Posts tonen met het label toetsen. Alle posts tonen
Posts tonen met het label toetsen. Alle posts tonen

woensdag 31 maart 2021

Feedback en formatief toetsen

Feedback


We verdelen feedback door docenten als door leerlingen in drie subcategorieën:

 

1 - Feed up (vooraf duidelijk wat je moet doen)

2 - Feedback (waar sta je nu)

3 - Feed forward (welke stappen moet je nog ondernemen om verder te komen)


 

 

Feed up

Feedback

Feed forward

 

Is het de leerling  duidelijk wat hij/zij moet doen? Waar werkt de leerling naartoe?

Waar is de leerling nu?

Welke stappen moet de leerling nog ondernemen om verder te komen? Hoe komt de leerling naar de gewenste situatie?

Docent

Leerdoel en succescriteria duidelijk maken, delen en begrijpen.

Realiseren van effectieve discussies, taken en activiteiten voor leren.

 

Feedback geven gericht op verder leren.

Medeleerling

Activeren van leerlingen als belangrijkste informatiebronnen voor elkaar.

 

Leerling

Activeren van leerlingen door het stimuleren m.b.t. het eigen leren.

 


Verder zijn er zeven essentiële punten voor het geven van feedback:

1 - Feedback moet verwijzen naar een doel.

2 - Feedback moet tastbaar en transparant zijn.

3 - Feedback moet actiegericht zijn.

4 - Feedback moet gebruiksvriendelijk zijn.

5 - Feedback moet vlot en tijdig worden gegeven.

6 - Feedback moet voortdurend formatief zijn, dus inzicht geven in het leerproces van de leerling.

7 - Feedback moet consistent zijn; de normen zijn duidelijk en gelijk voor iedereen. 



Formatief toetsen

Formatieve toetsen worden tijdens het onderwijsleerproces ingezet om te meten hoe ver leerlingen gevorderd zijn in het behalen van bepaalde doelen. Deze toetsen geven tevens inzicht in de vervolgstappen die ondernomen kunnen worden om alsnog de gestelde doelen te behalen of nieuwe doelen te formuleren.

In tegenstelling tot summatief toetsen, heeft formatief toetsen dus als primair doel leerlingen inzicht te geven in hun eigen leerproces en hun onderwijs op maat te geven. 

Toetsen met een formatieve functie zorgen ervoor dat de docent helder heeft waar de leerling naartoe werkt (feed up), een goed beeld krijgt waar de leerling staat (feedback) en de docent weet hoe hij de leerling naar de gewenste situatie kan leiden (feed forward).

Doordat de docent aan het einde van zijn les vragen stelt over de behandelde stof en over de te behandelen lesstof, krijgt de docent inzicht waar zijn leerlingen staan in hun leerproces:

- Hebben ze de behandelde stof voldoende begrepen?
- Kan hij de volgende les inderdaad aan nieuwe lesstof beginnen?
- Of blijkt dat leerlingen ook die stof beheersen?
- Hebben slechts enkele leerlingen extra instructie nodig?

Op basis van de uitkomst is het voor de docent mogelijk om in te spelen op wat zijn leerlingen nodig hebben en om eventueel zijn lesinstructies en leeractiviteiten de volgende les bij te stellen.

Het formatief toetsen leggen we uit in drie verschillende stappen. Waarbij we gebruik maken van de begrippen feed up, feedback en feed forward:

1 - Doel          – waar werkt de leerling naar toe?    - (feed up)
2 - Toets         – waar staat de leerling nu?              - (feedback)
3 - Gevolg      – wat heeft de leerling nog te doen? - (feed forward) 


Stap 1

Doel 

Waar werkt de leerling naar toe?

(feed up)

 

Bij formatief toetsen stel je eerst vast wat het doel is van de les.

 

Stap 2

Toets 

Waar staat de leerling nu?

(feedback)

 

 

In deze stap maak je zichtbaar wat al geleerd is met een toets.

 

Een toets kun je hier ruim opvatten, als een quiz, maar ook allerlei andere vraagvormen om de kennis of vaardigheden van leerlingen te toetsen.

 

Stap 3

Gevolg 

Wat heeft de leerling nog te doen?

(feed forward) 

 

 

In stap 3 bepaal je het gevolg: wat is er nog te leren? En om welke aanpassing van de les vraagt dit?

 

Deze stappen blijf je herhalen als docent, maar ook als leerling.

