Intrinsieke en Extrinsieke motivatie
We maken onderscheid tussen twee soorten motivatie: die van binnenuit komt (intrinsieke motivatie) en motivatie van buitenaf (extrinsieke motivatie). Vooral de motivatie van binnenuit is belangrijk. Die motivatie komt uit drie bronnen:
- Zelfvertrouwen
- Autonomie
- Verbondenheid
Zelfvertrouwen is het geloof in eigen kunnen. Als een kind het gevoel heeft dat hij ergens goed in is gaat de motivatie omhoog, als een kind het gevoel heeft dat hij ergens slecht in is daalt de motivatie.
Autonomie betekent dat een kind het gevoel heeft dat hij zelf de keuzes mag maken in zijn sport. Als je als ouder teveel stuurt dan neemt de autonomie en daarmee ook de motivatie, snel af.
Verbondenheid betekent dat een kind zich verbonden voelt met haar leeftijdsgenoten, de trainer en met jou als ouder in de context van het sporten. Als je belangstelling hebt en betrokken bent dan draagt dat bij aan de motivatie.
Meer informatie via http://slideplayer.nl/slide/9493776/
dinsdag 24 januari 2017
vrijdag 2 december 2016
Depressie
Op YouTube vond ik een aantal interessante video's over het thema depressie.
En op de website van johnzant.nl vond ik de volgende tekst:
Depressie - gelegitimeerd slachtofferschap: hoe een depressie wordt gecreëerd
Depressie: diagnostiek en behandeling
Een veelgehoorde opvatting over de diagnostiek en behandeling van depressie is, dat depressie vaak te laat wordt gediagnosticeerd, dat te laat wordt gestart met behandeling en dat er in veel gevallen sprake is van onderbehandeling.
Het tegenovergestelde kan echter ook beweerd worden, namelijk dat de diagnose depressie te snel en soms onterecht wordt gesteld en dat veel te vroeg met behandeling wordt gestart, waarbij het zelfregenererend vermogen van de cliënt wordt ondermijnd en dat er vaak sprake is van overbehandeling. De belangen van de farmaceutische industrie worden soms beter gediend dan die van de cliënt.
Twee noodzakelijke behandelfasen
Iedereen maakt in zijn leven vervelende dingen mee en velen beleven langdurige stressperioden, ingrijpende psychotraumata en verliezen dierbaren of belangrijke zaken zoals werk, inkomen, huis, etc. Sommige mensen zijn met veel strijd, doorzettingsvermogen en heftige emoties in staat deze ingrijpende gebeurtenissen het hoofd te bieden, vaak met vallen en opstaan. Andere mensen raken depressief; ze vallen en staan niet op.
Anti-depressieve therapie bestaat in feite uit twee noodzakelijke fasen:
De eerste fase wordt gekenmerkt door begrip en ondersteuning, waarbij de cliënt erkenning krijgt voor de doorstane stress, het geleden verlies en het doorgemaakte trauma, en wordt aangemoedigd alle bijbehorende emoties toe te laten in het kader van verwerking. Een andere vorm van ondersteuning is die met antidepressiva, die vaak het nadeel hebben dat ze emoties afvlakken waardoor het rouwproces stagneert.
De tweede fase is erop gericht de cliënt ertoe te bewegen ondanks de stress, het verlies en het trauma de draad van het leven weer op te pakken en te proberen iets van het leven te maken door nieuwe doelen en perspectieven te kiezen, en alle verantwoordelijkheden en taken die bij zijn levensrollen behoren, weer op te pakken.
