Posts tonen met het label Tversky en Kahneman. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Tversky en Kahneman. Alle posts tonen

woensdag 12 juni 2019

Systeem 1 en 2 – onbewust en bewust - Daniel Kahneman

Aan de hand van een aantal voorbeelden laat de Israëlisch-Amerikaanse psycholoog en Nobelprijswinnaar Daniel Kahneman in zijn boek 'Thinking, Fast and Slow' (Nederlandse vertaling 'Ons feilbare denken') zien hoe ons verstand ons in de maling kan nemen.

Kahnemans boodschap is ga nooit af op je gevoel, zeker niet als je belangrijke beslissingen hebt te nemen. Gevoelens zijn namelijk notoir onbetrouwbaar. Maar wantrouw ook wat je als je gezonde verstand beschouwt. Wij zijn namelijk veel minder redelijke wezens dan we in onze hoogmoed geneigd zijn te geloven. Ook onze rationaliteit verdient permanente scepsis.


De psycholoog Daniel Kahneman komt met een heel eigen benadering van ‘bewust’ en ‘onbewust’. Kahneman verdeelt ons geestelijke leven in twee systemen.

Systeem 1 = intuïtie = onbewust

Systeem 2 = analyse = bewust
Het eerste systeem is snel, reflexmatig, halfbewust, ‘intuïtief’ en evolutionair oud. Het is dit systeem dat je in staat stelt om te lopen, te kauwen en weg te springen van een aanstormende auto.

Het eerste systeem reageert op indrukken, legt razendsnel causale verbanden, ook als ze er niet zijn. Dit eerste systeem heeft de neiging om van alles wat er gebeurt meteen een coherent verhaal te maken, met een kop en een staart.

Het tweede systeem is evolutionair jonger, het is traag, het gaat niet langs gebaande paden, het doet z’n werk met moeite, het voert een uitdrukkelijke bezigheid uit en het onderscheidt ons waarschijnlijk van dieren.

Systeem 2 is in staat tot reflectie, argumentatie, gedraagt zich voorzichtiger, rustiger, wil best langer nadenken. Helaas is het tweede systeem ook aartslui. Het kiest dikwijls de weg van de minste weerstand, neemt maar al te graag klakkeloos over wat systeem 1 hem tracht wijs te maken. Het is vóór alles gesteld op 'cognitief gemak'.

Een voorbeeld:
Je wandelt naast je vriendin door een drukke winkelstraat. Systeem 1 helpt je uit te wijken voor tegemoetkomende voetgangers terwijl je tegen je vriendin aardige dingen zegt over het zonnige weer.
Een voorbeeld
Onverwacht vraagt je vriendin: ‘Hoeveel is 13x34?’ Wat is nu het eerste dat je doet? Je gaat stilstaan. Probeer dit maar eens uit in een echte situatie. De uitkomst is vrijwel altijd raak. Voor 13x34 heb je niks aan systeem 1, nu moet systeem 2 in actie komen en dat kost nadrukkelijke moeite.


Samenwerkend leren
Als systeem 1 en systeem 2 samenwerken, zijn het krachtige bondgenoten. Dan werkt ons brein het meest efficiënt en is het tot de krachtigste vondsten in staat. In het onderwijs zouden leerlingen veel complexe taken moeten uitvoeren, waarbij ze zowel hun systeem 1 (intuïtie, ervaringsgebaseerd handelen) en hun rationele systeem 2 moeten gebruiken. En dan liefst samen met andere leerlingen en de leerkracht. Samenwerkend leren heeft wellicht zo’n sterke impact op leren omdat het ons helpt om uit onze eigen stereotiepe beelden en denkcirkeltjes te breken.

Leerlingen zouden moeten weten hoe hun brein werkt. Het kan hen helpen om snelle, emotionele beslissingen te ontmaskeren, snelle vooroordelen te doorprikken, problemen op een rationele manier te benaderen, en vooral minder snel harde (en onomkeerbare) oordelen over anderen te vellen. Of over zichzelf.

