Posts tonen met het label proces. Alle posts tonen
Posts tonen met het label proces. Alle posts tonen

donderdag 14 november 2019

Procedure, Inhoud en Proces (PIP)

Procedure, Inhoud en Proces (PIP) maakt het leiden van een bespreking of vergadering veel gemakkelijker. Neem een vergadering: een groepsgesprek vol verbale en non-verbale signalen. Bovenstroom en onderstroom signalen. Hoe orden je al deze signalen om de vergadering tot een succes te maken? Gebruik de onderstaande drie aspecten en het wordt goed te overzien:

1 - Procedure: formele regels voor processturing.
2 - Inhoud: afspraken die je met elkaar kunt maken over hoe je het overleg wilt voeren.
3 - Proces/interactie: de dynamische, informele processturing.




Procedure

‘Hoe?’ (geformaliseerd / bovenstroom)


Hieronder verstaan we alle feiten, argumenten, en meningen die besproken worden. Je zou kunnen zeggen dat alles wat in de notulen belandt, inhoud is.

De zakelijke procedure geeft controle over communicatie en besluitvorming.

Denk aan:
- agenda: de manier waarop het probleem wordt aangepakt;
- werkwijze: Beeldvorming, Oordeelsvorming, Besluitvorming;
- verdeling van taken en uitoefenen van functies;
- tijdsplanning;
- wijze waarop besluiten genomen worden;
- verslaglegging.

Inhoud

‘Wat?’ (geformaliseerd / bovenstroom)



Hieronder vallen alle afspraken die je met elkaar kunt maken over hoe je het overleg wilt voeren. Je kunt hierbij denken een afspraak over tijd, een agenda, voorzitterschap, besluitvorming, notulen.

De inhoudelijke bijdragen van deelnemers hebben betrekking op:

- opmerkingen over het onderwerp;
- begripsverduidelijking;
- informatie, kennis, ideeën en meningen over het onderwerp;
- besluiten en afspraken.

Proces

‘Hoe?’ (niet geformaliseerd / onderstroom)




Hierbij gaat met name over hoe mensen met elkaar omgaan. Hoe het buiten alle afspraken die je bij de procedure maakt het ‘echt’ loopt. Het gaat hierbij om zaken waar zelden een afspraak over gemaakt worden, die soms lastig te benoemen zijn maar grote invloed hebben op de kwaliteit van interactie. Denk aan onderlinge relaties, machtsverhoudingen, sfeer, energie.

Het informele proces is het onzichtbare deel dat zich tussen de deelnemers afspeelt. Dit vraagt om ruimte en moet soms worden uitgesproken om de Procedure mogelijk te maken.

Denk hierbij aan:
- de sfeer;
- de mate waarin men open of gesloten naar elkaar toe is;
- de durf of bereidheid om een eigen mening te geven (conformisme);
- vooroordelen ten opzichte van elkaar;
- vertrouwen;
- wie heeft de macht?


Trek de vergadering vlot met PIP
Procedure, Inhoud en Proces (onderstroom) zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden. Verwacht bij een focus op Procedure geen goede uitkomst voor de Inhoud. Geeft de leider/voorzitter goede en tijdige aandacht aan PIP, dan zul je zien dat de teamsamenwerking snel en merkbaar verbetert. De effectiviteit neemt toe, de vergadering verloopt vlotter en de kwaliteit van de besluiten is beter dan ooit. Bovendien verbetert het de sfeer in het team aanzienlijk.

maandag 27 mei 2019

Onderwijskundige uitdagingen in kaart brengen


Nederlandse scholen krijgen in toenemende mate te maken met de onderstaande onderwijskundige uitdagingen:

Dalende motivatie
In toenemende mate hebben scholen te maken met een afname van de motivatie van leerlingen om te leren naarmate leerlingen ouder worden. Een van de oorzaken voor de dalende motivatie is dat er onvoldoende aansluiting is tussen de onderwijsbehoeften van leerlingen en het leeraanbod op school.

Vanuit onderzoek naar de self-determination theory blijkt dat demotivatie afneemt wanneer er een leeromgeving wordt gecreëerd die recht doet aan de drie psychologische basisbehoeften:
1 - autonomie / keuzevrijheid.
2 - relatie / het uiten van waardering voor de leerling.
3 - competentie / de structuur waarbij er heldere doelen en verwachtingen worden gesteld aan leerlingen waardoor zij beter in staat zijn een leeractiviteit uit te voeren.

Onvoldoende tijd voor begeleiding
Te weinig tijd en toerusting voor het mentoraat, begeleiding en coaching.

De mentor fungeert binnen de school als eerste aanspreekpunt voor de leerling en houdt zicht op de
ontwikkeling van de leerling. Voor een optimale begeleiding van leerlingen dienen mentoren en (leer)coaches meer begeleidingstijd toegewezen te krijgen binnen de jaartaak.