Waar gaat het mis
Sommigen gaan die uitdaging aan en komen hun problemen te boven. Anderen blijven drijven in hun emotioneel moeras, dat als excuus fungeert om taken en verantwoordelijkheden te blijven afschuiven. Hun naasten blijven begrip tonen vanwege het doorstane leed en blijven steun geven door taken en verantwoordelijkheden over te nemen. Hiermee bevestigen zij de “patiëntrol”of “slachtofferrol” en wordt de depressie bekrachtigd. Goed bedoelde zorg en steun van de omgeving en ook van veel therapeuten en het langdurig blijven voorschrijven van antidepressiva maken dat de therapie in de eerste fase blijft steken en de depressie wordt bestendigd. Soms ontaardt het therapeut-cliëntcontact in een symbiotische relatie, waarbij de cliënt zich dankbaar toont voor het begrip en de steun van de therapeut en voor de legitimering van het feit dat hij niet weer alle taken en verantwoordelijkheden op zich hoeft te nemen, en waarbij de zo begripvolle therapeut van mening is dat hij zijn rol als `weldoener` moet blijven vervullen. Het slachtofferschap wordt gelegitimeerd: de cliënt blijft gefixeerd op de doorstane stress, het geleden verlies en het doorgemaakte trauma. Hij kan daar misschien voor de rest van zijn leven de gevangene van blijven en de rol van slachtoffer blijven vervullen.
Stellingen
Therapie die zich beperkt tot begrip en ondersteuning (waaronder antidepressiva), bestendigt de depressie en legitimeert slachtofferschap. Alle goede bedoelingen ten spijt. Depressie is een keuze tussen vechten om het leven te herpakken of verdrinken in het moeras van het slachtofferschap.
Dr. John L. Zant
En op de website van johnzant.nl vond ik de volgende tekst:
Depressie - gelegitimeerd slachtofferschap: hoe een depressie wordt gecreëerd
Depressie: diagnostiek en behandeling
Een veelgehoorde opvatting over de diagnostiek en behandeling van depressie is, dat depressie vaak te laat wordt gediagnosticeerd, dat te laat wordt gestart met behandeling en dat er in veel gevallen sprake is van onderbehandeling.
Het tegenovergestelde kan echter ook beweerd worden, namelijk dat de diagnose depressie te snel en soms onterecht wordt gesteld en dat veel te vroeg met behandeling wordt gestart, waarbij het zelfregenererend vermogen van de cliënt wordt ondermijnd en dat er vaak sprake is van overbehandeling. De belangen van de farmaceutische industrie worden soms beter gediend dan die van de cliënt.
Twee noodzakelijke behandelfasen
Iedereen maakt in zijn leven vervelende dingen mee en velen beleven langdurige stressperioden, ingrijpende psychotraumata en verliezen dierbaren of belangrijke zaken zoals werk, inkomen, huis, etc. Sommige mensen zijn met veel strijd, doorzettingsvermogen en heftige emoties in staat deze ingrijpende gebeurtenissen het hoofd te bieden, vaak met vallen en opstaan. Andere mensen raken depressief; ze vallen en staan niet op.
Anti-depressieve therapie bestaat in feite uit twee noodzakelijke fasen:
De eerste fase wordt gekenmerkt door begrip en ondersteuning, waarbij de cliënt erkenning krijgt voor de doorstane stress, het geleden verlies en het doorgemaakte trauma, en wordt aangemoedigd alle bijbehorende emoties toe te laten in het kader van verwerking. Een andere vorm van ondersteuning is die met antidepressiva, die vaak het nadeel hebben dat ze emoties afvlakken waardoor het rouwproces stagneert.
De tweede fase is erop gericht de cliënt ertoe te bewegen ondanks de stress, het verlies en het trauma de draad van het leven weer op te pakken en te proberen iets van het leven te maken door nieuwe doelen en perspectieven te kiezen, en alle verantwoordelijkheden en taken die bij zijn levensrollen behoren, weer op te pakken.
Waar gaat het mis
Sommigen gaan die uitdaging aan en komen hun problemen te boven. Anderen blijven drijven in hun emotioneel moeras, dat als excuus fungeert om taken en verantwoordelijkheden te blijven afschuiven. Hun naasten blijven begrip tonen vanwege het doorstane leed en blijven steun geven door taken en verantwoordelijkheden over te nemen. Hiermee bevestigen zij de “patiëntrol”of “slachtofferrol” en wordt de depressie bekrachtigd. Goed bedoelde zorg en steun van de omgeving en ook van veel therapeuten en het langdurig blijven voorschrijven van antidepressiva maken dat de therapie in de eerste fase blijft steken en de depressie wordt bestendigd. Soms ontaardt het therapeut-cliëntcontact in een symbiotische relatie, waarbij de cliënt zich dankbaar toont voor het begrip en de steun van de therapeut en voor de legitimering van het feit dat hij niet weer alle taken en verantwoordelijkheden op zich hoeft te nemen, en waarbij de zo begripvolle therapeut van mening is dat hij zijn rol als `weldoener` moet blijven vervullen. Het slachtofferschap wordt gelegitimeerd: de cliënt blijft gefixeerd op de doorstane stress, het geleden verlies en het doorgemaakte trauma. Hij kan daar misschien voor de rest van zijn leven de gevangene van blijven en de rol van slachtoffer blijven vervullen.