 

Door de les op deze manier te koppelen aan het doel en aan wat nog te leren is, wordt duidelijk waar de leerlingen naartoe werken.

 



zondag 22 november 2020

Toetsen

Toetsen zijn middelen om de vorderingen van het kind te onderzoeken. Het doel van toetsen is het antwoord op de vraag: hoe staat deze leerling er op dit moment voor en hoe kan hij verder ontwikkelen?

Een goede toets is valide, betrouwbaar en geijkt. Valide wil zeggen dat de toets meet wat hij zegt te meten. Geijkt betekent dat de toets enkele malen is uitgeprobeerd op een representatieve groep.

Een nadeel van toetsen is dat het een momentopname is.

Regelmatige toetsing (met een leerlingvolgsysteem) en procesgerichte feedback zijn bevorderend voor de leerprestaties en voor eigenaarschap bij leerlingen.

Een toets moet de leerling en de docent informatie opleveren, waardoor de leeropbrengst verhoogd kan worden.

 

Summatief toetsen versus Formatief toetsen

Een toets kan een formatieve en/of een summatieve functie hebben.

 

Summatief toetsen

 

Formatief toetsen

Bij een toets met een summatieve functie beslist de docent of een leerling de leerdoelen in voldoende mate heeft verworven.

Een toets met een formatieve functie heeft als doel de leerling (en docent) inzicht te geven in zijn/haar voortgang en om de verdere ontwikkeling bij te sturen.

 

Summatief toetsen geschiedt om leerprestaties te beoordelen. De beoordeling van een summatieve toets is meestal in de vorm van een cijfer.

 

Formatief toetsen wordt doorgaans gedurende het schooljaar of vak ingezet om te weten wat leerlingen nog moeten leren om te voldoen aan gestelde eisen en doelen.

 

Elke toets met een summatieve functie heeft in wezen ook een formatieve functie. De docent wil de leerling immers van informatie voorzien over zijn/haar ontwikkeling na afname van een toets.

 

Formatieve toetsen geven de leerling feedback op zijn/haar voortgang en geven aan wat de leerling nog moet doen (feed forward) om het einddoel (feed up) te bereiken. Op deze manier kan de docent bijsturen op het leerproces van de leerling.

 


Kijk ook even op de onderstaande links:

http://robsegers.blogspot.com/2014/12/summatieve-of-formatieve-toetsen.html

http://robsegers.blogspot.com/2017/10/formatief-evalueren.html


woensdag 14 oktober 2020

Twaalf reële les-interventies

Wat zijn effectieve lessen en hoe maak je die? Door bijvoorbeeld de volgende twaalf reële les-interventies te gebruiken:

 

1 - Activeer relevante voorkennis


Activeer relevante voorkennis, fris de essentiële kennis en vaardigheden uit vorige lessen op.

 

Wat je al weet, bepaalt wat en hoe snel je leert. Herhaal op een actieve wijze de voorkennis die de leerling nodig heeft om de nieuwe leerstof te begrijpen. Zo geef je meteen een kapstok om nieuwe leerstof te verbinden aan de eerder geleerde leerstof en richting te geven aan het verdere verloop van je les. Nieuwe informatie onthoud je immers beter wanneer ze kleeft aan voorkennis. Organiseer die nieuwe leerstof ook binnen een abstract, algemeen en omvattend kader.

 

2 - Gestructureerde instructie en kapstokken



Kader de les in een duidelijke structuur en biedt kapstokken. Noem ook het lesdoel.

 

Besteed voldoende tijd aan duidelijke, gestructureerde en uitdagende instructie. Als leerlingen niet begrijpen wat er geleerd moet worden, wordt leren lastig. Afgebakende lesfasen en doelen brengen structuur. Uitdagende doelen en een snel lestempo in een warm leerklimaat motiveren je leerlingen.

 

3 - Gebruik veel voorbeelden.

Gebruik veel voorbeelden.

 

Op het moment dat leerlingen hun eerste stappen zetten in het verwerven van nieuwe kennis of vaardigheden, is het effectief om te werken met voorbeelden. Zo’n voorbeeld kan een uitgeschreven uitwerking van een oefening zijn, de leraar die de nieuwe vaardigheid demonstreert, of concrete voorbeelden bij een abstract begrip. Belangrijk daarbij is om de genomen stappen te verklaren, samen met de achterliggende principes. Stimuleer leerlingen ook om voorbeelden zelf te proberen verklaren en te vergelijken.

