppelen aan het doel en aan wat nog te leren is, wordt duidelijk waar de leerlingen naartoe werken.



Matrix of Feedback for Learning
De onderdelen feed up, feedback en feed forward, taakgerichtheid, procesgerichtheid en o
p zelf-regulatie gericht zijn werden verder uitgewerkt in de 'Matrix of Feedback for Learning door Cam Brooks, Annemaree Carroll, Robyn M. Gillies en John Hattie. Zij publiceerden in 2019 het concept in de Australian Journal of Teacher Education

Bron: Brooks, C.,Carroll, A., Gilles, R.M., & Hattie, J. (2019). A Matrix of Feedback for Learning. Australian Journal of Teacher Education, 44


De Nederlandse vertaling van de 'Matrix of Feedback for Learning'.



Matrix of Feedback for Learning (Nederlandse vertaling) 

Niveau van leren

Niveau van feedback

Feedup:

 

Waar ga ik naartoe?

Feedback:

 

Hoe sta ik ervoor?

Feedforward:

 

Wat is mijn volgende stap?

 

 

 

 

Nieuweling

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

In ontwikkeling

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Gevorderd

 

 

Taak

Feedup klinkt als:

 

- “Vandaag leren we …”

- “Als deze taak lukt, ziet het er zo uit… (voorbeeld)”

- “De sleutelcriteria voor succes zijn…”

- “We gaan op zoek naar…”

 

Feedup strategieën:

 

- Maak het minder complex

- Gebruik voorbeelden

- Herken misconcepties

- Gebruik een diagnostische toets om het leerdoel te bepalen

Feedback klinkt als:

 

- “Je begrijpt het leerdoel wel/niet met…”

- “Je hebt de succescriteria wel/niet behaald met…”

- “Je antwoord / opbrengst is wel/niet wat we bedoelen, omdat…”

 

Feedback strategieën:

 

- Vermijd overdreven nadruk op de foutenanalyse

- Feedback geef je direct op het moment

- Laat de feedback aansluiten bij de succescriteria

Feedforward klinkt als:

 

- “Om het leerdoel volledig te begrijpen zou je…”

- “Met de volgende succescriteria … zou je werk sterk verbeteren.”

- “Het toevoegen / weglaten van … zou je werk verbeteren.”

 

Feedforward strategieën:

 

- Gebruik de taal van de succescriteria

- Gebruik scaffolding

- Geef de feedforward tijdig

- Zorg voor uitdaging

- Koppel terug naar het leerdoel

 

 

Proces

Feedup klinkt als:

 

- “De hoofdideeën / concepten in deze taak zijn…”

- “Deze ideeën/concepten staan met elkaar in relatie door…”

- “Cruciale vragen die over deze taak zou kunnen stellen, zijn…”

- “Vaardigheden die je voor deze taak nodig hebt zijn…”

- “Strategieën die je bij deze taak kunt inzetten, zijn…”

 

Feedup strategieën:

 

- Gebruik grafische planningsoverzichten o Gebruik minder scaffolding

- Verhoog de complexiteit

- Gebruik hogere doelen

 

Feedback klinkt als:

 

- “Jouw begrip van de ideeën / concepten van deze taak zijn…” 

- “Jouw denken over deze taak is…” o “Je vertoonde … vaardigheden op … niveau.”

- Je vertoonde … strategieën op … niveau.”

 

Feedback strategieën:

 

- De hoeveelheid feedback mag groeien

- De complexiteit van de feedback mag toenemen

- Gebruik aanwijzingen en hints/signalen

Feedforward klinkt als:

 

- “Om het leerdoel volledig te begrijpen zou je…”

- “Met de volgende succescriteria … zou je werk sterk verbeteren.”

- “Het toevoegen / weglaten van … zou je werk verbeteren.”