Stellingen
Therapie die zich beperkt tot begrip en ondersteuning (waaronder antidepressiva), bestendigt de depressie en legitimeert slachtofferschap. Alle goede bedoelingen ten spijt. Depressie is een keuze tussen vechten om het leven te herpakken of verdrinken in het moeras van het slachtofferschap.
Dr. John L. Zant
Labels:
black dog,
depressie,
John L. Zant,
slachtoffer,
slachtofferschap
vrijdag 18 november 2016
The fifth discipline - Peter M. Senge
In het boek ‘the fifth discipline’ beschrijft Peter M. Senge het belang van systeem denken bij het creëren van een lerende organisatie.
De vijf disciplines om een lerende organisatie te creëren zijn:
- Een gedeelde visie,
- Mentale modellen,
- Team leren,
- Persoonlijk meesterschap en
- Systeem denken.
Het vijfde discipline, Systeem denken, is het discipline die de andere vier aan elkaar verbindt en daarom volgens Senge de focus voor verandermanagement. Peter M. Senge beschrijft in zijn boek verscheidene theorieën, modellen, rijtjes en principes of levenslang leren en systeem denken.
De vijf disciplines in het kort.
|
Gedeelde visie (Shared Vision)
|
Een gedeelde visie betekent dat alle medewerkers in een
organisatie dezelfde visie hebben (in plaats van slechts een
vision-statement). Alleen wanneer een visie authentiek is verbeteren en leren
alle medewerkers in een organisatie omdat zij dat zelf willen en niet omdat
ze dat wordt opgedragen. Deze betrokkenheid kan als volgt worden benadrukt:
Mensen spelen niet volgens de regels van het spel, maar voelen zich
verantwoordelijk voor het spel.
|
|
Mentale modellen (Mental Models)
|
Mentale modellen beschrijven de aannames en
generalisaties die acties van mensen beïnvloeden. De eerste stap op met
mentale modellen te werken is om mensen naar zichzelf te laten kijken, te
reflecteren, om de huidige overtuigingen over de wereld bespreekbaar te
maken. Een mentaal model wat in organisaties leeft is Hiërarchie. Normen en
Waarden kunnen de beperkende krachten van hiërarchie overwinnen. Belangrijke
waarden zijn openheid en verdiensten. Openheid betekent onder anderen stoppen
met machtsspelletjes spelen. Verdiensten betekent dat alle beslissingen die
gemaakt worden in het belang van de organisatie als geheel dienen te zijn.
|
|
Persoonlijk meesterschap (Personal Mastery)
|
Persoonlijk meesterschap beschrijft de kracht van
mensen om proactief en continu te blijven leren om de resultaten te creëren
die voor henzelf belangrijk zijn. Twee factoren die hierbij horen zijn:
1 - het duidelijk maken wat voor onszelf belangrijk is en
2 - de huidige realiteit duidelijker kunnen zien.
|
|
Team leren (Team learning)
|
Team leren omvat twee belangrijke aspecten. Goed
teamwerk leidt tot uitzonderlijke resultaten die individuen niet alleen
hadden kunnen realiseren en de individuen in een team leren meer en sneller
dan dat ze zonder het team zouden doen. Teamwerk vormt daarom de basis van de
lerende organisatie. Belangrijk voor team leren is dat individuen bereid zijn
hun mentale modellen tijdelijk aan de kant te zetten en hun manier van denken
te laten beïnvloeden door collega’s.