 

4 - Combineer woord en beeld

 

Combineer woord en beeld.

 

Leerlingen slaan informatie die zowel via woorden als beelden wordt gepresenteerd, gemakkelijker op dan wanneer alleen maar woorden worden gebruikt. Dit principe is gebaseerd op het feit dat verbale en visuele informatie volgens twee afzonderlijke (maar gelijktijdig werkende) processen in het werkgeheugen verwerkt worden en vervolgens in het langetermijngeheugen geïntegreerd. Dat maakt het leren minder belastend en effectiever.

 

5 - Actief verwerken

Laat leerstof actief verwerken.

 

Productieve strategieën verplichten de leerling om leerstof actief te herkneden. De leerling creëert een nieuw bijproduct, zoals een verklaring, een samenvatting of een schema.

Daardoor onthoudt die meer dan door de leerstof op een meer passieve wijze te ‘consumeren’ door bijvoorbeeld alleen maar te herlezen. Actief verwerken kan individueel maar ook in samenwerking. Belangrijk is om deze strategieën op het juiste moment te gebruiken en om ze ook aan te leren.

 

6 - Check of leerlingen de leerstof begrijpen

Check met vragen of leerlingen de leerstof begrijpen. Zoek werkvormen zodat alle leerlingen actief nadenken.

 

Als je wilt dat je leerlingen leren, is het van groot belang dat leerlingen betrokken blijven.

Leerlingen haken soms af omdat de leerstof bijvoorbeeld te moeilijk is of zij de aangereikte oefeningen te moeilijk of te gemakkelijk vinden. Om dit te voorkomen is het nodig om met grote regelmaat na te gaan of je leerlingen hebben begrepen en onthouden wat je beoogt met je uitleg, opdracht en begeleiding. Dit kan door goede vragen te stellen, opdrachten met voldoende moeilijkheid aan te bieden en activiteiten in te zetten om informatie te verzamelen van de hele klas.

 

7 - Ondersteuning bij moeilijke oefeningen

Geef leerlingen ondersteuning bij moeilijke oefeningen en bouw die geleidelijk af.

 

Leerlingen begeleiden is een belangrijk kenmerk van goed les geven. Wanneer leerlingen opdrachten nog niet zelfstandig aan kunnen, is tijdelijke, individuele en aanpasbare steun van de leraar noodzakelijk. Dat proces wordt ook wel scaffolding genoemd. Naarmate de leerling bekwamer wordt, vermindert de ondersteuning van de leraar.

 

8 - Herhaal regelmatig

Breng leerstof in kleine stappen aan en laat leerlingen oefenen na elke stap. Herhaal regelmatig. Spreid oefenkansen in tijd.

 

Wanneer je met nieuwe leerstof gaat oefenen, werkt het voor het onthouden van de leerstof beter als je de oefeningen spreidt in de tijd over meerdere kortere oefensessies dan als je de leermomenten in één lange oefensessie concentreert.

 

9 - Afwisselen in oefentypes

Wissel af in oefentypes.

 

Tijdens het oefenen is afwisseling vaak aan te raden. Door te variëren in oefeningtypen en leerstofonderdelen kunnen leerlingen leren om verschillende oplossingsstrategieën te gebruiken. Daarnaast doet verandering van spijs ook eten!

 

10 - Toetsen als leer- en oefenstrategie

Gebruik toetsen als leer- en oefenstrategie.

 

We denken vaak na over hoe we leerstof in de hoofden van onze leerlingen kunnen krijgen.

Minstens even belangrijk is om de leerstof ook uit het geheugen te krijgen. Leerlingen laten oefenen om actief informatie op te halen uit hun geheugen versterkt hun geheugen in vergelijking met passievere technieken, zoals herlezen. Leerlingen onthouden daardoor de leerstof beter én langer.

 

 

11 - Feedback



Geef systematisch feedback die leerlingen doet nadenken.

 

Feedback is een van de krachtigste interventies om het leren van leerlingen te bevorderen. Het doel van feedback is om informatie te geven over waar leerlingen staan en ze houvast te geven bij het behalen van de leerdoelen. Het organiseren van effectieve feedback is echter complex. Als de feedback de leerlingen niet aan het denken zet en in actie brengt, is feedback ineffectief. Dan is eerst iets anders nodig.