 

Feedforward strategieën:

 

- De hoeveelheid feedforward mag groeien

- De complexiteit van de feedforward mag toenemen

- Gebruik aanwijzingen en hints/signalen o Zorg voor uitdaging

 

 

Zelfregulatie

Feedup klinkt als:

 

- “Hoe ga je het leerdoel gebruiken?”

- “Hoe ga je de succescriteria gebruiken?”

- “Op welke andere manieren kun je de vorderingen in je werk bijhouden?”

 

Feedup strategieën:

 

- Verminder het gebruik van voorbeelden

- Richt de aandacht op hogere doelen en de prestatie

Feedback klinkt als:

 

- “Lig je op schema met je werk?”

- “Hoe weet je dat?”

- “Tot welk niveau voldoe je aan de succescriteria?”

- “Lig je op schema met het bereiken van je doel?

- “Hoe weet je dat?”

 

Feedback strategieën:

 

- Stel feedback uit

- De feedback dient wellicht alleen ter verificatie

Feedforward klinkt als:

 

- “Hoe kun je je begrip vergroten?”

- “Hoe kun je je werk verbeteren?”

- “Wat is de volgende stap in jouw leerproces?”

- “Hoe weet je dat?”

 

Feedforward strategieën:

 

- Stel feedback uit

- Maak de lerende minder afhankelijk van het vertrouwen van de leraar

- Vergroot het zelfregulerend vermogen van de lerende

 

 Meer informatie op https://files.eric.ed.gov/fulltext/EJ1213749.pdf


vrijdag 23 april 2021

Keuzes maken

Scholen maken nationaal en internationaal steeds dezelfde onderwijskeuzes. 

Deze keuzes zijn te groeperen in een viertal domeinen:

 

Authentiek leren:

Leerlingen leren beter in situaties dichtbij de werkelijkheid, omdat de leerinhoud relevant is.

 

Flexibel leren:

Het onderwijsaanbod past beter bij wat een specifieke leerling op een specifiek moment nodig heeft.

 

Inzicht in leren:

Leraren, leerlingen en ouders volgen beter hoe en wat leerlingen leren, in plaats van alleen naar resultaten te kijken.

 

Inzet op vaardigheden:

Leerlingen zijn beter voorbereid op het leren, leven en werken van de toekomst, rekening houdend met de balans tussen kennis, houding en vaardigheden.

 

 

Bij het uitvoeren van onderwijsvernieuwing loopt men tegen diverse vraagstukken aan:

- Innoveren op basis van wetenschappelijke inzichten of durven ze te experimenteren?

- Hoe intensief willen scholen leerlingen volgen? Weinig of veel monitoren?

- Hoe moet de verhouding zijn tussen digitaal en niet-digitaal?

- Centraal of decentraal?

 

Die tegenstellingen maken gesprekken op scholen vaak ingewikkeld. In realiteit gaat het echter niet om contrasten, maar juist om een spectrum waarop elke school, in zijn eigen perspectief, zijn eigen positie bepaalt.

 

 

Wat vinden we echt belangrijk?

 

Wat vinden we belangrijk in het onderwijs en tijdens de les? Waar gaan we voor tijdens het lesgeven?

 

Feedback

De feedback die het best werkt, informeert leerlingen over hoe ze hun prestatie kunnen verbeteren en vooropgestelde doelen beter kunnen behalen, en motiveert hen tegelijkertijd om dat te doen. Dergelijke feedback kan zowel van de leraar als van andere leerlingen komen, en kan zowel mondeling, schriftelijk of digitaal worden aangeboden. De grootste kost die hiermee gemoeid is het investeren in de professionele deskundigheid van leerkrachten om goede feedback te leren geven en zichzelf op dat vlak te leren monitoren (en dat is een rode draad die ook bij de andere topmaatregelen blijkt terug te komen…)

De docent bespreekt het (huis)werk en eventuele moeilijkheden. De docent geeft leerlingen feedback op de kwaliteit van hun werk en op de wijze waarop er gewerkt is. De docent evalueert / checkt of het doel van de les door alle leerlingen is bereikt. Gewenst gedrag van leerlingen wordt benoemd en beloond middels positieve feedback (complimenten).