|
|
Systeem denken (System Thinking)
|
Systeem denken, tot slot, helpt om patronen in een
organisatie zichtbaar te maken door de organisatie als één geheel te
benaderen in plaats van op te hakken in kleine regelbare onderdelen. Zoals
Senge zelf beschrijft: “als je een olifant opdeelt in twee stukken heb je
geen twee kleine olifanten.” Een organisatie dient dan ook als één geheel
gemanaged te worden, niet alleen in onderdelen. Het systeem denken uit zich
onder anderen in de manier waarop gebeurtenissen worden uitgelegd door
medewerkers.
|
Er zijn drie
niveaus van verklaren:
1 - een reactieve verklaring op basis van gebeurtenissen
(events),
2 - een responsieve verklaring op basis van gedrag (behaviour)
en
3 - een generatieve verklaring op structureel level (structural
level).
Alleen de structurele methode van verklaren leidt tot de
grondoorzaak van een probleem, op systeem niveau. De onderliggende gedachte
hierachter is de relatie tussen deze drie niveaus: Structuren (3) dagen bepaald
gedrag (2) uit en gedrag leidt tot gebeurtenissen (1). Levenslang leren is voor
een organisatie van belang omdat leren leidt tot creëren. Hoe meer individuen
in een organisatie leren, hoe meer waarde ze kunnen creëren voor de
organisatie.
Leer beperkingen
Traditioneel zijn er zeven leer beperkingen (seven
learning constraints) die het continu leren in een organisatie belemmeren.
|
1 - Het ik-ben-mijn-positie syndroom
|
De eerste beperking is het ik-ben-mijn-positie
syndroom. Wanneer je mensen vraagt naar hun werk beschrijven zij vaak de
taken die zij uitvoeren in plaats van hun bijdrage aan het doel van de
organisatie als geheel. Praten in termen van taken in plaats van organisatie
doel leidt tot gebrek aan verantwoordelijkheidsgevoel voor het product of de
service doe de organisatie levert.
|
|
2 - Een gevolg van ik-ben-mijn-positie
|
De tweede beperking is een gevolg van
ik-ben-mijn-positie; het de vijand is daar syndroom. Wanneer mensen zich
focussen op hun eigen taken en niet op het uiteindelijke doel van de
organisatie, zien zij niet de invloed die zijzelf kunnen uitoefenen om te
verbeteren. Het resultaat is dat mensen naar andere mensen gaan wijzen
(andere afdeling) of zelfs naar andere organisaties (die Japanse
productiebedrijven) als oorzaak van hun problemen.
|
|
3 - De illusie van actie nemen
|
De illusie van actie nemen is de derde beperking van
leren en beschrijft het gevaar van reactief reageren op problemen in plaats
van proactief actie nemen. Echt proactief handelen ontstaat wanneer mensen
durven te zien hoe hun eigen gedrag en acties bijdragen aan het ontstaan van
problemen.
|
|
4 - de focus op evenementen in plaats van continue
kleine verbeteringen
|
De vierde beperking beschrijft de focus op evenementen
in plaats van continue kleine verbeteringen. Leren en verbeteren dient
onderdeel te zijn van dagelijks werk en niet alleen in tijdelijke teams of
projectgroepen. Projecten zijn per definitie tijdelijk en verbeter teams
ontstaan vaak als respons op een probleem en worden weer opgeheven als het
probleem is opgelost.
|
|
5 - het gekookte kikker syndroom
|
Leer beperking vijf is het gekookte kikker syndroom.
