Posts tonen met het label faalangst. Alle posts tonen
Posts tonen met het label faalangst. Alle posts tonen

dinsdag 14 januari 2020

Een taakplanner voor leerlingen met faalangst

In elke klas zijn er leerlingen die dan lijden onder faalangst of minder presteren dan ze kunnen. Faalangst is de angst om te falen, te kort te schieten of om aan bepaalde verwachtingen van jezelf of anderen niet te kunnen voldoen. Leerlingen die in paniek schieten zodra je een taak opgeeft? Alleen een berg zien waar ze niet over geraken? 

Leer leerlingen met faalangst in drie stappen plannen:

Stap 1: Herinner je succeservaringen (gebaseerd op het verleden)

Leerlingen met faalangst reageren emotioneel als je een taak opgeeft. “Ik kan dit niet!” roepen ze meteen. Ze vergeten dat ze goede resultaten behaalden voor gelijke taken. Die successen opsommen, geeft hen weer vertrouwen in zichzelf.


Stap 2: Verdeel de opdracht in kleine blokjes (het heden)

Leerlingen met faalangst hebben moeite met zelfstandig en realistisch plannen. Sommigen studeren veel en ontspannen weinig. Anderen vertonen uitstelgedrag.

Laat de leerling met faalangst daarom de opdracht opdelen in kleinere blokjes, die ze stap voor stap afwerken. Eerst iets dat hen vlot afgaat, dan iets uitdagender, enzovoort. Met na elk blokje een verplichte pauze (zoals bij de Pomodoro-techniek).

En ‘genoeg is genoeg’. Faalangstige leerlingen zijn vaak perfectionistisch en moeten leren om de taak na een bepaalde tijd los te laten.


Stap 3: Stel prioriteiten (de toekomst)

Leerlingen met faalangst gaan helemaal op in een moeilijke taak. Ze kennen er buitenproportioneel gewicht aan toe: “Als ik dit verknoei, slaag ik nooit voor dit vak.” En ze vergeten soms dat ze ook nog ander huiswerk hebben. Leer hen prioriteiten stellen. Welke taken staan er deze week in hun agenda? Op hoeveel punten staan die? En hoe staan ze ervoor voor dat vak?



Gebruik de onderstaande taakplanner en leer leerlingen met faalangst in drie stappen zelfstandig en realistisch plannen.


-------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------

TAAKPLANNER
Schiet jij in paniek als de docent een taak opgeeft? Zie je alleen een berg waar je niet over geraakt? Deze taakplanner geeft je in drie stappen grip op de opdracht.

V r o e g e r

Stap1.
HERINNER JE SUCCESSEN

N u

Stap 2.
DEEL DE TAAK OP IN BLOKJES

L a t e r

Stap 3.
STEL PRIORITEITEN

Welke taken heb ik al gemaakt die écht goed gingen? Waarop ben ik trots?



O …………………………..


O …………………………..


O …………………………..


O …………………………..


O …………………………..


O …………………………..


O …………………………..


O …………………………..


Wat moet ik nu precies doen? Kan ik die grote taak opdelen in mini-taken?

TAAK:

25 min. ……………………..

5 min. Pauze

25 min. ……………………..

5 min. Pauze

25 min. ……………………..

5 min. Pauze

25 min. ……………………..

5 min. Pauze

25 min. ……………………..

5 min. Pauze

25 min. ……………………..

Klaar

Welke taken moet ik deze week / maand allemaal doen? Wat is het meest belangrijk?



1. …………………………..


2. …………………………..


3. …………………………..


4. …………………………..


5. …………………………..


6. …………………………..


7. …………………………..


8. …………………………..



 -------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------


woensdag 24 februari 2016

Faalangst

Definitie van het probleem en enkele wetenswaardigheden
Faalangst is een specifieke vorm van angst, die altijd gebonden is aan het verrichten van
een taak. Er moet een, in de ogen van de jongere, belangrijke prestatie geleverd worden
en de kans op mislukking wordt als reëel geschat. Door zijn spannings- en angstgevoelens
presteert de jongere slechter dan hij/zij in feite kan. Het is situatiegebonden angst.
Faalangst is geen karaktertrek of persoonlijkheidskenmerk, wel zijn perfectionisme en
onzekerheid vaak aanwezige kindkenmerken. Het kan ontstaan zijn door ervaringen in
het verleden, bijv. op de basisschool of door de opstelling van volwassenen uit de
omgeving van het kind. Faalangstige kinderen hebben vaak ook ouders met faalangst.
Uit onderzoek blijkt dat tussen de 10 % en 13 % van alle jongeren tussen de 12 en 14 jaar
last hebben van faalangst.
Faalangst komt voor op verschillende terreinen; bij schoolse taken (proefwerken, scripties,
etc.), bij sociale taken (b.v. iets zeggen in gezelschappen) of bij motorische/competitieve
taken (b.v. meedoen aan een sportwedstrijd).

Wat zie ik in de klas, hoe herken ik dit gedrag /deze stoornis?
Er zijn vier kenmerkende reacties bij faalangst:

  • De afhankelijke leerling - verhult onzekerheid door veel vragen stellen.
  • De gesloten leerling - verhult de onzekerheid door zich terug te trekken.
  • De clown - verhult de onzekerheid door grappen te maken.
  • De brutale - verhult de onzekerheid door brutaal gedrag.


Actief gedrag

  • Druk doen, nerveus gedrag, clownesk gedrag.
  • Kleur krijgen, zweten, naar het toilet gaan.
  • Voortdurend om bevestiging vragen.
  • Veel tijd aan het huiswerk besteden.
  • Lang over een toets doen.
  • Perfect werk willen inleveren, detaillistisch leren.


Passief gedrag

  • Stelt schoolwerk voortdurend uit.
  • Met een smoesje vertellen dat het huiswerk niet goed gedaan is.
  • Spontaan hoofdpijn of buikpijn krijgen en ziekmelden.
  • Blokkeren bij onverwachte overhoringen (blackout).

Bij gesprekken over resultaten ziet de leerling succes vaak niet het gevolg van eigen
kwaliteit maar wijst deze op oorzaken buiten zichzelf. De leerling legt de nadruk op zijn
(haar) slechte eigenschappen.
De leerling neemt complimenten niet aan, kan ze niet goed verdragen

De beste aanpak in de klas

  • Erken de jongere in zijn probleem.
  • Zorg voor succeservaringen.
  • Geef positieve feedback op de persoon.
  • Geef positieve feedback op het product.
  • Geeft de leerling ruimte om fouten te maken.
  • Biedt een heldere structuur in je les. Vertel aan het begin precies wat de leerlingen kunnen verwachten.
  • Leer de leerling werk te plannen en zich aan de planning te houden.
  • Spreek bedreigende situaties vooraf door.
  • Neem faalangst serieus en maak het bespreekbaar.


In ieder geval niet doen

  • Ironische of sarcastische opmerkingen maken over het leren van de leerling.
  • De jongere afhankelijk maken van jouw goedkeuringen.