 

Verlengde brugklas

Een tweejarige brugperiode (T2-TH2-HV2-V2).

Groei in de verlengde brugklas naar jouw niveau.

 

Talentontwikkeling

Meer talentontwikkeling en autonomie

In de laatste jaren staat talentontwikkeling op de agenda van een toenemend aantal VO scholen. Bijvoorbeeld begaafdheidsprofielscholen, scholen met specifieke mogelijkheden voor topsport, musici en dansers, scholen met tweetalig onderwijs, technasia, en scholen met vwo-plusklassen cq. Da Vinci klassen. Op deze scholen kunnen getalenteerde leerlingen extra uitdagingen aangaan.

 

Motivatie

In toenemende mate hebben scholen te maken met een afname van de motivatie van leerlingen om te leren naarmate leerlingen ouder worden. Een van de oorzaken voor de dalende motivatie is dat er onvoldoende aansluiting is tussen de onderwijsbehoeften van leerlingen en het leeraanbod op school.

 

Vanuit onderzoek naar de self-determination theory blijkt dat demotivatie afneemt wanneer er een leeromgeving wordt gecreëerd die recht doet aan de drie psychologische basisbehoeften:

1 - autonomie / keuzevrijheid.

2 - relatie / het uiten van waardering voor de leerling.

3 - competentie / de structuur waarbij er heldere doelen en verwachtingen worden gesteld aan leerlingen waardoor zij beter in staat zijn een leeractiviteit uit te voeren.

 

Differentiëren en Mastery learning

 

Differentiëren. De docent is alert op de leerbehoefte van de individuele leerlingen. Docent verkent het startpunt van de leerlingen. Weet (o.a. op basis van een RTTI analyse) wat de speciale leerbehoeften van de individuele leerlingen zijn. Differentieer tijdens de verschillende fasen van de les en geeft gedifferentieerde instructie tijdens de les.

 

De docent weet wie de sterke leerlingen in de groep zijn. Zorgt ervoor dat zij extra uitgedaagd worden en weet welk deel van de verwerking relevant voor hen is.

 

Mastery learning staat voor een gedifferentieerde aanpak, waarbij leerlingen stapsgewijs de leerstof onder de knie krijgen en pas mogen doorstoten naar het volgende pakketje leerstof als ze het vorige hebben verworven. Dat leidt er bijvoorbeeld toe dat sommige leerlingen extra oefening en begeleiding krijgen bij de basisstof, terwijl andere leerlingen al uitbreidingstaken uitvoeren. “Mastery learning appears to be particularly effective when pupils work in groups or teams and take responsibility for supporting each other’s progress.”  Ook hier is er variatie in de effectgroottes, wat aantoont dat het goed geïmplementeerd moet worden door leraren om het echt goed te doen werken (daar zit dan ook de kost). Het is ook opvallend dat kortere interventies (rond specifieke leerstofgehelen of doelen) beter werken dan langere periodes van mastery learning.

 

Flexibiliteit

Invoeren van flex-uren.

Leerlingen meer de regie geven.

 

Intervisie & lesson study

Lesson study is een vorm van teamleren. Teamleden werken daarin samen door stelselmatig te werken aan het verbeteren, vernieuwen en/ of verder ontwikkelen van het onderwijs. Lesson Study is een expliciete werkwijze, waarbij docenten samenwerken aan het planmatig ontwerpen en uitvoeren van een les, waarbij het leren van de eigen leerlingen centraal staat. Volgens onderzoek is Lesson Study en het leren van en met collega’s  is zeer effectief.

 

Zelfregulerend leren

Zelfgestuurd leren houdt in dat de leerling zelfstandig en met zin voor verantwoordelijkheid de sturing voor de leerprocessen in handen neemt. Maar leren is niet vrijblijvend. Leerlingen moeten voortdurend waakhond spelen over hun eigen leerproces. Ze bewaken hun eigen leerproces en reflecteren over hun aanpak. “Ben ik goed bezig?” is een vraag die nooit veraf is.