Een kikker Die zich in een pan bevindt waarin het water langzaam verwarmd
wordt zal sterven wanneer het water kookt omdat hij de kleine veranderingen
niet merkt. In organisaties is het meten van kleine veranderingen in
processen belang zodat het opvalt dat het water warmer wordt en voorkomen kan
worden dat het water gaat koken.
|
|
6 - de illusie van leren van ervaringen
|
Als zesde leer beperking beschrijft Senge de illusie
van leren van ervaringen. Deze illusie ontstaat omdat we in werkelijkheid
zelden de lange termijn resultaten van onze acties ondervinden.
|
|
7 - de mythe waarin mensen geloven dat het management
altijd het antwoord weet op hun problemen
|
De laatste leer beperking is de mythe van het
managementteam waarin mensen geloven dat het management altijd het antwoord
weet op hun problemen. In de praktijk is het onmogelijk dat een
leidinggevende alle kennis en vaardigheden heeft om alle problemen van
medewerkers op te lossen.
|
De negen systeem
archetypen / gedragspatronen
Tot slot beschrijft Senge negen systeem archetypen of
gedragspatronen die in een systeem voorkomen en aandacht van het management
verdienen.
|
1 - Vertraging
(Balancing
process with delay)
|
1 - Bij het veranderen van het proces is er altijd een
mate van vertraging voordat de resultaten van de verandering zichtbaar
worden, met oversturing tot mogelijk gevolg.
|
|
2 - Gelimiteerde
groei (Limits to growth)
|
2 - Het patroon van gelimiteerde groei dat ontstaat
door te sturen op het versnellen van groei bevorderende activiteiten in
plaats van het verminderen van groei vertragende factoren.
|
|
3 - Het verplaats van het probleem (Shifting the burden)
|
3 - Het verplaats van het probleem, wanneer symptomen
van een probleem worden opgelost, maar niet de grondoorzaak. Het probleem
wordt slechts tijdelijk opgelost tot het probleem zich (wellicht bij een
ander) herhaald.
|
|
4 - Afbrokkelende doelstellingen (Eroding goals)
|
4 - Afbrokkelende doelstellingen wanneer de situatie
moeilijk wordt. Tijdelijk de doelstellingen opschorten vanwege een tijdelijke
situatie (omdat het crisis is, omdat we tijdelijk onderbezet zijn) is geen
optie. Blijf bij je visie!
|
|
5 - Escalatieloop waarin actoren elkaar blijven
versterken in gedrag (Escalation)
|
5 - Escalatieloop waarin actoren elkaar blijven
versterken in gedrag waardoor uiteindelijk een verlies-verlies situatie
ontstaat (zoals een prijzenoorlog tussen concurrenten). Creëer in de
organisatie een cultuur waarin positief gedrag leidt tot win-win situaties.
Horizontale afstemming van prestatie indicatoren is daarom van belang.
|
|
6 - Succes naar de succesvolste (Success to successful)
|
6 - Succes naar de succesvolste is de escalatieloop
waarin het gebrekkige resultaat in activiteit 2 ertoe leidt dat nog meer
resources naar het succesvolle activiteit 1 word bedeeld. Het geeft meer
voldoening om aan een succesvolle taak te werken.
|
|
7 - Gevecht om schaarse middelen (Tragedy of the
commons)
|
7 - Gevecht om schaarse middelen beschrijft het gevaar
waarin afdelingen vanuit eigenbelang handelen om meer middelen toegewezen te
krijgen, in plaats van een situatie waarin het belang van de gehele
organisatie voorop wordt gesteld
|
|
8 - Oplossingen die niet oplossen (Fixes that fail)
|
8 - Oplossingen die niet oplossen is het gedragspatroon
wat ontstaat waarin de lange termijn consequenties van een korte termijn
oplossing (zie vertraging) niet worden meegenomen. Voorbeeld: geld besparen
door preventief onderhoud te verminderen.
|
|
9 - Groei en onderinvestering (Growth and underinvestment)
|
9 - Groei en onderinvestering is de valkuil waarin
investeren niet nodig lijkt omdat het nu zo goed gaat. Niet investeren leidt
er echter vaak toe dat groei in de toekomst niet mogelijk is vanwege gebrek
aan capaciteit of vaardigheden.
|
In het vijfde discipline (systeem denken) draagt Peter Senge
managers op om niet langer problemen op te delen in kleine stukken om
vervolgens de opsomming van de stukken als geheel te gebruiken als leidraad
voor beslissingen. Wanneer je de scherven van een gebroken spiegel aan elkaar
plakt zal de reflectie in die spiegel niet zo helder zijn als de reflectie van
een ongebroken spiegel. Binnen het systeem denken kunnen de hierboven
beschreven 9 systeem archetypen helpen om veel voorkomende problemen te
verhelpen. Alleen wanneer het systeem denken in combinatie met de vier andere
principes (Gedeelde Visie, Mentale Modellen, Team Leren en Persoonlijk
Meesterschap) wordt geleefd kan een organisatie getransformeerd worden naar een
lerende organisatie.