Klik voor meer informatie op de volgende link : 

https://robsegers.blogspot.com/2014/05/hoe-mensen-in-situaties-van-onzekerheid.html

vrijdag 9 mei 2014

Hoe mensen in situaties van onzekerheid oordelen en beslissen


De  psychologen Amos Tversky en Daniel Kahneman onderzochten hoe mensen in situaties van onzekerheid oordelen en beslissen. Het soort situaties dus waarmee we in het dagelijkse leven geconfronteerd worden. Of we nu de kwaliteit van een product inschatten, het talent van een sollicitant beoordelen, of de evolutie van de markt voorspellen, meestal beschikken we over onvoldoende informatie, en kunnen we aan gebeurtenissen slechts een bepaalde graad van waarschijnlijkheid toekennen. Tversky en Kahneman constateerden dat mensen bij dit soort problemen niet de regels van de logica en de waarschijnlijkheidsleer toepassen, maar wel vuistregels of strategieën die het hen mogelijk maken op een eenvoudige manier een oplossing te vinden. Deze vuistregels – ‘heuristieken’ – zijn soms efficiënt, maar kunnen ons vaak ook op een dwaalspoor zetten, doordat we ze niet op de juiste manier of niet bij het juiste soort probleem toepassen.

Het denken in termen van representativiteit en stereotypes leidt soms tot intuïties die elke logica tarten. Een vaak geciteerd geval voor deze overschatting is het volgende voorbeeld van Tversky en Kahneman:

Zie hier een persoonsbeschrijving die door Tversky en Kahneman aan een aantal studenten werd voorgelegd. ‘Linda is 31 jaar oud, alleenstaand, openhartig en bijzonder schrander. Ze is afgestudeerd in de filosofie. Als studente was ze enorm begaan met rassendiscriminatie en sociale onrechtvaardigheid, en nam ze actief deel aan anti-nucleaire demonstraties.’ De studenten kregen de opdracht acht beweringen over mogelijke hobby’s en beroepen van Linda te rangschikken, van zeer waarschijnlijk naar zeer onwaarschijnlijk. Tot deze lijst behoorden onder meer:

A: Linda werkt op een bank.
B: Linda werkt op een bank en is actief in de vrouwenbeweging.

De meeste studenten vonden bewering B waarschijnlijker dan bewering A. De reden daarvoor moet niet ver worden gezocht. De persoonsbeschrijving van Linda stemt niet overeen met het profiel van een typische bankbediende, zodat de eigenschap ‘bankbediende’ onwaarschijnlijk wordt geacht. De mogelijkheid ‘feministische bankbediende’ daarentegen voldoet al heel wat meer aan de persoonsbeschrijving, en dus wordt daar een grotere kans aan toegekend. (1)

Nochtans is deze redenering een zinsbegoocheling. Uitspraak B kan onmogelijk waarschijnlijker zijn dan uitspraak A. Want de vrouwen die bankbediende én lid van de vrouwenbeweging zijn, vormen een deelgroep van de vrouwen die bankbediende zijn. Algemener geformuleerd is het dus zo dat de kansen dat X zich voordoet, altijd hoger liggen dan de kansen dat X en Y zich samen voordoen (als X en Y bijvoorbeeld elk een kans van 1 op 10 hebben en onafhankelijk zijn, dan is de kans dat beide zich voordoen slechts 1 op 100). Hier laten de meesten zich evenwel misleiden door de representativiteit.

Opmerkelijk in deze studie was dat studenten die een hogere opleiding in statistiek en kansrekening hadden genoten, het amper beter deden dan anderen: 85 procent van de ‘experts’ en 90 procent van de ‘naïeve’ studenten was hier uit de bocht gegaan. Eenzelfde soort uitglijder werd overigens ook bij concrete problemen uit diverse kennisdomeinen waargenomen. Zo toonde een vergelijkbare test aan dat heel wat artsen de aanwezigheid van twee symptomen (bijvoorbeeld migraine en braken) waarschijnlijker achten dan de aanwezigheid van een van de twee afzonderlijk.

[ Bron: http://www.kennislink.nl/publicaties/de-valkuilen-van-ons-denken ]