 

Om zijn eigen leerproces te sturen moet een leerling beschikken over verschillende leerstrategieën. Metacognitieve kennis en vaardigheden, cognitieve vaardigheden, organisatie vaardigheden, motivatie  en zelfreflectie zijn daarbij de nieuwe ordewoorden. Het zelfregulerend leren c.q. het effectiever leren met leerstrategieën wordt uitgebreid beschreven in het boek ‘Effectiever leren met leerstrategieën’ van sociaal psycholoog Pieternel Dijkstra.

 

Ouderbetrokkenheid

Een goede samenwerking tussen school en ouders is essentieel.  Uit diverse onderzoeken blijkt namelijk dat een gezamenlijke verantwoordelijkheid voor opvoeding en onderwijs waarbij ouders en school samen optrekken, de kans op betere onderwijsresultaten en goed sociaal functioneren van jongeren  vergroot en de kans op voortijdige schooluitval juist verkleint.  Met name spontane activiteiten, die min of meer vanzelf tot stand komen – in tegenstelling tot aangespoorde activiteiten – hangen positief samen met leerprestaties.  Ouders en school hebben, met andere woorden, een gemeenschappelijk belang en samen kunnen ze meer dan ieder voor zich. Samen kunnen ze gunstigere omstandigheden creëren voor de ontwikkeling en het leren van jongeren.

 

Meer tijd voor mentoraat en begeleiding

Te weinig tijd en toerusting voor het mentoraat, begeleiding en coaching.

 

De mentor fungeert binnen de school als eerste aanspreekpunt voor de leerling en houdt zicht op de

ontwikkeling van de leerling. Voor een optimale begeleiding van leerlingen dienen mentoren en (leer)coaches meer begeleidingstijd toegewezen te krijgen binnen de jaartaak.

 

Meer maatwerk

We bieden onvoldoende maatwerk in de les/klas. Meer maatwerk in onderwijs moet derhalve zorgen voor meer kansen van onze leerling. Maatwerk zijn die activiteiten van docenten die aansluiten op de leerbehoefte van individuele leerling gericht op het positief beïnvloeden van het leren van de leerling.

 

Hoe kunnen we docenten beter te laten inspelen op de onderwijsbehoefte van hun leerlingen.

Eerst met zijn allen het begrip maatwerk definiëren. Iedereen kijkt op een andere manier naar dingen.

Door die gegevens over leerlingen systematisch te ontsluiten en te analyseren, kunnen docenten beter inspelen op de onderwijsbehoefte van hun leerlingen.

Het doel is dat alle docenten hun lessen voorbereiden op basis van de onderwijsbehoefte van de leerlingen.

 

Kijk voor meer informatie op de volgende link: https://robsegers.blogspot.com/2014/01/maatwerkgericht-werken.html

 

Samenhang tussen vakken

 

In het voortgezet onderwijs is er nauwelijks verbinding, samenhang en samenwerking tussen de verschillende vakken. Samenwerken tussen vakken staat in de belangstelling, maar de praktijk blijkt weerbarstig. Het vergt immers meer overleg en meer afstemming tussen docenten. Zoek daarvoor de connectie tussen de verschillende vakken.

 

Vaardigheden om (leer)gedrag (bij) te sturen

 

Leerlingen beschikken over te weinig vaardigheden om hun (leer)gedrag (bij) te sturen.

 

Leg hierbij de nadruk op diverse volgende vaardigheden. Zoals de hogere-orde denkvaardigheden (analyseren, evalueren en creëren), de creatieve denkvaardigheden (ideeën kunnen genereren, hoeveelheid verschillende ideeën en originaliteit van ideeën), onderzoeksvaardigheden (vaardigheden om door stappen van onderzoekscyclus heen te gaan).