woensdag 16 november 2016
Een stimulerende en motiverende leeromgeving
Hoe kunnen we voor leerlingen een stimulerende en motiverende leeromgeving ontwerpen? En kunnen we voor leerlingen meer taakbetrokkenheid en eigenaarschap bij het leren realiseren.
Een omgeving waarin aan de drie basisbehoeften wordt tegemoet gekomen en een leerling zich competent kan voelen, het gevoel heeft keuzes te mogen maken en een goede relatie met de klas en leraar voelt.
Een drietal kenmerken van die omgeving blijken daarvoor essentieel:
1 - structuur,
2 - stimulering en ondersteuning van autonomie en
3 - betrokkenheid
(Skinner & Belmont, 1993; Reeve, 2002; Connell & Wellborn, 1991).
Voorbeelden van deze drie kenmerken zijn:
|
Structuur:
|
Informatie die een leerling krijgt over wat er van
hem/haar wordt verwacht in een les.
|
Bijvoorbeeld door: -Te vertellen over hoe de les eruit ziet, -Vertellen welke leerstof aan bod komt, -Aan te geven wat er van leerlingen wordt verwacht, -Aan te geven hoe ze dat kunnen bereiken, -Werkwijzen die worden ingezet toe te lichten, -Duidelijke instructie/uitleg te geven en oplossingswijzen voor te doen, -Te checken wat leerlingen zelf al weten, -Leerlingen te laten reflecteren op wat ze hebben geleerd, -Zich responsief, vragend op te stellen naar leerlingen. |
|
Stimuleren en ondersteunen van autonoom gedrag:
|
De mate waarin een leerling het gevoel heeft zelf
keuzes te mogen maken en hierin te worden ondersteund.
|
Bijvoorbeeld door: -Leerlingen ruimte te geven opdrachten op hun eigen manier te maken, -Waar mogelijk aan te sluiten bij eigen interesses van leerlingen, -Een actieve leerhouding te stimuleren, -Leerlingen altijd (de mogelijkheid tot) ondersteuning te geven bij het uitvoeren van (zelf gekozen) opdrachten, -Leerlingen aan te moedigen in groepen naar eigen keuze te werken, -Leerlingen uit te nodigen kritisch en creatief na te denken over opdrachten, |
|
Betrokkenheid:
|
Betrokkenheid op leerlingen tonen.
|
Bijvoorbeeld door: -Te laten merken het leuk te vinden aan alle leerlingen van de klas les te mogen geven, -Op de hoogte te zijn van bijzondere gebeurtenissen van leerlingen, -Te weten wat voor een leerling belangrijk is, -Interesses van leerlingen kennen, -Aandacht te hebben voor alle leerlingen in de klas, -Namen van leerlingen kennen, -Leerlingen te vertrouwen op hun inzet. |
Docenten die hierin een goede balans weten te creëren en daarmee aan alle drie de basisbehoeften van leerlingen tegemoet komen zullen bij hun leerlingen meer taakbetrokkenheid en eigenaarschap bij het leren realiseren.
Wat is motivatie?
Er zijn meerdere vormen van motivatie. De motivatie
bepaalt de mate waarin iemand betrokken is bij een (leer)activiteit.
- via externe motivatie tot
- zeer gemotiveerd en geïnteresseerd (intrinsieke motivatie) (Deci & Ryan, 2002).
- Word ik bijvoorbeeld getriggerd door een ander, of heeft het ook te maken met iets dat ik zelf wil?
- Wat wil ik eigenlijk en welk doel heb ik voor ogen?
- Hoe belangrijk is het voor mij en wat verwacht ik te bereiken?