 

12 - Effectief leren.

Leer je leerlingen hoe ze effectief leren.

 

Als leraar kun je de voorgaande elf bouwstenen gebruiken om je lessen effectiever, efficiënter en aangenamer te maken, maar er zijn ook veel handvatten die leerlingen helpen om zélf hun leren op een efficiënte, effectieve en aangename wijze te organiseren. Leer je leerlingen hoe ze hun eigen leren kunnen plannen, monitoren, evalueren en bijsturen en welke leerstrategieën ze het beste kunnen gebruiken wanneer ze zelfstandig aan het studeren zijn.

 

 

donderdag 23 april 2020

Toetscirkel

De ‘toetscirkel’ is een instrument waarmee docenten en schoolleiding in kaart kunnen brengen welke vormen van beoordelen en toetsen op de betreffende school voorkomen en welke mogelijkheden er zijn om daar een completer geheel van te maken. De ‘toetscirkel’  geeft de docent toegang tot een evenwichtig beoordelingsproces.

In de ‘toetscirkel’ worden de twee cruciale uitgangspunten van toetsen in twee lijnen weergegeven:

Wie
de lijn WIE er beoordeelt (anderen of de leerling zelf) en

Waartoe
de lijn WAARTOE er beoordeeld wordt (formatief en summatief).




Hierdoor ontstaan vier kwadranten, waarin de verschillende mogelijkheden van toetsen verdeeld zijn. Alle kwadranten zijn onmisbaar om evenwichtig en afgewogen te beoordelen.

Kwadrant 1:
De leraar beoordeeld de leerling.

Voorbeelden:
- Centraal examen.
- Proefwerk.
Kwadrant 2:
De leraar laat de leerling zien hoe ver hij is.

Voorbeelden:
- Diagnostische toets.
- Gesprek om resultaten te bespreken.

Kwadrant 3:
De leerling kijkt of hij het haalt.

Voorbeelden:
- Een toets die de leerling zichzelf afneemt (bijv. uit een ontvangen digitaal bestand).
- De leerling schaalt zichzelf in op basis van een gegeven criteria.

Kwadrant 4:
De leerling kijkt hoe ver hij is.

Voorbeelden:
- Kennistoets om een diagnose te stellen
- zelfreflectie

 Meer informatie op leraar24.nl


woensdag 22 april 2020

Toetsen op afstand

Waarom toetsen we eigenlijk? 
Er zijn verschillende redenen waarom toetsen worden ontworpen: 

- Om te meten of leerlingen geleerd hebben wat ze moesten leren, 
- Of de instructie goed was en of leerlingen meer instructie nodig hebben.
- Sturing geven aan (helpen met) leren
- Vaststellen (beoordelen) of een leerling zijn lesstof of vaardigheden voldoende beheerst.



Toetsen levert dus veel inzicht en begrip op. De toets moet wel in lijn liggen met het beoogde leerresultaat en met de lessen (de 'constructive alignment'). Datgene wat behandeld is in de lessen moet ook getoetst worden. En datgene wat getoetst wordt moet ook te maken hebben met de uiteindelijke doelen.

Tegelijkertijd heeft het toetsen ook een keerzijde

- Er kan teveel worden getoetst, of te eenzijdig. 
- Ook kan een lesprogramma te veel summatieve toetsen bevatten (gericht op het afsluiten van een onderdeel) en te weinig formatieve (gericht op het leerproces).





Klassikaal toetsen op afstand
Houd rekening met volgende aandachtspunten, als je op afstand ‘klassikaal’ wilt toetsen:

Betrouwbaarheid
De toets moet een betrouwbaar resultaat opleveren.

Checken op plagiaat
Leerlingen moeten weten dat ze achteraf eventueel op plagiaat worden gecontroleerd (bijvoorbeeld door plagiaatscanners).

Dezelfde toets
Leerlingen moeten dezelfde toets krijgen. Je kunt wel variëren in de vraagformulering.
Alle leerlingen krijgen bijvoorbeeld de opdracht om een betoog te schrijven, maar de standpunten of bronnen kunnen verschillen.

Uniforme beoordeling
De toets zou bij verschillende beoordelaars (ongeveer) eenzelfde oordeel moeten opleveren.

Verwachtingen en beoordeling
Leerlingen moeten vooraf weten wat er van ze wordt verwacht en waarop ze worden beoordeeld.

