woensdag 20 januari 2021

Feedback

Het geven van goede feedback, zowel door docenten als door leerlingen.

 

We verdelen feedback door docenten als door leerlingen in drie subcategorieën:

 

1. - Feedup (vooraf duidelijk wat je moet doen)

2. - Feedback (waar sta je nu)

3. - Feedforward (welke stappen moet je nog ondernemen om verder te komen)


 

 

Feedup

Feedback

Feedforward

 

Is het de leerling  duidelijk wat hij/zij moet doen? Waar werkt de leerling naartoe?

Waar is de leerling nu?

Welke stappen moet de leerling nog ondernemen om verder te komen? Hoe komt de leerling naar de gewenste situatie?

Docent

Leerdoel en succescriteria duidelijk maken, delen en begrijpen.

Realiseren van effectieve discussies, taken en activiteiten voor leren.

 

Feedback geven gericht op verder leren.

Medeleerling

Activeren van leerlingen als belangrijkste informatiebronnen voor elkaar.

 

Leerling

Activeren van leerlingen door het stimuleren m.b.t. het eigen leren.

 

 

Lockdown, nauwelijks motivatie en geen plek om thuis te leren

Tot minstens 8 februari moeten de middelbare scholen gesloten blijven. Lessen voor groepen zoals examenleerlingen en schoolexamens gaan wel door, mits op anderhalve meter afstand. Sinds de start van de coronacrisis moesten scholen geregeld omschakelen naar online onderwijs.


De scholen hebben de groeiende achterstanden tijdens de eerste lockdown echt onderschat. De lockdown raakt leerlingen hard. Er is sprake van weinig motivatie. Soms is er geen plek om thuis te leren.


Problemen …

Kwart van de middelbare scholieren kan thuis niet goed leren.

 

Ruim een kwart van de leerlingen in het voortgezet onderwijs heeft thuis te weinig ruimte of rust om te leren. Scholen gingen tot nu toe meestal uit van 10% tot 15%.

Scholen schrikken dat de groep die aangeeft thuis niet goed te kunnen leren groter is dan gedacht. Zij weten niet precies om welke leerlingen het gaat.


Leerlingen kunnen de achterstanden niet in halen

 

Scholen vrezen blijvende leerachterstanden nu scholieren thuis veel minder goed blijken te leren dan gedacht.

 

Zorgen m.b.t. de mentale gesteldheid van leerlingen en de werkbelasting van docenten.

 

Onderzoek laat zien dat vooral leerlingen in de bovenbouw zich eenzaam voelen. Zij missen hun vrienden en zijn minder gemotiveerd om te leren. Oudere leerlingen lijden het meeste onder de lockdown.

 

De kwaliteit van het lesgeven

 

Dat scholen tijdens de tweede lockdown meer kinderen naar school halen voor ondersteuning is een goede stap.

Nadruk op betere online lessen, om te voorkomen dat achterstanden verder oplopen.

Wat zeker niet moet gebeuren is een docent die een uur vol praat vanachter zijn scherm en dat dan zeven uur achter elkaar. Dat is voor leerlingen echt niet te doen.

Gelukkig zijn er steeds meer leraren die het anders doen. Zij starten met tien minuten uitleg en lopen daarna digitaal rond bij leerlingen.'

Advies aan docenten om leerlingen zo snel mogelijk aan het werk te zetten en veel interactie te organiseren, bijvoorbeeld in kleine groepen.

Ondanks de inspanningen van onze docenten is de kwaliteit van het onderwijs minder geworden. Dat raakt onze leerlingen.

Er zijn veel tips over online onderwijs, maar docenten passen die nog niet altijd toe. Het heeft echt geen zin om een uur lang te praten tegen een leerling die je niet live in de ogen kunt kijken.

 

Achterstanden

 

Of scholieren door het afstandsonderwijs ook minder presteren, is onbekend. Onderzoeken in het primair onderwijs tonen aan dat leerlingen met een moeilijkere thuissituatie grotere achterstanden oplopen dan de rest. Kunnen kinderen deze achterstand nog meer inhalen? Komende zomer hebben we waarschijnlijk op massieve schaal bijles nodig.'


vrijdag 15 januari 2021

Self-Efficacy en Resilience

De begrippen Self-Efficacy en Resilience zijn klassiekers in de psychologie en pedagogiek en, worden vaak ingezet ten behoeve van een toepassing in een onderwijskundige context.
 

