maandag 9 december 2013

Eveline Crone

Het puberende brein - Eveline Crone




http://www.youtube.com/watch?v=mx5YvBFFHLo



Praten met je puber



Een aantal bekende valkuilen, plus manieren om ze te omzeilen:


Wél handig


Niet zo handig


Oprechte interesse tonen: 
'Vertel! Ik wil het écht weten.'

Uw wijsheid doseren: 
'Ik zeg dit wel tegen je, maar dat zul je zelf ook wel weten.'

Geef uw kind een ik-boodschap. Met een jij-boodschap zeg je letterlijk: jíj doet iets fout. 
"Je bent alwéér te laat thuis." Om te benadrukken wat het met jezelf doet, kun je beter zeggen: "Ik lig wakker als je later thuiskomt dan afgesproken." Met een ik-boodschap zeg je dus: ik zou het graag anders zien. En dat is een heel andere opening van het gesprek.'

Houd afstand. Ouders doen er goed aan om duidelijke grenzen te stellen en het proces verder vooral belangstellend vanaf de zijlijn te bekijken. 'Blijf jezelf, blijf kalm en vertrouw erop dat je straks je kind weer terugkrijgt.'

Doe net als Socrates. Interesse tonen, doorvragen en meer luisteren dan zelf vertellen. U zult versteld staan tot welke inzichten zo'n gesprek kan leiden, als uw puber zich gelijkwaardig behandeld en gerespecteerd voelt.

Je puber weet het soms beter Probeer in uw achterhoofd te houden dat er dingen zijn waarvan uw kind soms meer verstand heeft dan u. Vraag bijvoorbeeld: 'Wat is eigenlijk het verschil tussen Hyves en Facebook?' of 'Wat maakt een docent in jouw ogen tot een goede leraar?'

Houd uzelf staande Niet: je autoriteit laten gelden, maar: staan voor wat je werkelijk voelt, vindt en denkt. 'Dat straalt pas écht gezag uit. Kinderen herkennen onmiddellijk of je de regels die je stelt, zelf ook naleeft.'


Bevelen 
'Ga nu je kamer opruimen'

Dreigen 
'Als je nu niet ophoudt, dan...'

Preken 
'Je weet niet half hoe goed je het hebt'

Bedelven onder de argumenten 
'Je moet leren omgaan met geld, want uit onderzoek blijkt...'

Oplossingen aandragen 
'Als ik jou was, zou ik...'

Oordelen, bekritiseren 
'Wat je zegt is helemaal niet waar', 'Je bent zo onverantwoordelijk'

Overmatig prijzen 
'Het is zó knap dat je behalve school en sport ook nog een baantje hebt'

Belachelijk maken en schelden 
'Typisch iets voor jou, zo'n stomme reactie'

Analyseren en psychologiseren 
'Volgens mij bedoel je eigenlijk iets anders'

Troosten zonder het probleem te erkennen 
'Wat het ook is, het komt allemaal weer goed'

Controleren 
'Waarom was je niet bereikbaar?'

Afleiden, bagatelliseren 
'Zullen we het over iets gezelligs hebben?'



zondag 8 december 2013

maandag 18 november 2013

Verschillen tussen het WO en het HBO

De belangrijkste verschillen tussen het wetenschappelijk onderwijs (wo) en het hoger beroepsonderwijs (hbo).

Wat doe je na de middelbare school als je van de havo of het vwo komt? Dan kun je hoger beroepsonderwijs gaan doen of een wetenschappelijke opleiding gaan volgen. Het HBO en het WO. Er is één belangrijk verschil tussen het hoger beroepsonderwijs (hbo) en het wetenschappelijk onderwijs (wo): een hbo-opleiding leidt studenten op tot beoefenaars van vastomlijnde beroepen en richt zich vooral op de toepassing van bestaande kennis. Een universitaire opleiding leert studenten in de eerste plaats wetenschappelijk denken en is minder gefocust op een specifiek beroep. Op de universiteit leren studenten kritisch kijken naar verschillende theorieën en zelf nieuwe kennis vergaren. Leren gebeurt voor een deel via zelfstudie. Zo'n academisch denkniveau maakt afgestudeerde academici breed inzetbaar.