 

Leg ook eens de nadruk op metacognitie en zelfregulatie. Metacognitie is de kennis en vaardigheden die een leerling nodig heeft om zijn eigen leergedrag te controleren en aan te sturen. Het gaat om vaardigheden als het oriënteren op een taak, doelen stellen, plannen, jezelf monitoren, het resultaat evalueren, en reflecteren op het eigen handelen.

 

Bij metacognitieve vaardigheden en zelfregulatie is het van belang om de leerling te het belang van leren te laten inzien. Leerlingen moeten weten hoe je effectief kunt leren, hoe zij kunnen reflecteren op het eigen leren en hoe zij hun eigen leerproces kunnen sturen.

 

Kijk voor meer informatie op de volgende link:

https://robsegers.blogspot.com/2015/09/leerstrategieen.html

 

Mastery learning

Leerlingen focussen zich te veel op korte termijn resultaten. Met andere woorden focussen leerlingen zich te veel op cijfers en toetsen.

 

Welke alternatieven zijn er:

1 - Focus derhalve meer op het proces.

Maak punten en resultaten minder belangrijk en richt je op het proces dat de leerling doormaakt. Prijs doorzettingsvermogen, de aanpak van de leerling en zijn inzet. ‘Jammer dat je niet tevreden bent met die 6 voor dat vak op je rapport. Want kijk eens: je hebt een “goed” voor inzet! Ik ben hartstikke trots op je!’ Vraag de leerling regelmatig wat hij/zij geleerd heeft en laat hem/haar vertellen hoe hij/zij dat voor elkaar heeft gekregen.

 

2 - Focus op inspanning

Maak de leerling duidelijk dat het er niet om gaat de beste, de snelste of de slimste te zijn, maar dat het gaat om de inspanning die je levert om iets te bereiken. Richt je complimenten op hard werken en  oefenen: ‘Als je net zo hard blijft oefenen als vandaag, dan zul je zien dat je dit muziekstuk steeds beter gaat spelen!’ Zorg ervoor dat de leerling op school lesstof krijgt die is afgestemd op zijn niveau, zodat hij dagelijks kan ervaren dat het leveren van inspanningen noodzakelijk is om verder te komen. Vertel waar jijzelf moeite voor hebt moeten doen en wat je daarmee hebt bereikt.

 

3 - Focus op groei

Laat de leerling zien dat je gelooft in de groeimogelijkheden van talenten en intelligentie en laat de leerling zijn eigen groei ervaren: ‘Jammer dat je de toets niet hebt gehaald, maar kijk eens: vorige keer had je er 8 goed en nu 15! Zie je hoe je vooruit bent gegaan door extra hard te oefenen?’ Zorg dat de leerling zich niet vergelijkt met anderen, maar zich richt op het verbeteren van zichzelf en het behalen van zijn eigen doelen. En natuurlijk: ‘vier’ iedere vooruitgang die het kind boekt door hard te werken.

 

4 - Focus op leren

Sta model voor ‘een leven lang leren’ en vertel de leerling hoe je jezelf steeds bent blijven ontwikkelen.

Geef de leerling mogelijkheden om nieuwe dingen te leren, zonder dat hij/zij het gevoel heeft direct de beste te moeten zijn. Geef de leerling inzicht in de vaardigheden die hij/zij nog moet ontwikkelen (bijvoorbeeld zich concentreren of hulp durven vragen) en help hem/haar bij het aanleren hiervan.

 

5 - Focus op het leren van fouten

Maak van fouten leermomenten. Laat de leerling zien dat ook jij geregeld fouten maakt en vertel wat je ervan hebt geleerd. Geef de leerling de kans om fouten te maken, dus ruim niet alle obstakels voor hem uit de weg. Help de leerling van een fout een leermoment te maken. Zoek samen op welke fouten de held (sporter, popster e.d.) van de leerling heeft gemaakt in zijn of haar carrière en ontdek hoe hij of zij daar beter van geworden is.