Het ergens wel of niet voor gemotiveerd zijn kunnen we verdelen
op de schaal van:
- totaal niet gemotiveerd (a-motivatie), - via externe motivatie tot
- zeer gemotiveerd en geïnteresseerd (intrinsieke motivatie) (Deci & Ryan, 2002).
De mate waarin iemand het gevoel heeft dat hij zelf kan
bepalen wat hij doet en de mate waarin je dat ook zelf kan reguleren of niet,
spelen hierbij een belangrijke rol. Schematisch ziet dat er als volgt uit:
Externe regulatie
|
De persoon / de leerling doet iets vanwege het krijgen
van beloning of ter voorkoming van straf.
|
Introjected regulatie
|
De persoon / de leerling doet iets om geen schuldgevoel
te hebben of om een soort bevestiging te krijgen.
|
Identified regulatie
|
Er is al sprake van zelf bepalen, zelf richting geven
omdat je er een persoonlijk belang bij hebt, je bewust bent van het doel, nut
van iets.
|
Integrated regulatie
|
Dit komt overeen met persoonlijke doelen, past bij wat
iemand zelf ook belangrijk vindt en heeft veel overeenkomst met intrinsieke
regulatie / motivatie.
|
Intrinsieke regulatie
|
De persoon / de leerling heeft er interesse in, het
past bij persoonlijke doelen en dingen die hij zelf heel belangrijk vindt.
|
Bij de verschillende vormen van motivatie speelt de mate
waarin een persoon / een leerling het gevoel heeft zelf keuzes te kunnen maken
een belangrijk rol. Naarmate de persoon meer het gevoel heeft dat er een
bepaalde ruimte is voor een eigen inbreng, de eigen strategieën of interesses.
Des te meer zal de persoon bereid zijn zich in te zetten.
Bij intrinsieke motivatie is er sprake van een ideale
situatie. Je doet iets omdat het jouw interesse heeft, omdat je je er goed bij
voelt of omdat het iets is wat jij wilt. Het is jouw keuze en je kunt ermee aan
de gang zoals jij dat wilt. Dit is een vorm van motivatie die in het onderwijs
soms moeilijk te bereiken is, maar waar we wel naar streven.
In het onderwijs spelen vooral vormen van externe motivatie
een rol ofwel door de docent. De leerling gaat over tot actie onder invloed van
de (leer/werk) omgeving. Een omgeving die, in het geval van de leerling, wordt
ingericht door de leraar.
Vragen die we ons zelf in dit verband kunnen stellen
zijn:
- Wanneer ben ik zelf gemotiveerd om iets te gaan doen en
wat heb ik zelf eigenlijk nodig om gemotiveerd te raken? - Word ik bijvoorbeeld getriggerd door een ander, of heeft het ook te maken met iets dat ik zelf wil?
- Wat wil ik eigenlijk en welk doel heb ik voor ogen?
- Hoe belangrijk is het voor mij en wat verwacht ik te bereiken?
Om vervolgens deze vragen ook eens vanuit het perspectief
van de andere persoon, de leraar of de leerling te stellen. En als we er vanuit
gaan dat het verkrijgen van intrinsieke motivatie in een schoolse leeromgeving
een illusie is, dan speelt de leraar als degene die de leeromgeving inricht
voor de leerlingen, een cruciale rol voor het verkrijgen van een vorm van
(externe) motivatie bij leerlingen.
zondag 23 oktober 2016
Affirmaties
Affirmaties zijn teksten die je in gedachten maar ook hardop kunt uitspreken. De affirmaties beïnvloeden en versterken je denkbeelden en gedachten.
Zonder dat je het door hebt, gebruik je de hele dag affirmaties,
- naar jezelf (bijvoorbeeld dit lukt me nooit),
- naar kinderen (bijvoorbeeld wat ben jij toch vervelend vandaag),
- naar anderen (bijvoorbeeld dat is veel te moeilijk voor jou).
Veelal gebruiken we affirmaties op een negatieve manier.
Maar door affirmaties bewust en op een positieve manier te gebruiken en regelmatig te herhalen kun je je gedachten over jezelf veranderen en dus ook je leven.
Als je denkt dat je iets niet kunt, maak je een self-fulfilling prophecy. Meestal kun je het dan ook niet omdat je overtuigingen je tegenhouden.