WO
HBO
Wetenschappelijk gericht
Beroepsgericht
Theoretisch gericht (abstracte opdrachten waarbij je onderzoek doet)
Praktijkgericht (met opdrachten in de praktijk, zoals bij organisaties)
Stage is mogelijk
Stage is verplicht
Je genereert nieuwe kennis
Je past de theorie gelijk toe in de praktijk
Vakgericht leren
Competentiegericht leren
Minder vakken (maar meer verdieping)
Veel verschillende vakken
Hoog studietempo
Gemiddeld studietempo
Veel zelfstandig werken
Veel groepsgewijs werken
Minder persoonlijke benadering
Persoonlijke benadering
Minder/geen controle op huiswerk
Meer controle op huiswerk
Je wordt opgeleid voor een hogere functie met sneller promotiemogelijkheden
Je wordt opgeleid voor een uitvoerend beroep
Geen helder beroepsbeeld
Helder beroepsbeeld


zondag 17 november 2013

Vijf dimensies van Marzano


Marzano’s instructiestrategie is ontwikkeld op basis van een grote verscheidenheid aan onderzoeksresultaten. Marzano beschrijft in zijn instructiestrategie vijf dimensies van leren/denken. Hij heeft deze strategie ontwikkeld op basis van een grote hoeveelheid onderzoek over leren en beschouwt de vijf dimensies als de noodzakelijke ingrediënten voor actief en authentiek leren van leerlingen.

De vijf dimensies zijn:
  •         het ontwikkelen van een positieve houding en opvatting over het eigen leren (dimensie 1 - een positieve houding over het eigen leren),
  •         het leren/denken noodzakelijk voor het verwerven en integreren van nieuwe kennis (dimensie 2 - het verwerven en integreren van nieuwe kennis),
  •         het leren/denken noodzakelijk voor het uitbreiden en verfijnen van kennis van vaardigheden (dimensie 3 - het verfijnen en bijstellen van de geleerde kennis),
  •         leren/denken nodig voor het betekenisvol gebruiken van kennis (dimensie 4 - het creatief toepassen van het geleerde) en
  •         productieve leer- en denkgewoontes (dimensie 5 - het ontwikkelen/leren van productieve leergewoontes).


De vijf dimensies hangen nauw met elkaar samen: dimensie 2 gaat vooraf aan dimensie 3; de dimensies 2 en 3 gaan vooraf aan dimensie 4; de dimensies 1 en 5 omvatten de dimensies 2 t/m 4.


De dimensies kunnen als volgt (kort) omschreven worden:

Dimensie 1: Een positieve houding en opvatting over het (eigen) leren
In deze dimensie staan die aspecten centraal die voorwaarde zijn voor het leren van de leerlingen. Te denken valt aan het zich veilig voelen in de klas, zich geaccepteerd voelen door medeleerlingen en vertrouwen hebben in eigen kunnen.

Dimensie 2 Het verwerven en integreren van nieuwe kennis
In deze dimensie staat het aanleren van twee vormen van kennis namelijk declaratieve kennis en procedurele kennis. Declaratieve kennis betreft informatie die leerlingen moeten kennen: woorden, regels, principes, … Procedurele kennis is kennis over wat leerlingen moeten doen: handelingen. Dat betreft bijvoorbeeld kennis van het doen van een staartdeling, het lezen van een kaart of het gebruik maken van grammaticaregels. Marzano beschrijft hoe beide vormen van kennis een andere didactiek vragen.

Dimensie 3: Het uitbreiden en verfijnen van kennis van vaardigheden.
In deze dimensie worden een achttal vaardigheden aangeboden waarmee leerlingen hun kennis kunnen uitbreiden en verfijnen. Dat zijn de vaardigheden vergelijken, classificeren, induceren, deduceren, analyseren, construeren van ondersteuning, abstraheren, en analyseren van perspectieven. Wanneer leerlingen deze vaardigheden actief inzetten bij de in de tweede dimensie geleerde kennis, verfijnen ze die kennis en breiden ze die uit.

Dimensie 4: Betekenisvol gebruik van kennis
In deze dimensie gaat het om betekenisvol gebruik van kennis. Het gaat om het ontwikkelen van kennis die in te zetten is in realistische contexten. Marzano onderscheidt vijf soorten betekenisvolle leertaken: besluitvormingstaken, onderzoek, experimenteel onderzoek, probleemoplossen en uitvinden/ontwerpen.