Vormtoets
Leerlingen moeten bekend zijn met de vorm van de toets en hiermee hebben geoefend.

Voorkennis en bronnen
Leerlingen moeten dezelfde voorkennis hebben en beschikken over dezelfde bronnen.





Nog enkele tips voor het toetsen op afstand

Opsplitsen in kleinere groepen
Zorg ervoor dat je de klas opsplitst in kleinere groepen. Een toets op afstand bij 20 of meer leerlingen, is vragen om problemen.

Door elkaar mengen van de MC vragen
Bij een meerkeuzetoets is het van belang dat je de vragen husselt en liefst uit een toetsvragenlijst haalt. Leerlingen krijgen zodoende niet allemaal dezelfde vragen en kunnen geen antwoorden doorgeven.

In groepjes de toets laten maken
Naast een open opdracht kun je er ook voor kiezen om juist het groepswerk te bevorderen door opdrachten niet individueel, maar in groepjes te laten maken. Digitaal samenwerken is dan een extra beoordelingsonderdeel.

In een ‘teacher pace‘-modus afnemen
Een toets die bestaat uit meerdere opgaven, kan je soms in een ‘teacher pace‘-modus afnemen. Elke vraag heeft eenzelfde begin- en eindtijd en als docent bepaal jij de gezamenlijke start. Dit voorkomt dat leerlingen die snel klaar zijn met de gehele toets antwoorden gaan uitwisselen.

In toetsmodus of proctormodus
Sommige toetsprogramma’s hebben een speciale toetsmodus, waarbij leerlingen geen andere tabbladen kunnen openen, chatprogramma’s kunnen gebruiken of screenshots kunnen maken (proctormodus).

Monitoren tijdens de toets
Soms kan het raadzaam zijn met behulp van een videoprogramma leerlingen te monitoren tijdens de toets (wel goede afspraken maken). Leerlingen kunnen zodoende ook een schriftelijke toets (spelling/grammatica) maken. De leerling levert zijn werk in door een foto van zijn werk te maken en deze te mailen of te delen.

Mondelinge toetsen
Mondelinge toetsen is een goed toepasbare mogelijkheid.

Verschillende toetsvormen
Voor een toets kun je ook andere vormen kiezen, met nog wel dezelfde doelen, eindtermen of onderwerpen. Denk bijvoorbeeld aan het geven van een advies (met behulp van video), het schrijven van een betoog of het laten uitvoeren van een praktische opdracht (in een bepaalde tijd) waarmee je de zogenoemde hogere denkvaardigheden aanspreekt. Hierbij kunnen leerlingen verschillende websites, methodesites of andere bronnen gebruiken. Ook hier is het van belang dat leerlingen een duidelijke begin- en eindtijd krijgen. Anders gaan leerlingen tussentijds met elkaar in gesprek.




Toetsen en motivatie
Als we kijken naar het toetsen in combinatie met het beïnvloeden van de motivatie valt vanuit literatuuronderzoek het volgende op:

Digitale toetsen
Digitaal toetsen werkt vaak net zo motiverend of motiverender dan traditioneel toetsen op papier.

Meetellen
Het maakt voor de motivatie niet uit of een toets meetelt, dus of de toets formatief of summatief is;

Feedback
Het lijkt erop dat zowel docent-feedback of peer feedback motiverend kan werken, en in het bijzonder de combinatie ervan;

Meer informatie
Leerlingen zijn gemotiveerder wanneer feedback meer informatie bevat dan alleen of de opdracht goed of fout is uitgevoerd;

Mondeling of schriftelijk
Mondelinge feedback wordt niet als motiverender ervaren dan schriftelijke feedback;

Open toetstaken
Open toetstaken (bijvoorbeeld een presentatie) zijn motiverender dan gesloten toetstaken (bijvoorbeeld meerkeuzetoetsen of traditionele wiskundetoetsen);

Positief of negatief
Positieve feedback werkt net zo vaak motiverend als negatieve feedback, en een combinatie van negatieve en positieve feedback werkt net zo motiverend als alleen positieve feedback;


Meer informatie op https://vo.lesopafstand.nl/lesopafstand/toetsen-op-afstand/

vrijdag 11 oktober 2019

De wet van Campbell - blijven we afrekenen en leren we dan niets?

Het Nederlandse onderwijs is vooral gericht op toetsen en resultaten en het leerdoel ontbreekt vaak.