Self-Efficacy 

(zelfeffectiviteit)

Self-Efficacy is het vertrouwen van een leerling in de eigen bekwaamheid om met succes invloed uit te oefenen op zijn of haar omgeving. Self-Efficacy is het vertrouwen van een leerling om een bepaalde taak te volbrengen of een probleem op te lossen.

Leerlingen zijn sneller gemotiveerd voor een bepaalde handeling als zij het idee hebben dat zij de bekwaamheid hebben om deze met succes te verrichten. Self-Efficacy (zelfeffectiviteit) wordt als een belangrijk element gezien van theorieën over motivatie.

 

Resilience 

(psychologische veerkracht)

Resilience (psychologische veerkracht) is het vermogen om mentaal of emotioneel met een crisis om te gaan of snel terug te keren naar de status van vóór de crisis.

 

De American Psychological Association noemt tien manieren  om de psychologische veerkracht te vergroten:

1 – een goede relaties te onderhouden met naaste familieleden, vrienden en anderen;

2 – door crises of stressvolle gebeurtenissen als ondraaglijke problemen te voorkomen;

3 - omstandigheden te aanvaarden die niet kunnen worden gewijzigd;

4 - realistische doelen te ontwikkelen en ernaar toe te gaan;

5 - beslissende maatregelen te nemen in ongunstige situaties;

6 - om te zoeken naar mogelijkheden voor zelfontdekking na een worsteling met verlies;

7 - het ontwikkelen van zelfvertrouwen;

8 - een langetermijnperspectief te houden en de stressvolle gebeurtenis in een bredere context te bekijken;

9 - om een hoopvolle kijk te behouden, goede dingen te verwachten en te visualiseren wat gewenst is;

10 - om te zorgen voor je lichaam en geest, regelmatig te oefenen, aandacht te besteden aan je eigen behoeften en gevoelens.


maandag 11 januari 2021

Reflectievragen met de taxonomie van Bloom

Inleiding
Als docent ben je altijd opzoek naar nieuwe manieren om leerlingen te helpen om beter te leren. Een instrument waar vaak naar verwezen wordt is de taxonomie van Bloom. 

De taxonomie van Bloom onderscheidt zes niveaus, die oplopen in moeilijkheidsgraad:

 

Niveau

Centrale vraag

1

Onthouden

 

Wat heb ik geleerd?

 

2

Begrijpen

 

Wat is belangrijk aan wat we hebben gedaan?

 

3

Toepassen

Hoe kan ik dit toepassen in een nieuwe situatie?

 

4

Analyseren

Zijn er patronen die ik herken?


5

Evalueren

 

Hoe goed heb ik het gedaan? Hoe kan ik verbeteren?

 

6

Creëren

 

Hoe kan ik dit in de toekomst in een nieuwe situatie gebruiken?

 


Het onderstaande schema staat bekend onder taxonomie van Bloom en verdeelt het cognitieve domein in een aantal leerdoelen die oplopen van simpel tot complex.


De taxonomie van Bloom is een handig overzicht waarin volgens enkele auteurs het verschil wordt gemaakt tussen ‘hogere orde denken’ en ‘lagere orde denken’. Simpel gezegd: reproduceren en toepassen is makkelijk, pas vanaf analyse en synthese wordt het interessant. Het hoogste niveau is ‘creëren’.

Lagere orde vragen zijn vragen die een beroep doen op onthouden, begrijpen en (deels) toepassen. Hogere orde vragen zijn de vragen waarbij voor het antwoord de vaardigheden voor analyseren, evalueren of creëren nodig zijn.

PS - Let op er zijn auteurs die vermelden dat er helemaal geen ‘hogere orde’ of ‘lagere orde’ in de piramide is. Dit is later pas bedacht en heeft eigenlijk niets met de taxonomie van Bloom te maken. Dit is goed om te vermelden. Er zit ook geen hiërarchie in de taxonomie. Het gaat om een verzameling aan termen die gedrag beschrijven wat je kunt zien bij een leerling. De auteurs geven aan dat het een aanzet is tot het beschrijven van verschillende onderdelen. Ze zien het als een richtlijn, maar zeker niet als ‘de waarheid’.


Feedback
Een docent kan op drie verschillende reflectie uitlokken bij zijn / haar leerlingen:
A - De docent geeft feedback op het gedrag van de leerlingen.
B - De docent organiseert momenten voor reflectie en stelt reflecterende vragen.
C - De docent stimuleert leerlingen om met elkaar te reflecteren en elkaar feedback te geven.
 