Onvoldoende maatwerk
We bieden onvoldoende maatwerk in de les/klas. Meer maatwerk in onderwijs moet derhalve zorgen voor meer kansen van onze leerling. Maatwerk zijn die activiteiten van docenten die aansluiten op de leerbehoefte van individuele leerling gericht op het positief beïnvloeden van het leren van de leerling.

Hoe kunnen we docenten beter te laten inspelen op de onderwijsbehoefte van hun leerlingen.
Eerst met zijn allen het begrip maatwerk definiëren. Iedereen kijkt op een andere manier naar dingen.
Door die gegevens over leerlingen systematisch te ontsluiten en te analyseren, kunnen docenten beter inspelen op de onderwijsbehoefte van hun leerlingen.
Het doel is dat alle docenten hun lessen voorbereiden op basis van de onderwijsbehoefte van de leerlingen.

Kijk voor meer informatie op de volgende link: https://robsegers.blogspot.com/2014/01/maatwerkgericht-werken.html

Het lesboek is leidend
Binnen het hedendaagse onderwijs is het lesboek of de lesmethode te leidend. Kiezen we voor een eigen aanpak binnen ons onderwijssysteem. Hebben de docenten controle over het leerproces of bepaalt het lesboek of lesmethode het proces?

Geen samenhang tussen vakken
In het voortgezet onderwijs is er nauwelijks verbinding, samenhang en samenwerking tussen de verschillende vakken. Samenwerken tussen vakken staat in de belangstelling, maar de praktijk blijkt weerbarstig. Het vergt immers meer overleg en meer afstemming tussen docenten. Zoek daarvoor de connectie tussen de verschillende vakken.

Focus op korte termijn resultaten
Leerlingen focussen zich te veel op korte termijn resultaten. Met andere woorden focussen leerlingen zich te veel op cijfers en toetsen.

Welke alternatieven zijn er:
1 - Focus derhalve meer op het proces.
Maak punten en resultaten minder belangrijk en richt je op het proces dat de leerling doormaakt. Prijs doorzettingsvermogen, de aanpak van de leerling en zijn inzet. ‘Jammer dat je niet tevreden bent met die 6 voor dat vak op je rapport. Want kijk eens: je hebt een “goed” voor inzet! Ik ben hartstikke trots op je!’ Vraag de leerling regelmatig wat hij/zij geleerd heeft en laat hem/haar vertellen hoe hij/zij dat voor elkaar heeft gekregen.

2 - Focus op inspanning
Maak de leerling duidelijk dat het er niet om gaat de beste, de snelste of de slimste te zijn, maar dat het gaat om de inspanning die je levert om iets te bereiken. Richt je complimenten op hard werken en  oefenen: ‘Als je net zo hard blijft oefenen als vandaag, dan zul je zien dat je dit muziekstuk steeds beter gaat spelen!’ Zorg ervoor dat de leerling op school lesstof krijgt die is afgestemd op zijn niveau, zodat hij dagelijks kan ervaren dat het leveren van inspanningen noodzakelijk is om verder te komen. Vertel waar jijzelf moeite voor hebt moeten doen en wat je daarmee hebt bereikt.

3 - Focus op groei
Laat de leerling zien dat je gelooft in de groeimogelijkheden van talenten en intelligentie en laat de leerling zijn eigen groei ervaren: ‘Jammer dat je de toets niet hebt gehaald, maar kijk eens: vorige keer had je er 8 goed en nu 15! Zie je hoe je vooruit bent gegaan door extra hard te oefenen?’ Zorg dat de leerling zich niet vergelijkt met anderen, maar zich richt op het verbeteren van zichzelf en het behalen van zijn eigen doelen. En natuurlijk: ‘vier’ iedere vooruitgang die het kind boekt door hard te werken.

4 - Focus op leren
Sta model voor ‘een leven lang leren’ en vertel de leerling hoe je jezelf steeds bent blijven ontwikkelen.
Geef de leerling mogelijkheden om nieuwe dingen te leren, zonder dat hij/zij het gevoel heeft direct de beste te moeten zijn. Geef de leerling inzicht in de vaardigheden die hij/zij nog moet ontwikkelen (bijvoorbeeld zich concentreren of hulp durven vragen) en help hem/haar bij het aanleren hiervan.

5 - Focus op het leren van fouten
Maak van fouten leermomenten. Laat de leerling zien dat ook jij geregeld fouten maakt en vertel wat je ervan hebt geleerd. Geef de leerling de kans om fouten te maken, dus ruim niet alle obstakels voor hem uit de weg. Help de leerling van een fout een leermoment te maken. Zoek samen op welke fouten de held (sporter, popster e.d.) van de leerling heeft gemaakt in zijn of haar carrière en ontdek hoe hij of zij daar beter van geworden is.