De Amerikaan Donald Thomas Campbell was filosoof en sociale wetenschapper (1916-1996). Hij staat bekend om zijn werk in de methodiek en zijn onderzoek naar toetsen en resultaten.


De wet van Campbell stelt dat hoe meer we leerlingen afrekenen op cijfermatige maatstaven, hoe meer ze hun best zullen doen om de cijfers op te poetsen, zelfs ten koste van wat ze eigenlijk moesten doen.

Als toetsen en resultaten het streven worden van onderwijzen en les geven, dan raken ze hun waarde kwijt en zullen zij onwenselijke effecten hebben op het gehele leerproces. Nederlandse leerlingen ondervinden zeker wel successen op school, maar deze resultaten zijn vooral verbonden aan het behalen van goede cijfers.

De Nederlandse leerlingen blijkt principieel extrinsiek gemotiveerd te zijn, gericht op het verwerven van goede cijfers en een diploma. Het onderwijs en de lessen zijn hier ook vaak op ingericht.

Zo is het voor de leerling wel duidelijk wat er in de les moet worden gedaan, maar niet wat dat (behalve het halen van een toets) zou moeten opleveren. 


Van een cijfer naar een groeiproces dus? Leerlingen zien het nut van cijfers en toetsen beslist, maar zouden graag meer nadruk willen op de ontwikkeling en groei die leerlingen doormaken en minder op het cijfer zelf. Dit komt tegemoet aan de zwakke leerling die met veel moeite van een 5 naar een 6 gaat, maar ook aan de leerling die makkelijk leert, eigenlijk meer uitdaging nodig heeft en van een 8 dus wel een 9 kan maken.

zaterdag 4 mei 2019

Formatief toetsen - Dylan Wiliam

Onderwijskundige Dylan Wiliam schrijft al jaren over formatief toetsen. In de onderstaande video spreekt Dylan Wiliam over waarom elke docent beter moet willen worden. Hij legt uit wat wel werkt en wat niet en hoe je als school een leercultuur kun vormen.

Hij zegt dat mensen vaak zeggen "we hebben geen tijd om formatief te toetsen". Jawel, die tijd heb je wel, alleen doe je nu iets in die tijd, dat veel minder effectief is. Formatief werken heeft namelijk de grootste impact.



maandag 23 juli 2018

Kwaliteit van een toets


Checklist voor de kwaliteit van een toets:

Inhoudsvaliditeit
-Dekt de toets de behandelde leerstof?
-Wordt alle kennis getoetst op het gewenste beheersingsniveau?
-Worden alle relevante beheersingsaspecten van een vaardigheid getoetst?
-Dekt de toets of opdracht alle gewenste leerdoelen in voldoende mate af?

Begripsvaliditeit

-Toetst de toets wat hij moet toetsen?

Betrouwbaarheid

-Is ervoor gezorgd dat bij de beoordeling verschillende beoordelaars tot hetzelfde resultaat komen?
-Is ervoor gezorgd dat vergelijkbare prestaties hetzelfde beoordeeld worden?

Specificiteit

-Is de toets alleen goed te maken als de leerling de stof beheerst?

Moeilijkheid

-Past de moeilijkheidsgraad van de toets bij het niveau van de leerlingen?

Discriminerend vermogen

-Is ervoor gezorgd dat de toets onderscheid maakt tussen leerlingen die de stof beheersen en leerlingen die de stof niet beheersen?

Transparantie

-Zijn de leerlingen goed op de toets voorbereid? Hebben ze bijvoorbeeld kunnen deelnemen aan proeftoetsen?
-Weten de leerlingen wat zij in de toets te verwachten hebben en waarop zij precies worden beoordeeld?
-Kunnen leerlingen zien wat in de toets belangrijk is?
Bijvoorbeeld doordat vermeld wordt welk aantal punten een leerling per vraag kan behalen.

Beschikbare tijd

-Is de toets te maken in de beschikbare tijd?

Taalgebruik en vormgeving

-Is de lay-out duidelijk en functioneel?
-Zijn eventuele illustraties duidelijk en functioneel?
-Is er voldoende ondersteuning in de vorm van illustratiemateriaal?
-Zijn de vragen duidelijk en ondubbelzinnig?
-Worden (dubbele) ontkenningen vermeden?
-Is alle (omringende) tekst bij de vragen nodig?
-Worden onnodig lange zinnen vermeden?