Reflecteren is belangrijk om te leren van opgedane ervaringen. Maar het is geen vaardigheid die bij  leerlingen vanzelf ontstaat. Leerlingen hebben veel behoefte aan begeleiding bij het leren reflecteren.
 
Het is daarom belangrijk dat docenten op het geschikte moment feedback geven op het gedrag van leerlingen en reflecterende vragen te stellen bij leeractiviteiten.
 
Echter docenten vinden reflectie belangrijk maar vinden het ook lastig om de juiste vragen te stellen en feedback te geven. Om dit dilemma op te lossen kan de docent reflectievragen stellen met hulp van de taxonomie van Bloom. De docent kan dus nadenken over de implementatie van de taxonomie van Bloom in zijn lessen.

 
Vragen stellen
Voor elke fase van de taxonomie van Bloom is een passende vraag te stellen aan de leerlingen.
 

SKILLS

 

VOORBEELDVRAGEN

 

Onthouden

 

Het kunnen ophalen van adequate informatie. Dit kan variëren van feiten tot complete theorieën.

 

Informatie herinneren. Herkennen, beschrijven, benoemen.

 

Wat heb ik geleerd?

 

Formulering van vragen /opdrachten:

benoem, definieer, beschrijf, toon, identificeer, verzamel, onderzoek, wie, wat, wanneer, etc.

 

• Wat gebeurde er na...?

• Hoeveel...?

• Wat is...?

• Wie was het die...?

• Benoem ...?

• Wat is de definitie van…?

• Beschrijf de manier waarop…?

• Wie ...?

• Wat is goed / fout...?

 

Begrijpen

 

De vaardigheid om adequate betekenis te geven aan informatie.

 

Ideeën of concepten uitleggen. Interpreteren, samenvatten, hernoemen, classificeren, uitleggen.

 

Wat is belangrijk aan wat we hebben gedaan?

 

Formulering van vragen / opdrachten:

vat samen, beschrijf, bespreek, interpreteer, formuleer conclusies, contrasteer, voorspel, leg verbanden, onderscheid, werk uit voor verschillende doelgroepen, werk uit voor een andere context, maak een inschatting.

 

• Kun je uitleggen waarom…?

• Kun je in je eigen woorden beschrijven…?

• Hoe verklaar je…?

• Kun je een samenvatting geven van...?

• Wat denk je dat er vervolgens zal gebeuren...?

• Wie zal volgens jou...?

• Wat is de hoofdgedachte achter...?

• Kun je verduidelijken…?

• Kun je… illustreren met een voorbeeld?

 

Toepassen

 

De vaardigheid om kennis in nieuwe en concrete situaties toe te passen.

 

Informatie in een andere context gebruiken. Bewerkstelligen, uitvoeren, gebruiken, toepassen.

 

Hoe kan ik dit toepassen in een nieuwe situatie?

 

Formulering van vragen /opdrachten:

pas toe, demonstreer, bereken, vul aan, illustreer, toon, los op, onderzoek, pas aan, verander, relateer, classificeer, experimenteer

 

• Weet je nog een andere situatie waarin…?

• Kun je…categoriseren volgens…?

• Welke factoren zullen veranderen als…?

• Welke vragen zou je stellen aan…?

• Kun je aan de hand van de gegeven informatie een instructie geven over…?


Analyseren

 

De vaardigheid om informatie op te delen in onderdelen zodat de

(organisatorische) structuur kan worden begrepen en bestudeerd.

 

Informatie in stukken opdelen om de verbanden en relaties te onderzoeken.

Vergelijken, organiseren, uit elkaar halen, ondervragen, vinden.

 

Zijn er patronen die ik herken?

 

Formulering van vragen /opdrachten:

analyseer, scheid, orden, leg uit, verbind, classificeer, deconstrueer,

construeer, vergelijk, selecteer, leid af.

 

• Welke gebeurtenis zou niet gebeurd zijn als…?

• Als … waar is, wat betekent dat dan voor …?

• Op welke manier is … hetzelfde als ...?

• Wat zijn andere mogelijke uitkomsten?

• Waarom gebeurde…?

• Kun je uitleggen wat er gebeurde toen...?

• Welke problemen kom je tegen bij...?

• Kun je onderscheid maken tussen… en ...?

• Wat waren de motieven voor ..?

• Wat was het keerpunt?

 

Evalueren

 

 

De vaardigheid om de waarde van iets (literatuur, onderzoeksrapport,

presentatie etc.) te kunnen beoordelen in relatie tot een bepaald doel. Het oordeel is gebaseerd op (al dan niet door de student zelf geformuleerde) criteria.