Te weinig rust en regelmaat
Docenten en leerlingen ervaren te weinig rust en regelmaat. Zorg bijvoorbeeld voor rust en regelmaat in het lesrooster. Voorkom afleidingen. Doe de deur eens dicht, zet de smartphone uit en zorg voor opgeruimde werkplekken. Dit brengt genoeg rust om te kunnen focussen. Leerlingen willen niet alleen maar stilzitten en luisteren, ze willen graag dingen doen. Dat wil niet zeggen dat alles druk moet zijn, want activiteiten, rust en regelmaat kunnen best samengaan.

Onvoldoende vaardigheden om (leer)gedrag (bij) te sturen
Leerlingen beschikken over te weinig vaardigheden om hun (leer)gedrag (bij) te sturen.

Leg hierbij de nadruk op diverse volgende vaardigheden. Zoals de hogere-orde denkvaardigheden (analyseren, evalueren en creëren), de creatieve denkvaardigheden (ideeën kunnen genereren, hoeveelheid verschillende ideeën en originaliteit van ideeën), onderzoeksvaardigheden (vaardigheden om door stappen van onderzoekscyclus heen te gaan).

Leg ook eens de nadruk op metacognitie en zelfregulatie. Metacognitie is de kennis en vaardigheden die een leerling nodig heeft om zijn eigen leergedrag te controleren en aan te sturen. Het gaat om vaardigheden als het oriënteren op een taak, doelen stellen, plannen, jezelf monitoren, het resultaat evalueren, en reflecteren op het eigen handelen.

Bij metacognitieve vaardigheden en zelfregulatie is het van belang om de leerling te het belang van leren te laten inzien. Leerlingen moeten weten hoe je effectief kunt leren, hoe zij kunnen reflecteren op het eigen leren en hoe zij hun eigen leerproces kunnen sturen.

Kijk voor meer informatie op de volgende link:


zondag 14 april 2019

Sadhguru Jaggi Vasudev (Sadhguru), is een Indiase yogi, mysticus en auteur. Hij is betrokken bij initiatieven op het gebied van maatschappelijk werk, onderwijs en milieu.

Volgens Sadhguru zijn we te gericht op het resultaat, we zijn alleen gericht op de implicaties, helaas niet op het (leer)proces.


Maak punten en resultaten minder belangrijk en richt je op het proces dat de leerling doormaakt. Prijs doorzettingsvermogen, de aanpak van de leerling en zijn inzet.

zaterdag 30 maart 2019

Complimenten die het zelfvertrouwen versterken

Als je leerlingen wilt aanmoedigen om uitdagende taken te proberen, om door te zetten als het tegenzit, en om te leren van fouten, dan kunt u complimenten het best richten op het proces, niet op de persoon.



Gerichte feedback geven op het proces is goed voor het zelfvertrouwen van een leerlingen:

1. complimenteren met hoe de leerling aan zijn opdracht heeft gewerkt,
2. waardering uitspreken voor de goede werkhouding en
3. vragen hoe de leerling het voor elkaar heeft gekregen dat de opdracht goed is gelukt.

Het ene compliment is het andere niet. Niet alle complimenten geven leerlingen meer zelfvertrouwen. Sterker nog, sommige complimenten werken averechts.

Complimenten zijn gericht op het proces:

Complimenten zijn gericht op de persoon:
Hoe leerlingen tot een bepaalde uitkomst zijn gekomen, hoeveel moeite ze ergens voor hebben gedaan of welke strategieën ze hebben gebruikt.

Voorbeelden zijn:
-Wat heb je hard gewerkt!
-Wat heb je goed nagedacht over deze oplossing!

Deze complimenten geven leerlingen het idee dat ze hun vaardigheden kunnen ontwikkelen en verbeteren.

Dit wordt een ‘growth mindset’ genoemd.
Leerlingen met deze mindset zoeken naar uitdagende taken, omdat ze hiervan kunnen leren.

Als de leerlingen een taak moeilijk vinden, blijven ze doorzetten tot het is gelukt. En als ze falen, dan denken ze: de volgende keer zal ik beter mijn best doen of zal ik het anders aanpakken.

Op de vaardigheden en talenten van leerlingen.

Voorbeelden zijn:
-Wat ben je slim!
-Wat kun je goed rekenen!

Deze complimenten geven leerlingen het idee dat hun vaardigheden vaststaan. Je kunt het, of je kunt het niet, en daar kun je niks aan veranderen.