Dimensie 5: Productieve leer- en denkgewoontes
Leren is vooral effectief wanneer leerlingen in staat zijn hun eigen leergedrag vorm te geven. In deze dimensie beschrijft Marzano hoe leerlingen dat zouden kunnen doen. Hij besteedt daarbij aandacht aan zelfregulerend denken/leren, aan kritisch denken/leren en aan creatief denken/leren.


Hoe ermee om te gaan?
De vijf dimensies vormen een raamwerk, dat gebruikt kan worden om een curriculum, een instructie of een beoordeling te organiseren. Elk van de vijf dimensies reikt de docent daarvoor een groot aantal ingrediënten aan. De vijf dimensies zijn door docenten in te zetten om bijvoorbeeld de vraag te beantwoorden die bij elke dimensie hoort. Bij dimensie 2 zou dat kunnen zijn: ‘Wat zijn de onderwerpen die ik de leerlingen wil aanleren?’ of ‘Welke vaardigheden wil ik de leerlingen aanleren?’. Bij dimensie 3 zou dat kunnen zijn: ‘Welke kennis wil ik verfijnen en welke activiteiten van leerlingen zet ik daarbij in?’. Bij dimensie 4: ‘Wat zijn de grote onderwerpen waarbij betekenisvol gebruik zinvol is en hoe zal ik die taak structureren?’. Wanneer deze vragen beantwoord zijn, is het mogelijk om de vragen bij dimensie 1 en 5 te beantwoorden. Bij dimensie 1 zou dat kunnen zijn: ‘Wat kan ik eraan doen om bij leerlingen een meer positieve houding ten aanzien van het leren te ontwikkelen?’. En bij dimensie 5: ‘Welke productieve leer/denkgewoonten moeten beklemtoond worden?’. Het zal duidelijk zijn dat de klemtoon in deze serie vragen meer kan liggen op bijvoorbeeld dimensie 2. Dan staat beheersing van kennis centraal. Of meer kan liggen op dimensie 4. Dan staat betekenisvol gebruik van kennis, onderzoek centraal. Marzano pleit ervoor om aan alle dimensies aandacht te besteden en er niet één achterwege te laten. Hij pleit daarbij voor een afwisseling van zowel docentgestuurde activiteiten (presentaties) als meer leerlinggestuurde activiteiten (workshops). Bij dat laatste pleit hij voor hogere orde leren.


Relevantie voor de onderwijspraktijk:
Het denken van Marzano in de vijf dimensies heeft drie sterke kanten.

1.    De eerste is dat zijn instructiestrategie gebaseerd is op een grote verscheidenheid aan onderzoek.
2.    De tweede sterke kant is dat hij een volledig uitgewerkte instructiestrategie heeft ontwikkeld waarin de belangrijkste (uit onderzoek) bekende leeractiviteiten van leerlingen verwerkt zijn.
3.    De derde is dat hij naast een algemene beschrijving een trainingsmap voor docenten en een map voor trainers van docenten heeft ontwikkeld, met een groot aantal voorbeelden en uitwerkingen.

De mappen zijn bijzonder goed door docenten “door te werken”. Al met al levert zijn aan pak bijzonder veel variatie in voorbeelden, uitwerkingen, ideeën en adviezen. Het is materiaal om altijd achter de hand te hebben en uit te putten. Wel dient gesteld dat de kracht van Marzano in de dimensies 1, 2 en 4 zit. Daarin zijn bijzonder aardige dingen te vinden.Dimensie 3 is matig in de keuze van de vaardigheden (dat komt omdat Marzano oorspronkelijk alleen denkvaardigheden centraal stelde) en tevens is zijn denken in dimensie 5 achterhaald. De nieuwere opvattingen over metacognitie en transfer en/of breinvriendelijk leren hebben daar aanzienlijk meer te bieden.


Bronnen:
- A Different Kind of Classroom, Teaching with Dimensions of Learning (ASCD, 1992).
- Website van Marzano: http://www.marzanoresearch.com/site/. Daar zijn delen van zijn boeken te downloaden.


dinsdag 12 november 2013

Motivation