 

Motiveren of rechtvaardigen van een besluit of gebeurtenis. Controleren, hypothetiseren, bekritiseren, experimenteren, beoordelen.

 

Hoe goed heb ik het gedaan? Hoe kan ik verbeteren? Wil je wanneer goed?

 

Formulering van vragen / opdrachten:

beoordeel, beslis, orden, geef een cijfer, toets, meet, geef een aanbeveling, overtuig, selecteer, leg uit, maak een onderscheid, ondersteun, concludeer, vergelijk, vat samen.

 

• Is er een betere oplossing voor...?

• Beoordeel de waarde van... Wat vind je er van...?

• Verdedig je mening over...?

• Vind je … goed of fout?

• Hoe zou jij ... hebben aangepakt?

• Welke veranderingen voor … raad jij aan?

• Geloof jij … Hoe zou jij je voelen als ..?

• Hoe effectief zijn. ..?

• Wat zijn de consequenties van..?

• Welke invloed zal … hebben op ons leven?

• Wat zijn de voors en tegens van ....?

• Waarom is … waardevol?

• Wat zijn mogelijke alternatieven?

• Wie zal winnen / verliezen bij …?


Creëren

 

De vaardigheid om met behulp van het geleerde nieuwe ideeën, oplossingen, producten te ontwikkelen.

 

Nieuwe ideeën, producten of gezichtspunten genereren. Ontwerpen, maken, plannen, produceren, uitvinden, bouwen.

 

Hoe kan ik dit in de toekomst in een nieuwe situatie gebruiken?

 

Formulering van vragen /opdrachten:

combineer, plan, ontwerp, maak, ontwikkel, onderzoek, wat als?, stel op, formuleer, herschrijf.

 

• Kun je een ...ontwerpen, waarmee...?

• Zie je een mogelijke oplossing voor...?

• Als je toegang had tot alle informatie en middelen,

wat zou je dan doen met...?

• Ontwerp je eigen manier om...?

• Wat zou gebeuren als ...?

• Op hoeveel manieren kun je...?

• Kun je nieuwe en ongebruikelijke manieren

verzinnen om ... te gebruiken?

• Kun je een voorstel schrijven waarmee je...?

 

 
 

zondag 22 november 2020

Toetsen

Toetsen zijn middelen om de vorderingen van het kind te onderzoeken. Het doel van toetsen is het antwoord op de vraag: hoe staat deze leerling er op dit moment voor en hoe kan hij verder ontwikkelen?

Een goede toets is valide, betrouwbaar en geijkt. Valide wil zeggen dat de toets meet wat hij zegt te meten. Geijkt betekent dat de toets enkele malen is uitgeprobeerd op een representatieve groep.

Een nadeel van toetsen is dat het een momentopname is.

Regelmatige toetsing (met een leerlingvolgsysteem) en procesgerichte feedback zijn bevorderend voor de leerprestaties en voor eigenaarschap bij leerlingen.

Een toets moet de leerling en de docent informatie opleveren, waardoor de leeropbrengst verhoogd kan worden.

 

Summatief toetsen versus Formatief toetsen

Een toets kan een formatieve en/of een summatieve functie hebben.

 

Summatief toetsen

 

Formatief toetsen

Bij een toets met een summatieve functie beslist de docent of een leerling de leerdoelen in voldoende mate heeft verworven.

Een toets met een formatieve functie heeft als doel de leerling (en docent) inzicht te geven in zijn/haar voortgang en om de verdere ontwikkeling bij te sturen.

 

Summatief toetsen geschiedt om leerprestaties te beoordelen. De beoordeling van een summatieve toets is meestal in de vorm van een cijfer.

 

Formatief toetsen wordt doorgaans gedurende het schooljaar of vak ingezet om te weten wat leerlingen nog moeten leren om te voldoen aan gestelde eisen en doelen.

 

Elke toets met een summatieve functie heeft in wezen ook een formatieve functie. De docent wil de leerling immers van informatie voorzien over zijn/haar ontwikkeling na afname van een toets.

 

Formatieve toetsen geven de leerling feedback op zijn/haar voortgang en geven aan wat de leerling nog moet doen (feed forward) om het einddoel (feed up) te bereiken. Op deze manier kan de docent bijsturen op het leerproces van de leerling.

 


Kijk ook even op de onderstaande links:

http://robsegers.blogspot.com/2014/12/summatieve-of-formatieve-toetsen.html

http://robsegers.blogspot.com/2017/10/formatief-evalueren.html