Dit wordt een ‘fixed mindset’ genoemd.
Leerlingen met deze mindset durven geen uitdagende taken te doen, omdat ze bang zijn om te falen en erachter te komen dat ze iets niet zo goed kunnen.

Als de leerlingen een taak moeilijk vinden, geven ze snel op, omdat ze denken dat ze het toch niet kunnen. En als ze falen, dan denken ze: ik kan het niet…


Als je leerlingen wilt aanmoedigen om uitdagende taken te proberen, om door te zetten als het tegenzit, en om te leren van fouten, dan kunt je complimenten het best richten op het proces, niet op de persoon.


Het ontwikkelen van een groeimindset
We kunnen leerlingen helpen bij het ontwikkelen van een groeimindset. Bedenk wel dat de overgang van een vaste naar een groeimindset niet eenvoudig is. Alles wat de leerling eerder het liefst vermeed, zoals uitdagingen aangaan, fouten maken en inspanningen leveren, moet hij nu ineens omarmen. Dat is best spannend en daarom kan een leerling hulp goed bij gebruiken.

Om deze hulp vorm te geven maken we gebruik van de volgende vijf stappen.
1. Focus op het proces
2. Focus op inspanning
3. Focus op groei
4. Focus op leren
5. Focus op het leren van fouten

1. Focus op het proces
Maak punten en resultaten minder belangrijk en richt je op het proces dat het kind doormaakt. Prijs doorzettingsvermogen, de aanpak van de leerling en zijn inzet. ‘Jammer dat je niet tevreden bent met die 6 voor dat vak op je rapport. Want kijk eens: je hebt een “goed” voor inzet! Ik ben hartstikke trots op je!’ Vraag de leerling regelmatig wat hij/zij geleerd heeft en laat hem/haar vertellen hoe hij/zij dat voor elkaar heeft gekregen.
2. Focus op inspanning
Maak de leerling duidelijk dat het er niet om gaat de beste, de snelste of de slimste te zijn, maar dat het gaat om de inspanning die je levert om iets te bereiken. Richt je complimenten op hard werken en  oefenen: ‘Als je net zo hard blijft oefenen als vandaag, dan zul je zien dat je dit muziekstuk steeds beter gaat spelen!’ Zorg ervoor dat de leerling op school lesstof krijgt die is afgestemd op zijn niveau, zodat hij dagelijks kan ervaren dat het leveren van inspanningen noodzakelijk is om verder te komen. Vertel waar jijzelf moeite voor hebt moeten doen en wat je daarmee hebt bereikt.
3. Focus op groei
Laat de leerling zien dat je gelooft in de groeimogelijkheden van talenten en intelligentie en laat de leerling zijn eigen groei ervaren: ‘Jammer dat je de toets niet hebt gehaald, maar kijk eens: vorige keer had je er 8 goed en nu 15! Zie je hoe je vooruit bent gegaan door extra hard te oefenen?’ Zorg dat de leerling zich niet vergelijkt met anderen, maar zich richt op het verbeteren van zichzelf en het behalen van zijn eigen doelen. En natuurlijk: ‘vier’ iedere vooruitgang die het kind boekt door hard te werken.
4. Focus op leren
Sta model voor ‘een leven lang leren’ en vertel de leerling hoe je jezelf steeds bent blijven ontwikkelen.
Geef de leerling mogelijkheden om nieuwe dingen te leren, zonder dat hij/zij het gevoel heeft direct de beste te moeten zijn. Geef de leerling inzicht in de vaardigheden die hij/zij nog moet ontwikkelen (bijvoorbeeld zich concentreren of hulp durven vragen) en help hem/haar bij het aanleren hiervan.
5. Focus op het leren van fouten
Maak van fouten leermomenten. Laat de leerling zien dat ook jij geregeld fouten maakt en vertel wat je ervan hebt geleerd. Geef de leerling de kans om fouten te maken, dus ruim niet alle obstakels voor hem uit de weg. Help de leerling van een fout een leermoment te maken. Zoek samen op welke fouten de held (sporter, popster e.d.) van de leerling heeft gemaakt in zijn of haar carrière en ontdek hoe hij of zij daar beter van geworden is.

Natuurlijk kun je een leerling ook inzicht geven in de mindsettheorie van Carol Dweck. Vertel hem/haar op een begrijpelijke manier over de vaste en de groeimindset en de gevolgen daarvan. Je kunt hierbij gebruikmaken van de fictieve personages. Een fictieve personage heeft een vaste mindset en ziet overal problemen. De andere fictieve personage zet deze problemen om in kansen. Bespreek allerlei situaties met de leerling en laat hem verwoorden hoe ‘fixed mindset’ personage erop zou reageren en vooral: wat ‘growth mindset’ personage zou zeggen en doen. De leerling oefent zo het denken vanuit een groeimindset.