Alison Ledgerwood heeft een onderzoek gedaan over een negatieve mindset (Getting stuck in the negatives (and how to get unstuck)). Hoewel we vaak negatieve gedachten hebben, zal ons leven een stuk gemakkelijker worden als we hetzelfde leven eens beschouwden als een glas dat half vol is i.p.v. half leeg (positieve mindset).
Power Affirmations - The Secret To Positive Thinking
Zonder dat je het door hebt, gebruik je de hele dag affirmaties,
- naar jezelf (bijvoorbeeld dit lukt me nooit),
- naar kinderen (bijvoorbeeld wat ben jij toch vervelend vandaag),
- naar anderen (bijvoorbeeld dat is veel te moeilijk voor jou).
Veelal gebruiken we affirmaties op een negatieve manier.
Maar door affirmaties bewust en op een positieve manier te gebruiken en regelmatig te herhalen kun je je gedachten over jezelf veranderen en dus ook je leven.
Als je denkt dat je iets niet kunt, maak je een self-fulfilling prophecy. Meestal kun je het dan ook niet omdat je overtuigingen je tegenhouden.
Alison Ledgerwood heeft een onderzoek gedaan over een negatieve mindset (Getting stuck in the negatives (and how to get unstuck)). Hoewel we vaak negatieve gedachten hebben, zal ons leven een stuk gemakkelijker worden als we hetzelfde leven eens beschouwden als een glas dat half vol is i.p.v. half leeg (positieve mindset).
Carrie Green spreekt tijdens de TEDxManchester over Programming your mind for success,
Power Affirmations - The Secret To Positive Thinking
vrijdag 23 september 2016
Diamond ranking
Leerlingen krijgen twaalf of negen uitspraken die een reeks van opvattingen weergeven en moeten de uitspraken in een ruit (diamant) rangschikken. Het belangrijkste of meest kenmerkende item of de uitspraak, waarmee men het meeste eens is, komt bovenaan te staan. Vervolgens komen de aspecten, die op de tweede rang staan en tenslotte wordt onderaan in de ‘diamond’ het statement geplaatst, waarmee men het minste mee eens is, of dat het minst belangrijk of kenmerkend is.
In een tweede stap leggen de leerlingen de eigen ‘diamond ranking’ aan andere leerlingen uit en onderbouwen hun keuze met argumenten. Eventueel kan ook een groeps- of klassen- “diamond” worden gemaakt.
Na de eerste stap:
Na de tweede stap:
In een tweede stap leggen de leerlingen de eigen ‘diamond ranking’ aan andere leerlingen uit en onderbouwen hun keuze met argumenten. Eventueel kan ook een groeps- of klassen- “diamond” worden gemaakt.
Na de eerste stap:
- Was het gemakkelijk om de “diamond ranking” in te vullen?
- Waar was het moeilijk en waarom?
- Kon je goede argumenten aanvoeren om je “diamond ranking” te onderbouwen?
- Heb je goede argumenten van andere leerlingen gehoord, waaraan je zelf niet hebt gedacht?
Als er een groeps “diamond” wordt gemaakt:
- Hoe kwam je tot overeenstemming?
- Was het moeilijk/onmogelijk om tot een gezamenlijke “diamond” te komen?
Na de tweede stap:
- Ben je van mening veranderd, nadat je de statements van je medeleerlingen hebt gehoord? Waarom (niet)?
Waarom is dit een goede werkvorm?
Deze werkvorm helpt leerlingen inzicht in hun eigen standpunten te verkrijgen, wat een belangrijke stap is. Ze roept discussie op en laat op een gemakkelijke manier zien, dat opvattingen of houdingen in de meeste groepen divergeren: er zullen nauwelijks 20 dezelfde ‘diamond rankings’ in één groep zijn. Verder ontwikkelen de leerlingen in de toelichting van de eigen ranking hun argumentatieve vaardigheden.
Labels:
activerende werkvormen,
CLIL,
diamond ranking,
PLG,
TTO,
werkvormen
Abonneren op:
Posts (Atom)


